124
OPNAME-BASISINSTELLINGEN
IN-/UITSCHAKELEN VAN DE HERKENNING VAN
HET OBJECTIEFTYPE
De 6-bit codering in de bajonet (1.10) van de huidige
Leica M-objectieven stelt de Leica M-E in staat – met
de sensor in de bajonet (1.9), het geplaatste objectief-
type te herkennen.
– Deze informatie wordt o.a. voor het optimaliseren
van de beeldgegevens gebruikt. Zo wordt de rand-
verduistering, die bijv. bij groothoekobjectieven en
grote diafragma-openingen bijzonder opvallend kan
zijn, in de beeldgegevens gecompenseerd.
– Ook de regeling van de flitsbelichting en de flitsre-
flector gebruikt de objectiefgegevens (zie ”Geschi-
kte flitsapparaten”, pag. 143).
– Bovendien wordt de informatie die deze 6-bit code-
ring
levert naar het EXIF-bestand van de opnames
ge schreven. Bij de beeldgegevens van de INFO-
weergave (zie ”De monitor”, pag. 117) is bovendien
de objectief-brandpuntsafstand (3.3.7 b, zie pag. 100)
aangegeven.
Opmerking:
Bij het gebruik van objectieven zonder 6-bit code-
ring moet de herkenningsfunctie ter vermijding van
foutieve functies worden uitgeschakeld of moet het
gebruikte objectieftype handmatig worden opgegeven
(zie pag. 124).
INSTELLEN VAN DE FUNCTIE
1. Kies in het hoofdmenu (zie pag. 102/119) Lens
Detection (4.1.1) en
2. in het bijbehorende submenu de gewenste variant:
– Off of
– Auto als een gecodeerd objectief is geplaatst of
– Manual als een niet-gecodeerd objectief is
geplaatst.
HANDMATIG OPGEVEN VAN HET OBJECTIEFTYPE/
DE BRANDPUNTSAFSTAND
Oudere Leica M-objectieven worden wegens het
ontbreken van de codering niet door de camerabody
herkend, maar de ”identificatie” kan via het menu
plaatsvinden.
3. Selecteer in de lijst van het submenu Manual het
gebruikte objectief.
• Op de monitor (1.31) verschijnt een objectieflijst
die voor een ondubbelzinnige identificatie ook de
betreffende artikelnummers vermeldt
Opmerkingen:
• Het artikelnummer is bij vele objectieven aan de
andere kant van de scherptediepteschaal gegra-
veerd.
• De lijst vermeldt objectieven die zonder codering
verkrijgbaar waren (vóór ca. juni 2006). Objectieven
van een latere introductiedatum zijn uitsluitend
ge codeerd verkrijgbaar en kunnen daarom niet
handmatig worden geselecteerd.
• Bij gebruik van de Leica Tri-Elmar-M 1:4/16-18-
21mm ASPH. wordt de ingestelde brandpuntsaf
-
stand niet aan de camerabody overgedragen en
daarom ook niet in de EXIF-gegevensrecord van de
opnames vermeld. U kunt de brandpuntsafstand
echter naar wens handmatig opgeven.
• De Leica Tri-Elmar-M 1:4/28-35-50mm ASPH.
bezit daarentegen de voor de inspiegeling van de
geschikte lichtkaders in de zoeker noodzakelijke
mechanische overbrenging van de ingestelde brand-
puntsafstand naar de camera, die door de elektro-
nica van de camera wordt afgetast en voor de cor-
rectie van deze brandpuntsafstand wordt gebruikt.
Wegens plaatsgebrek is in het menu slechts één
artikelnummer vermeld – 11 625. Natuurlijk kunnen
ook de beide andere varianten – 11 890 en 11 894
–
worden gebruikt en vanzelfsprekend gelden voor
deze ook de instellingen in het menu.