Zoom out
Zoom in
Previous page
1/666
Next page
HANDLEIDING LEXUS RX 450h 2013
07-2013
01651-50013-00
HANDLEIDING
LEXUS RX 450h
1


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Content of pages


  • Page 1

    HANDLEIDING
    LEXUS RX 450h 2013

    07-2013
    01651-50013-00

    HANDLEIDING
    LEXUS RX 450h



  • Page 2

    INHOUDSOPGAVE

    1

    Voordat u gaat
    rijden

    Informatie over het hybridesysteem en het afstellen en
    bedienen van systemen als de portiersloten, spiegels en
    stuurkolom.

    2

    Tijdens het rijden

    Rijden, stoppen en informatie over veilig rijden.

    3

    Interieur

    Airconditioning en audiosystemen, en andere systemen in
    het interieur die het rijden tot een comfortabele ervaring
    maken.

    4

    Onderhoud en
    verzorging

    Schoonmaken en beschermen van uw auto, uitvoeren van
    doe-het-zelfonderhoud en onderhoudsinformatie.

    5

    Bij problemen

    Wat moet u doen als de auto gesleept moet worden, een
    lekke band krijgt of betrokken raakt bij een aanrijding.

    6

    Specificaties

    Gedetailleerde informatie over de auto.

    Trefwoordenlijst

    Alfabetisch overzicht van de informatie in deze handleiding.

    Vertaling en productie: WK Automotive BV, Oosterhout (NB)
    WKA-13G046-50013-00

    1

    RX 450h_EE



  • Page 3

    INHOUDSOPGAVE

    Trefwoordenlijst

    Raadpleeg bij auto's met een navigatiesysteem de handleiding voor het navigatiesysteem voor meer informatie over de onderstaande uitrusting.
    • Navigatiesysteem
    • Bedieningspaneel ventilatie/verwarming/airconditioning
    • Voorruitverwarming
    1

    Voordat u gaat rijden

    1-1. Hybridesysteem
    Hybridesysteem .............................. 26
    Voorzorgsmaatregelen
    hybridesysteem............................. 30
    Energiemonitor/
    verbruiksscherm........................... 35
    Rijden met een hybrideauto ....... 40

    • Lexus Parking Assist Monitor
    • Audio-/videosysteem
    • Verwarmen van de achterruit en
    de buitenspiegels
    1-4. Verstelbare onderdelen
    (stoelen, spiegels, stuurwiel)
    Voorstoelen ..................................... 88
    Achterstoelen.................................... 91
    Ergonomisch geheugen............... 95
    Hoofdsteunen................................... 99
    Veiligheidsgordels.......................... 101
    Stuurwiel........................................... 106
    Binnenspiegel met
    antiverblindingsstand ............... 108
    Buitenspiegels .................................. 110

    1-2. Informatie over sleutels
    Sleutels ................................................ 42
    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen
    van de portieren
    Smart entry-systeem met
    startknop.......................................... 47
    Afstandsbediening ......................... 70
    Portieren............................................. 73
    Achterklep......................................... 77

    2

    RX 450h_EE

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten
    en het schuifdak
    Elektrisch bedienbare ruiten...... 113
    Schuifdak............................................ 116
    Elektrisch bedienbaar
    zonnescherm ............................... 120
    1-6. Tanken
    Openen van de tankdop............ 122



  • Page 4

    1-7. Antidiefstalsysteem
    Startblokkering .............................. 126
    Supervergrendeling..................... 132
    Alarm ................................................. 133
    1-8. Veiligheidsinformatie
    De juiste houding achter
    het stuur ......................................... 140
    SRS-airbags..................................... 142
    Baby- en kinderzitjes................... 153
    Plaatsen van veiligheidssystemen
    voor kinderen .............................. 163
    Handmatig in-/uitschakelsysteem
    airbag .............................................. 173

    2

    Tijdens het rijden

    2-1. Rijprocedures
    Rijden met de auto........................ 178
    Startknop.......................................... 188
    EV-modus ........................................ 194
    Hybridetransmissie ...................... 197
    Richtingaanwijzerschakelaar.. 204
    Parkeerrem ................................... 205
    Claxon .............................................. 206

    2-2. Instrumentenpaneel
    Meters en tellers........................... 207
    Controlelampjes en
    waarschuwingslampjes.............. 211
    Multi-informatiedisplay .............. 216
    Head-up display ........................... 224

    1

    2-3. Bedienen van verlichting en
    ruitenwissers

    2

    Lichtschakelaar............................. 229
    Schakelaar mistlampen ............. 234
    Ruitenwissers en -sproeiers .... 235
    Achterruitenwisser en
    -sproeier ....................................... 239
    Koplampsproeierschakelaar ... 241

    3

    4

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen
    Cruise control ............................... 242
    Dynamic Radar Cruise
    Control.......................................... 246
    Lexus Parking Assist-sensor... 260
    Elektronisch geregelde
    luchtvering ................................... 268
    Rear View Monitor-systeem
    (weergave in binnenspiegel) 275
    Ondersteunende systemen..... 283
    Hill Start Assist Control............. 289
    Pre-Crash Safety-systeem........ 291

    5

    6

    3

    RX 450h_EE



  • Page 5

    INHOUDSOPGAVE

    Trefwoordenlijst

    2-5. Rijinformatie
    Voorzorgsmaatregelen bij
    terreinauto's ............................... 300
    Lading en bagage ....................... 305
    Rijden in de winter ...................... 308
    Rijden met een aanhangwagen
    (auto's met
    vierwielaandrijving)................... 312
    Rijden met een aanhangwagen
    (auto's met
    tweewielaandrijving) ............... 322

    3

    Interieur

    3-1. Gebruik van airconditioning en
    achterruitverwarming
    Automatische
    airconditioning ........................... 326
    Schakelaar
    achterruitverwarming ............. 333
    Voorruitverwarming................... 334
    3-2. Gebruik van het audiosysteem
    Audiosysteem................................ 335
    Gebruik van de radio ................ 338
    Gebruik van de CD-speler...... 342
    Afspelen van discs met MP3- en
    WMA-bestanden ..................... 349
    Bedienen van een iPod............. 355
    Bedienen van een
    USB-geheugen.......................... 363

    4

    RX 450h_EE

    Bluetooth®-audiosysteem........ 371
    Gebruik van het Bluetooth®audiosysteem.............................. 376
    Bedienen van een draagbare
    speler met Bluetooth® ........... 379
    Instellen van een Bluetooth®
    compatibele draagbare
    speler............................................... 381
    Instellen Bluetooth®audiosysteem............................. 385
    Optimaal gebruikmaken van
    het audiosysteem ..................... 386
    Gebruik van de AUXaansluiting ................................... 388
    Gebruik van de audiotoetsen
    op het stuurwiel......................... 390
    Handsfree-systeem voor
    een mobiele telefoon............... 393
    Gebruik van het handsfreesysteem (voor een mobiele
    telefoon)........................................ 399
    Bellen ............................................... 405
    Instellen van een mobiele
    telefoon ......................................... 409
    Beveiliging en
    systeeminstelling ........................ 413
    Gebruik van het
    telefoonboek................................. 417



  • Page 6

    3-3. Gebruik van de interieurverlichting
    Overzicht interieurverlichting 422
    • Interieurverlichting en
    leeslampjes .................................. 423
    • Interieurverlichting en
    leeslampjes .................................. 424
    3-4. Gebruik van de
    opbergmogelijkheden
    Overzicht van
    opbergmogelijkheden ............ 425
    • Dashboardkastje ....................... 426
    • Fleshouders/portiervakken.. 427
    • Bekerhouders............................. 428
    • Consolevak .................................. 431
    • Muntenhouder........................... 432
    • Extra opbergvak........................ 433
    • Opbergvakje onder
    middenconsole .......................... 434

    3-5. Overige voorzieningen in
    het interieur
    Zonnekleppen............................... 435
    Make-upspiegel ........................... 436
    Klok.................................................... 437
    Weergave
    buitentemperatuur ................... 438
    Regeling verlichting
    multifunctioneel display.......... 439
    Accessoireaansluitingen........... 440
    Stuurwielverwarming................. 442
    Stoelverwarming en
    ventilatoren.................................. 443
    Armsteun......................................... 445
    Kledinghaakjes.............................. 446
    Handgrepen................................... 447
    Vloermat.......................................... 448
    Voorzieningen in de
    bagageruimte ............................ 450

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    5

    RX 450h_EE



  • Page 7

    INHOUDSOPGAVE

    4

    Trefwoordenlijst

    Onderhoud en verzorging

    4-1. Onderhoud en verzorging
    Reiniging en bescherming
    van het exterieur........................ 456
    Schoonmaken en beschermen
    van het interieur......................... 459
    4-2. Onderhoud
    Onderhoud en reparatie .......... 462
    4-3. Zelf onderhoud en controles
    uitvoeren
    Voorzorgsmaatregelen bij het
    zelf uitvoeren van onderhoud
    en controles................................. 465
    Motorkap......................................... 468
    Plaatsen van de krik .................... 469
    Motorruimte..................................... 471
    12V-accu ........................................ 480
    Banden ............................................. 487
    Bandenspanning........................... 499
    Velgen ............................................... 501
    Interieurfilter ................................. 503
    Batterij elektronische sleutel.. 505
    Controleren en vervangen
    van zekeringen.......................... 508
    Gloeilampen .................................. 526

    6

    RX 450h_EE

    5

    Bij problemen

    5-1. Belangrijke informatie
    Alarmknipperlichten................... 544
    Als uw auto moet worden
    gesleept......................................... 545
    Als u denkt dat er iets mis is..... 552
    5-2. Stappen die genomen moeten
    worden in noodgevallen
    Als er een waarschuwingslampje
    gaat branden of als er een waarschuwingszoemer klinkt......... 553
    Als er een waarschuwingsmelding verschijnt...................... 561
    Als de auto een lekke band
    heeft............................................... 580
    Als het hybridesysteem niet
    kan worden gestart .................. 594
    Als de selectiehendel niet in
    een andere stand dan P
    kan worden gezet ..................... 596
    Als u uw sleutels verliest ........... 597
    Als de elektronische sleutel
    niet goed werkt......................... 598
    Als de 12V-accu van de auto
    ontladen is ..................................... 601
    Als de motor oververhit raakt 606
    Als de auto vast komt te zitten... 611
    Als uw auto in geval van nood
    tot stilstand moet worden
    gebracht......................................... 613



  • Page 8

    6

    Specificaties

    6-1. Specificaties
    Onderhoudsgegevens
    (brandstof, oliepeil, enz.)......... 616
    Informatie over brandstof.......... 631

    Trefwoordenlijst
    Afkortingen........................................... 646
    1

    Alfabetische index .............................. 647
    Wat moet u doen als... ....................... 660
    2

    6-2. Persoonlijke
    voorkeursinstellingen
    Systemen met mogelijkheden
    voor persoonlijke voorkeursinstellingen ................................... 633

    3

    6-3. Initialisatie
    Te initialiseren onderdelen....... 644

    4

    5

    6

    7

    RX 450h_EE



  • Page 9

    Overzicht

    Exterieur
    Ruitenwissers Blz. 235
    Schuifdak ∗ Blz. 116
    Elektrisch bedienbaar
    zonnescherm∗ Blz. 120

    Voorruitverwarming ∗, *
    Blz. 334

    Buitenspiegels Blz. 110
    Motorkap Blz. 468

    Dagrijverlichting/
    Parkeerlichten voor Blz. 229

    Richtingaanwijzers Blz. 204
    Mistlampen voor Blz. 234

    Koplampen Blz. 229

    8

    RX 450h_EE



  • Page 10

    Achterruitverwarming* Blz. 333
    Tankdopklep Blz. 122
    Portieren Blz. 73

    Banden
    Blz. 487
    ●Wisselen
    Blz. 580
    ●Vervangen
    ●Bandenspanning Blz. 626

    Achterlichten Blz. 229
    Achterruitenwisser Blz. 239
    Achterklep Blz. 77

    Schakelaar voor het
    openingssysteem van de
    achterklep Blz. 77
    Mistachterlichten Blz. 234
    Richtingaanwijzers achter Blz. 204

    ∗: Indien aanwezig
    *: Raadpleeg bij auto's met een navigatiesysteem de handleiding voor het navigatiesysteem
    voor meer informatie.
    9

    RX 450h_EE



  • Page 11

    Overzicht

    Interieur

    Side airbags voor Blz. 142
    Veiligheidsgordels
    Blz. 101

    Hoofdsteunen Blz. 99
    Schakelaars ruitbediening
    Blz. 113

    Achterstoelen Blz. 91

    Armsteun Blz. 445
    Extra opbergvak ∗ Blz. 433
    Side airbags achter Blz. 142
    Bekerhouders Blz. 428
    Entertainmentsysteem achterpassagiers ∗, *2
    10

    RX 450h_EE

    Portiervakken Blz. 427
    Fleshouders Blz. 427
    Voorstoelen Blz. 88
    Bestuurdersairbag
    Blz. 142

    Knie-airbags
    Blz. 142

    Voorpassagiersairbag
    Blz. 142

    Accessoireaansluiting Blz. 440
    Consolevak Blz. 431
    Accessoireaansluiting Blz. 440
    AUX-aansluiting Blz. 388
    USB-aansluiting*1 Blz. 355, 363



  • Page 12

    A
    Interieurverlichting Blz. 423
    Leeslampjes Blz. 423
    Handgrepen
    Blz. 447

    Binnenspiegel met antiverblindingsstand Blz. 108
    Rear View Monitor-systeem ∗ Blz. 275
    Extra opbergvak ∗ Blz. 433
    Interieurverlichting Blz. 423
    Leeslampjes Blz. 423
    Curtain airbags Blz. 142

    Schuifdakschakelaars ∗ Blz. 116
    Kledinghaakjes Blz. 446
    Schakelaars elektrisch bedienbaar zonnescherm∗ Blz. 120
    Uitschakeltoets inbraaksensor en hellingsensor∗ Blz. 133
    Zonnekleppen*3 Blz. 435
    Make-upspiegels Blz. 436

    ∗: Indien aanwezig
    *1: Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem voor meer informatie indien uw auto is uitgerust met een navigatiesysteem.

    *2: Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem.
    *3: Gebruik NOOIT een baby- of kinderzitje waarbij het

    kind achteruit kijkt op een stoel met een INGESCHAKELDE AIRBAG, omdat het kind anders ERNSTIG
    LETSEL kan oplopen als de airbag wordt geactiveerd.
    (→Blz. 171)

    11

    RX 450h_EE



  • Page 13

    Overzicht

    Interieur

    B
    Vergrendelknoppen portier Blz. 73
    Toetsen ergonomisch geheugen ∗ Blz. 95

    Schakelaars
    buitenspiegels Blz. 110

    Schakelaars centrale vergrendeling
    Blz. 73

    Schakelaars ruitbediening Blz. 113
    Blokkeerschakelaar ruitbediening Blz. 113

    12

    RX 450h_EE



  • Page 14

    C
    Selectiehendel hybridetransmissie Blz. 197
    Deblokkeerschakelaar Blz. 596
    Remote Touch ∗, *
    Bekerhouders Blz. 428

    Vloermat
    Blz. 448

    Schakelaar VSC OFF Blz. 283
    Schakelaar EV-modus Blz. 194

    Schakelaars stoelverwarming ∗/
    Schakelaars stoelverwarming en stoelventilator ∗
    Blz. 443

    ∗: Indien aanwezig
    *: Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem.
    13

    RX 450h_EE



  • Page 15

    Overzicht

    Instrumentenpaneel

    Lichtschakelaar Blz. 229
    Dashboardkastje Blz. 426
    Richtingaanwijzerschakelaar Blz. 204
    Hoofdschakelaar
    Schakelaar mistlampen Blz. 234
    elektrisch bedienbare achterklep ∗ Blz. 79
    Meters en tellers Blz. 207
    Multi-informatiedisplay Blz. 216
    Claxon Blz. 206

    Startknop Blz. 188
    Ontgrendelingshendel motorkap
    Blz. 468

    Schakelaar ruitenwissers en -sproeiers Blz. 235
    Achterruitenwisser- en -sproeierschakelaar Blz. 239
    Schakelaar stuurverstelling Blz. 106
    Parkeerrempedaal Blz. 205

    14

    RX 450h_EE



  • Page 16

    A

    Zonder navigatiesysteem

    Schakelaar
    alarmknipperlichten Blz. 544

    Multifunctioneel display
    ●Regeling verlichting
    display Blz. 439
    ●Weergave buitentemperatuur Blz. 438
    ●Klok Blz. 437
    ●Weergave airconditioning Blz. 326

    Airconditioningsysteem Blz. 326

    ●Audiodisplay Blz. 335
    Audiosysteem
    Blz. 335

    Schakelaar achterruit- en buitenspiegelverwarming

    Controlelampje antidiefstalsysteem

    Blz. 333

    Blz. 126, 133

    Met navigatiesysteem

    Navigatiesysteem*

    Schakelaar achterruit- en buitenspiegelverwarming*
    Schakelaar
    alarmknipperlichten Blz. 544

    Airconditioningsysteem*

    Audiosysteem*

    Klok*

    Controlelampje
    antidiefstalsysteem
    Blz. 126, 133

    ∗: Indien aanwezig
    *: Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem.
    15

    RX 450h_EE



  • Page 17

    Overzicht

    Instrumentenpaneel

    B
    Stuurwieltoetsen
    audiosysteem*1 Blz. 390

    Telefoonschakelaar*1 Blz. 393

    Schakelaar camera opzij ∗, *2

    Spraaktoets*1 Blz. 393

    Multi-informatietoetsen Blz. 216
    Cruise control-schakelaar Blz. 242, 246
    Schakelaar afstandsregeling ∗ Blz. 246

    C

    Hoofdschakelaar head-up display ∗ Blz. 224
    Schakelaar afstelling weergavecontrast∗ Blz. 224
    Schakelaar afstelling
    weergavepositie∗ Blz. 224
    Schakelaar stuurverwarming∗
    Blz. 442

    16

    RX 450h_EE



  • Page 18

    D

    Hoofdschakelaar hoogteregeling ∗ Blz. 268
    Schakelaar
    Pre-Crash off ∗ Blz. 291
    Resetknop waarschuwingssysteem bandenspanning∗
    Blz. 489

    E

    Bekerhouder Blz. 428
    Draaiknop koplampverstelling ∗ Blz. 230
    Schakelaar elektrisch bedienbare
    achterklep ∗ Blz. 77
    Toetsen regelbare
    dashboardverlichting Blz. 208
    Toets ODO/TRIP Blz. 208
    Tankdopklepontgrendeling
    Blz. 122

    Schakelaar koplampsproeiers ∗
    Blz. 241

    Schakelaar hoogteregeling ∗ Blz. 268
    Schakelaar voorruitverwarming ∗, *1 Blz. 334

    ∗1: Indien aanwezig
    * : Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem voor meer informatie indien uw auto is uitgerust

    met een navigatiesysteem.
    *2: Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem.

    17

    RX 450h_EE



  • Page 19

    Overzicht

    Bagageruimte

    Extra opbergvakken Blz. 450
    Schakelaar elektrisch bedienbare
    achterklep ∗ Blz. 77

    Accessoireaansluiting
    Blz. 440

    Bagageafdekking ∗ Blz. 451
    Bagagehaken Blz. 450

    Bagagehaken Blz. 450
    18

    RX 450h_EE



  • Page 20

    A

    Bagageruimteverlichting Blz. 79

    Schakelaar hoogteregeling ∗ Blz. 268
    Ontgrendelhendels achterbank Blz. 91

    ∗: Indien aanwezig
    19

    RX 450h_EE



  • Page 21

    Ter informatie
    Handleiding
    Deze handleiding is bestemd voor alle uitvoeringen van dit type auto; alle mogelijke
    opties zijn in dit boekje opgenomen. Er zullen dan ook ongetwijfeld onderwerpen
    worden beschreven die niet op uw Toyota van toepassing zijn.
    Alle specificaties in dit boekje waren actueel ten tijde van de druk. Lexus streeft er
    doorlopend naar haar producten te perfectioneren en wij behouden ons dan ook
    het recht voor tussentijdse wijzigingen in specificatie en uitvoering door te voeren
    zonder voorafgaande kennisgeving.
    Afhankelijk van de specificatie kan de in de afbeeldingen getoonde auto afwijken
    van uw auto voor wat betreft kleur en uitrusting.

    Accessoires, onderdelen en veranderingen aan uw Lexus
    Er is een grote hoeveelheid originele en niet-originele onderdelen en accessoires
    voor uw Lexus te verkrijgen. Als het nodig is om originele onderdelen of accessoires van uw Lexus te vervangen, raadt Toyota Motor Corporation u aan om daarvoor
    originele Lexus-onderdelen of -accessoires te gebruiken. U kunt ook andere
    onderdelen of accessoires van gelijkwaardige kwaliteit gebruiken. Lexus kan geen
    garantie geven of aansprakelijkheid accepteren voor onderdelen en accessoires
    die geen originele Lexus-producten zijn en ook niet voor het vervangen door of
    monteren van dergelijke onderdelen. Bovendien vallen schade of verminderde
    prestaties als gevolg van het gebruik van niet-originele Lexus-onderdelen en accessoires mogelijk niet onder de garantie.

    20

    RX 450h_EE



  • Page 22

    Inbouw van een zend-/ontvanginstallatie
    De inbouw van een zend-/ontvanginstallatie kan elektronische systemen beïnvloeden, zoals:
    ● Hybridesysteem
    ● (Sequentieel) multipoint brandstofinspuitsysteem
    ● Cruise control-systeem
    ● Dynamic Radar Cruise Control-systeem
    ● Antiblokkeersysteem
    ● SRS-airbagsysteem
    ● Gordelspanner

    Neem voor voorzorgsmaatregelen of speciale voorschriften met betrekking tot de
    inbouw van een zend-/ontvanginstallatie contact op met een Lexus-dealer.
    Nadere informatie met betrekking tot frequenties, vermogens, antenneposities en
    montagevoorwaarden voor zend-/ontvanginstallaties is op verzoek beschikbaar bij
    een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    De hoogspanningsonderdelen en kabels van hybrideauto's stralen ongeveer net zo
    veel elektromagnetische golven uit als conventionele auto's met een benzinemotor
    of huishoudelijke elektronische apparatuur, ook al zijn ze elektromagnetisch afgeschermd.
    De ontvangst via een zend-/ontvanginstallatie kan in sommige gevallen gestoord
    worden.

    Vernietigen van uw Lexus
    De airbags en gordelspanners in uw Lexus bevatten explosieve chemicaliën. Wanneer uw auto, om welke reden dan ook, wordt vernietigd, terwijl het airbagsysteem
    en/of de gordelspanners nog intact zijn, kan tijdens de vernietiging een ontploffing
    plaatsvinden en brand ontstaan. Laat daarom het airbagsysteem en de gordelspanners eerst verwijderen en afvoeren door een Lexus-dealer of erkende reparateur.

    21

    RX 450h_EE



  • Page 23

    WAARSCHUWING
    ■ Algemene voorzorgsmaatregelen tijdens het rijden

    Rijden onder invloed: Ga niet rijden met uw auto als u alcohol of drugs gebruikt
    hebt omdat deze middelen invloed kunnen hebben op de rijvaardigheid. Alcohol
    en bepaalde drugs vergroten de reactietijd, beïnvloeden het beoordelingsvermogen en hebben een negatieve invloed op de coördinatie, waardoor aanrijdingen
    kunnen ontstaan met ernstig letsel als gevolg.
    Defensief rijden: Rijd altijd defensief. Anticipeer op fouten die andere bestuurders
    of voetgangers zouden kunnen maken omdat u hierdoor wellicht een ongeluk kunt
    voorkomen.
    Afleiding van de bestuurder: Houd altijd uw volledige aandacht bij het verkeer.
    Alles wat de aandacht van de bestuurder kan afleiden, zoals het veranderen van
    instellingen, telefoneren of lezen, kan leiden tot een aanrijding waarbij u, de andere
    inzittenden van de auto of anderen ernstig letsel kunnen oplopen.
    ■ Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot veiligheid van kinderen
    Laat kinderen nooit alleen in de auto achter en laat ze nooit met de sleutel spelen.
    Kinderen zullen wellicht proberen de auto te starten of de neutraalstand in te schakelen. Er bestaat ook het risico dat kinderen letsel oplopen wanneer ze met de ruiten, het schuifdak of andere voorzieningen in de auto spelen. Verder kan de
    temperatuur in de auto zo hoog oplopen of zo ver dalen dat dat kinderen fataal kan
    worden.
    ■ Batterijpakket (tractiebatterij)
    U mag het batterijpakket nooit doorverkopen, overdragen aan iemand anders of
    op een of andere manier aanpassen. Om ongelukken te voorkomen worden batterijpakketten die uit afgedankte auto's worden gehaald, ingezameld door elke
    Lexus-dealer of erkende reparateur. Voer het batterijpakket niet zelf af.
    Als het batterijpakket niet wordt ingeleverd bij een Lexus-dealer of erkende reparateur, kan er het volgende mee gebeuren, wat kan resulteren in ernstig letsel:
    ● Het batterijpakket kan illegaal worden verkocht of ergens worden gedumpt en
    iemand kan een onderdeel aanraken dat onder hoogspanning staat en een elektrische schok krijgen.
    ● Het batterijpakket is bedoeld om uitsluitend te worden gebruikt in uw hybrideauto. Als het batterijpakket buiten uw auto wordt gebruikt of op een of andere
    manier wordt aangepast, kunnen er ongelukken mee gebeuren: iemand kan een
    elektrische schok krijgen, het batterijpakket kan hitte en rook genereren, er kan
    zich een ontploffing voordoen en er kan elektrolyt uit het batterijpakket lekken.
    Vooral na de verkoop of overdracht van uw auto is de kans op een ongeval groot,
    omdat de nieuwe eigenaar zich mogelijk niet bewust is van deze gevaren.

    22

    RX 450h_EE



  • Page 24

    WAARSCHUWING
    ■ Afvoeren van het batterijpakket (tractiebatterij)

    Als uw auto wordt afgevoerd zonder dat het batterijpakket is verwijderd, bestaat de
    kans op zware elektrische schokken als hoogspanningsonderdelen, kabels en aansluitingen hiervan aangeraakt worden. Neem contact op met uw Lexus-dealer of
    erkende reparateur om het batterijpakket te laten verwijderen en af te voeren als
    uw auto gesloopt moet worden. Als het batterijpakket niet op de juiste manier
    wordt afgevoerd, kan dit elektrische schokken veroorzaken, waardoor ernstig letsel
    kan ontstaan.

    Uw auto is uitgerust met batterijen en/of accu's. Zorg ervoor dat deze gescheiden
    worden ingezameld en op een milieuvriendelijke manier worden afgevoerd (richtlijn
    2006/66/EG).

    23

    RX 450h_EE



  • Page 25

    Symbolen die in dit handboek gebruikt worden
    Waarschuwingen en opmerkingen
    WAARSCHUWING
    Dit is een waarschuwing tegen iets wat mensen letsel kan toebrengen. U wordt geïnformeerd over wat u moet doen of niet moet doen, om het risico voor uzelf en voor
    anderen te verminderen.

    OPMERKING
    Dit is een waarschuwing tegen iets wat schade aan de auto of uitrusting ervan kan
    veroorzaken. U wordt geïnformeerd over wat u moet doen of niet moet doen om
    schade aan uw Lexus en de uitrusting ervan te vermijden of het risico te verminderen.

    Symbolen die in de afbeeldingen worden gebruikt
    Waarschuwingssymbool
    Het symbool van een cirkel met een schuine streep erdoor betekent dat er iets niet mag worden gedaan of mag gebeuren.
    Pijlen die handelingen aangeven
    Geeft de handeling aan voor het bedienen
    van schakelaars en dergelijke (drukken,
    draaien, enz.).
    Geeft het resultaat van een handeling aan
    (er wordt bijvoorbeeld een klep geopend).

    24

    RX 450h_EE



  • Page 26

    Voordat u gaat rijden

    1-1. Hybridesysteem
    Hybridesysteem........................ 26
    Voorzorgsmaatregelen
    hybridesysteem...................... 30
    Energiemonitor/verbruiksscherm ...................................... 35
    Rijden met een hybrideauto.. 40

    1
    Binnenspiegel met
    antiverblindingsstand......... 108
    Buitenspiegels........................... 110
    1-5. Openen en sluiten van de
    ruiten en het schuifdak
    Elektrisch bedienbare ruiten 113
    Schuifdak.................................... 116

    1-2. Informatie over sleutels
    Sleutels ........................................ 42
    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
    Smart entry-systeem met
    startknop ................................... 47

    Elektrisch bedienbaar
    zonnescherm......................... 120
    1-6. Tanken
    Openen van de tankdop ....... 122
    1-7. Antidiefstalsysteem

    Afstandsbediening................... 70

    Startblokkering ....................... 126

    Portieren ..................................... 73

    Supervergrendeling............... 132

    Achterklep .................................. 77

    Alarm.......................................... 133

    1-4. Verstelbare onderdelen
    (stoelen, spiegels,
    stuurwiel)

    1-8. Veiligheidsinformatie
    De juiste houding achter
    het stuur .................................. 140

    Voorstoelen................................ 88

    SRS-airbags.............................. 142

    Achterstoelen ............................ 91

    Baby- en kinderzitjes.............. 153

    Ergonomisch geheugen ......... 95

    Plaatsen van veiligheidssystemen voor kinderen ..... 163

    Hoofdsteunen............................ 99
    Veiligheidsgordels................... 101
    Stuurwiel................................... 106

    Handmatig in-/uitschakelsysteem airbag ...................... 173
    25

    RX 450h_EE



  • Page 27

    1-1. Hybridesysteem

    Hybridesysteem
    Uw auto is een hybridevoertuig. De eigenschappen van uw auto zijn
    anders dan die van conventionele auto's. Zorg ervoor dat u de eigenschappen van uw auto goed leert kennen en gebruik de functies voorzichtig.
    Bij het hybridesysteem werken een benzinemotor en een elektromotor
    (tractiemotor) samen, afhankelijk van de rijomstandigheden, om het
    brandstofverbruik en de uitstoot van uitlaatgassen te verminderen.

    Benzinemotor
    Elektromotor achter (tractiemotor)*
    Elektromotor voor (tractiemotor)
    *: Alleen auto's met vierwielaandrijving

    26

    RX 450h_EE



  • Page 28

    1-1. Hybridesysteem

    ■ Bij stilstand/tijdens wegrijden
    De benzinemotor wordt uitgeschakeld als de auto tot stilstand komt.
    Bij het wegrijden wordt de auto aangedreven door de elektromotor
    (tractiemotor). Bij lage snelheden, of bij het afrijden van een flauwe
    helling, wordt de benzinemotor uitgeschakeld en de elektromotor
    gebruikt.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Tijdens normaal rijden
    De auto wordt voornamelijk aangedreven door de benzinemotor.
    De elektromotor (tractiemotor) laadt indien nodig het batterijpakket op.
    ■ Tijdens sterk accelereren
    De energie van het batterijpakket (tractiebatterij) wordt toegevoegd aan de energie die de benzinemotor levert via de elektromotor (tractiemotor).
    ■ Tijdens het remmen (regeneratief remmen)
    De elektromotor (tractiemotor) laadt het batterijpakket (tractiebatterij) op.

    ■ Regeneratief remmen

    In de volgende situaties wordt kinetische energie omgezet in elektrische energie en
    wordt er een afremmingskracht gegenereerd terwijl tegelijkertijd het batterijpakket
    (tractiebatterij) wordt opgeladen.
    ● Het gaspedaal is losgelaten.
    ● Het rempedaal is ingetrapt als de selectiehendel in stand D of S staat.

    27

    RX 450h_EE



  • Page 29

    1-1. Hybridesysteem

    ■ Omstandigheden waarin de benzinemotor mogelijk niet wordt uitgeschakeld

    De benzinemotor wordt automatisch gestart en uitgeschakeld. De benzinemotor
    stopt echter mogelijk niet automatisch onder de volgende omstandigheden:
    ● Tijdens de opwarmfase van de benzinemotor
    ● Tijdens het opladen van het batterijpakket (tractiebatterij)
    ● Als de temperatuur van het batterijpakket (tractiebatterij) hoog of laag is
    ● Als de verwarming is ingeschakeld
    ■ Opladen van het batterijpakket (tractiebatterij)
    ● Omdat het batterijpakket (tractiebatterij) indien nodig door de benzinemotor

    wordt opgeladen, hoeft deze niet door een externe bron te worden opgeladen.
    Als de auto echter gedurende lange tijd wordt geparkeerd, loopt het batterijpakket langzaam leeg. Daarom moet u ervoor zorgen dat er elke paar maanden gedurende minimaal 30 minuten met de auto gereden wordt. Als het
    batterijpakket helemaal leeg is en u de auto niet met een hulpstartprocedure
    met de 12V-accu kunt starten, neemt u contact op met een Lexus-dealer of
    erkende reparateur.
    ● Als de selectiehendel in stand N staat, wordt het batterijpakket (tractiebatterij)

    niet opgeladen. Zet de selectiehendel altijd in stand P als de auto wordt stilgezet. Laat bij het rijden in druk verkeer de selectiehendel in stand D of S staan om
    te snel ontladen van het batterijpakket te voorkomen.
    ■ Als de 12V-accu leeg is, vervangen is of verwijderd is geweest

    De benzinemotor stopt mogelijk niet, ook niet als de auto op het batterijpakket
    (tractiebatterij) rijdt. Als dit verschijnsel enkele dagen duurt, moet u uw auto laten
    nakijken door een Lexus-dealer of erkende reparateur.

    28

    RX 450h_EE



  • Page 30

    1-1. Hybridesysteem

    ■ Geluiden en trillingen die bij een hybrideauto voorkomen

    Mogelijk zijn er geen motorgeluiden hoorbaar of trillingen voelbaar terwijl de auto
    wel kan rijden. Zet de selectiehendel altijd in stand P als de auto geparkeerd wordt.
    De volgende geluiden of trillingen kunnen hoorbaar of voelbaar zijn als het hybridesysteem in werking is en deze duiden niet op een defect:

    1

    ● Er kunnen motorgeluiden hoorbaar zijn uit het motorcompartiment.

    Voordat u gaat rijden

    ● Bij het inschakelen of uitschakelen van het hybridesysteem kan er geluid hoor-

    baar zijn dat afkomstig is van het batterijpakket (tractiebatterij) onder de achterstoel.
    ● Als de achterklep open is, kunnen er geluiden van het hybridesysteem hoor-

    baar zijn.
    ● Als de motor wordt in- of uitgeschakeld of stationair draait, kunt u geluid van de

    hybridetransmissie horen.
    ● Bij sterk accelereren kunnen er motorgeluiden hoorbaar zijn.
    ● Als het rempedaal wordt ingetrapt en het gaspedaal wordt losgelaten, kunnen

    er geluiden hoorbaar zijn die worden veroorzaakt door het regeneratief remmen.
    ● Als de benzinemotor start of stopt, kunnen trillingen voelbaar zijn.
    ● U kunt via de luchtinlaten onder de achterstoel geluid horen dat afkomstig is

    van de koelventilator.
    ■ Onderhoud, reparatie, recycling en afvoer

    Neem contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur voor meer informatie over onderhoud, reparatie, recycling of verwijdering. Voer de auto niet zelf af.

    29

    RX 450h_EE



  • Page 31

    1-1. Hybridesysteem

    Voorzorgsmaatregelen hybridesysteem
    Wees voorzichtig met het hybridesysteem, aangezien dit een hoogspanningssysteem (maximaal ongeveer 650 V) bevat, evenals onderdelen die
    extreem heet worden als het hybridesysteem in werking is. Volg de aanwijzingen op de waarschuwingslabels op.

    Aircocompressor
    Hoogspanningskabels (oranje)
    Vermogensregeleenheid met
    DC/DC-converter
    Batterijpakket (tractiebatterij)
    *: Alleen auto's met vierwielaandrijving

    30

    RX 450h_EE

    Elektromotor achter
    (tractiemotor)*
    Servicestekker
    Elektromotor voor
    (tractiemotor)
    Waarschuwingslabel



  • Page 32

    1-1. Hybridesysteem

    Ventilatieopeningen batterijpakket
    Voor het koelen van het batterijpakket (tractiebatterij) zijn er
    onder de achterstoel ventilatieopeningen aanwezig. Als deze
    openingen geblokkeerd worden,
    kan het batterijpakket oververhit
    raken, waardoor het vermogen dat
    het batterijpakket kan leveren,
    gereduceerd wordt.

    1

    Voordat u gaat rijden

    Uitschakelsysteem voor noodgevallen
    Het uitschakelsysteem voor noodgevallen zorgt ervoor dat het hoogspanningssysteem en de brandstofpomp worden uitgeschakeld als de
    botsingssensor een aanrijding met een kracht boven een bepaalde drempelwaarde heeft gesignaleerd, om de kans op kortsluiting en brandstoflekkage tot een minimum te beperken. Als het uitschakelsysteem voor
    noodgevallen in werking is getreden, kunt u uw auto niet meer starten.
    Neem, om het hybridesysteem weer te kunnen starten, contact op met
    een officiële Lexus-dealer.
    Waarschuwingsmelding hybridesysteem
    Als er een storing in het hybridesysteem optreedt, of als het systeem
    onjuist wordt bediend, wordt automatisch een melding weergegeven.
    Lees de melding die wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay en volg de aanwijzingen.
    (→Blz. 561)

    31

    RX 450h_EE



  • Page 33

    1-1. Hybridesysteem

    ■ Als een waarschuwingslampje gaat branden, of een waarschuwingsmelding

    wordt weergegeven, of de kabels van de 12V-accu worden losgenomen
    Mogelijk start het hybridesysteem niet. Probeer in dat geval het systeem opnieuw
    te starten. Gaat het controlelampje READY niet branden, neem dan contact op
    met een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ■ Elektromagnetische golven
    ● De hoogspanningsonderdelen en -kabels van hybrideauto's zijn voorzien van

    een afscherming voor elektromagnetische golven, en zenden ongeveer net
    zoveel elektromagnetische golven uit als conventionele auto's met een benzinemotor of elektronische huishoudapparatuur.
    ● Uw auto kan storingen veroorzaken in niet-originele audio-onderdelen.
    ■ Als de brandstof opraakt

    Als de brandstof op is en het hybridesysteem niet kan worden gestart, vult u de tank
    met ten minste de hoeveelheid brandstof die nodig is om het waarschuwingslampje
    laag brandstofniveau (→Blz. 556) uit te laten gaan. Als er slechts een kleine hoeveelheid brandstof in de tank zit, kan het hybridesysteem mogelijk niet worden
    gestart. (De minimale hoeveelheid brandstof die moet worden bijgetankt om het
    waarschuwingslampje laag brandstofniveau te doven is ongeveer 10,1 liter, als de
    auto op een vlakke ondergrond staat. Deze waarde kan afwijken als de auto op een
    helling staat.)
    ■ Batterijpakket (tractiebatterij)

    De levensduur van het batterijpakket (tractiebatterij) is beperkt. De levensduur van
    het batterijpakket (tractiebatterij) kan veranderen afhankelijk van de rijstijl en de
    rijomstandigheden.
    ■ Declaration of conformity

    De uitstoot van waterstof van dit model voldoet aan reglement ECE100 (voor de
    veiligheid van elektrisch aangedreven auto's met batterijen).

    32

    RX 450h_EE



  • Page 34

    1-1. Hybridesysteem

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen hoogspanning en hoge temperaturen

    De auto heeft zowel hoogspanningssystemen (wissel- en gelijkspanning) als een
    12V-systeem. Beide hoogspanningssystemen (wissel- en gelijkspanning) zijn zeer
    gevaarlijk en kunnen zeer ernstig letsel, ernstige brandwonden en elektrische
    schokken veroorzaken.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Verwijder of vervang hoogspanningscomponenten, hoogspanningskabels en de

    stekkers ervan nooit, raak ze niet aan en neem ze niet uit elkaar.
    ● Het hybridesysteem wordt na het starten heet, aangezien het systeem gebruik-

    maakt van hoogspanning. Wees alert op zowel hoogspanning als hoge temperaturen en volg altijd de aanwijzingen op waarschuwingslabels op.
    ● Open nooit de klep onder de achterstoel

    waarachter zich de servicestekker bevindt.
    De servicestekker, waar hoogspanning op
    staat, wordt alleen gebruikt bij onderhoud
    aan de auto.

    ■ Waarschuwingen voor het geval de auto bij een ongeluk betrokken raakt

    Neem de volgende voorschriften in acht om de kans op letsel te beperken:
    ● Duw of sleep uw auto indien mogelijk van de weg, zet de selectiehendel in stand

    P, activeer de parkeerrem en schakel het hybridesysteem uit.
    ● Raak de onderdelen, kabels en stekkers waar hoogspanning op staat, niet aan.
    ● Als binnen of buiten de auto elektrische bedrading blootligt, kan er een elektri-

    sche schok optreden. Raak blootliggende elektrische bedrading nooit aan.
    ● Raak gelekte vloeistof nooit aan, aangezien het hierbij om sterk alkalische elek-

    trolyt uit het batterijpakket (tractiebatterij) kan gaan. Was vloeistof die op uw huid
    of in uw ogen terecht is gekomen direct af met veel water of, indien mogelijk, met
    boorwater. Schakel onmiddellijk medische hulp in.
    ● Stap zo snel mogelijk uit als er brand uitbreekt in de hybrideauto. Gebruik nooit

    een brandblusser die niet is bedoeld voor het blussen van brand als gevolg van
    een elektrische storing. Zelfs het gebruik van een geringe hoeveelheid water om
    te blussen kan al gevaarlijk zijn.

    33

    RX 450h_EE



  • Page 35

    1-1. Hybridesysteem

    WAARSCHUWING
    ● Als uw auto gesleept moet worden, dient dit te gebeuren met beide voorwielen

    (auto's met tweewielaandrijving) of alle wielen (auto's met vierwielaandrijving)
    van de grond. Als de wielen die gekoppeld zijn aan de elektromotor (tractiemotor), tijdens het slepen de grond raken, kan de elektromotor elektriciteit blijven
    opwekken. Hierdoor kan elektriciteit weglekken en brand ontstaan. (→Blz.
    545)
    ● Controleer het wegdek/de bodem onder de auto zorgvuldig. Als er vloeistoflek-

    kage waarneembaar is, kan het brandstofsysteem beschadigd zijn. Verlaat uw
    auto zo spoedig mogelijk.
    ■ Nikkel-metaalhydride batterij

    Uw auto is uitgerust met een gesloten nikkel-metaalhydride batterij. Als deze op
    een onjuiste manier wordt afgevoerd, kan er schade voor het milieu ontstaan en
    bestaat er kans op ernstige brandwonden, elektrische schokken en ernstig letsel.
    ■ Uitschakelsysteem voor noodgevallen

    Controleer zorgvuldig of er hoogspanningsonderdelen en -kabels bloot liggen.
    Raak deze onderdelen of kabels nooit aan. (→Blz. 30)

    OPMERKING
    ■ Ventilatieopeningen batterijpakket
    ● Dek de ventilatieopeningen niet af. Het batterijpakket (tractiebatterij) kan over-

    verhit raken of vermogen verliezen en beschadigd raken.
    ● Reinig de ventilatieopeningen regelmatig om oververhitting van het batterijpak-

    ket (tractiebatterij) te voorkomen.
    ● Laat de ventilatieopeningen niet nat of vuil worden, want dit kan kortsluiting ver-

    oorzaken en het batterijpakket (tractiebatterij) beschadigen.
    ● Vervoer geen grote hoeveelheden water, zoals een gevuld aquarium, in de auto.

    Als er water op het batterijpakket (tractiebatterij) komt, kan het batterijpakket
    beschadigd raken. Laat de auto controleren door een Lexus-dealer of erkende
    reparateur.

    34

    RX 450h_EE



  • Page 36

    1-1. Hybridesysteem

    Energiemonitor/verbruiksscherm
    U kunt de status van het hybridesysteem zien op het multi-informatiedisplay en op het scherm van het navigatiesysteem.

    Scherm
    navigatiesysteem
    (indien aanwezig)
    Multi-informatiedisplay

    1

    Voordat u gaat rijden

    Remote Touch* (indien aanwezig)
    Toets MENU
    Remote Touch-knop
    *: Raadpleeg de handleiding
    voor het navigatiesysteem
    voor meer informatie over de
    werking van de Remote
    Touch.

    Energiemonitor
    Scherm navigatiesysteem (indien aanwezig)
    STAP 1

    Druk op de toets MENU op de
    Remote Touch.

    35

    RX 450h_EE



  • Page 37

    1-1. Hybridesysteem

    Select Auto.
    Als het scherm “Reisinformatie” of
    “Vorige data” verschijnt, selecteer
    dan “Energie”.

    STAP 2

    Multi-informatiedisplay
    Druk meerdere keren op de toets
    “∧” of “∨” op het stuurwiel tot de
    energiemonitor wordt weergegeven.

    Scherm navigatiesysteem
    Wanneer de
    auto wordt aangedreven door
    de elektromotor
    (tractiemotor)
    Wanneer de
    auto wordt aangedreven door
    de benzinemotor en de elektromotor
    (tractiemotor)

    36

    RX 450h_EE

    Multi-informatiedisplay



  • Page 38

    1-1. Hybridesysteem

    Scherm navigatiesysteem

    Multi-informatiedisplay

    Wanneer de
    auto wordt aangedreven door
    de
    benzinemotor

    1

    Voordat u gaat rijden

    Wanneer het
    batterijpakket
    (tractiebatterij)
    wordt opgeladen

    Wanneer er
    geen energieoverdracht
    plaatsvindt
    Status
    batterijpakket
    (tractiebatterij)

    Bijna
    leeg

    Vol

    Bijna
    leeg

    Vol

    De volgende afbeeldingen zijn slechts voorbeelden en kunnen afwijken van de
    werkelijke situaties.

    37

    RX 450h_EE



  • Page 39

    1-1. Hybridesysteem

    Verbruik (auto's met een navigatiesysteem)
    ■ Ritinformatie
    Druk op de Remote Touch op de toets MENU en selecteer “Auto”.
    Als het scherm “Reisinformatie” niet verschijnt, selecteer dan “Brandstofverbruik” op het scherm “Energiemonitor” of “Reisinformatie” op het scherm
    “Vorige data”.

    Ritgegevens resetten
    Gemiddelde rijsnelheid
    Verstreken tijd
    Actieradius (rijbereik)
    Brandstofverbruik per minuut,
    over de afgelopen periode
    Actueel brandstofverbruik
    Scherm “Vorige data” weergeven
    Scherm
    “Energiemonitor”
    weergeven
    Teruggewonnen energie
    : Eén symbool staat voor 50
    Wh.
    De afbeelding is slechts een voorbeeld en kan afwijken van de werkelijke situatie.

    38

    RX 450h_EE



  • Page 40

    1-1. Hybridesysteem

    ■ Eerdere gegevens
    Druk op de Remote Touch op de toets MENU en selecteer “Auto”.
    Als het scherm “Vorige data” niet verschijnt, selecteer dan “Brandstofverbruik” op het scherm “Energiemonitor” of “Vorige data” op het scherm “Reisinformatie”.

    1

    Voordat u gaat rijden

    Vorige data bijwerken
    Vorige data resetten
    Laagste brandstofverbruik in
    het verleden
    Gemiddeld brandstofverbruik
    Het weergegeven gemiddelde
    brandstofverbruik is een globale
    waarde.

    Vorig opgeslagen brandstofverbruik
    Actueel brandstofverbruik
    Scherm “Reisinformatie” weergeven
    Scherm
    “Energiemonitor”
    weergeven
    De afbeelding is slechts een voorbeeld en kan afwijken van de werkelijke situatie.
    ■ Vorige data bijwerken

    Door “Updaten” te selecteren op het scherm “Vorige data” worden alle vorige
    metingen geactualiseerd.
    Ook het gemiddelde brandstofverbruik dat op het multi-informatiedisplay wordt
    weergegeven, wordt gelijktijdig gereset.

    39

    RX 450h_EE



  • Page 41

    1-1. Hybridesysteem

    Rijden met een hybrideauto
    Besteed aandacht aan de volgende punten om zuinig en milieuvriendelijk
    te rijden:

    ■ Gebruik van de hybridesysteemindicator
    Milieubewuster rijden is mogelijk door de hybridesysteemindicator binnen de Eco-zone te houden.

    ■ Tijdens het remmen
    Rem tijdig en rustig. Er kan meer elektrische energie bewaard blijven tijdens het decelereren.

    ■ Files
    Herhaaldelijk accelereren en decelereren en ook langdurig wachten bij
    verkeerslichten veroorzaakt een hoog verbruik. Controleer de verkeersberichten en vermijd files zo veel mogelijk. Laat als u in een file komt te
    staan het rempedaal rustig los zodat de auto zachtjes vooruitrijdt en vermijd overmatig gebruik van het gaspedaal. Dit helpt het benzineverbruik
    te beperken.

    ■ Rijden op de snelweg
    Denk om uw snelheid en rijd met een constante snelheid. Neem als u
    ergens moet stoppen de tijd voor het loslaten van het gaspedaal en trap
    rustig het rempedaal in. Er kan meer elektrische energie bewaard blijven
    tijdens het decelereren.

    ■ Airconditioning
    Maak alleen gebruik van de airconditioning als dat nodig is. Dit helpt het
    benzineverbruik te beperken.
    In de zomer: Gebruik bij hoge temperaturen de stand recirculatie. Dit
    beperkt de belasting van de airconditioning en vermindert ook het brandstofverbruik.
    In de winter: De benzinemotor wordt pas automatisch uitgeschakeld als
    de benzinemotor en het interieur warm zijn en verbruikt dus brandstof.
    Het brandstofverbruik kan worden verminderd door overmatig gebruik
    van de verwarming te vermijden.

    40

    RX 450h_EE



  • Page 42

    1-1. Hybridesysteem

    ■ Controleren van bandenspanning
    Controleer de bandenspanning regelmatig.
    Een onjuiste bandenspanning kan leiden tot een hoog brandstofverbruik.
    Winterbanden kunnen veel wrijving veroorzaken en kunnen als ze worden
    gebruikt op droge wegen dus ook een hoger verbruik veroorzaken.
    Gebruik banden die geschikt zijn voor het seizoen.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Bagage
    Zware bagage kan leiden tot een hoger brandstofverbruik. Neem geen
    onnodige bagage mee. Een groot imperiaal kan ook leiden tot een hoger
    brandstofverbruik.

    ■ Opwarmen voor het rijden
    Opwarmen van de motor is niet nodig, omdat de benzinemotor als hij
    koud is automatisch start en weer wordt uitgeschakeld. Als vaak korte
    afstanden worden gereden, warmt de motor herhaaldelijk op en ook dat
    leidt tot een hoger brandstofverbruik.

    41

    RX 450h_EE



  • Page 43

    1-2. Informatie over sleutels

    Sleutels
    Bij de auto worden de volgende sleutels geleverd.

    Elektronische sleutels
    • Bedienen van het Smart
    entry-systeem met startknop
    (→Blz. 47)
    • Gebruik van de afstandsbediening (→Blz. 70)

    Mechanische sleutels
    Plaatje met sleutelnummer
    Sleutelkaart (elektronische
    sleutel) (indien aanwezig)
    Bedienen van het Smart entrysysteem met startknop
    (→Blz. 47)

    42

    RX 450h_EE



  • Page 44

    1-2. Informatie over sleutels

    Gebruik van de mechanische sleutel
    De mechanische sleutel uit de
    houder nemen:
    1

    Voordat u gaat rijden

    Elektronische sleutels: Verschuif
    het hendeltje en neem de sleutel
    uit de houder.
    Sleutelkaart: Druk het ontgrendelknopje in en neem de sleutel uit de
    houder.
    Als u de sleutel niet in de slotcilinder kunt steken, draait u de sleutel
    om en probeert u het opnieuw.
    Mechanische sleutels met aan één
    zijde groeven kunnen maar in één
    richting ingestoken worden.
    Bewaar de mechanische sleutel na
    gebruik in de elektronische sleutel.
    Zorg dat u de mechanische sleutel
    en de elektronische sleutel bij u
    hebt. Als de elektronische sleutel
    niet goed werkt of de batterij ervan
    leeg is, bent u op de mechanische
    sleutel aangewezen. (→Blz. 598)

    43

    RX 450h_EE



  • Page 45

    1-2. Informatie over sleutels

    ■ Sleutelkaart (indien aanwezig)
    ● De mechanische sleutel die zich in de sleutelkaart bevindt, mag uitsluitend in

    noodgevallen worden gebruikt, bijvoorbeeld wanneer de elektronische sleutel
    niet goed werkt.
    ● Druk het vergrendelknopje met een ballpoint of iets dergelijks naar beneden

    wanneer u de mechanische sleutel moeilijk kunt verwijderen. Gebruik indien
    nodig een muntstuk of iets dergelijks.
    ● Om de mechanische sleutel te bewa-

    ren, schuift u hem in de sleutelkaart terwijl u de ontgrendelknop indrukt.

    ● Als de batterij uit de sleutelkaart is

    gevallen doordat het afdekkapje niet is
    geplaatst, of de batterij is verwijderd
    nadat de sleutelkaart nat is geworden,
    plaats de batterij dan terug met de
    positieve zijde (+) naar het Lexusembleem.
    ● De sleutelkaart is niet waterdicht.
    ■ Wanneer u de sleutel van de auto moet achterlaten bij een parkeermedewerker

    Vergrendel indien nodig het dashboardkastje. (→Blz. 426)
    Houd de mechanische sleutel voor eigen gebruik en geef alleen de elektronische
    sleutel aan de medewerker.
    ■ Plaatje met sleutelnummer

    Bewaar het plaatje met het sleutelnummer op een veilige plaats buiten de auto. Als
    u een mechanische sleutel verliest, kunt u een nieuwe laten maken door een officiele Lexus-dealer of erkende reparateur met behulp van het plaatje met het sleutelnummer. (→Blz. 597)

    44

    RX 450h_EE



  • Page 46

    1-2. Informatie over sleutels

    ■ Aan boord van een vliegtuig

    Zorg ervoor dat u aan boord van een vliegtuig niet op de toetsen van de elektronische sleutel drukt. Zorg ervoor dat de toetsen niet per ongeluk ingedrukt kunnen
    worden als u de elektronische sleutel in bijvoorbeeld een tas hebt opgeborgen. Bij
    het indrukken van de toetsen kan de elektronische sleutel radiogolven uitzenden
    die de bediening van het vliegtuig kunnen beïnvloeden.

    1

    Voordat u gaat rijden

    OPMERKING
    ■ Beschadiging van de sleutel voorkomen

    Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen:
    ● Laat de sleutels niet vallen, stel ze niet bloot aan sterke schokken en buig ze niet.
    ● Stel de sleutels niet langdurig bloot aan hoge temperaturen.
    ● Voorkom dat de sleutels nat worden en reinig ze niet in een ultrasoon reinigings-

    bad of iets dergelijks.
    ● Bevestig geen metaalhoudende of magnetische voorwerpen aan de sleutels en

    houd de sleutels uit de buurt van dergelijke voorwerpen.
    ● Neem de sleutels niet uit elkaar.
    ● Plak geen stickers o.i.d. op het oppervlak van de elektronische sleutel.
    ● Houd de sleutels uit de buurt van apparaten die magnetische velden opwekken

    (bijvoorbeeld televisietoestellen, audiosystemen, inductiekookplaten en medische apparatuur, zoals laagfrequente therapeutische uitrusting).
    ■ De elektronische sleutel bij u dragen

    Houd de elektronische sleutel altijd ten minste 10 cm uit de buurt van ingeschakelde elektrische apparaten. Radiogolven die worden uitgezonden door elektrische apparaten die zich minder dan 10 cm van de elektronische sleutel vandaan
    bevinden, kunnen de correcte werking van de sleutel hinderen.
    ■ In geval van storingen in het Smart entry-systeem met startknop of andere pro-

    blemen met de sleutel
    Breng uw auto met alle geleverde sleutels, inclusief de sleutelkaart, naar een Lexusdealer of erkende reparateur.

    45

    RX 450h_EE



  • Page 47

    1-2. Informatie over sleutels

    OPMERKING
    ■ Als u een autosleutel verliest

    Hoe langer de sleutel zoek blijft, hoe groter het risico dat de auto wordt gestolen.
    Ga direct met alle resterende elektronische sleutels en de sleutelkaart naar een
    Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij het omgaan met de sleutelkaart
    ● Oefen geen overmatige kracht uit bij het terugplaatsen van de mechanische

    sleutel in de sleutelkaart. Anders kan de sleutelkaart beschadigd raken.
    ● Als de batterij of de sleutelkaart nat wordt, kan de batterij gaan corroderen en de

    sleutelkaart defect raken.
    Als de sleutelkaart in het water is gevallen of als vloeistof op de sleutel is gemorst,
    verwijder dan zo snel mogelijk het afdekkapje van de batterij en droog de batterij
    en de contactpunten af. (Pak het batterij-afdekkapje voorzichtig vast en trek het
    omhoog om het te verwijderen.) Laat een gecorrodeerde batterij vervangen
    door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ● Druk het afdekkapje niet in en gebruik geen schroevendraaier om het te verwij-

    deren. Wanneer het afdekkapje geforceerd wordt verwijderd, kan de sleutel verbuigen of beschadigd raken.
    ● Als het afdekkapje van de batterij vaak wordt verwijderd, kan het los gaan zitten.
    ● Zorg ervoor dat de batterij in de juiste richting geplaatst wordt.

    Als de batterij verkeerd om geplaatst wordt, kan deze snel ontladen raken.
    ● In de volgende gevallen kan het oppervlak van de sleutelkaart beschadigd raken

    of de coating loslaten:
    • De sleutelkaart wordt in de nabijheid van harde voorwerpen gehouden, zoals
    muntstukken of sleutels.
    • De sleutelkaart wordt bekrast door een scherp voorwerp, zoals de punt van
    een vulpotlood.
    • Het oppervlak van de sleutelkaart wordt gereinigd met thinner of wasbenzine.

    46

    RX 450h_EE



  • Page 48

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Smart entry-systeem met startknop
    De volgende handelingen kunnen worden uitgevoerd als u de elektronische sleutel (inclusief sleutelkaart) bij u hebt, bijvoorbeeld in uw zak.
    (De bestuurder moet de elektronische sleutel altijd bij zich hebben.)
    1

    Elektronische

    Voordat u gaat rijden

    Elektronische
    Elektronische

    Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren (→Blz. 48)
    Vergrendelen en ontgrendelen van de achterklep (→Blz. 49)
    Inschakelen van het hybridesysteem (→Blz. 188)

    47

    RX 450h_EE



  • Page 49

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Ontgrendelen en vergrendelen van de portieren (alleen handgrepen
    voorportieren)
    Pak de portiergreep vast om de
    portieren te ontgrendelen.
    Zorg ervoor dat u de sensor aan
    de achterzijde van de portiergreep
    aanraakt.
    De portieren en de achterklep
    kunnen gedurende 3 seconden na
    het vergrendelen niet worden ontgrendeld.

    Raak de vergrendelsensor (de
    inkeping aan de bovenzijde van de
    portiergreep) aan om de portieren
    te vergrendelen.

    48

    RX 450h_EE



  • Page 50

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Ontgrendelen en vergrendelen van de achterklep
    Druk op de toets om de achterklep te ontgrendelen.
    1

    Voordat u gaat rijden

    De portieren kunnen gedurende 3
    seconden na het vergrendelen niet
    worden ontgrendeld.

    Druk op de toets om de achterklep te vergrendelen.

    49

    RX 450h_EE



  • Page 51

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Plaats en bereik van de antennes
    ■ Plaats van antenne
    Antennes buiten het interieur
    Antenne aan de binnenzijde
    Antenne in de bagageruimte
    Antenne buiten de bagageruimte

    50

    RX 450h_EE



  • Page 52

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Bereik (gebieden waarbinnen de elektronische sleutel wordt gedetecteerd)
    Bij het vergrendelen of ontgrendelen van de portieren
    1

    Voordat u gaat rijden

    Het systeem werkt als de
    elektronische sleutel zich binnen 0,7 m van een buitenportiergreep bevindt. (Alleen de
    portieren die de sleutel detecteren,
    kunnen
    worden
    geopend of gesloten.)

    Starten van het hybridesysteem of veranderen van de
    standen van het contact
    Het systeem werkt als de
    elektronische sleutel zich in
    de auto bevindt.
    ■ Bedieningssignalen

    De alarmknipperlichten knipperen om aan te geven dat de portieren zijn vergrendeld/ontgrendeld. (Vergrendeld: eenmaal; ontgrendeld: tweemaal)
    ■ Wanneer het portier niet kan worden vergrendeld met de vergrendelsensor aan

    de bovenzijde van de portiergreep
    Raak de vergrendelsensoren in het bovenste
    en het onderste gedeelte van de portiergreep tegelijkertijd aan.

    51

    RX 450h_EE



  • Page 53

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Alarmsignalen en waarschuwingen

    Een combinatie van binnen- en buitenalarm en waarschuwingsmeldingen op het
    multi-informatiedisplay zorgen ervoor dat diefstal van de auto en ongelukken door
    een onjuiste bediening worden voorkomen. Neem de juiste maatregelen als reactie
    op de waarschuwingsmeldingen op het multi-informatiedisplay. (→Blz. 561)
    In onderstaande tabel worden de omstandigheden en de correctieprocedures
    beschreven in de gevallen waarin alleen het alarm klinkt.

    Alarm

    Situatie

    Correctieprocedure

    Buiten de auto
    hoorbaar alarm
    klinkt 1 keer gedurende 5 seconden.

    Er werd geprobeerd de auto
    te vergrendelen terwijl er
    nog een portier geopend
    was.

    Sluit alle portieren en
    vergrendel ze opnieuw.

    Het contact werd in stand
    ACC gezet terwijl het
    bestuurdersportier geopend Sluit het bestuurderswas. (Het bestuurdersportier portier.
    Het alarm in de
    auto klinkt herhaal- werd geopend terwijl het
    contact in stand ACC stond.)
    delijk
    Het contact werd UIT gezet
    Sluit het bestuurdersterwijl het bestuurdersportier
    portier.
    geopend was.

    52

    RX 450h_EE



  • Page 54

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Beveiligingsfunctie

    Als er niet binnen 30 seconden na het ontgrendelen van de auto een portier wordt
    geopend, zorgt de beveiligingsfunctie ervoor dat de auto weer automatisch wordt
    vergrendeld.
    ■ Energiebesparende functie

    1

    Voordat u gaat rijden

    Als de auto gedurende langere tijd stilstaat, wordt de energiebesparende functie
    geactiveerd om te voorkomen dat de 12V-accu van de auto en de batterij van de
    elektronische sleutel ontladen raken.
    ● Onder de volgende omstandigheden duurt het ontgrendelen van de auto met

    de instapfunctie mogelijk langer dan gebruikelijk:
    • Als de instapfunctie gedurende ten minste 5 dagen niet is gebruikt
    • Als de elektronische sleutel zich gedurende 10 minuten of langer binnen een
    afstand van 2 m van de auto bevindt
    ● Als de instapfunctie gedurende ten minste 14 dagen niet is gebruikt, kan de
    auto niet via een ander portier dan het bestuurdersportier worden ontgrendeld.
    Ontgrendel de auto door de portiergreep van het bestuurdersportier vast te
    pakken of gebruik te maken van de afstandsbediening of de mechanische sleutel.
    Het systeem keert weer terug naar de normale werking als:
    ● De auto wordt vergrendeld met de vergrendelsensor.
    ● De auto wordt vergrendeld/ontgrendeld met behulp van de afstandsbediening.

    (→Blz. 70)
    ● De auto wordt vergrendeld/ontgrendeld met behulp van de mechanische sleu-

    tel. (→Blz. 598)

    53

    RX 450h_EE



  • Page 55

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Omstandigheden die de werking van het systeem kunnen beïnvloeden

    Het Smart entry-systeem met startknop maakt gebruik van zwakke radiogolven. In
    de volgende situaties kunnen storingen optreden in de communicatie tussen de
    elektronische sleutel en de auto, waardoor het Smart entry-systeem met startknop,
    de afstandsbediening en de startblokkering mogelijk niet goed werken:
    (Oplossingen: →Blz. 598)
    ● Wanneer de batterij van de elektronische sleutel ontladen is
    ● In de buurt van een televisiezendmast, elektriciteitscentrale, tankstation, radio-

    zender, videowall, luchthaven of andere locatie waar sterke radiogolven aanwezig zijn
    ● Als u een draagbare radio, mobiele telefoon, draadloze telefoon of een ander

    draadloos communicatiemiddel bij u draagt
    ● Wanneer de elektronische sleutel tegen een van de volgende metalen voor-

    werpen wordt gehouden of erdoor wordt bedekt
    • Kaarten met aluminiumfolie
    • Sigarettenpakjes met aluminiumfolie erin
    • Metalen portemonnees of tassen
    • Muntgeld
    • Metalen handwarmers
    • Media zoals CD's en DVD's
    ● Als er in de directe omgeving meerdere elektronische sleutels aanwezig zijn
    ● Als er in de buurt gebruik wordt gemaakt van een andere sleutel met afstands-

    bediening (die radiosignalen uitzendt)
    ● Als u de elektronische sleutel bij u draagt samen met de volgende apparaten

    die radiogolven uitzenden
    • Als de elektronische sleutel of een afstandsbediening van een andere auto
    die radiogolven uitzendt
    • Computers of pda's
    • Digitale audioapparatuur
    • Draagbare spelcomputers
    ● Als een metalen coating of metalen voorwerpen aan de achterruit worden
    bevestigd

    54

    RX 450h_EE



  • Page 56

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Aanwijzing voor de instapfunctie
    ● Zelfs als de elektronische sleutel zich binnen het detectiegebied bevindt, werkt

    het systeem in de volgende gevallen mogelijk niet juist:
    • De elektronische sleutel bevindt zich te dicht bij de ruit of portiergreep, te
    dicht bij de grond of te hoog als de portieren worden vergrendeld of ontgrendeld.
    • De elektronische sleutel bevindt zich op het dashboard, de bagageafdekking
    of de vloer van de bagageruimte, of in het dashboardkastje.
    ● Laat de elektronische sleutel niet boven op het dashboard of in de buurt van de
    portiervakken liggen wanneer u de auto verlaat. Afhankelijk van de aanwezige
    radiogolven wordt door de antenne mogelijk waargenomen dat de sleutel zich
    buiten de auto bevindt en wordt de auto vergrendeld, waardoor de elektronische sleutel mogelijk in de auto wordt opgesloten.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Zolang de elektronische sleutel zich binnen het detectiegebied bevindt, kunnen

    de portieren door een willekeurige persoon worden vergrendeld en ontgrendeld. De auto kan echter alleen worden ontgrendeld via de portieren die de
    elektronische sleutel signaleren.
    ● De portieren kunnen worden vergrendeld of ontgrendeld als de elektronische

    sleutel zich binnen het werkzame gebied bevindt en er een grote hoeveelheid
    water op de portiergreep terechtkomt, bijvoorbeeld tijdens een zware regenbui
    of in een wasstraat. De portieren zullen na ongeveer 30 seconden automatisch
    weer worden vergrendeld, als er niet een wordt geopend en gesloten.
    ● Als de afstandsbediening wordt gebruikt om de portieren te vergrendelen ter-

    wijl de elektronische sleutel zich in de nabijheid van de auto bevindt, bestaat de
    mogelijkheid dat de portieren niet ontgrendeld worden door de instapfunctie.
    (Gebruik de afstandsbediening om de portieren te ontgrendelen.)
    ■ Aanwijzingen voor het vergrendelen van de portieren
    ● Wanneer u de vergrendelsensor aanraakt terwijl u handschoenen draagt, kan

    de reactie van het systeem trager zijn of worden de portieren mogelijk niet ontgrendeld. Trek de handschoenen uit en raak de vergrendelsensor opnieuw aan.
    ● Als de portiergreep nat wordt terwijl de elektronische sleutel zich binnen het

    werkzame gebied bevindt, kan het portier herhaaldelijk worden vergrendeld en
    ontgrendeld. Leg de sleutel op een afstand van ten minste 2 m van de auto als u
    de auto wast. (Zorg ervoor dat de sleutel niet gestolen wordt.)

    55

    RX 450h_EE



  • Page 57

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ● Als de elektronische sleutel zich in de auto bevindt en een portiergreep wordt

    nat tijdens het wassen van de auto, wordt er mogelijk een melding weergegeven
    op het multi-informatiedisplay en klinkt er een zoemer buiten de auto. Vergrendel alle portieren om het alarm uit te schakelen.
    ● Als de vergrendelsensor in aanraking komt met ijs, sneeuw, modder, enz., werkt

    deze mogelijk niet goed. Reinig de vergrendelsensor en raak hem opnieuw aan
    of gebruik de vergrendelsensor aan de onderzijde van de portiergreep.
    ● Bij het gebruik van de portiergreep kunnen uw nagels over het portier krassen.

    Zorg ervoor dat uw nagels of de lak van het portier niet beschadigd raken.
    ■ Aanwijzingen voor het ontgrendelen
    ● Als u de portiergreep vastpakt terwijl u handschoenen draagt, worden de por-

    tieren mogelijk niet ontgrendeld.
    ● Bij een plotselinge nadering van het detectiegebied of de portiergreep kan het

    voorkomen dat de portieren niet ontgrendeld worden. Laat in dat geval de portiergreep los en controleer of de portieren worden ontgrendeld voordat u
    opnieuw aan de portiergreep trekt.
    ● Als er zich een andere elektronische sleutel binnen het detectiegebied bevindt,

    is de reactietijd voor het ontgrendelen van de portieren nadat een portiergreep
    is vastgepakt, mogelijk langer.
    ■ Als er gedurende langere tijd niet met de auto wordt gereden
    ● Bewaar, om diefstal van de auto te voorkomen, de elektronische sleutel niet bin-

    nen een afstand van 2 m van de auto.
    ● Het Smart entry-systeem met startknop kan vooraf worden uitgeschakeld.

    (→Blz. 633)
    ■ Voor een juiste bediening van het systeem

    Zorg ervoor dat u de elektronische sleutel bij u hebt als u het systeem bedient.
    Houd de elektronische sleutel niet te dicht bij de auto als u het systeem van buitenaf
    bedient.
    Afhankelijk van de positie en de conditie waarin de elektronische sleutel wordt
    bewaard, wordt de sleutel mogelijk niet door het systeem gesignaleerd, waardoor
    het systeem wellicht niet juist functioneert. (Het alarm kan per ongeluk afgaan of de
    functie die voorkomt dat de portieren per ongeluk worden vergrendeld, werkt wellicht niet.)

    56

    RX 450h_EE



  • Page 58

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Als het Smart entry-systeem met startknop niet goed werkt
    ● Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren: gebruik de mechanische sleu-

    tel. (→Blz. 598)
    ● Starten van het hybridesysteem: →Blz. 599
    ■ Levensduur batterij elektronische sleutel

    1

    ● De standaard levensduur van de batterij is 1 - 2 jaar. (De batterij in de sleutel-

    Voordat u gaat rijden

    kaart heeft een levensduur van ongeveer anderhalf jaar.)
    ● Als de batterij bijna leeg is, klinkt een waarschuwingssignaal in de auto als het

    hybridesysteem wordt uitgeschakeld. (→Blz. 572)
    ● Omdat de elektronische sleutel altijd radiogolven ontvangt, raakt de batterij

    ook ontladen wanneer de elektronische sleutel niet wordt gebruikt. De volgende verschijnselen geven aan dat de batterij van de elektronische sleutel
    mogelijk ontladen is. Vervang de batterij indien nodig. (→Blz. 505)
    • Het Smart entry-systeem met startknop of de afstandsbediening werkt niet.
    • Het detectiegebied wordt kleiner.
    • Het LED-controlelampje in de sleutel gaat niet aan.
    ● Houd, om de levensduur van de batterij niet nodeloos te bekorten, de elektronische sleutel op een afstand van minimaal 1 m van de volgende elektrische apparaten met een magnetisch veld:







    Televisietoestellen
    Computers
    Mobiele telefoons, draadloze telefoons en batterijladers
    Oplaadapparatuur voor draadloze en mobiele telefoons
    Inductiekookplaten
    Tafellampen

    ■ Als de batterij van de elektronische sleutel volledig ontladen is

    →Blz. 505
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    Verschillende instellingen (bijv. van het Smart entry-systeem met startknop) kunnen
    worden gewijzigd.
    (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
    →Blz. 633)

    57

    RX 450h_EE



  • Page 59

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Verklaring voor het Smart entry-systeem met startknop

    58

    RX 450h_EE



  • Page 60

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    1

    Voordat u gaat rijden
    59

    RX 450h_EE



  • Page 61

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    60

    RX 450h_EE



  • Page 62

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    1

    Voordat u gaat rijden
    61

    RX 450h_EE



  • Page 63

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    62

    RX 450h_EE



  • Page 64

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    1

    Voordat u gaat rijden
    63

    RX 450h_EE



  • Page 65

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    - Vervang de batterij alleen door het door de fabrikant aanbevolen type.
    - Gooi batterijen niet weg, maar lever ze in als KCA.

    http://www.globaldenso.com/en/products/oem/index.html

    64

    RX 450h_EE



  • Page 66

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    1

    Voordat u gaat rijden
    65

    RX 450h_EE



  • Page 67

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    66

    RX 450h_EE



  • Page 68

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    1

    Voordat u gaat rijden
    67

    RX 450h_EE



  • Page 69

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    68

    RX 450h_EE



  • Page 70

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    WAARSCHUWING
    ■ Waarschuwing met betrekking tot beïnvloeding van elektronische apparatuur
    ● Mensen met geïmplanteerde pacemakers, CRT-pacemakers of geïmplanteerde

    hartdefibrillators moeten voldoende afstand bewaren tot de antennes van het
    Smart entry-systeem met startknop. (→Blz. 51)
    Radiogolven kunnen de werking van dergelijke apparatuur beïnvloeden. Indien
    nodig kan de instapfunctie worden uitgeschakeld. Neem voor meer informatie
    over de frequentie van de radiogolven en de momenten waarop deze worden
    uitgezonden, contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur. Raadpleeg vervolgens uw arts om na te gaan of de instapfunctie mag worden gebruikt.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Gebruikers van medische apparatuur anders dan geïmplanteerde pacemakers,

    CRT-pacemakers en geïmplanteerde hartdefibrillators moeten contact opnemen met de fabrikant of leverancier van deze producten om te informeren of
    radiosignalen invloed uitoefenen op deze apparatuur. Radiogolven kunnen
    onverwachte effecten hebben op de werking van dergelijke medische apparatuur.
    Neem voor meer informatie over het uitschakelen van de instapfunctie contact op
    met een Lexus-dealer of erkende reparateur.

    69

    RX 450h_EE



  • Page 71

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Afstandsbediening
    Met de afstandsbediening kan de auto worden vergrendeld en ontgrendeld.
    Ook kan de achterklep ermee worden geopend en gesloten.

    Auto's zonder elektrisch bedienbare achterklep
    Vergrendelen van alle portieren
    Sluiten van ruiten en schuifdak (ingedrukt houden)*
    Ontgrendelen van alle portieren
    Openen van ruiten en schuifdak (ingedrukt houden)*
    *: Dit moet door een Lexus-dealer
    worden ingesteld.

    Auto's met elektrisch bedienbare achterklep
    Vergrendelen van alle portieren
    Sluiten van ruiten en schuifdak (ingedrukt houden)*
    Ontgrendelen van alle portieren
    Openen van ruiten en schuifdak (ingedrukt houden)*
    Openen en sluiten van de
    achterklep (ingedrukt houden)
    *: Dit moet door een Lexus-dealer
    worden ingesteld.

    70

    RX 450h_EE



  • Page 72

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Bedieningssignalen

    Portieren:
    De alarmknipperlichten knipperen om aan te geven dat de portieren zijn vergrendeld/ontgrendeld. (Vergrendeld: eenmaal; ontgrendeld: tweemaal)

    1

    Elektrisch bedienbare achterklep (indien aanwezig):
    Er klinkt een zoemer om aan te geven dat de achterklep wordt geopend/gesloten.

    Voordat u gaat rijden

    Ruiten en schuifdak:
    Er klinkt een zoemer om aan te geven dat de ruiten en het schuifdak geopend worden.
    ■ Zoemer centrale vergrendeling

    Als een portier niet volledig gesloten is, klinkt er constant een zoemer als geprobeerd wordt de portieren te vergrendelen. Sluit het portier volledig om de zoemer
    uit te schakelen en vergrendel de portieren opnieuw.
    ■ Beveiligingsfunctie

    →Blz. 53
    ■ Bediening achterklep

    De achterklep wordt niet automatisch vergrendeld nadat de klep geopend en vervolgens gesloten is. Vergrendel de achterklep opnieuw wanneer u de auto verlaat.
    ■ Alarm (indien aanwezig)

    Het alarmsysteem wordt ingeschakeld als de afstandsbediening wordt gebruikt om
    de portieren te vergrendelen.
    (→Blz. 133)
    ■ De bediening van de elektrisch bedienbare achterklep ongedaan maken (auto's

    met een elektrisch bedienbare achterklep)
    Wanneer de toets van de afstandsbediening tijdens de bediening van de elektrisch
    bedienbare achterklep nogmaals wordt ingedrukt, wordt de bediening ongedaan
    gemaakt.
    ■ Omstandigheden die de werking van het systeem kunnen beïnvloeden

    →Blz. 54
    ■ Als de afstandsbediening niet goed werkt

    Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren: gebruik de mechanische sleutel.
    (→Blz. 598)

    71

    RX 450h_EE



  • Page 73

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Levensduur batterij elektronische sleutel

    →Blz. 57
    ■ Als de batterij van de elektronische sleutel volledig ontladen is

    →Blz. 505
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    De instellingen (bijv. de ontgrendelfunctie voor de portieren en de achterklep) kunnen worden gewijzigd.
    (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
    →Blz. 633)

    WAARSCHUWING
    ■ Als u de ruiten of het schuifdak met de afstandsbediening sluit

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Controleer of geen van de inzittenden een lichaamsdeel naar buiten steekt dat

    bekneld zou kunnen raken als de ruiten of het schuifdak worden bediend.
    ● Laat de afstandsbediening nooit door kleine kinderen bedienen om onachtzaam

    openen of sluiten van ruiten of schuifdak te voorkomen.
    ■ Klembeveiliging
    ● Steek geen lichaamsdelen in de opening om te proberen of de klembeveiliging

    werkt.
    ● Het is mogelijk dat de klembeveiliging niet meer werkt als de ruiten of het schuif-

    dak bijna zijn gesloten.

    72

    RX 450h_EE



  • Page 74

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Portieren
    De portieren kunnen worden vergrendeld en ontgrendeld met de instapfunctie, de afstandsbediening of de schakelaars van de centrale vergrendeling.

    ■ Instapfunctie
    →Blz. 48

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Afstandsbediening
    →Blz. 70
    ■ Schakelaars centrale vergrendeling
    Vergrendelen van alle portieren
    Ontgrendelen van alle portieren

    ■ Vergrendelknoppen portier
    Vergrendelen van het portier
    Ontgrendelen van het portier
    De voorportieren kunnen worden geopend door aan de binnenportiergreep te trekken, ook
    al staat de vergrendelknop in de
    stand vergrendeld.

    73

    RX 450h_EE



  • Page 75

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Vergrendelen van het voorportier van buitenaf zonder gebruik te
    maken van een sleutel
    Zet de vergrendelknop aan de binnenzijde in de vergrendelde
    stand.
    STAP 2 Sluit het portier met de portiergreep uitgetrokken.
    Het portier kan niet worden vergrendeld als het contact in de stand ACC
    of AAN staat, of als de elektronische sleutel zich nog in de auto bevindt.
    STAP 1

    De sleutel wordt mogelijk niet juist gesignaleerd waardoor het portier wellicht vergrendeld wordt.

    Kinderslot achterportier
    Het portier kan niet vanaf de binnenzijde van de auto worden
    geopend wanneer het kinderslot is
    geactiveerd.
    Ontgrendelen
    Vergrendelen
    Hierdoor wordt voorkomen dat
    kinderen per ongeluk de achterportieren openen. Druk de schakelaars op de portieren naar
    beneden om de kindersloten te
    activeren.

    74

    RX 450h_EE



  • Page 76

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Systeem voor ontgrendeling bij aanrijdingen

    Als de auto aan een sterke schok wordt blootgesteld, worden alle portieren ontgrendeld. Of het systeem in werking treedt, is afhankelijk van de kracht van de
    schok.

    1

    ■ Gebruik van de mechanische sleutel

    Voordat u gaat rijden

    De portieren kunnen ook worden vergrendeld en ontgrendeld met de mechanische sleutel. (→Blz. 598)
    ■ Als een verkeerde sleutel wordt gebruikt

    De slotcilinder zal vrij kunnen draaien.
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    Bepaalde instellingen (bijvoorbeeld de ontgrendelfunctie met behulp van een sleutel) kunnen worden gewijzigd.
    (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
    →Blz. 633)

    75

    RX 450h_EE



  • Page 77

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    WAARSCHUWING
    ■ Voorkom ongevallen

    Neem bij het rijden met de auto de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen kan ertoe leiden dat er per
    ongeluk een portier wordt geopend en dat er iemand uit de auto valt, waardoor
    ernstig letsel kan ontstaan.
    ● Draag altijd de veiligheidsgordel.
    ● Controleer of alle portieren volledig gesloten zijn.
    ● Trek tijdens het rijden niet aan de portiergreep.

    De portieren worden dan mogelijk geopend, waardoor passagiers uit de auto
    kunnen vallen en ernstig letsel kunnen oplopen.
    Wees extra voorzichtig met de voorportieren, aangezien deze ook kunnen worden geopend wanneer de knop is vergrendeld.
    ● Activeer de kindersloten op de achterportieren als er kinderen achter in de auto

    vervoerd worden.
    ■ Als een portier wordt geopend of gesloten

    Controleer de omgeving van de auto: staat de auto op een helling, is er voldoende
    ruimte om een portier te openen en staat er veel wind. Houd bij het openen of sluiten van het portier de portiergreep goed vast, zodat u bent voorbereid op eventuele onverwachte bewegingen.

    76

    RX 450h_EE



  • Page 78

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Achterklep
    De achterklep kan als volgt worden vergrendeld/ontgrendeld en
    geopend/gesloten:

    ■ Vergrendelen en ontgrendelen van de achterklep
    Schakelaars centrale vergrendeling

    1

    →Blz. 73

    Voordat u gaat rijden

    Instapfunctie
    →Blz. 48

    Afstandsbediening
    →Blz. 70

    ■ Openen van de achterklep van buitenaf
    Schakelaar voor het openingssysteem van de achterklep
    Til de achterklep omhoog terwijl
    u op de schakelaar voor het
    openen van de achterklep drukt
    om het slot te ontgrendelen en
    de achterklep te openen.

    Afstandsbediening (auto's met een elektrisch bedienbare achterklep)
    →Blz. 70
    ■ De achterklep vanuit de auto openen (auto's met een elektrisch
    bedienbare achterklep)
    Druk op de schakelaar en houd
    deze ingedrukt om de achterklep te openen/sluiten.
    Wanneer de schakelaar tijdens
    de bediening van de elektrisch
    bedienbare achterklep nogmaals wordt ingedrukt, wordt de
    bewegingsrichting omgekeerd.

    77

    RX 450h_EE



  • Page 79

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    Schakelaar elektrisch bedienbare achterklep (auto's met een elektrisch bedienbare achterklep)
    Druk de schakelaar in om de achterklep te sluiten.
    Wanneer de schakelaar tijdens het
    sluiten van de elektrisch bedienbare achterklep nogmaals wordt
    ingedrukt, wordt de achterklep
    weer geopend.
    Omgekeerd is echter niet mogelijk
    in de eerste seconde nadat het systeem automatisch in werking is
    getreden, zelfs niet wanneer de
    schakelaar opnieuw wordt ingedrukt.

    Sluiten van de achterklep
    Laat de achterklep zakken met
    behulp van de achterklepgreep
    aan de binnenzijde en druk de
    achterklep van buitenaf naar
    beneden om deze te sluiten.

    78

    RX 450h_EE



  • Page 80

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    De elektrisch bedienbare achterklep uitschakelen (auto's met een
    elektrisch bedienbare achterklep)
    Zet de hoofdschakelaar voor het openen van de achterklep uit om het
    systeem van de elektrisch bedienbare achterklep uit te schakelen.

    1

    Voordat u gaat rijden

    Aan
    Uit
    De achterklep kan zelfs met de
    afstandsbediening of de schakelaar
    elektrisch bedienbare achterklep
    openen niet worden geopend.

    ■ De elektrisch bedienbare achterklep kan worden bediend als (auto's met elek-

    trisch bedienbare achterklep)
    ● De achterklep is ontgrendeld.
    ● De hoofdschakelaar van de elektrisch bedienbare achterklep is ingeschakeld.
    ● Om de elektrisch bedienbare achterklep te openen terwijl het contact AAN

    staat, moet de hoofdschakelaar van de elektrisch bedienbare achterklep aan
    zijn, de rijsnelheid minder dan 3 km/h zijn en de selectiehendel in stand P staan.
    (Als alleen de knop voor het openingssysteem van de achterklep wordt
    gebruikt)
    ● Het contact wordt UIT gezet. (Als alleen de afstandsbediening wordt gebruikt)
    ■ Bagageruimteverlichting

    De bagageruimteverlichting gaat branden
    wanneer de achterklep wordt geopend en de
    schakelaar van de bagageruimteverlichting is
    ingeschakeld.
    Als het contact UIT wordt gezet, gaat de verlichting na 20 minuten automatisch uit.

    79

    RX 450h_EE



  • Page 81

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Sluitsysteem achterklep (auto's met een elektrisch bedienbare achterklep)

    Wanneer de achterklep nog enigszins geopend is, zal het sluitsysteem van de achterklep deze automatisch volledig sluiten.
    ● Het sluitsysteem werkt onafhankelijk van de stand van het contact.
    ● De achterklep kan worden geopend terwijl het sluitsysteem in werking is door
    de schakelaar elektrisch bedienbare achterklep openen in te drukken.
    ■ Werking elektrisch bedienbare achterklep (auto's met een elektrisch bedien-

    bare achterklep)
    ● Er klinkt een zoemer om aan te geven dat de achterklep wordt geopend/geslo-

    ten.
    ● Zelfs wanneer de hoofdschakelaar van de elektrisch bedienbare achterklep uit-

    geschakeld is, kan de achterklep nog handmatig worden geopend en gesloten.
    ● De achterklep kan handmatig worden bediend door de schakelaar elektrisch
    bedienbare achterklep openen in te drukken terwijl de elektrisch bedienbare
    achterklep in werking is.
    ● Als iets de werking van de elektrisch bedienbare achterklep tijdens het sluiten/
    openen hindert, klinkt er een zoemer en beweegt de achterklep automatisch in
    de tegenovergestelde richting.
    ● Als ten minste twee keer achter elkaar wordt geprobeerd om de achterklep te
    sluiten, klinkt er een zoemer en zal de achterklep handmatig bediend moeten
    worden.
    ■ Klembeveiliging (auto's met een elektrisch bedienbare achterklep)

    De elektrisch bedienbare achterklep is links
    en rechts voorzien van sensoren. Wanneer
    deze sensoren tijdens het sluiten van de achterklep een belemmering vaststellen, zorgt
    de klembeveiliging ervoor dat de achterklep
    weer volledig geopend wordt.
    ■ Nadat de achterklep geopend en weer gesloten is

    Vergrendel de achterklep aangezien deze niet automatisch vergrendeld zal worden.
    ■ Bagagemodus (auto's met elektronisch geregelde luchtvering)

    Wanneer u de schakelaar hoogteregeling indrukt en zo de auto laat zakken, kunt u
    gemakkelijker bagage inladen. (→Blz. 268)
    80

    RX 450h_EE



  • Page 82

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    ■ Indien het openingssysteem van de achterklep niet werkt

    De achterklep kan van binnenuit worden geopend.
    STAP 1

    Verwijder het klepje.
    1

    Voordat u gaat rijden

    STAP 2 Beweeg de hendel.

    Auto's zonder elektrisch bedienbare achterklep

    Auto's met elektrisch bedienbare achterklep

    ■ Bij het opnieuw aansluiten van de 12V-accu of het vervangen van een zekering

    terwijl de achterklep is geopend:
    Initialiseer het systeem door de elektrisch bedienbare achterklep volledig te sluiten
    om ervoor te zorgen dat de elektrisch bedienbare achterklep goed werkt. Initialisatie van het systeem is niet noodzakelijk wanneer de 12V-accu opnieuw wordt aangesloten of een zekering wordt vervangen, terwijl de achterklep gesloten is.

    81

    RX 450h_EE



  • Page 83

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden
    ● Zorg ervoor dat de achterklep tijdens het rijden is gesloten.

    Als de achterklep open blijft, kan deze tijdens het rijden voorwerpen raken of kan
    er bagage uit de bagageruimte vallen, waardoor een ongeval kan ontstaan.
    Bovendien kunnen uitlaatgassen in de auto terechtkomen, hetgeen zeer schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Controleer voordat u wegrijdt of de achterklep
    is gesloten.
    ● Controleer voordat u wegrijdt of de achterklep goed is gesloten. Als de achter-

    klep niet volledig gesloten is, kan deze tijdens het rijden opengaan, waardoor een
    ongeval kan ontstaan.
    ● Sta nooit toe dat er personen in de bagageruimte meerijden. In het geval van

    plotseling remmen of een aanrijding kunnen personen in de bagageruimte ernstig letsel oplopen.
    ■ Als er kinderen in de auto aanwezig zijn

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Laat kinderen niet in de bagageruimte komen.

    Als een kind per ongeluk in de bagageruimte wordt opgesloten, kan het bevangen worden door de hitte of verwondingen oplopen.
    ● Laat kinderen de achterklep niet openen of sluiten.

    De achterklep kan mogelijk onverwachts in beweging komen of er kan een
    lichaamsdeel bekneld raken, met ernstig letsel tot gevolg.

    82

    RX 450h_EE



  • Page 84

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    WAARSCHUWING
    ■ Bedienen van de achterklep

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg hebben.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Verwijder sneeuw en ijs van de achterklep voordat u deze opent. Als u dat niet

    doet, kan de achterklep na het openen plotseling weer dichtvallen.
    ● Controleer voordat u de achterklep sluit goed of de omgeving veilig is.
    ● Zorg als er iemand dichtbij staat dat deze persoon veilig is en meld dat u de ach-

    terklep gaat openen of sluiten.
    ● Wees voorzichtig bij het openen en sluiten van de achterklep bij sterke wind, aan-

    gezien de achterklep als gevolg van sterke wind plotseling kan bewegen.
    ● Als de achterklep niet helemaal wordt

    geopend, kan deze plotseling dichtvallen.
    Op een helling is het moeilijker om de achterklep te openen of te sluiten dan op een
    horizontale ondergrond. Let dus op dat de
    achterklep niet plotseling vanzelf open- of
    dichtgaat. Controleer voordat u de bagageruimte gebruikt of de achterklep volledig geopend en veilig is.
    ● Let bij het sluiten van de achterklep goed

    op dat er geen vingers enz. bekneld raken.
    ● Controleer na het sluiten van de achter-

    klep altijd of deze goed gesloten is door er
    even op te drukken. Als de achterklepgreep wordt gebruikt om de achterklep
    volledig te sluiten, kunnen uw handen of
    armen bekneld raken.

    83

    RX 450h_EE



  • Page 85

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    WAARSCHUWING
    ● Trek nooit aan de steun van de achterklepgasdemper om de achterklep te sluiten

    en hang niets aan de steun van de gasdemper
    Als dat wel gebeurt, kunnen uw handen bekneld raken of kan de gasdemper
    afbreken, waardoor een ongeval kan ontstaan.
    ● Als er op de achterklep een fietsendrager of een vergelijkbaar zwaar onderdeel

    gemonteerd is, kan de achterklep na het openen plotseling dichtvallen waardoor
    lichaamsdelen bekneld kunnen raken en letsel kan optreden. Wij raden u aan om
    originele Lexus-onderdelen te gebruiken wanneer u accessoires op de achterklep wilt monteren.
    ■ Sluitsysteem achterklep
    ● Wanneer de achterklep nog enigszins

    geopend is, zal het sluitsysteem van de
    achterklep deze automatisch volledig sluiten. Het duurt enkele seconden voordat
    het sluitsysteem van de achterklep in werking treedt. Zorg ervoor dat uw vingers of
    andere zaken niet bekneld raken, aangezien dit ernstig letsel tot gevolg kan hebben.
    ● Wees voorzichtig wanneer u het sluitsysteem gebruikt, aangezien het systeem

    nog werkt wanneer de elektrisch bedienbare achterklep is uitgeschakeld.
    ■ Elektrisch bedienbare achterklep

    Neem bij het bedienen van de elektrisch bedienbare achterklep de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Controleer de omgeving op eventueel aanwezige obstakels of andere zaken die

    ervoor kunnen zorgen dat uw bezittingen klem komen te zitten.
    ● Zorg als er iemand dichtbij staat dat deze persoon veilig is en meld dat u de ach-

    terklep gaat openen of sluiten.
    ● Als de elektrisch bedienbare achterklep met de hoofdschakelaar wordt uitge-

    schakeld terwijl deze in werking is, wordt de automatische werking gestopt. De
    achterklep moet vervolgens met de hand worden bediend. Wees extra voorzichtig op een helling aangezien de achterklep plotseling open of dicht kan gaan.
    84

    RX 450h_EE



  • Page 86

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    WAARSCHUWING
    ● Wanneer niet langer aan de voorwaarden voor de werking van de elektrisch

    bedienbare achterklep wordt voldaan, klinkt er mogelijk een zoemer en zal de
    achterklep mogelijk niet meer openen of sluiten. De achterklep moet vervolgens
    met de hand worden bediend. Wees extra voorzichtig op een helling aangezien
    de achterklep plotseling open of dicht kan gaan.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Als de auto op een heuvel staat, kan de achterklep plotseling dichtvallen, nadat

    deze automatisch is geopend. Zorg ervoor dat de achterklep volledig is
    geopend.
    ● In de volgende situaties signaleert de elektrisch bedienbare achterklep mogelijk

    een storing en wordt de automatische bediening uitgeschakeld. In dit geval moet
    de achterklep met de hand worden bediend. Wees extra voorzichtig op een helling aangezien de achterklep plotseling open of dicht kan gaan.
    • Wanneer de achterklep met een obstakel in aanraking komt
    • Wanneer de spanning van de 12V-accu plotseling laag is, bijvoorbeeld wanneer het contact AAN wordt gezet, of wanneer het hybridesysteem tijdens
    de automatische bediening wordt gestart
    ● Als er op de achterklep een fietsendrager of een vergelijkbaar zwaar onderdeel
    gemonteerd is, werkt de elektrisch bedienbare achterklep mogelijk niet of kan de
    achterklep na het openen dichtvallen, waardoor lichaamsdelen bekneld kunnen
    raken en letsel kan optreden. Wij raden u aan om originele Lexus-onderdelen te
    gebruiken wanneer u accessoires op de achterklep wilt monteren.

    85

    RX 450h_EE



  • Page 87

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    WAARSCHUWING
    ■ Klembeveiliging

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Wees voorzichtig wanneer de klembeveiliging in werking is. Wanneer u door de

    achterklep wordt geraakt, kunt u letsel oplopen.
    ● De achterklep stopt weliswaar met sluiten als de klembeveiliging een voorwerp

    registreert, maar u dient toch extra voorzichtig te zijn omdat u letsel kunt oplopen
    als er al lichaamsdelen bekneld zijn geraakt.
    ● Als iets de werking van de elektrisch bedienbare achterklep tijdens het sluiten

    hindert, zorgt de klembeveiliging ervoor dat de achterklep automatisch in de
    tegenovergestelde richting beweegt. Let er echter op dat er geen lichaamsdelen
    bekneld raken, aangezien dit letsel tot gevolg kan hebben.
    ● Steek geen lichaamsdelen in de opening om te proberen of de klembeveiliging

    werkt.
    ● Het is mogelijk dat de klembeveiliging niet meer werkt als de achterklep bijna

    gesloten is. Zorg ervoor dat uw vingers of andere zaken niet bekneld raken.
    ● De vorm van het voorwerp dat klem komt te zitten, kan ertoe leiden dat de klem-

    beveiliging niet werkt. Zorg ervoor dat uw vingers of andere zaken niet bekneld
    raken.
    ● De sensoren aan de rechter- en linkerkant van de achterklep stellen belemmerin-

    gen vast en voorkomen dat zaken klem kunnen raken. Mogelijk worden sommige
    voorwerpen niet vastgesteld afhankelijk van de vorm of hoe het voorwerp klem
    zit. Zorg ervoor dat uw vingers of andere lichaamsdelen niet klem komen te zitten tussen de achterklep en de sponning terwijl de achterklep in werking is,
    anders kan ernstig letsel ontstaan.

    86

    RX 450h_EE



  • Page 88

    1-3. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren

    OPMERKING
    ■ Achterklepgasdempers

    De achterklep is voorzien van gasdempers die de achterklep op zijn plaats houden.
    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Anders kunnen de gasdempers van de achterklep beschadigd raken, waardoor
    deze niet meer werken.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Bevestig nooit stickers, kunststoffolie, zelf-

    klevende voorwerpen, enz. aan de gasdemper.
    ● Raak de binnenpoot van de gasdemper
    nooit aan met handschoenen of andere
    stoffen voorwerpen.
    ● Bevestig geen andere accessoires dan originele Lexus-accessoires aan de achterklep.
    ● Plaats uw handen nooit op de steun van de
    gasdemper en oefen hierop nooit zijdelingse krachten uit.
    ■ Voorkomen van storingen aan het sluitsysteem van de achterklep
    ● Oefen geen grote kracht uit op de achterklep terwijl het sluitsysteem in werking

    is.

    ● Wanneer de achterklep in korte tijd herhaaldelijk wordt geopend en gesloten, zal

    het sluitsysteem mogelijk niet meer werken. Open in dit geval de achterklep een
    keer met de hand, wacht een moment en probeer de achterklep daarna weer te
    sluiten.
    ■ Voorkomen van beschadiging van de elektrisch bedienbare achterklep
    ● Controleer of er geen ijs zit tussen de achterklep en de sponning, waardoor de
    achterklep niet bediend kan worden. Wanneer er zich te veel gewicht op de achterklep bevindt, kunnen bij het bedienen van de elektrisch bedienbare achterklep
    storingen optreden.
    ● Oefen geen grote kracht uit op de achterklep terwijl de elektrisch bedienbare
    achterklep in werking is.
    ● Voorkom dat de sensoren (aan de rechter- en linkerzijde van de elektrisch
    bedienbare achterklep) beschadigd raken door scherpe voorwerpen. Wanneer
    de sensor is losgenomen, kan de elektrisch bedienbare achterklep niet automatisch bediend worden.
    ● Mogelijk voelt u enige weerstand wanneer de achterklep, direct nadat de elektrisch bedienbare achterklep automatisch volledig is geopend, met de hand
    wordt gesloten.
    87

    RX 450h_EE



  • Page 89

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Voorstoelen

    Schakelaar stoelpositie
    Schakelaar rugleuningverstelling
    Schakelaar hoekverstelling zitting (voorzijde)
    Schakelaar hoogteverstelling
    Schakelaar lendensteunverstelling
    Schakelaar langsverstelling zitting (indien aanwezig)

    88

    RX 450h_EE



  • Page 90

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Neerklappen van de rugleuning van de voorstoelen
    ■ Vóór het neerklappen van de rugleuning van de voorstoelen
    Schuif de achterstoelen zo ver mogelijk naar achteren. (→Blz. 91)
    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Neerklappen van de rugleuning van de voorstoelen
    Schuif de voorstoel naar voren, til
    STAP 1
    de zitting omhoog en verwijder de
    hoofdsteun. (→Blz. 99)
    Let erop dat de hoofdsteunen worden teruggeplaatst als de stoelen
    weer in hun uitgangspositie worden gezet.
    STAP 2

    Beweeg de schakelaar rugleuningverstelling naar achteren om
    de rugleuning verder achterover
    te zetten.

    Actieve hoofdsteunen
    Wanneer de onderrug van de
    inzittende tijdens een aanrijding
    van achteren tegen de rugleuning
    drukt, beweegt de hoofdsteun iets
    naar voren en omhoog om zo de
    kans op whiplash te helpen voorkomen.

    89

    RX 450h_EE



  • Page 91

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    ■ Actieve hoofdsteunen

    Ook bij het uitoefenen van kleinere krachten op de rugleuning kan de hoofdsteun
    bewegen. Als de vergrendelde hoofdsteun geforceerd omhoog wordt getrokken,
    wordt de inwendige constructie van de hoofdsteun wellicht zichtbaar. Dit duidt niet
    op een probleem.

    Bij een
    aanrijding
    van
    achteren
    Inwendige
    constructie

    WAARSCHUWING
    ■ Stoel afstellen
    ● Om te voorkomen dat u bij een aanrijding onder de veiligheidsgordel door-

    schuift, is het raadzaam de leuning niet verder achterover te zetten dan strikt
    noodzakelijk is.
    Als de rugleuning te ver achterover staat, kan bij een aanrijding het heupgedeelte over uw heupen heen schuiven, waardoor er te veel kracht op uw buik
    wordt uitgeoefend of kan het schoudergedeelte van de gordel in contact komen
    met uw nek, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
    ● Verstel de bestuurdersstoel niet tijdens het rijden, aangezien de stoel dan onver-

    wachts kan bewegen. Daardoor kan de bestuurder de controle over de auto verliezen.
    ■ Tijdens het rijden

    Sta nooit toe dat er personen meerijden in een stoel die in de slaapstand staat.

    90

    RX 450h_EE



  • Page 92

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Achterstoelen

    1

    Voordat u gaat rijden

    Hendel stoelpositieverstelling
    Hendel rugleuningverstelling

    Rugleuningen achter neerklappen
    ■ Vóór het neerklappen van de rugleuningen achter
    Klap de hoofdsteunen in en berg
    de middelste veiligheidsgordel
    achter op.

    91

    RX 450h_EE



  • Page 93

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    ■ Neerklappen rugleuningen achterstoelen
    Van binnenuit
    Trek de hendel van de rugleuningverstelling omhoog.
    Til bij het terugzetten van de rugleuning van de achterstoel in de
    oorspronkelijke stand de rugleuningen op tot deze worden vergrendeld.

    Van buitenaf
    Trek aan de hendels.
    Linker hendel: De linker achterstoel wordt neergeklapt
    Rechter hendel: De rechter en
    middelste achterstoel
    worden
    neergeklapt
    Til bij het terugzetten van de rugleuning van de achterstoel in de
    oorspronkelijke stand de rugleuningen op tot deze worden vergrendeld.

    ■ Neerklappen van de middelste rugleuning achter
    Trek aan de hendel van de rugleuningverstelling aan de achterzijde
    van de rugleuning van de middelste zitplaats en klap de rugleuning
    neer.
    Om de rugleuning terug te zetten
    in zijn oorspronkelijke positie tilt u
    de rugleuning op tot deze vastklikt.
    92

    RX 450h_EE



  • Page 94

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    WAARSCHUWING
    ■ Bij het neerklappen van de rugleuningen van de achterstoelen

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Klap de rugleuningen niet omlaag tijdens het rijden.
    ● Klap de rugleuningen niet neer wanneer er passagiers op de achterstoel zitten of

    wanneer zich bagage op de achterstoel bevindt.
    ● Parkeer de auto op een vlakke ondergrond, activeer de parkeerrem en zet de

    selectiehendel in stand P.
    ● Vergrendel de neergeklapte rugleuning door hem licht naar voren en achteren te

    bewegen.
    ● Laat geen personen op de neergeklapte rugleuning of in de bagageruimte zitten

    tijdens het rijden.
    ● Laat kinderen niet in de bagageruimte komen.
    ■ Stoel afstellen
    ● Om te voorkomen dat u bij een aanrijding onder de veiligheidsgordel door-

    schuift, is het raadzaam de leuning niet verder achterover te zetten dan strikt
    noodzakelijk is.
    Als de rugleuning te ver achterover staat, kan bij een aanrijding het heupgedeelte over uw heupen heen schuiven, waardoor er te veel kracht op uw buik
    wordt uitgeoefend of kan het schoudergedeelte van de gordel in contact komen
    met uw nek, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
    ● Verstel de bestuurdersstoel niet tijdens het rijden, aangezien de stoel dan onver-

    wachts kan bewegen. Daardoor kan de bestuurder de controle over de auto verliezen.
    ■ Nadat de rugleuning van de achterstoel rechtop is gezet

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Controleer of de rugleuning goed is vergrendeld door de bovenzijde van de rug-

    leuning vooruit en achteruit te duwen.
    ● Controleer of de gordels niet gedraaid zijn of vastzitten in de rugleuning.

    93

    RX 450h_EE



  • Page 95

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    OPMERKING
    ■ De middelste gordelsluiting veiligheidsgordel achter opbergen

    Berg de gordelsluiting op voordat u de rugleuning van de achterstoel neerklapt om
    te voorkomen dat deze tussen de rugleuningen komt.

    94

    RX 450h_EE



  • Page 96

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Ergonomisch geheugen∗

    De rijpositie die uw voorkeur heeft (de positie van de bestuurdersstoel, het
    stuur en de buitenspiegels) kan in het geheugen worden opgeslagen en
    met een druk op de knop weer worden ingesteld. Deze functie kan ook
    automatisch worden geactiveerd als de portieren worden ontgrendeld.
    Er kunnen drie verschillende posities worden opgeslagen in het geheugen.

    1

    Voordat u gaat rijden

    Bij sommige uitvoeringen is de passagiersstoel voorzien van dezelfde toetsen, waarmee de stand van de passagiersstoel kan worden opgeslagen.

    ■ Invoeren van een positie in het geheugen
    STAP 1 Zet het contact AAN.
    STAP 2 Zet de bestuurdersstoel, het stuurwiel en de buitenspiegels in
    de gewenste positie.
    STAP 3

    Druk op de knop SET en vervolgens binnen 3 seconden op
    knop 1, 2 of 3, totdat een pieptoon hoorbaar is.
    Als er onder de gekozen toets al
    een instelling was opgeslagen,
    zal deze worden overschreven.

    ■ Oproepen van de opgeslagen positie
    STAP 1 Controleer of de selectiehendel in stand P staat.
    STAP 2 Zet het contact AAN.
    Druk op de knop 1, 2 of 3 om de
    STAP 3
    opgeslagen positie op te roepen.

    ∗: Indien aanwezig
    95

    RX 450h_EE



  • Page 97

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Koppelen van de rijpositie aan de ontgrendeling van het portier (alleen
    bestuurderszijde)
    Sla uw rijpositie op onder knop 1, 2 of 3 alvorens de onderstaande handelingen uit te voeren.
    Draag alleen de sleutel (of de sleutelkaart) bij u waaraan u de rijpositie
    wilt koppelen. Als zich 2 of meer sleutels in de auto bevinden, kan de
    positie niet juist aan een sleutel worden gekoppeld.
    STAP 1

    STAP 2

    Zet de selectiehendel in stand P en sluit het bestuurdersportier.
    Zet het contact AAN.
    Druk op de gewenste knop (1, 2 of
    3) om de opgeslagen positie op te
    roepen. Houd vervolgens de
    gewenste knop ingedrukt, druk op
    de vergrendel- of ontgrendelzijde
    van de schakelaar voor de centrale
    vergrendeling (bestuurdersportier) tot er een piepsignaal klinkt.
    De rijpositie wordt vervolgens
    automatisch ingesteld als het
    bestuurdersportier ontgrendeld
    wordt met de instapfunctie of met
    de afstandsbediening en het
    bestuurdersportier
    geopend
    wordt.

    96

    RX 450h_EE



  • Page 98

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Power Easy Access-systeem (alleen bestuurderszijde)
    Wanneer de bestuurder in en uit de auto stapt, worden de volgende procedures uitgevoerd door de bestuurdersstoel en het stuurwiel:
    1

    Voordat u gaat rijden

    De auto verlaten: Nadat alle
    onderstaande acties zijn uitgevoerd, beweegt het stuurwiel
    omhoog en terug naar het punt dat
    het verst van de bestuurder af is.
    De stoel schuift naar achteren
    (automatische wegschuiffunctie):
    • De selectiehendel is in stand P
    gezet
    • Het contact is UIT gezet
    • De bestuurdersgordel is losgemaakt.

    Instappen: Wanneer een van de
    onderstaande acties is uitgevoerd,
    schuift het stuurwiel naar de
    bestuurder toe en schuift de stoel
    naar voren (automatische terugkeerfunctie):
    • Het contact is in stand ACC gezet
    • De bestuurdersgordel is vastgemaakt.
    ■ Als het ergonomisch geheugen is gekoppeld aan de ontgrendeling van de portie-

    ren
    Als het bestuurdersportier wordt geopend, beweegt de bestuurdersstoel in de
    richting van de opgeslagen stand maar stopt de beweging eerder om het instappen
    te vergemakkelijken.
    Als het contact in stand ACC wordt gezet of de bestuurdersgordel wordt vastgemaakt, wordt de stoel volledig in de opgeslagen stand gezet.

    97

    RX 450h_EE



  • Page 99

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    ■ Uitschakelen van de koppeling van de rijpositie aan de ontgrendelfunctie van de

    portieren
    STAP 1 Zet het contact AAN en sluit het bestuurdersportier.
    STAP 2 Houd de knop SET ingedrukt en druk op de schakelaars voor de centrale

    vergrendeling in het bestuurdersportier (vergrendelen of ontgrendelen)
    tot het piepsignaal klinkt.
    ■ Bedienen van het ergonomische geheugen nadat het contact UIT is gezet

    De opgeslagen posities (behalve die van het stuurwiel) kunnen gedurende 180
    seconden na het openen van het bestuurdersportier nog worden geactiveerd en
    nog eens 60 seconden na het sluiten van het portier, ook al is het contact UIT
    gezet.
    ■ Annuleren van het instellen van de zitpositie

    Voer een van de volgende handelingen uit:
    ● Druk op de toets SET.
    ● Druk op de toets 1, 2 of 3.
    ● Stel de stoel in met behulp van de schakelaars (dit deactiveert alleen het oproepen van de stoelpositie).
    ● Stel het stuurwiel af met de schakelaar van de stuurverstelling (dit deactiveert
    alleen het oproepen van de stuurwielpositie).
    ■ Juiste stoelpositie

    Wanneer de stoel helemaal in de voorste of de achterste positie is gezet en de stoel
    vervolgens in die richting wordt bewogen, herkent het systeem de actuele positie
    mogelijk niet goed en kan de opgeslagen positie niet juist worden opgeroepen.
    ■ De automatische wegschuiffunctie bij het verlaten van de bestuurdersstoel

    Indien de stoel al bijna in de achterste positie staat, werkt de automatische wegschuiffunctie mogelijk niet wanneer de bestuurder de auto verlaat.
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    De afstand die de bestuurdersstoel in de automatische wegschuiffunctie naar achteren schuift, kan worden gewijzigd. (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen →Blz. 633)

    WAARSCHUWING
    ■ Waarschuwing bij het instellen van de stoel

    Let er bij het instellen van de stoelpositie op dat de stoel de passagier achterin niet
    raakt en dat uw lichaam niet klem komt te zitten tussen de stoel en het stuurwiel.
    98

    RX 450h_EE



  • Page 100

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Hoofdsteunen
    Omhoog
    Trek de hoofdsteun omhoog.

    Omlaag
    1

    Voordat u gaat rijden

    Duw de hoofdsteun omlaag en
    houd daarbij de ontgrendelknop ingedrukt.
    Ontgrendelknop

    ■ Verwijderen van de hoofdsteunen

    Trek de hoofdsteun omhoog en houd daarbij
    de ontgrendelknop ingedrukt.

    Ontgrendelknop
    ■ Afstellen van de hoogte van de hoofdsteunen (voorstoelen)

    Stel de hoofdsteunen zo in dat het midden
    van de hoofdsteun zich zo dicht mogelijk bij
    de bovenzijde van uw oren bevindt.

    ■ Afstellen van de hoogte van de hoofdsteunen van de achterstoelen

    Zet de hoofdsteunen tijdens gebruik altijd in de hoogste stand.

    99

    RX 450h_EE



  • Page 101

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de hoofdsteunen

    Neem met betrekking tot de hoofdsteunen de volgende voorzorgsmaatregelen in
    acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Plaats de hoofdsteunen altijd op de bijbehorende stoel.
    ● Stel de hoofdsteunen altijd goed af.
    ● Druk de hoofdsteunen na het plaatsen naar beneden om te controleren of ze

    goed geborgd zijn.
    ● Rijd nooit zonder hoofdsteunen.

    100

    RX 450h_EE



  • Page 102

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Veiligheidsgordels
    Controleer voordat u wegrijdt eerst of alle inzittenden de veiligheidsgordel dragen.

    ■ Juist gebruik van de veiligheidsgordels
    ● Trek het schoudergedeelte
    zo ver naar buiten dat de gordel goed tegen de schouder
    aan ligt en niet van de schouder af glijdt of tegen de nek
    aan ligt.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Plaats het heupgedeelte van
    de gordel zo laag mogelijk
    over de heupen.
    ● Stel de rugleuning af. Ga zo
    rechtop mogelijk in de stoel
    zitten met uw rug stevig
    tegen de leuning.
    ● Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel niet gedraaid zit.
    ■ Vast- en losmaken van de veiligheidsgordel
    Om de veiligheidsgordel vast
    te maken, duwt u de gesp in
    de gordelsluiting tot u een
    klik hoort.
    Om de veiligheidsgordel los
    te maken, drukt u op de ontgrendelknop.
    Ontgrendelknop

    101

    RX 450h_EE



  • Page 103

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    ■ Afstellen van de hoogte van het bevestigingspunt van de veiligheidsgordel (voorstoelen)
    Duw het schouderbevestigingspunt omlaag terwijl u de
    ontgrendelknop indrukt.
    Duw het schouderbevestigingspunt omhoog.
    Zet het bovenste bevestigingspunt in de gewenste positie en
    laat het los als u een klik hoort.

    Gordelspanners (voor en buitenste zitplaatsen achter)
    De gordelspanners helpen bij het
    op hun plaats houden van de inzittenden doordat ze de gordels snel
    strak tegen het lichaam aantrekken bij bepaalde soorten ernstige
    frontale aanrijdingen.
    De gordelspanner wordt niet altijd
    geactiveerd bij lichtere frontale
    aanrijdingen of aanrijdingen van
    opzij of van achteren.

    Pre-Crash-veiligheidsgordels (vóór bij auto's met Pre-Crash Safetysysteem)
    Wanneer het systeem oordeelt dat een aanrijding onontkoombaar is,
    worden de veiligheidsgordels vóór aangetrokken voordat de aanrijding
    plaatsvindt. (→Blz. 291)

    102

    RX 450h_EE



  • Page 104

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    ■ Blokkeerautomaat (ELR)

    De blokkeerautomaat blokkeert de gordel vanzelf als u zeer krachtig remt of
    betrokken raakt bij een aanrijding. De blokkeerautomaat kan ook in werking treden
    als u te snel vooroverbuigt. De gordel kan verder uitgetrokken worden door hem
    eerst een stukje te laten oprollen en er dan voorzichtig aan te trekken.

    1

    ■ Gebruik van de gordels door kinderen

    Voordat u gaat rijden

    De veiligheidsgordels van uw auto zijn in principe ontworpen voor gebruik door
    volwassenen.
    ● Gebruik een passend veiligheidssysteem voor kinderen tot het kind groot

    genoeg is om de veiligheidsgordel op de juiste manier te dragen. (→Blz. 153)
    ● Wanneer het kind groot genoeg is om de veiligheidsgordel te dragen, volg dan

    de aanwijzingen op Blz. 101 op, met betrekking tot het gebruik van de veiligheidsgordel.
    ■ Vervangen van de veiligheidsgordel als de gordelspanner geactiveerd is

    Als de auto betrokken is bij meerdere aanrijdingen, wordt de gordelspanner geactiveerd voor de eerste aanrijding, maar niet voor de tweede of voor volgende aanrijdingen.
    ■ Wetgeving met betrekking tot veiligheidsgordels

    Als er in het land waar u woont, wettelijke voorschriften gelden voor veiligheidsgordels, dient u contact op te nemen met een Lexus-dealer of erkende reparateur voor
    het vervangen of plaatsen van veiligheidsgordels.

    103

    RX 450h_EE



  • Page 105

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    WAARSCHUWING
    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om de kans op letsel bij plotseling
    remmen, plotseling uitwijken of een aanrijding te beperken.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ■ Dragen van een veiligheidsgordel
    ● Zorg ervoor dat alle inzittenden de veiligheidsgordel dragen.
    ● Draag de veiligheidsgordel altijd op de juiste manier.
    ● Elke veiligheidsgordel mag maar door een persoon gebruikt worden. Gebruik

    geen veiligheidsgordel voor twee personen tegelijk, ook niet als de tweede persoon een kind is.
    ● Lexus adviseert kinderen achterin plaats te laten nemen en de kinderen altijd een
    veiligheidsgordel te laten dragen en/of een geschikt baby- of kinderzitje te
    gebruiken.
    ● Laat om de juiste zitpositie in te stellen de rugleuning niet verder achterover hellen dan nodig is. De veiligheidsgordels zijn het meest effectief als de inzittenden
    rechtop en goed tegen de rugleuning zitten.
    ● Draag de schoudergordel niet onder uw arm.
    ● Draag de veiligheidsgordel altijd laag en goed aansluitend over uw heupen.
    ■ Zwangere vrouwen

    Win medisch advies in en draag de veiligheidsgordel op de juiste manier. (→Blz. 101)
    Zwangere vrouwen moeten het heupgedeelte van de veiligheidsgordel zo laag
    mogelijk over de heupen dragen, net als de
    andere inzittenden. Trek het schoudergedeelte over de schouder en draag de gordel
    over de borst. Voorkom dat de gordel over
    de buik loopt.
    Als de veiligheidsgordel niet op de juiste
    wijze gedragen wordt, kan niet alleen de
    zwangere vrouw zelf maar ook het ongeboren kind ernstig letsel oplopen.
    ■ Mensen met fysieke beperkingen

    Win medisch advies in en draag de veiligheidsgordel op de juiste manier.

    104

    RX 450h_EE



  • Page 106

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    WAARSCHUWING
    ■ Als er kinderen in de auto aanwezig zijn

    Laat kinderen niet met de veiligheidsgordel spelen. Als de veiligheidsgordel om de
    nek van het kind draait, kan het kind stikken of ernstig letsel oplopen.
    Als de gordelsluiting niet kan worden losgemaakt, knip de gordel dan door met een
    schaar.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Gordelspanners

    Het waarschuwingslampje airbagsysteem gaat branden als een gordelspanner is
    geactiveerd. In dat geval kan de veiligheidsgordel niet meer worden gebruikt en
    moet de veiligheidsgordel worden vervangen door een Lexus-dealer of erkende
    reparateur.
    ■ Verstelbaar bovenste bevestigingspunt

    Zorg ervoor dat de gordel goed over het midden van de schouder ligt. De gordel
    mag niet tegen de nek aanliggen, maar ook niet van uw schouder afglijden. Als u
    hier niet voor zorgt, wordt de mate van bescherming bij plotseling remmen, uitwijken of een ongeluk minder en de kans op ernstig letsel groter. (→Blz. 102)
    ■ Beschadiging en slijtage van veiligheidsgordels
    ● Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels niet beschadigd raken doordat de riem, de

    gesp of de gordelsluiting bekneld raakt tussen het portier en de carrosserie.
    ● Controleer de veiligheidsgordels regelmatig. Let op beschadigingen, zoals

    scheuren en rafels en op losse onderdelen. Gebruik een beschadigde veiligheidsgordel niet, maar laat hem zo snel mogelijk vervangen. Een beschadigde
    veiligheidsgordel kan de veiligheid van de desbetreffende inzittende niet waarborgen.
    ● Controleer of de gesp goed in de gordelsluiting valt en of de gordel niet gedraaid

    is.
    Als de veiligheidsgordel niet goed werkt, laat dan de auto zo snel mogelijk nakijken door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ● Laat de stoel en de veiligheidsgordels na een ernstig ongeval altijd vervangen,

    ook als er geen zichtbare schade kan worden vastgesteld.
    ● Probeer de veiligheidsgordels niet zelf te plaatsen, verwijderen, wijzigen of

    demonteren of af te voeren. Laat eventueel noodzakelijke reparaties uitvoeren
    door uw Lexus-dealer of erkende reparateur. Een onjuiste behandeling van de
    gordelspanner kan de werking in negatieve zin beïnvloeden, waardoor ernstig
    letsel kan ontstaan.
    105

    RX 450h_EE



  • Page 107

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Stuurwiel
    Het stuurwiel kan in een comfortabele positie worden ingesteld.

    Door de schakelaar te bedienen kan het stuur in de volgende richtingen versteld worden:
    Omhoog
    Omlaag
    Van de bestuurder af
    Naar de bestuurder toe

    Automatisch wegkantelen
    Als het contact UIT wordt gezet,
    keert het stuurwiel terug naar de
    ruststand door omhoog en van de
    bestuurder af te kantelen, waardoor het in- en uitstappen vergemakkelijkt wordt.
    Als het contact in stand ACC of
    AAN wordt gezet, keert het stuurwiel terug naar de opgeslagen
    positie.

    106

    RX 450h_EE



  • Page 108

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    ■ Het stuurwiel kan worden versteld wanneer

    Het contact in stand ACC of AAN staat*.
    *: Auto's met ergonomisch geheugen: Wanneer de bestuurdersgordel is vastgemaakt, kan het stuurwiel worden versteld, ongeacht in welke stand het contact
    staat.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Automatisch afstellen van de stuurpositie (auto's met ergonomisch geheugen)

    U kunt de gewenste stuurpositie in het geheugen opslaan en automatisch vanuit het
    ergonomische geheugen oproepen. (→Blz. 95)
    ■ Aanwijzingen voor de automatische wegschuiffunctie (auto's met ergonomisch

    geheugen)
    De automatische wegschuiffunctie werkt alleen wanneer het contact UIT staat, de
    bestuurdersgordel is losgemaakt en de bediening van de verstelling van de
    bestuurdersstoel (→Blz. 633) niet is uitgeschakeld.
    Wanneer de bestuurder de veiligheidsgordel weer vastmaakt, keert het stuurwiel
    weer terug in de oorspronkelijke positie. (→Blz. 97)

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Verstel het stuurwiel niet tijdens het rijden.
    Hierdoor kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.

    107

    RX 450h_EE



  • Page 109

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Binnenspiegel met antiverblindingsstand
    De positie van de binnenspiegel kan worden afgesteld zodat de bestuurder
    vanuit zijn zitpositie voldoende zicht naar achteren heeft.

    Afstellen van de hoogte van de binnenspiegel
    Stel de hoogte van de binnenspiegel af door de spiegel omhoog of
    omlaag te bewegen.

    Antiverblindingsstand
    Binnenspiegel met handmatig bediende antiverblindingsstand
    Verblinding door de koplampen van achteropkomend verkeer kan
    worden beperkt door de lip te verstellen.
    Normale stand
    Antiverblindingsstand

    108

    RX 450h_EE



  • Page 110

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Binnenspiegel met automatische antiverblindingsstand
    De hoeveelheid gereflecteerd licht wordt automatisch gereduceerd
    op basis van de helderheid van de koplampen van achteropkomend
    verkeer.
    1

    Voordat u gaat rijden

    Wijzigen modus automatische
    antiverblindingsstand
    AAN/UIT
    Wanneer de automatische antiverblindingsstand is ingeschakeld,
    brandt het controlelampje.
    De functie wordt ingeschakeld telkens wanneer het contact AAN
    wordt gezet.
    Druk op de toets om de functie uit
    te schakelen. (Het controlelampje
    gaat ook uit.)

    Controlelampje

    ■ Voorkomen van een onjuiste werking van de sensoren (auto's met binnenspiegel

    met automatische antiverblindingsstand)
    Raak de sensoren niet aan en bedek ze ook
    niet, omdat hierdoor de werking van de sensoren in negatieve zin beïnvloed kan worden.

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Verstel de spiegel niet tijdens het rijden.
    Hierdoor kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.

    109

    RX 450h_EE



  • Page 111

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Buitenspiegels
    De spiegelhoek kan met behulp van de schakelaar worden afgesteld.
    STAP 1

    Druk op de schakelaar om een
    buitenspiegel te selecteren.
    Links
    Rechts
    Als u nogmaals op de schakelaar drukt, keert de schakelaar
    terug in de neutrale stand.

    STAP 2

    Verstel de buitenspiegel met de
    schakelaar.
    Omhoog
    Rechts
    Omlaag
    Links

    Inklappen van de buitenspiegels (handmatig verstelbaar)
    Duw de buitenspiegel naar de
    achterzijde van de auto om hem in
    te klappen.

    110

    RX 450h_EE



  • Page 112

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    Automatisch inklappen en terugklappen van de spiegels (automatisch
    verstelbaar)
    ■ Met de schakelaar
    Druk op de schakelaar om de buitenspiegels in te klappen.

    1

    Voordat u gaat rijden

    Druk nogmaals op de schakelaar
    om ze terug te klappen.

    ■ Automatische stand inschakelen
    Controlelampje

    De automatische stand maakt het
    mogelijk om het wegklappen of
    terugklappen van de spiegels te
    koppelen aan het vergrendelen/
    ontgrendelen van de portieren.
    Druk op de toets AUTO om de
    automatische stand in te schakelen.
    Het controlelampje gaat branden.

    ■ De spiegelhoek kan worden versteld wanneer

    Het contact in stand ACC of AAN staat.
    ■ Koppeling van spiegelstand aan achteruitrijden

    Wanneer de selectieschakelaar voor de spiegels in stand L of R staat, kantelen de
    buitenspiegels tijdens het achteruitrijden automatisch naar beneden om meer zicht
    op de grond te bieden. Beweeg de selectieschakelaar voor de spiegels naar de
    neutraalstand (tussen L en R) om deze functie uit te schakelen.

    111

    RX 450h_EE



  • Page 113

    1-4. Verstelbare onderdelen (stoelen, spiegels, stuurwiel)

    ■ Als de spiegels beslagen zijn

    De buitenspiegels kunnen worden ontwasemd met de spiegelverwarming. Door de
    achterruitverwarming in te schakelen wordt de buitenspiegelverwarming ingeschakeld. (→Blz. 333)
    ■ Automatisch afstellen van de spiegels (auto's met ergonomisch geheugen)

    U kunt de gewenste stand van de spiegel in het geheugen opslaan en automatisch
    vanuit het ergonomisch geheugen oproepen. (→Blz. 95)
    ■ Automatische antiverblindingsfunctie (indien aanwezig)

    Als de binnenspiegel met antiverblindingsstand in de automatische stand wordt
    gezet, reflecteren ook de buitenspiegels minder licht van achteropkomend verkeer.
    (→Blz. 108)

    WAARSCHUWING
    ■ Tijdens het rijden

    Neem tijdens het rijden de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Als u dat niet doet kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel
    kan ontstaan.
    ● Verstel de spiegels niet tijdens het rijden.
    ● Rijd niet met de auto als de spiegels zijn weggeklapt.
    ● Beide buitenspiegels dienen in de normale stand te staan en goed te zijn inge-

    steld alvorens met de auto wordt gereden.
    ■ Wanneer een spiegel versteld wordt

    Zorg ervoor dat uw hand niet bekneld raakt tussen de bewegende spiegel en het
    spiegelhuis om letsel en storingen te voorkomen.
    ■ Als de spiegelverwarming is ingeschakeld

    Raak het oppervlak van de spiegels niet aan, omdat dit heet kan worden en brandwonden kan veroorzaken.

    112

    RX 450h_EE



  • Page 114

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    Elektrisch bedienbare ruiten
    De elektrisch bedienbare ruiten kunnen worden geopend en gesloten met
    behulp van de schakelaars.

    Bedienen van de schakelaar beweegt de ruiten als volgt:
    1

    Voordat u gaat rijden

    Sluiten
    One-touch sluiten*
    Openen
    One-touch openen*

    *: De ruit stopt in een tussenstand
    door de schakelaar in de andere
    richting te bewegen.

    Blokkeerschakelaar ruitbediening
    Controlelampje

    Druk de schakelaar in om de schakelaars voor de ruiten van de
    passagiers te blokkeren.
    Het controlelampje gaat branden.
    Gebruik deze schakelaar om te
    voorkomen dat kinderen per ongeluk een ruit openen of sluiten.
    De ruiten van de overige portieren
    kunnen ook met de schakelaar ruitbediening van het bestuurdersportier worden geopend en gesloten
    wanneer de vergrendelschakelaar
    is ingeschakeld.

    113

    RX 450h_EE



  • Page 115

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    ■ De elektrisch bedienbare ruiten kunnen bediend worden als

    Het contact AAN staat.
    ■ Bedienen van de elektrisch bedienbare ruiten nadat het hybridesysteem is uitge-

    schakeld
    Zelfs nadat het contact in stand ACC of UIT is gezet, kunnen de elektrisch bedienbare ruiten nog gedurende ongeveer 45 seconden worden bediend. Ze kunnen
    echter niet meer worden bediend als een van de voorportieren wordt geopend.
    ■ Klembeveiliging

    Als tijdens het sluiten een object bekneld raakt tussen de ruit en het ruitframe, stopt
    de beweging van de ruit en wordt de ruit weer iets geopend.
    ■ Als de elektrisch bedienbare ruit niet normaal sluit

    Als de klembeveiliging niet goed werkt en een ruit niet kan worden gesloten, voert
    u de volgende handelingen uit met de schakelaar voor de ruitbediening van het
    desbetreffende portier.
    ● Nadat de auto is stilgezet, kan de ruit worden gesloten door de schakelaar ruit-

    bediening ingedrukt te houden in de one-touch sluitpositie terwijl het contact
    AAN word gezet.
    ● Als de ruit zelfs na het uitvoeren van de bovenstaande stap nog steeds niet kan

    worden gesloten, initialiseer dan de functie via de volgende procedure.
    STAP 1 Houd de schakelaar voor de ruitbediening in de one-touch sluitpositie.

    Blijf, nadat de ruit is gesloten, de schakelaar gedurende 6 seconden ingedrukt houden.
    STAP 2 Houd de schakelaar ruitbediening in de one-touch openpositie. Blijf,

    nadat de ruit volledig is geopend, de schakelaar gedurende 2 seconden
    ingedrukt houden.
    STAP 3 Houd de schakelaar ruitbediening weer in de one-touch sluitpositie. Blijf,

    nadat de ruit is gesloten, de schakelaar gedurende 2 seconden ingedrukt
    houden.
    Herhaal de procedure vanaf het begin als u de schakelaar hebt losgelaten terwijl de
    ruit nog in beweging was.
    Als de ruit ook na het uitvoeren van bovenstaande procedure wordt gesloten, maar
    vervolgens weer iets opengaat, dient u uw auto te laten controleren door een
    Lexus-dealer of erkende reparateur.

    114

    RX 450h_EE



  • Page 116

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    ■ Aan portierslot gekoppelde werking ruiten
    ● De elektrisch bedienbare ruiten kunnen worden geopend en gesloten met

    behulp van de mechanische sleutel. (→Blz. 598)
    ● De elektrisch bedienbare ruiten kunnen met de afstandsbediening worden

    geopend en gesloten indien dit door een Lexus-dealer of erkende reparateur is
    ingesteld. (→Blz. 70)

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Stand aanbeveling ruiten sluiten

    Als het contact UIT wordt gezet terwijl de ruiten geopend zijn, wordt op het multiinformatiedisplay een suggestie om de ruiten te sluiten weergegeven. (→Blz. 221)
    ■ Als de 12V-accu wordt losgekoppeld

    De blokkeerschakelaar voor de ruitbediening wordt uitgeschakeld. Druk indien
    nodig na het aansluiten van de accu op de blokkeerschakelaar ruitbediening.
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    Bepaalde instellingen (bijvoorbeeld de koppeling aan de portiervergrendeling)
    kunnen worden gewijzigd. (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen →Blz. 633)

    WAARSCHUWING
    ■ Sluiten van de ruiten

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Controleer of geen van de inzittenden een hand of ander lichaamsdeel naar buiten steekt dat bekneld zou kunnen raken als de ruiten bediend worden.
    ● Laat de elektrisch bedienbare ruiten niet bedienen door kinderen.
    Een onjuiste bediening van de elektrisch bedienbare ruiten kan ernstig letsel veroorzaken.
    ■ Klembeveiliging
    ● Steek geen lichaamsdelen in de opening om te proberen of de klembeveiliging

    werkt.
    ● Het is mogelijk dat de klembeveiliging niet meer werkt als de ruit bijna gesloten

    is. De klembeveiliging werkt ook niet wanneer de schakelaar van de ruitbediening omhoog wordt getrokken en in die stand wordt gehouden om de ruiten te
    sluiten.
    115

    RX 450h_EE



  • Page 117

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    Schuifdak∗

    Het schuifdak kan met behulp van de schakelaars in de dakconsole open
    en dicht geschoven worden en open en dicht worden gekanteld.

    ■ Openen en sluiten
    Openen van het schuifdak*
    Het schuifdak stopt iets voordat
    het volledig geopend is om
    windgeruis te beperken.
    Druk nogmaals op de schakelaar om het schuifdak volledig te
    openen.

    Sluiten van het schuifdak*
    *: Druk lichtjes op een willekeurige schakelaar van het schuifdak om het dak in een
    tussenstand te stoppen.

    ■ Omhoog en omlaag kantelen
    Kantelt het schuifdak
    omhoog*
    Kantelt het schuifdak
    omlaag*
    *: Druk lichtjes op een willekeurige schakelaar van het schuifdak om het dak in een
    tussenstand te stoppen.

    ∗: Indien aanwezig
    116

    RX 450h_EE



  • Page 118

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    ■ Het schuifdak kan worden bediend als

    Het contact AAN staat.
    ■ Bedienen van het schuifdak nadat het hybridesysteem is uitgeschakeld

    1

    Voordat u gaat rijden

    Het schuifdak kan, zelfs nadat het contact in de stand ACC of UIT is gezet, nog
    ongeveer 45 seconden worden bediend. Het kan echter niet meer bediend worden als een van de voorportieren is geopend.
    ■ Klembeveiliging

    Als tijdens het sluiten een object bekneld raakt tussen het schuifdak en het frame,
    stopt de beweging van het schuifdak en wordt het weer iets geopend.
    ■ Zonnescherm

    Het zonnescherm kan met de hand worden geopend en gesloten. Bij het openen
    van het schuifdak zal het zonnescherm echter automatisch ook worden geopend.
    ■ Aan portierslot gekoppelde werking schuifdak
    ● Het schuifdak kan worden geopend en gesloten met behulp van de mechani-

    sche sleutel. (→Blz. 598)
    ● Het schuifdak kan met de afstandsbediening worden geopend en gesloten

    indien dit door een Lexus-dealer of erkende reparateur is ingesteld. *
    (→Blz. 70)
    *: Deze functie kan alleen naar uw persoonlijke voorkeur worden ingesteld wanneer de elektrisch bedienbare ruiten met de afstandsbediening kunnen worden
    bediend.

    117

    RX 450h_EE



  • Page 119

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    ■ Als het schuifdak niet normaal sluit

    Ga als volgt te werk:
    ● Als het schuifdak sluit, maar dan weer een stukje opengaat
    STAP 1 Breng de auto tot stilstand.
    STAP 2 Houd de schakelaar CLOSE ingedrukt.*1

    Het schuifdak gaat dicht, gaat weer open en stopt ongeveer 10 seconden.*2 Vervolgens gaat het weer dicht, kantelt het omhoog en stopt het
    ongeveer 1 seconde. Ten slotte kantelt het schuifdak omlaag, waarna het
    opengaat en weer dichtgaat.
    STAP 3 Controleer of het schuifdak geheel gesloten is en laat de schakelaar los.

    ● Als het schuifdak omlaag kantelt maar dan weer omhoog kantelt
    STAP 1 Breng de auto tot stilstand.
    STAP 2 Houd de toets UP ingedrukt*1 totdat het schuifdak omhoogkantelt en

    stopt.
    STAP 3 Laat de toets UP even los en houd de toets UP weer ingedrukt.*1

    Het schuifdak blijft ongeveer 10 seconden in de omhooggekantelde positie staan.*2 Vervolgens wordt de stand enigszins bijgesteld en stopt het
    ongeveer 1 seconde. Ten slotte kantelt het schuifdak omlaag, waarna het
    opengaat en weer dichtgaat.
    STAP 4 Controleer of het schuifdak geheel gesloten is en laat de schakelaar los.

    *1: Als de schakelaar niet op het juiste moment wordt losgelaten, moet de
    procedure helemaal opnieuw worden uitgevoerd.
    *2: Als de schakelaar wordt losgelaten nadat er 10 seconden is gewacht,
    wordt de automatische functie uitgeschakeld. Houd in dat geval de
    toets CLOSE of UP ingedrukt. Het schuifdak kantelt omhoog en blijft
    gedurende ongeveer 1 seconde in die stand. Dan kantelt het omlaag,
    gaat open en sluit. Controleer of het schuifdak geheel gesloten is en
    laat de schakelaar los.
    Laat uw auto controleren door een Lexus-dealer of erkende reparateur als ook na
    het uitvoeren van de bovenstaande procedure het schuifdak niet goed sluit.
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    Bepaalde instellingen (bijvoorbeeld de koppeling aan de portiervergrendeling)
    kunnen worden gewijzigd.
    (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
    →Blz. 633)
    118

    RX 450h_EE



  • Page 120

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    WAARSCHUWING
    ■ Openen van het schuifdak

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Laat geen van de inzittenden tijdens het rijden zijn/haar hand of hoofd buiten de

    auto uit steken.
    ● Ga niet op het schuifdak zitten.
    ■ Sluiten van het schuifdak

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Controleer of geen van de inzittenden een lichaamsdeel naar buiten steekt dat

    bekneld zou kunnen raken als het schuifdak bediend wordt.
    ● Laat het schuifdak niet bedienen door kinderen.

    Het bekneld raken tussen het dak en het schuifdak kan ernstig letsel veroorzaken.
    ■ Klembeveiliging

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Steek geen lichaamsdelen in de opening om te proberen of de klembeveiliging

    werkt.
    ● Het is mogelijk dat de klembeveiliging niet meer werkt als het schuifdak bijna

    gesloten is. Zorg ervoor dat uw vingers of andere zaken niet bekneld raken.

    119

    RX 450h_EE



  • Page 121

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    Elektrisch bedienbaar zonnescherm∗

    Het elektrisch bedienbare zonnescherm kan met de schakelaars in de
    dakconsole worden geopend en gesloten.

    ■ Openen en sluiten
    Openen van het elektrisch
    bedienbare zonnescherm*
    Sluiten van het elektrisch
    bedienbare zonnescherm*
    *: Druk lichtjes op één van de
    schakelaars om het zonnescherm in een tussenstand te
    stoppen.

    ■ Het elektrisch bedienbare zonnescherm kan worden gebruikt wanneer:

    Het contact AAN staat.
    ■ Klembeveiliging

    Als tijdens het sluiten een object bekneld raakt tussen het zonnescherm en het
    frame, stopt de beweging van het zonnescherm en wordt dit weer iets geopend.

    ∗: Indien aanwezig
    120

    RX 450h_EE



  • Page 122

    1-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak

    WAARSCHUWING
    ■ Sluiten van het elektrisch bedienbare zonnescherm

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Controleer of geen van de inzittenden een lichaamsdeel naar buiten steekt dat

    bekneld zou kunnen raken als het zonnescherm bediend wordt.
    ● Laat het zonnescherm niet bedienen door kinderen.

    Het bekneld raken tussen het frame en het zonnescherm kan ernstig letsel veroorzaken.
    ■ Klembeveiliging
    ● Steek geen lichaamsdelen in de opening om te proberen of de klembeveiliging

    werkt.
    ● Het is mogelijk dat de klembeveiliging niet meer werkt als het zonnescherm bijna

    gesloten is.

    121

    RX 450h_EE



  • Page 123

    1-6. Tanken

    Openen van de tankdop
    Voer de volgende stappen uit om de tankdop te openen:

    ■ Voor het tanken
    ● Zet het contact UIT en sluit alle portieren en ruiten.
    ● Controleer de brandstofsoort. (→Blz. 123)
    ■ Openen van de tankdop
    STAP 1

    Druk op de schakelaar voor de
    tankdopklep om de tankdopklep te openen.

    STAP 2

    Draai de tankdop langzaam
    open.

    STAP 3

    Plaats de tankdop in de houder
    op de tankdopklep.

    122

    RX 450h_EE



  • Page 124

    1-6. Tanken

    Sluiten van de tankdop
    Draai na het tanken van brandstof
    de tankdop tot u een klik hoort. Als
    u de dop loslaat, zal hij iets in de
    andere richting draaien.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Als de tankdopklep niet geopend kan worden met behulp van de schakelaar in de

    auto
    STAP 1 Open de achterklep en trek de bagageafdekking omhoog. (→Blz. 480)
    STAP 2 Alleen met een compact reservewiel:

    Verwijder het deksel van het reservewiel. (→Blz. 480)
    STAP 3 Verwijder de afdekkap van de 12V-accu. (→Blz. 480)
    STAP 4

    Trek aan de hendel.

    STAP 5 Plaats de afdekkap van de 12V-accu met de clips. (→Blz. 483)

    ■ Brandstofsoort

    Euro-loodvrij met een octaangetal van 95 RON (Research Octane Number) of
    hoger
    ■ Gebruik van benzine vermengd met ethanol in een benzinemotor

    Lexus staat het gebruik van benzine met een ethanolgehalte van 10% toe. Zorg dat
    het gebruikte benzine/ethanol-mengsel een octaangetal heeft dat overeenkomt
    met het bovenstaande.

    123

    RX 450h_EE



  • Page 125

    1-6. Tanken

    WAARSCHUWING
    ■ Bij het tanken

    Neem bij het tanken de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Raak na het verlaten van de auto en voor het openen van de tankdop een onge-

    verfd metalen oppervlak aan om eventuele statische elektriciteit af te voeren. Het
    is belangrijk om statische elektriciteit af te voeren voordat u gaat tanken, omdat
    vonken als gevolg van statische elektriciteit brandstofdampen tot ontbranding
    kunnen brengen.
    ● Pak de tankdop bij de greep vast en draai hem langzaam los.

    Tijdens het losdraaien van de tankdop kan er een sissend geluid hoorbaar zijn.
    Wacht tot het geluid verdwenen is alvorens de tankdop te verwijderen. Bij hoge
    buitentemperaturen kan er brandstof uit de vulpijp spuiten.
    ● Zorg ervoor dat er niemand die de eventueel aanwezige statische elektriciteit

    van zijn lichaam niet heeft afgevoerd, in de buurt van een niet afgesloten brandstoftank komt.
    ● Adem de brandstofdampen niet in.

    Brandstof bevat stoffen die schadelijk zijn als ze ingeademd worden.
    ● Rook niet tijdens het tanken.

    Als u dat wel doet, kan er brand ontstaan.
    ● Keer niet naar de auto terug als u statisch geladen bent.

    Statische elektriciteit kan vonkvorming en daarmee brand veroorzaken.
    ■ Bij het tanken

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om te voorkomen dat de brandstoftank overstroomt:
    ● Plaats het vulpistool nauwkeurig in de vulpijp
    ● Stop met het vullen van de tank wanneer het vulpistool automatisch uit klikt
    ● Vul de brandstoftank niet tot de rand
    ■ Vervangen van de tankdop

    Vervang de tankdop uitsluitend door een originele Lexus-tankdop die speciaal
    voor uw auto ontwikkeld is. Anders kan er brand ontstaan of kunnen zich andere
    ongevallen voordoen, wat kan leiden tot ernstig letsel.

    124

    RX 450h_EE



  • Page 126

    1-6. Tanken

    OPMERKING
    ■ Tanken

    Mors geen brandstof tijdens het tanken.
    Anders kan schade aan de auto ontstaan, zoals het slecht functioneren van het
    emissieregelsysteem of beschadiging van de onderdelen van het brandstofsysteem
    of van de lak.

    1

    Voordat u gaat rijden
    125

    RX 450h_EE



  • Page 127

    1-7. Antidiefstalsysteem

    Startblokkering
    De sleutels van de auto zijn uitgerust met ingebouwde transponderchips
    die voorkomen dat het hybridesysteem gestart kan worden met een sleutel
    die niet in een eerder stadium geregistreerd is in de boordcomputer van
    de auto.
    Laat de sleutels nooit in de auto achter wanneer u de auto verlaat.

    Auto's met navigatiesysteem
    Het controlelampje knippert
    nadat het contact UIT is gezet
    om aan te geven dat het systeem in werking is.
    Het controlelampje stopt met
    knipperen als het contact in
    stand ACC of AAN wordt
    gezet om aan te geven dat het
    systeem is uitgeschakeld.
    Auto's zonder navigatiesysteem
    Het controlelampje knippert
    nadat het contact UIT is gezet
    om aan te geven dat het systeem in werking is.
    Het controlelampje stopt met
    knipperen als het contact in
    stand ACC of AAN wordt
    gezet om aan te geven dat het
    systeem is uitgeschakeld.

    126

    RX 450h_EE



  • Page 128

    1-7. Antidiefstalsysteem

    ■ Onderhoud van het systeem

    De auto is voorzien van een onderhoudsvrije startblokkering.
    ■ Omstandigheden die de werking van het systeem kunnen beïnvloeden

    1

    Voordat u gaat rijden

    Afhankelijk van omgevingsinvloeden en omstandigheden werkt de startblokkering
    mogelijk niet goed. Hierdoor kan het hybridesysteem mogelijk niet gestart worden.
    (→Blz. 54)

    127

    RX 450h_EE



  • Page 129

    1-7. Antidiefstalsysteem

    ■ Verklaring voor de startblokkering

    Dit systeem voldoet aan de betreffende regelgeving.

    128

    RX 450h_EE



  • Page 130

    1-7. Antidiefstalsysteem

    1

    Voordat u gaat rijden
    129

    RX 450h_EE



  • Page 131

    1-7. Antidiefstalsysteem

    130

    RX 450h_EE



  • Page 132

    1-7. Antidiefstalsysteem

    1

    Voordat u gaat rijden

    OPMERKING
    ■ Ervoor zorgen dat het systeem goed werkt

    Verander of verwijder het systeem niet. Na veranderen of tijdelijk verwijderen kan
    de werking van het systeem niet worden gegarandeerd.

    131

    RX 450h_EE



  • Page 133

    1-7. Antidiefstalsysteem

    Supervergrendeling
    Toegang door onbevoegden wordt voorkomen door het ontgrendelen van
    de portieren zowel van buitenaf als van binnenuit onmogelijk te maken.

    Auto's die met dit systeem zijn
    uitgerust, zijn voorzien van
    labels op de ruiten van de beide
    voorportieren.

    De supervergrendeling inschakelen
    ● Zet het contact UIT, laat alle inzittenden de auto verlaten en controleer
    of alle portieren gesloten zijn.
    ● Gebruik van de instapfunctie:
    Raak binnen 5 seconden 2 keer de vergrendelsensor op de portiergreep aan de buitenzijde aan.
    Bij gebruik van de afstandsbediening:
    Druk 2 keer binnen 5 seconden op
    .
    De supervergrendeling uitschakelen
    Gebruik van de instapfunctie: Houd de portiergreep aan de buitenzijde
    vast of druk op de schakelaar elektrisch bedienbare achterklep openen.
    (→Blz. 48)
    Gebruik van de afstandsbediening: Druk op
    .
    WAARSCHUWING
    ■ Voorschrift voor de supervergrendeling

    Schakel de supervergrendeling nooit in als er zich nog personen in de auto bevinden, omdat de portieren dan niet van binnenuit kunnen worden geopend.
    132

    RX 450h_EE



  • Page 134

    1-7. Antidiefstalsysteem

    Alarm

    *

    Het alarm klinkt en de verlichting knippert als iemand zich ongeoorloofd
    toegang tot de auto probeert te verschaffen.

    ■ Activeren van het alarm
    Wanneer het alarmsysteem is ingeschakeld, wordt het alarm onder
    de volgende omstandigheden geactiveerd:

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Als een vergrendeld portier wordt ontgrendeld of geopend zonder gebruik te maken van de instapfunctie of de afstandsbediening. (De portieren zullen automatisch opnieuw worden
    vergrendeld.)
    ● Als de motorkap wordt geopend.
    ● De inbraaksensor signaleert een beweging in de auto. (Iemand
    dringt de auto binnen.)
    ● Als de hellingsensor een verandering van de helling van de auto
    signaleert.
    ● Sommige uitvoeringen: De achterruit wordt aangetikt of stuk
    geslagen.
    ■ Het alarmsysteem inschakelen
    Auto's met navigatiesysteem
    Sluit de portieren, de achterklep
    en de motorkap en vergrendel
    alle portieren met de instapfunctie of de afstandsbediening.
    Na 30 seconden wordt het systeem automatisch ingeschakeld.
    Het systeem is ingeschakeld
    zodra het controlelampje niet
    meer constant brandt maar
    knippert.

    ∗: Indien aanwezig
    133

    RX 450h_EE



  • Page 135

    1-7. Antidiefstalsysteem

    Auto's zonder navigatiesysteem
    Sluit de portieren, de achterklep
    en de motorkap en vergrendel
    alle portieren met de instapfunctie of de afstandsbediening.
    Na 30 seconden wordt het systeem automatisch ingeschakeld.
    Het systeem is ingeschakeld
    zodra het controlelampje niet
    meer constant brandt maar
    knippert.

    ■ Deactiveren of uitschakelen van het alarm
    Voer een van de onderstaande handelingen uit om het alarm te
    deactiveren of uit te schakelen:
    ● Ontgrendel de portieren met de instapfunctie of de afstandsbediening.
    ● Schakel het hybridesysteem in. (Het alarm wordt na enkele
    seconden gedeactiveerd of uitgeschakeld.)

    Inbraaksensor en hellingsensor
    ● De inbraaksensor signaleert een indringer of een beweging in de auto.
    ● De hellingsensor signaleert een verandering van de hoek van de auto
    ten opzichte van het wegdek, die bijvoorbeeld ontstaat als de auto
    weggesleept wordt.
    Dit systeem is ontworpen om diefstal te voorkomen, maar een optimale
    beveiliging tegen elke vorm van inbraak kan niet worden gegarandeerd.
    De inbraaksensor en de hellingsensor kunnen met de schakelaar worden
    uitgeschakeld.

    134

    RX 450h_EE



  • Page 136

    1-7. Antidiefstalsysteem

    De inbraaksensor en de hellingsensor uitschakelen
    Zet het contact UIT en druk op de
    uitschakeltoets voor de inbraaksensor en de hellingsensor.

    1

    Voordat u gaat rijden

    Er wordt een melding weergegeven op het multi-informatiedisplay
    in het instrumentenpaneel.
    De inbraaksensor en hellingsensor
    zullen iedere keer dat het contact
    AAN wordt gezet, worden ingeschakeld.
    ■ Onderhoud van het systeem

    De auto is voorzien van een onderhoudsvrij alarmsysteem.
    ■ Zaken die gecontroleerd moeten worden alvorens de auto te vergrendelen

    Controleer onderstaande zaken om ongewild activeren van het alarm en diefstal te
    voorkomen:
    ● Er is niemand in de auto.
    ● De ruiten en het schuifdak zijn gesloten voordat het alarm wordt ingeschakeld.
    ● Er zijn geen waardevolle spullen of persoonlijke zaken in de auto achtergeble-

    ven.
    ■ Activeren van het alarm

    Het alarm wordt in de volgende gevallen mogelijk geactiveerd.
    (Het alarmsysteem wordt door het stoppen van het alarm uitgeschakeld.)
    ● De portieren worden ontgrendeld met de

    mechanische sleutel.

    135

    RX 450h_EE



  • Page 137

    1-7. Antidiefstalsysteem

    ● Iemand in de auto opent een portier of de

    motorkap.

    ● De 12V-accu is losgenomen.

    ■ Door alarmsysteem bediende portiervergrendeling (indien aanwezig)
    ● Als het alarm in werking is, worden de portieren automatisch vergrendeld om

    potentiële indringers buiten de auto te houden.
    ● Laat de sleutel niet in de auto liggen als het alarm in werking is en zorg ervoor

    dat de sleutel zich niet in de auto bevindt als de 12V-accu wordt opgeladen of
    vervangen.
    ■ Uitschakelen en automatisch weer inschakelen van de inbraaksensor en hel-

    lingsensor
    ● Het alarm wordt ingesteld zelfs wanneer de inbraaksensor en de hellingsensor

    zijn uitgeschakeld.
    ● Nadat de inbraaksensor en de hellingsensor zijn uitgeschakeld, worden deze

    opnieuw ingeschakeld als er op de startknop wordt gedrukt of als de portieren
    worden ontgrendeld met de instapfunctie, de afstandsbediening of de mechanische sleutel.
    ● Als het alarm weer wordt ingesteld, worden de inbraaksensor en de hellingsen-

    sor ingeschakeld.

    136

    RX 450h_EE



  • Page 138

    1-7. Antidiefstalsysteem

    ■ Aandachtspunten inbraaksensor

    De sensor activeert in de volgende gevallen mogelijk het alarm:
    ● Er bevinden zich nog personen of huis-

    dieren in de auto.
    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Een ruit of het schuifdak is open.

    In dit geval registreert de sensor mogelijk het volgende:
    • Wind of beweging van voorwerpen,
    zoals bladeren en insecten in de auto
    • Ultrasoongolven van apparaten,
    zoals de inbraaksensoren van andere
    auto's
    • Het bewegen van mensen buiten de
    auto
    ● Er bevinden zich onstabiele voorwerpen,

    zoals bijvoorbeeld loshangende accessoires of kleding aan kledinghaakjes, in de
    auto.

    ● De auto is geparkeerd op een plek waar

    extreme trillingen of geluiden optreden,
    zoals in een parkeergarage.

    137

    RX 450h_EE



  • Page 139

    1-7. Antidiefstalsysteem

    ● Er wordt ijs of sneeuw van de auto verwij-

    derd, waardoor de auto herhaaldelijk
    wordt blootgesteld aan schokken of trillingen.

    ● De auto staat in een wasstraat of een hogedruk-wasinstallatie.
    ● De auto is blootgesteld aan trillingen die het gevolg zijn van hagel, onweer of

    andere van buitenaf komende krachten.
    ■ Informatie over de hellingsensor

    De sensor activeert in de volgende gevallen mogelijk het alarm:
    ● De auto wordt vervoerd per boot, aanhanger, trein, enz.
    ● De auto staat geparkeerd in een parkeergarage.
    ● De auto bevindt zich in een wasstraat waarin de auto verplaatst wordt.
    ● Een van de banden verliest zijn spanning.
    ● De auto wordt opgekrikt.
    ● Wanneer zich een aardbeving of wegverzakking voordoet.
    ● Bagage wordt op een imperiaal geplaatst of ervan verwijderd.

    138

    RX 450h_EE



  • Page 140

    1-7. Antidiefstalsysteem

    OPMERKING
    ■ Controleer of de inbraaksensor en hellingsensor correct werken
    ● Raak de sensoren niet aan en bedek ze ook

    niet, omdat hierdoor de werking van de
    sensoren in negatieve zin beïnvloed kan
    worden.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Spuit geen luchtverfrisser of andere pro-

    ducten rechtstreeks in de openingen van
    de sensoren.

    ■ Ervoor zorgen dat het systeem goed werkt

    Verander of verwijder het systeem niet. Na veranderen of tijdelijk verwijderen kan
    de werking van het systeem niet worden gegarandeerd.

    139

    RX 450h_EE



  • Page 141

    1-8. Veiligheidsinformatie

    De juiste houding achter het stuur
    Stel op onderstaande wijze de juiste zitpositie in:

    Ga zo rechtop mogelijk in de
    stoel zitten met uw rug stevig
    tegen de leuning. (→Blz. 88)
    Schuif de stoel zo ver naar
    voren of naar achteren dat u
    de pedalen goed kunt bereiken en voldoende ver kunt
    intrappen. (→Blz. 88)
    Stel de rugleuning zo in dat u
    de
    bedieningsorganen
    gemakkelijk kunt bedienen.
    (→Blz. 88)
    Stel het stuurwiel zo af dat de
    airbag zich op borsthoogte
    bevindt.
    (→Blz. 106)
    Vergrendel de hoofdsteun in
    de stand waarin het midden
    van de hoofdsteun gelijk ligt
    met de bovenzijde van uw
    oren. (→Blz. 99)
    Draag de veiligheidsgordel
    op de juiste wijze.
    (→Blz. 101)

    140

    RX 450h_EE



  • Page 142

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Tijdens het rijden
    ● Verstel de bestuurdersstoel niet tijdens het rijden.

    Als u dat wel doet, kunt u de controle over de auto verliezen.

    1

    ● Plaats geen kussen tussen de bestuurder of voorpassagier en de rugleuning.

    Voordat u gaat rijden

    Gebruik van een kussen kan ertoe leiden dat de zithouding niet correct is, waardoor het effect van de veiligheidsgordel en de hoofdsteun in negatieve zin beïnvloedt kan worden en de bestuurder of voorpassagier ernstig letsel kunnen
    oplopen.
    ● Plaats geen voorwerpen onder de voorstoelen.

    Voorwerpen onder de voorstoelen kunnen klem komen te zitten in de stoelslede,
    waardoor de stoelen wellicht niet goed vergrendeld worden. Dit kan leiden tot
    een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan. Verder kan het stelmechanisme
    beschadigd raken.
    ■ Afstellen van de zitpositie
    ● Let er bij het verstellen van de positie van de stoel op dat de stoel de overige inzit-

    tenden van de auto niet raakt, omdat deze hierdoor wellicht letsel zouden kunnen oplopen.
    ● Houd uw handen niet onder de stoel of in de buurt van bewegende onderdelen

    om letsel te voorkomen.
    Uw vingers of handen zouden bekneld kunnen raken in het stoelmechanisme.

    141

    RX 450h_EE



  • Page 143

    1-8. Veiligheidsinformatie

    SRS-airbags
    De airbags worden geactiveerd als de auto betrokken raakt bij aanrijdingen onder bepaalde omstandigheden, die zouden kunnen leiden tot ernstig letsel voor de inzittenden. Ze werken samen met de veiligheidsgordels
    om de kans op ernstig letsel te beperken.

    Airbags voor
    Bestuurdersairbag/voorpassagiersairbag
    Helpen het hoofd en de borst van de bestuurder en de voorpassagier te
    beschermen tegen contact met onderdelen van het interieur
    Knie-airbags
    Helpen de bestuurder en de voorpassagier te beschermen.
    Side airbags en curtain airbags
    Side airbags voor
    Helpen het bovenlichaam van de voorste inzittenden te beschermen
    Side airbags achter
    Helpen het bovenlichaam van de inzittenden op de buitenste zitplaatsen
    achter te beschermen
    Curtain airbags
    Helpen het hoofd van de passagiers op de buitenste zitplaatsen voor en
    achter te beschermen
    142

    RX 450h_EE



  • Page 144

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Onderdelen SRS-airbagsysteem

    1

    Voordat u gaat rijden

    Aan/uit-schakelaar airbag
    Voorpassagiersairbag
    Curtain airbags
    Side airbags voor
    Controlelampje PASSENGER
    AIRBAG
    Side airbags achter
    Waarschuwingslampje SRS
    Bestuurdersairbag
    Curtain airbagsensoren

    Side airbag- en curtain airbagsensoren
    Schakelaar veiligheidsgordel
    bestuurder
    Positiesensor bestuurdersstoel
    Knie-airbags
    Airbag-ECU
    Airbagsensoren voor
    Gordelspanners en spankrachtbegrenzers

    De belangrijkste onderdelen van het airbagsysteem zijn hierboven afgebeeld. Het airbagsysteem wordt aangestuurd door de airbag-ECU. Bij
    het activeren van de airbags zorgt een chemische reactie in de ontstekingsmechanismen ervoor dat de airbags snel gevuld worden met nietgiftig gas om de beweging van de inzittenden te helpen beperken.

    143

    RX 450h_EE



  • Page 145

    1-8. Veiligheidsinformatie

    ■ Als de airbags worden geactiveerd (opgeblazen)
    ● Het contact met een geactiveerde airbag kan leiden tot kneuzingen en schaaf-

    wonden.
    ● Er is een luide knal hoorbaar en er komt wit poeder vrij.
    ● Gedurende enkele minuten na het activeren van de airbags kunnen de onder-

    delen (stuurwielnaaf, dashboard, voorstoelen, delen van de voor- en achterstijlen en de dakstijl) nog heet zijn. De airbag zelf kan ook heet zijn.
    ● De voorruit kan barsten.
    ■ Voorwaarden voor activering van de airbag (airbags voor)
    ● De airbags vóór worden pas geactiveerd als een bepaalde drempelwaarde

    wordt overschreden (vergelijkbaar met een frontale aanrijding met een snelheid van ongeveer 20 - 30 km/h tegen een voorwerp dat niet kan bewegen of
    vervormen).
    De drempelwaarde voor snelheid kan in de volgende situaties echter veel hoger
    liggen:
    • Wanneer de auto iets raakt dat kan bewegen en/of vervormen, zoals een
    geparkeerde auto of lantaarnpaal
    • Wanneer de auto betrokken raakt bij een ongeval waarbij de neus van de
    auto onder een vrachtwagen terechtkomt
    ● Afhankelijk van het type aanrijding is het mogelijk dat alleen de gordelspanners
    worden geactiveerd.

    144

    RX 450h_EE



  • Page 146

    1-8. Veiligheidsinformatie

    ■ Voorwaarden voor activering van de airbag (side airbags en curtain airbags)

    De side airbags en curtain airbags worden pas geactiveerd als een bepaalde drempelwaarde wordt overschreden (vergelijkbaar met ter plaatse van het passagierscompartiment aangereden worden met een snelheid van ongeveer 20 - 30 km/h
    door een ongeveer 1.500 kg wegend voertuig, komend vanuit een richting die haaks
    staat op de lengteas van de auto).

    1

    ■ Omstandigheden waarbij de airbags geactiveerd kunnen worden, anders dan bij

    Voordat u gaat rijden

    een aanrijding (airbags voor)
    De airbags vóór kunnen ook geactiveerd worden bij zware stoten tegen de onderkant van de auto. Zie de afbeelding voor een aantal voorbeelden.
    ● Raken van een stoeprand of een ander

    hard voorwerp
    ● In of over een diepe kuil rijden
    ● Hard neerkomen

    ■ Soorten aanrijdingen waarbij de airbags soms niet geactiveerd worden (airbags

    voor)
    Het airbagsysteem vóór is niet ontworpen om in werking te treden bij aanrijdingen
    van opzij of van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een frontale aanrijding
    op lage snelheid. Maar wanneer een aanrijding voldoende voorwaartse deceleratie veroorzaakt, wordt de airbag mogelijk geactiveerd.
    ● Aanrijding van opzij
    ● Aanrijding van achteren
    ● Over de kop slaan

    145

    RX 450h_EE



  • Page 147

    1-8. Veiligheidsinformatie

    ■ Soorten aanrijdingen waarbij de airbags

    (side en curtain airbags) soms niet geactiveerd worden
    De side airbags en curtain airbags treden mogelijk niet in werking bij aanrijdingen
    van opzij onder een bepaalde hoek of bij aanrijdingen van opzij waarbij het passagierscompartiment niet wordt geraakt.
    ● Aanrijding van opzij waarbij het passa-

    gierscompartiment niet wordt geraakt
    ● Aanrijding van opzij onder een hoek

    De side airbags en curtain airbags zijn niet ontworpen om in werking te treden bij
    aanrijdingen van voren of van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een aanrijding van opzij op lage snelheid.
    ● Aanrijding van voren
    ● Aanrijding van achteren
    ● Over de kop slaan

    146

    RX 450h_EE



  • Page 148

    1-8. Veiligheidsinformatie

    ■ Wanneer moet u contact opnemen met een Lexus-dealer of erkende reparateur

    In de volgende gevallen kan controle en/of reparatie van de auto nodig zijn. Neem
    zo snel mogelijk contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ● Na het opblazen van de airbags.

    1

    ● Bij schade aan de voorzijde van de auto

    Voordat u gaat rijden

    ten gevolge van een aanrijding die niet
    van zodanige aard was dat de airbags
    werden opgeblazen.

    ● Bij schade aan de portieren ten gevolge

    van een aanrijding die niet van zodanige
    aard was dat de side airbags en curtain
    airbags werden geactiveerd.

    ● Bij krassen, scheuren of andere beschadi-

    gingen aan het stuurwielkussen of het
    dashboard bij de voorpassagiersairbag of
    het onderste gedeelte van het instrumentenpaneel.

    ● Bij krassen, scheuren of andere beschadi-

    gingen aan de zijkant van de leuning van
    een voorstoel met een side airbag.

    147

    RX 450h_EE



  • Page 149

    1-8. Veiligheidsinformatie

    ● Bij krassen, scheuren of andere beschadi-

    gingen in het interieur in het deel van de
    voor- en de achterstijl en het dak met de
    curtain airbags.

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen airbags

    Neem met betrekking tot de airbags de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
    ● Alle inzittenden dienen hun veiligheidsgordel op de juiste manier te dragen.
    De SRS-airbags zijn aanvullende middelen die samen met de veiligheidsgordels
    gebruikt moeten worden.
    ● De bestuurdersairbag wordt met een aanzienlijke kracht geactiveerd, waardoor
    ernstig letsel kan ontstaan, vooral wanneer de bestuurder zich dicht bij de airbag
    bevindt.
    Omdat de eerste 50 - 75 mm het gevaarlijkst zijn bij de activering van de airbag,
    kunt u door een afstand van 250 mm tot het stuurwiel aan te houden, een veilige
    marge inbouwen. Dit is de afstand gemeten vanaf het midden van het stuurwiel
    tot aan uw borstbeen. Als u nu minder dan 250 mm van de airbag zit, kunt u uw
    zitpositie op verschillende manieren wijzigen:
    • Plaats uw stoel zo ver mogelijk naar achteren terwijl de pedalen nog goed
    kunnen worden bediend.
    • Zet de rugleuning iets achterover.
    Hoewel auto's verschillen, verkrijgen veel bestuurders, zelfs met de bestuurdersstoel helemaal naar voren, de afstand van 250 mm door simpelweg de
    rugleuning iets achterover te zetten. Als u door het achterover zetten van uw
    stoel de weg niet goed meer kunt zien, kunt u een stevig, niet-glad kussen
    gebruiken om hoger te zitten, of uw stoel hoger zetten wanneer uw auto deze
    mogelijkheid biedt.
    • Als het stuurwiel verstelbaar is, kantel het dan naar beneden. Hierdoor wijst
    de airbag naar uw borst in plaats van uw hoofd en nek.
    • De stoel dient te worden afgesteld zoals hierboven aanbevolen, terwijl de
    auto nog steeds goed bediend kan worden.
    148

    RX 450h_EE



  • Page 150

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen airbags
    ● De voorpassagiersairbag wordt ook met een aanzienlijke kracht opgeblazen

    waardoor ernstig letsel kan ontstaan, vooral wanneer de voorpassagier zich dicht
    bij de airbag bevindt. De voorpassagiersstoel dient zo ver mogelijk van de airbag
    af te staan, met de rugleuning rechtop.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ● Kinderen die niet (goed) op de stoel zitten en/of geen gordel dragen of de gordel

    niet op de juiste manier dragen, kunnen letsel oplopen door een in werking tredende airbag. Gebruik de veiligheidsgordels nooit voor baby's of kleine kinderen. Gebruik hiervoor speciale baby- of kinderzitjes. Lexus beveelt ten zeerste
    aan dat alle kinderen achterin plaatsnemen en de veiligheidsgordels altijd op de
    juiste manier dragen. Achterin zitten kinderen veiliger dan op de voorpassagiersstoel. (→Blz. 153)
    ● Ga niet op het puntje van de stoel zitten en

    leun niet op het dashboard.

    ● Laat een kind niet op de passagiersstoel

    staan of bij een voorpassagier op schoot
    zitten.
    ● Sta niet toe dat voorpassagiers voorwer-

    pen op hun knieën vasthouden.

    149

    RX 450h_EE



  • Page 151

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen airbags
    ● Leun niet tegen het portier, de dakzijrail of

    de voor-, midden- of achterstijl.

    ● Laat niemand op de passagiersstoel knie-

    len met het hoofd naar het portier gericht
    en laat niemand zijn hoofd of handen buiten de auto steken.

    ● Bevestig niets aan en laat niets rusten

    tegen componenten als het dashboard, het
    stuurwielkussen of het onderste deel van
    het dashboard.
    Alles wat op deze componenten bevestigd
    is of ertegenaan rust, kan als een projectiel
    worden gelanceerd als de airbag voor de
    bestuurder, de airbag voor de voorpassagier of de knie-airbag geactiveerd wordt.
    ● Bevestig niets aan het portier, de voorruit,

    de portierruit, de voor- en achterstijl, de
    langsdrager in het dak of de handgreep.
    ● Hang geen kleerhangers of andere harde

    voorwerpen aan de kledinghaakjes. Dergelijke voorwerpen kunnen als een projectiel gelanceerd worden en ernstig letsel
    veroorzaken wanneer de curtain airbags
    geactiveerd worden.

    150

    RX 450h_EE



  • Page 152

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen airbags
    ● Zorg ervoor dat de knie-airbag niet door iets wordt afgedekt.
    ● Gebruik geen accessoires op de stoelen die het gedeelte van de stoel waarin de

    1

    Voordat u gaat rijden

    side airbags aanwezig zijn, afdekken omdat dat een negatieve invloed kan hebben op een juiste werking van de side airbags. Dergelijke accessoires kunnen tot
    resultaat hebben dat de side airbags niet op de juiste wijze geactiveerd worden,
    helemaal niet geactiveerd worden of per ongeluk geactiveerd worden, waardoor
    ernstig letsel kan ontstaan.
    ● Sla niet, en oefen ook geen overmatige kracht uit, op onderdelen waarin airbags

    aanwezig zijn.
    Als dat wel gebeurt, kunnen er defecten aan de airbags ontstaan.
    ● Raak onderdelen van het airbagsysteem niet aan direct nadat de airbags geacti-

    veerd zijn omdat deze heet kunnen zijn.
    ● Als u na het activeren moeilijkheden met de ademhaling ondervindt, open dan

    een portier of ruit om frisse lucht binnen te laten of verlaat de auto als u dat op
    een veilige manier kunt doen. Als er poederdeeltjes op uw huid zijn terechtgekomen, was deze er dan zo snel mogelijk af om huidirritatie te voorkomen.
    ● Als de delen waarin airbags ondergebracht zijn, zoals het stuurwielkussen en de

    bekleding van de voor- en achterstijl, beschadigd of gescheurd zijn, laat deze dan
    vervangen door een Lexus-dealer of erkende reparateur.

    151

    RX 450h_EE



  • Page 153

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Wijzigingen aan en afvoeren van onderdelen van het airbagsysteem

    Sloop uw auto niet en breng geen van de onderstaande wijzigingen aan zonder
    eerst een Lexus-dealer of erkende reparateur te raadplegen.
    De airbags kunnen defect raken of per ongeluk worden geactiveerd (opgeblazen),
    waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
    ● Plaatsing, verwijdering, demontage en reparatie van de airbags
    ● Reparaties, wijzigingen, verwijderen of vervangen van het stuurwiel, instrumen-

    tenpaneel, dashboard, stoelen of stoelbekleding, voor-, midden- en achterstijlen
    en het dak
    ● Reparaties of wijzigingen aan het voorscherm, de voorbumper of de zijkant van

    het passagierscompartiment
    ● Plaatsen van accessoires aan de voorzijde van de auto (bullbars, sneeuwploeg of

    lier)
    ● Wijzigingen aan de wielophanging van de auto
    ● Montage van elektronische apparatuur zoals een zend- en ontvanginstallatie of

    CD-speler
    ● Aanpassing van uw auto ten behoeve van een mindervalide persoon

    152

    RX 450h_EE



  • Page 154

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Baby- en kinderzitjes
    Lexus raadt sterk aan gebruik te maken van baby- en kinderzitjes.

    Punten om rekening mee te houden
    1

    Voordat u gaat rijden

    Studies hebben uitgewezen dat het plaatsen van een baby- of kinderzitje
    op de achterstoelen veel veiliger is dan op de passagiersstoel.
    ● Kies een baby- of kinderzitje dat past bij uw auto en dat geschikt is
    voor de leeftijd en de lengte van het kind.
    ● Volg bij het plaatsen van een baby- of kinderzitje altijd de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het zitje.
    In deze handleiding vindt u algemene aanwijzingen. (→Blz. 163)
    ● Als er in het land waarin u woont afwijkende regels zijn voor baby- en
    kinderzitjes, moet u contact opnemen met een Lexus-dealer of
    erkende reparateur voor het plaatsen van een baby- of kinderzitje.
    ● Lexus raadt aan om een zitje te kiezen met het keurmerk ECE R44.
    Soorten baby- en kinderzitjes
    Het keurmerk “ECE R44” maakt onderscheid tussen 5 groepen babyen kinderzitjes.
    Groep 0: Minder dan 10 kg (0 - 9 maanden)
    Groep 0+: Minder dan 13 kg (0 - 2 jaar)
    Groep I:

    9 - 18 kg (9 maanden - 4 jaar)

    Groep II: 15 - 25 kg (4 - 7 jaar)
    Groep III: 22 - 36 kg (6 - 12 jaar)
    In deze handleiding wordt het plaatsen van 3 zitjes die vast kunnen worden gezet met de veiligheidsgordel nader uitgelegd:

    153

    RX 450h_EE



  • Page 155

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Babyzitje
    Komt overeen met groep 0 en 0+
    van ECE R44

    Kinderzitje
    Komt overeen met groep 0+ en I
    van ECE R44

    Zitkussen
    Komt overeen met groep II en III
    van ECE R44

    154

    RX 450h_EE



  • Page 156

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Geschiktheid baby- en kinderzitjes voor diverse zitposities
    In deze tabel wordt aangegeven in hoeverre de baby- en kinderzitjes in
    verschillende zitposities kunnen worden geplaatst.
    1

    Zitpositie

    Aan/uit-schakelaar
    airbag

    Achterstoel

    Rechts

    Links

    Midden

    AAN

    UIT

    0
    Tot 10 kg
    (0 - 9 maanden)

    X
    Niet toegestaan

    U*1, L*1

    U, L

    U, L

    X

    0+
    Tot 13 kg
    (0 - 2 jaar)

    X
    Niet toegestaan

    U*1, L*1

    U, L

    U, L

    X

    U*1

    U*2

    U*2

    X

    U*1

    U*2,
    L*2

    U*2,
    L*2

    X

    I
    9 - 18 kg
    (9 maanden 4 jaar)

    II, III
    15 - 36 kg
    (4 - 12 jaar)

    Tegen de rijrichting in
    X
    Niet toegestaan

    Voordat u gaat rijden

    Gewichtsgroepen

    Voorpassagiersstoel

    In de rijrichting
    geplaatst
    UF*1
    UF*1

    155

    RX 450h_EE



  • Page 157

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Verklaring van lettercodes in de tabel:
    U: Geschikt voor een “universeel” zitje dat is goedgekeurd voor
    gebruik in deze gewichtsgroep.
    UF: Geschikt voor een in de rijrichting geplaatst “universeel” zitje dat is
    goedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep.
    L: Geschikt voor een baby- of kinderzitje dat wordt getoond in de lijst
    met baby- en kinderzitjes.
    X:

    Geen geschikte zitpositie voor kinderen in deze gewichtsgroep.

    1

    * : Zet de rugleuning van de voorstoel zo ver mogelijk rechtop. Zet de voorstoel helemaal naar achteren.
    Verwijder indien mogelijk de hoofdsteun indien deze de werking van het
    baby- of kinderzitje hindert.
    Als de passagiersstoel in hoogte kan worden versteld, zet hem dan in de
    hoogste positie.
    Volg deze procedures:
    • Plaatsen van een babyzitje met steunvoet
    Indien de rugleuning in de weg zit wanneer u het babyzitje op de steunvoet wilt bevestigen, verplaatst u de rugleuning naar achteren tot er voldoende ruimte is.
    • Plaatsen van een in de rijrichting geplaatst kinderzitje
    Als er een opening aanwezig is tussen het kinderzitje en de rugleuning,
    kantel de rugleuning dan naar achteren totdat het zitje en de rugleuning
    goed contact maken.
    Als het schouderbevestigingspunt van de veiligheidsgordel zich vóór de
    gordelgeleider van het kinderzitje bevindt, verplaatst u de stoelzitting naar
    voren.
    • Plaatsen van een zitkussen
    Als het kind in het zitje erg rechtop zit, zet u de rugleuning in een comfortabelere stand.
    Als het schouderbevestigingspunt van de veiligheidsgordel zich vóór de
    gordelgeleider van het kinderzitje bevindt, verplaatst u de stoelzitting naar
    voren.
    2: Verwijder indien mogelijk de hoofdsteun indien deze de werking van het
    *
    baby- of kinderzitje hindert.

    156

    RX 450h_EE



  • Page 158

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Controleer bij baby- of kinderzitjes die niet worden genoemd in de tabel,
    of ze geschikt zijn voor gebruik in deze auto. Raadpleeg hiervoor de
    fabrikant of de leverancier van het baby- of kinderzitje.
    Lijst baby- en kinderzitjes
    1

    Gewichtsgroepen

    Categorie

    0
    Tot 10 kg
    (0 - 9 maanden)

    LEXUS G 0+, BABYSAFE PLUS met
    VEILIGHEIDSGORDELBEVESTIGING, BASE
    PLATFORM

    Semi-universeel

    0+
    Tot 13 kg
    (0 - 2 jaar)

    LEXUS G 0+, BABYSAFE PLUS met
    VEILIGHEIDSGORDELBEVESTIGING, BASE
    PLATFORM

    Semi-universeel

    II, III
    15 - 36 kg
    (4 - 12 jaar)

    LEXUS KIDFIX

    Universeel/
    Semi-universeel

    Voordat u gaat rijden

    Baby- en kinderzitjes

    157

    RX 450h_EE



  • Page 159

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Geschiktheid baby- en kinderzitjes voor diverse zitposities
    (met ISOfix-bevestigingssysteem)
    In deze tabel wordt aangegeven in hoeverre de baby- en kinderzitjes in
    verschillende zitposities kunnen worden geplaatst.
    ISOfix-posities auto
    Gewichtsgroepen

    Reiswieg
    0
    Tot 10 kg
    (0 - 9 maanden)
    0+
    Tot 13 kg
    (0 - 2 jaar)

    I
    9 - 18 kg
    (9 maanden - 4 jaar)

    Grootteklasse

    Bevestiging

    Buitenste zitplaatsen
    achter
    Rechts

    Links

    F

    ISO/L1

    X

    X

    G

    ISO/L2

    X

    X

    E

    ISO/R1

    IL

    IL

    E

    ISO/R1

    IL

    IL

    D

    ISO/R2

    IL

    IL

    C

    ISO/R3

    IL

    IL

    D

    ISO/R2

    X

    X

    C

    ISO/R3

    X

    X

    B

    ISO/F2

    IUF*, IL*

    IUF*, IL*

    B1

    ISO/F2X

    IUF*, IL*

    IUF*, IL*

    A

    ISO/F3

    IUF*, IL*

    IUF*, IL*

    Verklaring van lettercodes in de tabel:
    IUF: Geschikt voor een in de rijrichting geplaatst universeel ISOfix-zitje
    dat is goedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep.
    IL: Geschikt voor een baby- of kinderzitje dat wordt getoond in de lijst
    met ISOfix-baby- en kinderzitjes.

    158

    RX 450h_EE



  • Page 160

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Wanneer een LEXUS MINI of LEXUS MIDI wordt gebruikt, past u de
    steunpoot en de ISOfix-koppelingen als volgt aan:
    Vergrendel de ISOfix-koppelingen bij nr. 4 en 5.
    Vergrendel de steunpoot bij
    opening nr. 3.

    Voordat u gaat rijden

    X:

    1

    ISOfix-positie niet geschikt voor ISOfix-baby- of kinderzitje in deze
    gewichtsgroep en/of grootteklasse.

    *: Verwijder indien mogelijk de hoofdsteun indien deze de werking van het
    baby- of kinderzitje hindert.

    Andere dan de in de tabel genoemde baby- en kinderzitjes kunnen eveneens gebruikt worden als gecontroleerd is of ze geschikt zijn voor
    gebruik in uw auto.

    159

    RX 450h_EE



  • Page 161

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Lijst ISOfix-baby- of kinderzitje

    Gewichtsgroepen

    0
    Tot 10 kg
    (0 - 9 maanden)

    0+
    Tot 13 kg
    (0 - 2 jaar)

    I
    9 - 18 kg
    (9 maanden - 4 jaar)

    160

    RX 450h_EE

    Grootteklasse

    Bevestiging

    ISOfixbaby- of
    kinderzitjes

    Categorie

    E

    ISO/R1

    LEXUS
    MINI

    Semiuniverseel

    E

    ISO/R1

    LEXUS
    MIDI

    Semiuniverseel

    E

    ISO/R1

    LEXUS
    MINI

    Semiuniverseel

    E

    ISO/R1

    LEXUS
    MIDI

    Semiuniverseel

    D

    ISO/R2

    LEXUS
    MINI

    Semiuniverseel

    D

    ISO/R2

    LEXUS
    MIDI

    Semiuniverseel

    C

    ISO/R3

    LEXUS
    MINI

    Semiuniverseel

    C

    ISO/R3

    LEXUS
    MIDI

    Semiuniverseel

    B

    ISO/F2

    LEXUS
    MIDI

    Semiuniverseel

    B1

    ISO/F2X

    LEXUS
    MIDI

    Semiuniverseel

    A

    ISO/F3

    LEXUS
    MIDI

    Semiuniverseel



  • Page 162

    1-8. Veiligheidsinformatie

    ■ Als er een baby- of kinderzitje op de voorpassagiersstoel wordt geplaatst

    Als u een baby- of kinderzitje op de passagiersstoel vervoert, zet dan de rugleuning zo
    ver mogelijk rechtop en zet de stoel helemaal
    naar achteren en in de hoogste stand.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Kiezen van een geschikt baby- of kinderzitje
    ● Gebruik een passend veiligheidssysteem voor kinderen tot het kind groot

    genoeg is om de standaard gemonteerde veiligheidsgordel te gebruiken.
    ● Als het kind te groot is voor een zitje, laat het dan achterin plaatsnemen en

    gebruik de standaard gemonteerde veiligheidsgordel. (→Blz. 101)

    WAARSCHUWING
    ■ Gebruik van een baby- of kinderzitje

    Het gebruik van een baby- of kinderzitje dat niet geschikt is voor deze auto vormt
    geen goede bescherming voor het kind. Het kind kan dan (bij plotseling remmen of
    bij een aanrijding) ernstig letsel oplopen.
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij baby- en kinderzitjes
    ● De meest effectieve bescherming van een kind tijdens een ongeval of bij hard

    remmen, is het gebruik van een veiligheidssysteem dat is afgestemd op de
    grootte en het gewicht van het kind. Het vasthouden van een kind in de armen is
    geen vervanging voor een veiligheidssysteem. Bij een ongeval kan een kind dan
    de voorruit raken of (als u geen veiligheidsgordel om hebt) klem komen te zitten
    tussen u en het dashboard. Hierdoor kan een kind bij hard remmen of een ongeval ernstig letsel oplopen.
    ● Lexus adviseert met klem gebruik te maken van een geschikt baby- of kinderzitje

    dat past bij de lengte van het kind en dat achterin geplaatst is. In ongevallenstatistieken is aangetoond dat kinderen minder verwondingen oplopen als zij achterin
    zitten.

    161

    RX 450h_EE



  • Page 163

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij baby- en kinderzitjes
    ● Gebruik nooit een tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje op de pas-

    sagiersstoel als de aan/uit-schakelaar voor de airbag AAN staat. (→Blz. 173)
    Bij een ongeval kan het kind letsel oplopen door de kracht waarmee de airbag
    wordt geactiveerd.
    ● Plaats een in de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje alleen op de voorstoel

    als het niet anders kan. Plaats nooit baby- of kinderzitjes die aan de bovenzijde
    vastgemaakt moeten worden op de voorpassagiersstoel, aangezien deze stoel
    niet van bovenste bevestigingspunten is voorzien. Zet de rugleuning zo ver
    mogelijk omhoog en naar achteren, omdat de voorpassagiersairbag met aanzienlijke snelheid en kracht wordt geactiveerd. Hierdoor kan ernstig letsel ontstaan.
    ● Laat een kind niet met het hoofd of een ander lichaamsdeel tegen het portier leu-

    nen of tegen dat deel van de stoel, de voor- en achterstijl of de dakstijl leunen
    waarin de side airbag of de curtain airbag is ondergebracht, ook niet als het kind
    in een baby- of kinderzitje zit. Anders kan het kind ernstig letsel oplopen als bij
    een aanrijding de side airbags of de curtain airbags worden geactiveerd.
    ● Volg bij het plaatsen van een zitje altijd de gebruiksaanwijzing van de fabrikant en

    controleer na het plaatsen van het zitje of het stevig is bevestigd. Als het zitje niet
    stevig vastzit, kan het kind bij hard remmen of uitwijken of bij een aanrijding letsel
    oplopen.
    ■ Als er kinderen in de auto aanwezig zijn

    Laat kinderen niet met de veiligheidsgordel spelen. Als de veiligheidsgordel om de
    nek van het kind draait, kan het kind stikken of ernstig letsel oplopen.
    Als de gordelsluiting niet kan worden losgemaakt, knip de gordel dan door met een
    schaar.
    ■ Als het baby- of kinderzitje niet in gebruik is
    ● Laat het zitje goed vastzitten op de stoel zelfs als het niet wordt gebruikt. Plaats

    het kinderzitje niet los in het passagierscompartiment.
    ● Als het zitje moet worden losgemaakt, verwijder het dan uit de auto of berg het

    veilig op in de bagageruimte. Dit voorkomt dat inzittenden hierdoor bij hard remmen of uitwijken of bij een aanrijding letsel oplopen.

    162

    RX 450h_EE



  • Page 164

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Plaatsen van veiligheidssystemen voor kinderen
    Volg de aanwijzingen van de fabrikant van het baby- of kinderzitje. Zet het
    zitje stevig vast op de zitplaatsen met de veiligheidsgordel of de ISOFIXbevestigingen. Zet het baby- of kinderzitje indien nodig ook aan de bovenzijde vast.

    1

    Voordat u gaat rijden

    Plaatsen met een veiligheidsgordel (→Blz. 164)

    ISOfix-bevestigingssysteem
    (ISOfix-baby- of kinderzitje)
    (→Blz. 167)
    Voor de buitenste achterstoelen
    zijn lage bevestigingspunten
    aanwezig. (Knoppen geven aan
    waar de bevestigingspunten
    zich in de bank bevinden.)

    Bovenste bevestigingspunten
    (voor de bovenste gordel)
    (→Blz. 168)
    Alle zitplaatsen achter zijn voorzien van een bevestigingspunt
    voor de bovenste gordel.

    163

    RX 450h_EE



  • Page 165

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Plaatsen van een baby- of kinderzitje met behulp van een veiligheidsgordel
    ■ Tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje
    Trek aan de hendel van de rugleuSTAP 1
    ningverstelling om de rugleuning
    neer te klappen. Zet de rugleuning
    rechtop en vergrendel deze in de
    eerste stand. (→Blz. 91)

    STAP 2

    Plaats het zitje achterin, zodat het
    kind naar achteren kijkt.

    STAP 3

    Voer de veiligheidsgordel door het
    zitje en steek de gesp in de gordelsluiting. Controleer of de gordel
    niet gedraaid is.
    Volg de aanwijzingen in de montagehandleiding van het baby- of kinderzitje en zet het zitje goed vast.

    164

    RX 450h_EE



  • Page 166

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Als uw baby- of kinderzitje niet is
    voorzien van een vergrendelsysteem voor de veiligheidsgordel,
    zet het zitje dan vast met een blokkeerclip.

    1

    Voordat u gaat rijden

    Beweeg het baby- of kinderzitje na het plaatsen naar achteren en naar
    voren om te controleren of het goed vastzit.
    ■ Kinderzitje waarin het kind met het gezicht in de rijrichting zit
    Trek aan de hendel van de rugleuSTAP 1
    ningverstelling om de rugleuning
    neer te klappen. Zet de rugleuning
    rechtop en vergrendel deze in de
    eerste stand. (→Blz. 91)

    STAP 2

    Plaats het zitje zodanig op de stoel
    dat het kind in de rijrichting kijkt.

    165

    RX 450h_EE



  • Page 167

    1-8. Veiligheidsinformatie

    STAP 3

    Voer de veiligheidsgordel door het
    zitje en steek de gesp in de gordelsluiting. Controleer of de gordel
    niet gedraaid is.
    Volg de aanwijzingen in de montagehandleiding van het baby- of kinderzitje en zet het zitje goed vast.

    Als uw baby- of kinderzitje niet is
    voorzien van een vergrendelsysteem voor de veiligheidsgordel,
    zet het zitje dan vast met een blokkeerclip.

    Beweeg het baby- of kinderzitje na het plaatsen naar achteren en naar
    voren om te controleren of het goed vastzit.
    ■ Zitkussen
    STAP 1

    166

    RX 450h_EE

    Trek aan de hendel van de rugleuningverstelling om de rugleuning
    neer te klappen. Zet de rugleuning
    rechtop en vergrendel deze in de
    eerste stand. (→Blz. 91)



  • Page 168

    1-8. Veiligheidsinformatie

    STAP 2

    Plaats het zitje zodanig op de stoel
    dat het kind in de rijrichting kijkt.

    1

    Voordat u gaat rijden

    STAP 3

    Plaats het kind op het zitkussen.
    Zet het kind vast met de veiligheidsgordel volgens de aanwijzingen van de fabrikant en steek de
    gesp in de gordelsluiting. Controleer of de gordel niet gedraaid is.
    Controleer of de schoudergordel
    goed over de schouder van het
    kind loopt en het heupgedeelte zo
    laag mogelijk ligt. (→Blz. 101)

    Plaatsen met ISOfix-bevestigingen (ISOfix-baby- of kinderzitje)
    STAP 1

    Trek aan de hendel van de rugleuningverstelling om de rugleuning
    neer te klappen. Zet de rugleuning
    rechtop en vergrendel deze in de
    eerste stand. (→Blz. 91)

    167

    RX 450h_EE



  • Page 169

    1-8. Veiligheidsinformatie

    STAP 2

    STAP 3

    Maak de opening tussen
    de zitting en de rugleuning
    iets groter.
    Bevestig de gespen aan de
    speciale bevestigingsstangen.

    Als het kinderzitje een lus aan de
    bovenzijde heeft, moet deze worden vastgezet aan de bovenste
    bevestigingspunten.

    Baby- en kinderzitjes met een bovenste gordel
    STAP 1

    Zet het baby- of kinderzitje vast
    met een veiligheidsgordel of ISOfix-bevestigingssysteem en verstel
    de hoofdsteun.

    STAP 2

    Open het klepje van het bovenste
    bevestigingspunt, zet de haak vast
    aan het bevestigingspunt en trek
    de bovenste gordel aan.
    Controleer of de bovenste gordel
    goed vastzit.

    168

    RX 450h_EE



  • Page 170

    1-8. Veiligheidsinformatie

    STAP 3

    Plaats de hoofdsteun en vergrendel deze in de hoogste stand.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Vastzetten van een baby- of kinderzitje

    Afhankelijk van het type baby- of kinderzitje dat u wilt monteren, kan het nodig zijn
    dat u een blokkeerclip gebruikt. Volg de aanwijzingen van de fabrikant van het
    baby- of kinderzitje. Als uw baby- of kinderzitje niet over een blokkeerclip beschikt,
    kunt u deze kopen bij een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    Blokkeerclip voor baby- of kinderzitje
    (onderdeelnr. 73119-22010)

    169

    RX 450h_EE



  • Page 171

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt

    Volg de aanwijzingen in de montagehandleiding van het baby- of kinderzitje en zet
    het zitje goed vast.
    Als het baby- of kinderzitje niet goed wordt vastgezet, kan het kind of een andere
    passagier bij plotseling remmen, een uitwijkmanoeuvre of een aanrijding ernstig
    letsel oplopen.
    ● Als het zitje niet goed geplaatst kan wor-

    den omdat de bestuurdersstoel in de weg
    zit, moet het zitje rechts achterin worden
    geplaatst.
    ● Verstel de voorpassagiersstoel zodanig dat

    deze geen contact maakt met het baby- of
    kinderzitje.
    ● Plaats een in de rijrichting geplaatst baby-

    of kinderzitje alleen op de voorstoel als het
    niet anders kan.
    Als er een zitje waarin het kind met het
    gezicht in de rijrichting zit op de passagiersstoel wordt geplaatst, moet de stoel
    zo ver mogelijk naar achteren worden
    geschoven.
    Als dat niet gedaan wordt, kan er ernstig
    letsel ontstaan als de airbags geactiveerd
    worden.
    ● Zet beide zittingen en beide rugleuningen in dezelfde stand wanneer een zitje in

    het midden op de achterbank wordt geplaatst. De rugleuningen moeten in
    dezelfde stand staan. Anders kan het zitje niet stevig vast worden gezet en kan bij
    plotseling remmen of uitwijken of bij een aanrijding ernstig letsel met fatale gevolgen optreden.

    170

    RX 450h_EE



  • Page 172

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt
    ● Gebruik nooit een tegen de rijrichting in

    geplaatst baby- of kinderzitje op de passagiersstoel als de aan/uit-schakelaar voor
    de airbag AAN staat.
    (→Blz. 173)

    1

    Voordat u gaat rijden

    In geval van een ongeluk kan de kracht
    waarmee de voorpassagiersairbag wordt
    opgeblazen ernstig letsel bij het kind veroorzaken.
    Een waarschuwingslabel op de zonneklep
    aan passagierszijde geeft aan dat het niet is
    toegestaan om een tegen de rijrichting in
    geplaatst baby- of kinderzitje op de voorpassagiersstoel te plaatsen.
    In onderstaande afbeelding is het label in
    detail te zien.

    171

    RX 450h_EE



  • Page 173

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt
    ● Als er in het land waarin u woont afwijkende regels zijn voor baby- en kinderzit-

    jes, moet u contact opnemen met een Lexus-dealer of erkende reparateur voor
    het plaatsen van een baby- of kinderzitje.
    ● Controleer als er een zitkussen geplaatst is altijd of de schoudergordel over het

    midden van de schouder van het kind loopt. De gordel mag niet langs de nek van
    het kind lopen maar mag ook niet van de schouder van het kind vallen. Als de
    gordel niet goed over de schouder ligt, kan het kind bij plotseling remmen of uitwijken of bij een aanrijding ernstig letsel oplopen.
    ● Controleer of de gesp goed in de gordelsluiting valt en of de gordel niet gedraaid

    is.
    ● Beweeg het kinderzitje naar links en naar rechts en naar voren en naar achteren

    om te controleren of het goed is geplaatst.
    ● Verstel de rugleuning niet meer nadat het baby- of kinderzitje is geplaatst.
    ● Volg bij het plaatsen van een baby- of kinderzitje altijd de gebruiksaanwijzing van

    de fabrikant.
    ■ Het correct vastzetten van het zitje aan de bevestigingspunten

    Controleer bij het gebruik van de onderste bevestigingspunten of er geen vreemde
    voorwerpen rond de bevestigingspunten aanwezig zijn en of de gordel niet klem zit
    achter het baby- of kinderzitje. Controleer of het baby- of kinderzitje goed vastzit.
    Als het zitje niet stevig vastzit, kan het kind of een andere passagier bij hard remmen, een uitwijkmanoeuvre of een ongeval letsel oplopen.

    172

    RX 450h_EE



  • Page 174

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Handmatig in-/uitschakelsysteem airbag
    Met dit systeem kunnen de voorpassagiersairbag en de knie-airbag worden uitgeschakeld.
    Schakel deze airbags alleen uit als er een baby- of kinderzitje op de voorpassagiersstoel gebruikt wordt.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Plaats van systeem
    Auto's met navigatiesysteem
    Controlelampje PASSENGER AIR BAG
    Dit controlelampje gaat branden als het airbagsysteem ingeschakeld is (alleen als het
    contact AAN staat).

    Auto's zonder navigatiesysteem
    Controlelampje PASSENGER AIR BAG
    Dit controlelampje gaat branden als het airbagsysteem ingeschakeld is (alleen als het
    contact AAN staat).

    Aan/uit-schakelaar airbag

    173

    RX 450h_EE



  • Page 175

    1-8. Veiligheidsinformatie

    Deactiveren van de airbag en de side airbag voor de voorpassagier
    Auto's met navigatiesysteem
    Steek de mechanische sleutel in
    de slotcilinder en draai deze in de
    stand OFF.
    Het controlelampje OFF gaat
    branden (alleen als het contact
    AAN staat).

    Auto's zonder navigatiesysteem
    Steek de mechanische sleutel in
    de slotcilinder en draai deze in de
    stand OFF.
    Het controlelampje OFF gaat
    branden (alleen als het contact
    AAN staat).

    ■ Informatie over indicator PASSENGER AIR BAG

    Als een van de onderstaande problemen optreedt, is er mogelijk een storing in het
    systeem ontstaan. Laat de auto controleren door een Lexus-dealer of erkende
    reparateur.
    ● ON noch OFF gaat branden.
    ● Het controlelampje reageert niet als met de schakelaar voor het handmatig uit-

    schakelen stand ON of OFF wordt geselecteerd.

    174

    RX 450h_EE



  • Page 176

    1-8. Veiligheidsinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Als er een baby- of kinderzitje geplaatst wordt

    Plaats vanwege veiligheidsredenen het baby- of kinderzitje altijd achterin. Als de
    achterstoel niet kan worden gebruikt, mag er een baby- of kinderzitje op de voorstoel worden geplaatst zo lang het handmatig in-/uitschakelsysteem van de airbag
    in stand OFF wordt gezet.
    Als de airbag niet handmatig uitgeschakeld is, kan de kracht die met het activeren
    (opblazen) van de airbag gepaard gaat, ernstig letsel veroorzaken.

    1

    Voordat u gaat rijden

    ■ Als er geen baby- of kinderzitje op de passagiersstoel is geplaatst

    Zorg ervoor dat het handmatig in-/uitschakelsysteem voor de airbag in stand ON
    staat.
    Als het systeem uitgeschakeld blijft, zal de airbag in geval van een aanrijding niet
    worden geactiveerd, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.

    175

    RX 450h_EE



  • Page 177

    1-8. Veiligheidsinformatie

    176

    RX 450h_EE



  • Page 178

    Tijdens het rijden

    2-1. Rijprocedures
    Rijden met de auto .................. 178

    2
    2-4. Gebruik van overige
    rijsystemen

    Startknop .................................. 188

    Cruise control......................... 242

    EV-modus................................... 194
    Hybridetransmissie................. 197

    Dynamic Radar Cruise
    Control ................................... 246

    Richtingaanwijzerschakelaar............................. 204

    Lexus Parking Assistsensor...................................... 260

    Parkeerrem ............................. 205

    Elektronisch geregelde
    luchtvering ............................ 268

    Claxon ...................................... 206
    2-2. Instrumentenpaneel
    Meters en tellers ................... 207
    Controlelampjes en
    waarschuwingslampjes........ 211
    Multi-informatiedisplay........ 216

    Rear View Monitor-systeem
    (weergave in
    binnenspiegel)...................... 275
    Ondersteunende
    systemen ............................... 283
    Hill Start Assist Control ...... 289
    Pre-Crash Safety-systeem... 291

    Head-up display..................... 224
    2-5. Rijinformatie
    2-3. Bedienen van verlichting en
    ruitenwissers
    Lichtschakelaar...................... 229
    Schakelaar mistlampen ....... 234
    Ruitenwissers en
    -sproeiers .............................. 235
    Achterruitenwisser en
    -sproeier................................ 239
    Koplampsproeierschakelaar............................... 241

    Voorzorgsmaatregelen bij
    terreinauto's......................... 300
    Lading en bagage.................. 305
    Rijden in de winter ................ 308
    Rijden met een aanhangwagen
    (auto's met
    vierwielaandrijving)............. 312
    Rijden met een aanhangwagen
    (auto's met
    tweewielaandrijving)......... 322

    177

    RX 450h_EE



  • Page 179

    2-1. Rijprocedures

    Rijden met de auto
    Volg om veilig te kunnen rijden de onderstaande procedures.

    ■ Starten van het hybridesysteem
    →Blz. 188
    ■ Rijden
    STAP 1 Zet met ingetrapt rempedaal de selectiehendel in stand D.
    (→Blz. 197)
    STAP 2 Deactiveer de parkeerrem. (→Blz. 205)
    STAP 3 Laat het rempedaal geleidelijk opkomen en trap langzaam het
    gaspedaal in om de auto in beweging te brengen.
    ■ Tot stilstand brengen van de auto
    STAP 1 Trap, terwijl de selectiehendel in stand D staat, het rempedaal
    in.
    STAP 2 Activeer indien nodig de parkeerrem.
    Zet de selectiehendel in stand P als er gedurende langere tijd wordt
    gestopt. (→Blz. 197)

    ■ Parkeren van de auto
    STAP 1 Trap, terwijl de selectiehendel in stand D staat, het rempedaal
    in.
    STAP 2 Activeer de parkeerrem. (→Blz. 205)
    STAP 3 Zet de selectiehendel in stand P. (→Blz. 197)
    Plaats bij het parkeren op een helling indien nodig wielblokken.
    STAP 4
    STAP 5

    Druk op de startknop om het hybridesysteem te stoppen.
    Vergrendel de portieren nadat u hebt gecontroleerd of u de
    elektronische sleutel bij u hebt.

    Wegrijden op een helling
    STAP 1
    STAP 2
    STAP 3
    178

    RX 450h_EE

    Activeer de parkeerrem en zet de selectiehendel in stand D.
    Trap het gaspedaal geleidelijk in.
    Deactiveer de parkeerrem.



  • Page 180

    2-1. Rijprocedures

    ■ Als u wegrijdt op een helling omhoog

    De Hill Start Assist Control is beschikbaar. (→Blz. 289)
    ■ Rijden in de regen
    ● Rijd voorzichtig als het regent, omdat het zicht dan minder is, de ruiten besla-

    gen kunnen zijn en de weg glad kan zijn.
    ● Rijd extra voorzichtig wanneer het begint te regenen, de weg kan dan immers

    bijzonder glad zijn.
    ● Matig uw snelheid bij het rijden in de regen, tussen band en wegdek kan er zich

    2

    dan immers een waterfilm vormen die het sturen en remmen kan bemoeilijken.
    Tijdens het rijden

    ■ Motortoerental tijdens het rijden

    In de volgende gevallen kan het motortoerental tijdens het rijden te hoog oplopen.
    Dit is het gevolg van automatisch op- of terugschakelen, al naar gelang de rijomstandigheden. Het duidt niet op plotseling accelereren.
    ● Het systeem signaleert dat de auto een helling op of af rijdt
    ● Als het gaspedaal wordt losgelaten
    ● Als het rempedaal is ingetrapt en de sportmodus is geselecteerd
    ■ Inrijden van uw nieuwe Lexus

    Voor een maximale levensduur van de auto adviseren wij rekening te houden met
    onderstaande aanwijzingen:
    ● De eerste 300 km:

    Voorkom plotseling sterk afremmen.
    ● De eerste 800 km:

    Rijd niet met een aanhangwagen.
    ● De eerste 2.000 km:






    Rijd niet met extreem hoge snelheden.
    Vermijd plotseling sterk accelereren.
    Rijd niet langdurig in een lage versnelling.
    Rijd niet langdurig met een constante snelheid.

    179

    RX 450h_EE



  • Page 181

    2-1. Rijprocedures

    ■ Separate trommelremmen

    Uw auto is uitgerust met separate trommelremmen (die zich in de remschijven
    bevinden) die als parkeerrem functioneren. Deze trommelremmen moeten regelmatig worden bijgesteld. Bij het vervangen van onderdelen van de parkeerrem,
    dienen ze te worden afgesteld. Laat de remmen afstellen door een Lexus-dealer of
    erkende reparateur.
    ■ Rijden in het buitenland

    Zorg ervoor dat uw auto voldoet aan de in het desbetreffende land geldende wettelijke voorschriften en controleer of de juiste brandstof verkrijgbaar is.
    (→Blz. 619)
    ■ Voor een efficiënt gebruik
    ● Zet de selectiehendel tijdens het rijden in stand D.

    In stand N werkt de benzinemotor, maar kan er geen elektriciteit worden opgewekt. Het batterijpakket (tractiebatterij) raakt hierdoor ontladen, zodat onnodig
    vermogen van de benzinemotor nodig is om deze weer op te laden.
    ● Rijd zo vloeiend mogelijk.

    Voorkom onnodig snel accelereren en hard remmen. Wanneer geleidelijk
    wordt geaccelereerd en gedecelereerd, worden de voordelen van de elektromotor (tractiemotor) beter benut, zodat het brandstofverbruik van de benzinemotor lager is.
    ● Voorkom herhaaldelijk accelereren.

    Herhaaldelijk accelereren put het batterijpakket (tractiebatterij) uit waardoor
    de auto uiteindelijk minder snel accelereert. Het batterijpakket kan worden
    opgeladen door tijdens het rijden het gaspedaal iets te laten opkomen.
    ● Zet de selectiehendel in stand P als de auto geparkeerd staat.

    In stand N wordt de hybridebatterij (tractiebatterij) niet geladen.
    Als de transmissie gedurende langere tijd in stand N blijft staan, kan het batterijpakket ontladen raken. Als het batterijpakket ontladen is, kan er niet met de
    auto gereden worden.
    ■ Milieuvriendelijk rijden

    →Blz. 209

    180

    RX 450h_EE



  • Page 182

    2-1. Rijprocedures

    WAARSCHUWING
    ■ Bij het wegrijden met de auto

    Houd het rempedaal altijd ingetrapt als de auto stilstaat en het hybridesysteem in
    werking is. Dit voorkomt kruipen van de auto.
    ■ Tijdens het rijden
    ● Zorg ervoor dat u, voordat u wegrijdt, blindelings het gas- en rempedaal kunt vin-

    den.
    • Als u per ongeluk in plaats van het rempedaal het gaspedaal intrapt, kan de
    onverwachte acceleratie leiden tot een ongeval, waardoor ernstig letsel kan
    ontstaan.
    • Bij het achteruitrijden draait u wellicht uw lichaam, waardoor het bedienen
    van de pedalen moeilijk wordt. Zorg dat u de pedalen altijd goed kunt bedienen.
    • Zorg dat u altijd in de juiste houding achter het stuur zit, ook als de auto maar
    kort hoeft te rijden. Zo kunt u rem- en gaspedaal goed bedienen.
    • Trap het rempedaal met uw rechtervoet in. Wanneer u het rempedaal met uw
    linkervoet intrapt, kan in een noodgeval uw reactie vertraagd worden, waardoor een ongeval kan ontstaan.
    ● De bestuurder moet vooral goed letten op voetgangers als de auto alleen wordt
    aangedreven door de elektromotor (tractiemotor). Omdat er geen motorgeluiden zijn, kunnen voetgangers de beweging van de auto misschien onjuist inschatten.
    ● Rijd niet met de auto over brandbare materialen en parkeer de auto ook niet in
    de buurt van dergelijke materialen.
    Het uitlaatsysteem en de uitlaatgassen kunnen zeer heet worden. Deze hete
    onderdelen kunnen brand veroorzaken als er licht ontvlambaar materiaal aanwezig is.
    ● Laat de auto niet achteruit rollen als de vooruitversnelling is ingeschakeld of
    vooruit rollen terwijl de selectiehendel in stand R staat.
    Als u dit toch doet, kan een ongeval of schade aan de auto het gevolg zijn.
    ● Als u in de auto uitlaatgas ruikt, open dan de ruiten en controleer of de achterklep gesloten is. Door grote hoeveelheden uitlaatgassen in de auto kan de
    bestuurder slaperig worden en een ongeval veroorzaken, hetgeen kan resulteren
    in ernstig letsel. Laat uw auto onmiddellijk controleren door een Lexus-dealer of
    erkende reparateur.

    2

    Tijdens het rijden
    181

    RX 450h_EE



  • Page 183

    2-1. Rijprocedures

    WAARSCHUWING
    ● Zet de selectiehendel tijdens het rijden niet in stand P.

    Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de controle over de auto kunt verliezen.
    ● Zet de selectiehendel tijdens het vooruitrijden niet in stand R.
    Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de controle over de auto kunt verliezen.
    ● Zet de selectiehendel tijdens het achteruitrijden niet in stand D.
    Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de controle over de auto kunt verliezen.
    ● Als u tijdens het rijden de selectiehendel in stand N zet, wordt het hybridesysteem uitgeschakeld. Er kan niet op de motor worden afgeremd als het hybridesysteem is uitgeschakeld.
    ● Schakel het hybridesysteem tijdens normaal rijden niet uit. Door het uitschakelen
    van het hybridesysteem tijdens het rijden verliest u niet de controle over het
    stuurwiel of de remmen. De stuurbekrachtiging werkt echter niet meer. Hierdoor
    zal het sturen veel zwaarder gaan dan normaal. Zet in dat geval de auto aan de
    kant zodra dit veilig kan.
    In geval van nood, bijvoorbeeld als de auto onmogelijk op de normale manier tot
    stilstand kan worden gebracht: →Blz. 613
    ● Rem bij het afdalen van een steile helling af op de motor (terugschakelen) om de
    snelheid te verminderen.
    Het continu gebruiken van de remmen kan leiden tot oververhitting en een verminderde remwerking. (→Blz. 197)
    ● Trap tijdens het stilstaan op een helling het rempedaal in en activeer de parkeerrem om te voorkomen dat de auto voor- of achteruit rolt en een aanrijding veroorzaakt.
    ● Verstel het stuurwiel, de stoel en de binnen- of buitenspiegel niet tijdens het rijden.
    Als u dat wel doet, kunt u de macht over het stuur verliezen met ernstig letsel tot
    gevolg.
    ● Controleer altijd of alle passagiers hun armen, hoofd en andere lichaamsdelen
    binnen de auto houden omdat ze anders ernstig letsel kunnen oplopen.
    ● Controleer als u met een auto met elektronisch geregelde luchtvering door
    water rijdt, zoals bij het oversteken van een ondiepe stroom, eerst of het water
    niet te diep is en of de bodem stevig genoeg is. Zet de schakelaar hoogteregeling
    in stand HI (hoog) en schakel de elektronisch geregelde luchtvering uit met de
    hoofdschakelaar hoogteregeling. Rijd niet sneller dan 30 km/h.

    182

    RX 450h_EE



  • Page 184

    2-1. Rijprocedures

    WAARSCHUWING
    ■ Rijden op glad wegdek
    ● Door plotseling remmen, accelereren en sturen kunnen de banden hun grip ver-

    liezen, met controleverlies en mogelijk een ongeval tot gevolg.
    ● Door plotseling wijzigen van het motortoerental, bijvoorbeeld bij bruusk accele-

    reren of afremmen op de motor, kunnen de banden hun grip verliezen en kan de
    auto in een slip raken. Dit kan leiden tot een ongeval.
    ● Trap, nadat u door een plas bent gereden, het rempedaal lichtjes in om ervoor te

    2

    Tijdens het rijden

    zorgen dat de remmen goed werken. Door natte remblokken kan de remwerking
    afnemen. Remmen die aan één kant van de auto nat zijn en niet goed werken,
    kunnen de besturing bemoeilijken met mogelijk een ongeval tot gevolg.
    ■ Bedienen van de selectiehendel

    Zet de selectiehendel niet in een andere stand als het gaspedaal is ingetrapt.
    Als u dat wel doet, kan de auto onverwacht snel accelereren, waardoor een aanrijding en ernstig letsel kan ontstaan.
    ■ Als u een piepend of krassend geluid hoort (remblokslijtage-indicatoren)

    Laat de remblokken zo snel mogelijk nakijken en indien nodig vervangen door een
    Lexus-dealer of erkende reparateur.
    Als de remblokken niet op tijd vervangen worden, kunnen de remschijven beschadigd raken.
    Een beperkte mate van slijtage van de remblokken en remschijven maakt een grotere remkracht vóór mogelijk. Daardoor kunnen de remschijven iets sneller slijten
    dan de remschijven bij een conventioneel remsysteem. Lexus adviseert daarom bij
    het vervangen van de remblokken tevens de dikte van de remschijven op te meten.
    Het rijden met een auto waarvan de remblokken en/of de remschijven de slijtagelimiet te dicht genaderd zijn, is gevaarlijk.

    183

    RX 450h_EE



  • Page 185

    2-1. Rijprocedures

    WAARSCHUWING
    ■ Bij stilstaande auto
    ● Trap het gaspedaal niet onnodig in.

    Als de transmissie in een andere stand dan P of N staat, kan de auto onverwachts
    accelereren, waardoor er een aanrijding kan ontstaan.
    ● Laat bij stilstaande auto het hybridesysteem niet langdurig ingeschakeld.

    Parkeer de auto als het niet anders kan op een open plek en zorg ervoor dat er
    geen uitlaatgassen in het interieur terecht kunnen komen.
    ● Voorkom het ontstaan van ongelukken door het wegrollen van de auto en houd

    het rempedaal ingetrapt zolang het controlelampje READY brandt. Activeer de
    parkeerrem indien nodig.
    ● Voorkom voor- of achteruit wegrijden van de auto bij stoppen op een helling: trap

    altijd het rempedaal in en activeer de parkeerrem indien nodig.
    ● Voorkom dat de motor met een te hoog toerental draait.

    Als de motor met een hoog toerental draait terwijl de auto stilstaat, kan het uitlaatsysteem oververhit raken, hetgeen brand kan veroorzaken als er brandbaar
    materiaal aanwezig is.
    ■ Als de auto geparkeerd is
    ● Laat geen brillen, aanstekers, spuitbussen of blikken frisdrank in de auto liggen

    als deze in de zon geparkeerd staat.
    Dit kan resulteren in het volgende:
    • Een aansteker of spuitbus kan gas gaan lekken, waardoor brand kan ontstaan.
    • De temperatuur in de auto kan zo hoog oplopen dat kunststof brillenglazen
    en kunststof monturen kunnen vervormen of barsten.
    • Blikjes frisdrank kunnen open barsten, waardoor de inhoud in het interieur
    terechtkomt; bovendien kan de vloeistof kortsluiting in de elektrische componenten veroorzaken.
    ● Laat geen aanstekers achter in de auto. Als een aansteker in het dashboardkastje
    of op de vloer ligt, kan deze per ongeluk gaan branden als er bagage wordt
    geplaatst of een stoel wordt afgesteld en brand veroorzaken.
    ● Plak geen parkeerschijven op de voorruit of andere ruiten. Plaats geen reservoirs

    zoals luchtverfrissers op het instrumentenpaneel of dashboard. Deze parkeerschijven of reservoirs kunnen als een lens werken en brand veroorzaken in de
    auto.

    184

    RX 450h_EE



  • Page 186

    2-1. Rijprocedures

    WAARSCHUWING
    ● Laat geen portier of ruit open als het gebogen glas van naastliggende gebouwen

    voorzien is van een gemetalliseerde film, bijvoorbeeld een zilverkleurige folie.
    Weerkaatst zonlicht kan van het glas een lens maken en brand veroorzaken.
    ● Activeer altijd de parkeerrem, zet de selectiehendel in stand P, schakel het hybri-

    desysteem uit en vergrendel de auto.
    Laat uw auto niet onbeheerd achter als het hybridesysteem in werking is.
    ● Raak de uitlaatpijpen niet aan als de motor draait en ook niet net na het uitzetten

    2

    van de motor.
    Anders kunt u brandwonden oplopen.

    Tijdens het rijden

    ● Laat het hybridesysteem niet draaien op een plaats waar sneeuw de afvoer van

    de uitlaatgassen zou kunnen hinderen. Als sneeuw de afvoer van uitlaatgassen
    hindert wanneer het hybridesysteem draait, kunnen er uitlaatgassen in de auto
    terechtkomen. Dit kan zeer schadelijk zijn voor de gezondheid.
    ■ Uitlaatgassen

    Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide (CO), een kleurloos en reukloos gas. Het
    inademen van uitlaatgassen kan zeer schadelijk zijn voor de gezondheid.
    ● Schakel het hybridesysteem uit als de auto zich in een slecht geventileerde

    omgeving bevindt. In een afgesloten ruimte, zoals een garage, kunnen uitlaatgassen zich ophopen en in de auto terechtkomen. Dit kan zeer schadelijk zijn voor
    de gezondheid.
    ● Het uitlaatsysteem dient regelmatig te worden gecontroleerd. Als er door corro-

    sie een gat of scheur in de uitlaat zit, als er een verbindingsstuk is beschadigd of
    als het geluid van de uitlaat abnormaal klinkt, moet u de auto laten nakijken door
    een Lexus-dealer of erkende reparateur. Anders zouden er uitlaatgassen in de
    auto terecht kunnen komen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
    ■ Als u even gaat slapen in de auto

    Schakel altijd het hybridesysteem uit. Anders zou u per ongeluk de selectiehendel
    uit de vrijstand kunnen zetten of het gaspedaal in kunnen trappen, waardoor een
    ongeluk veroorzaakt zou kunnen worden of het hybridesysteem oververhit zou
    kunnen raken waardoor brand kan ontstaan. Verder kunnen uitlaatgassen in een
    slecht geventileerde omgeving in de auto terechtkomen, hetgeen zeer schadelijk
    kan zijn voor de gezondheid.

    185

    RX 450h_EE



  • Page 187

    2-1. Rijprocedures

    WAARSCHUWING
    ■ Tijdens het remmen
    ● Rijd voorzichtiger wanneer de remmen nat zijn.

    De remweg neemt toe als de remmen nat zijn en bovendien kan vocht ertoe leiden dat de ene kant van de auto sterker afgeremd wordt dan de andere kant.
    Ook de werking van de parkeerrem kan door vocht in negatieve zin beïnvloed
    worden.
    ● Rijd niet te dicht achter een andere auto als het elektronisch geregelde remsys-

    teem niet werkt en vermijd afdalingen en scherpe bochten die afremmen noodzakelijk maken.
    In dat geval kan de auto nog wel worden afgeremd maar er moet meer kracht op
    het rempedaal worden uitgeoefend. De remweg zal ook langer zijn. Laat uw
    remmen onmiddellijk repareren.
    ● Het remsysteem bestaat uit 2 of meer afzonderlijke hydraulische systemen: als

    een van de systemen uitvalt, werkt het andere systeem/werken de andere systemen nog wel. In dat geval moet het rempedaal krachtiger worden ingetrapt dan
    gewoonlijk en neemt ook de remweg toe. Laat uw remmen onmiddellijk repareren.
    ■ Als de auto vastzit

    Laat de wielen niet overmatig doorslippen als een van de wielen los van de grond
    komt of vastzit in bijvoorbeeld zand of modder. Anders kunnen de onderdelen van
    het aandrijfsysteem beschadigd raken en kan de auto plotseling naar voren of achteren schieten en een ongeval veroorzaken.

    OPMERKING
    ■ Tijdens het rijden
    ● Trap tijdens het rijden niet tegelijkertijd het gaspedaal en het rempedaal in,

    anders neemt het aandrijfkoppel mogelijk af.
    ● Gebruik het gaspedaal niet om de auto op een helling op zijn plaats te houden en

    trap daartoe ook niet het rempedaal en het gaspedaal gelijktijdig in.
    ■ Bij het parkeren

    Zet de selectiehendel altijd in stand P. Als u dit niet doet, kan de auto onverwachts
    accelereren als het gaspedaal per ongeluk wordt ingetrapt.

    186

    RX 450h_EE



  • Page 188

    2-1. Rijprocedures

    OPMERKING
    ■ Vermijd schade aan onderdelen van de auto
    ● Draai het stuurwiel niet gedurende langere tijd in een van beide richtingen tegen

    de aanslag aan.
    Hierdoor kan schade aan de stuurbekrachtigingsmotor ontstaan.
    ● Rijd zo langzaam mogelijk over oneffenheden in de weg om schade aan de wie-

    len, de onderzijde van de auto, enz. te vermijden.
    ■ Als u tijdens het rijden een lekke band krijgt

    2

    Tijdens het rijden

    Een lekke of beschadigde band kan leiden tot de onderstaande situaties. Houd het
    stuurwiel stevig vast en trap het rempedaal geleidelijk in om de auto tot stilstand te
    brengen.
    ● Het kan moeilijk zijn om de auto onder controle te houden.
    ● De auto kan abnormale geluiden maken.
    ● De auto kan zich abnormaal gedragen.

    Informatie over wat u moet doen in het geval van een lekke band (→Blz. 580)
    ■ Overstroomde wegen

    Rijd niet op wegen die na zware regenval e.d. zijn overstroomd. Indien u dat toch
    doet, kan de auto hierdoor ernstig beschadigd raken:
    ● Motor slaat af
    ● Kortsluiting in elektrische componenten
    ● Motorschade door onderdompeling in water

    Indien toch met de auto op een overstroomde weg is gereden, moet u het volgende
    laten nakijken door een Lexus-dealer of erkende reparateur:
    ● Remwerking
    ● Peil en kwaliteit van motorolie en andere vloeistoffen van motor, hybridetransmis-

    siesysteem, enz., en, voor auto's met vierwielaandrijving, de elektromotor (tractiemotor) achter.
    ● Smering van de lagers en de wielophanging (indien mogelijk) en de werking van

    alle koppelingen, lagers, enz.

    187

    RX 450h_EE



  • Page 189

    2-1. Rijprocedures

    Startknop
    Door de volgende handelingen wordt het hybridesysteem gestart of wijzigt
    de stand van het contact wanneer u de elektronische sleutel bij u draagt.

    ■ Starten van het hybridesysteem
    STAP 1 Controleer of de parkeerrem geactiveerd is.
    STAP 2 Controleer of de selectiehendel in stand P staat.
    STAP 3 Trap het rempedaal stevig in.
    De indicator in de startknop gaat groen branden. Als het controlelampje niet groen wordt, kan het hybridesysteem niet worden
    gestart.
    STAP 4

    Druk op de startknop.
    Na een tijdje gaat het controlelampje READY branden en
    klinkt er een piepsignaal.
    Als het controlelampje READY
    brandt, kunt u wegrijden, zelfs
    als de verbrandingsmotor niet
    draait.
    Blijf het rempedaal ingetrapt
    houden tot het hybridesysteem
    volledig gestart is.
    Het hybridesysteem kan vanuit
    iedere stand worden gestart.

    STAP 5

    Controleer of het controlelampje READY brandt.
    Wanneer het controlelampje READY uit is, kunt u niet wegrijden.

    188

    RX 450h_EE



  • Page 190

    2-1. Rijprocedures

    ■ Uitschakelen van het hybridesysteem
    STAP 1 Breng de auto tot stilstand.
    STAP 2 Zet de selectiehendel in stand P.
    STAP 3 Activeer de parkeerrem. (→Blz. 205)
    STAP 4 Druk op de startknop.
    STAP 5 Laat het rempedaal los en controleer of het controlelampje in
    de startknop uit is.
    ■ Wijzigen van de standen van het contact
    De stand kan worden gewijzigd door op de startknop te drukken zonder het rempedaal in te trappen. (De stand verandert iedere keer dat
    op de knop wordt gedrukt.)

    2

    Tijdens het rijden

    UIT*
    De alarmknipperlichten kunnen
    worden gebruikt.

    Stand ACC
    Sommige elektrische componenten zoals het audiosysteem
    kunnen worden gebruikt.
    De indicator in de startknop
    gaat oranje branden.

    AAN
    Alle elektrische componenten
    kunnen worden gebruikt.
    De indicator in de startknop
    gaat oranje branden.

    *: Als

    de selectiehendel niet in
    stand P staat en het hybridesysteem wordt uitgezet, wordt het
    contact in stand ACC gezet in
    plaats van UIT.

    189

    RX 450h_EE



  • Page 191

    2-1. Rijprocedures

    Uitschakelen van het hybridesysteem met de selectiehendel in een
    andere stand dan P
    Als het hybridesysteem wordt uitgeschakeld met de selectiehendel in
    een andere stand dan P, dan wordt het contact niet UIT maar in stand
    ACC gezet. Voer de volgende procedure uit om het contact UIT te zetten:
    STAP 1
    STAP 2
    STAP 3
    STAP 4

    Controleer of de parkeerrem geactiveerd is.
    Zet de selectiehendel in stand P.
    Controleer of het controlelampje in de startknop oranje brandt
    en druk vervolgens eenmaal op de startknop.
    Controleer of het controlelampje in de startknop uit is.

    ■ Auto power off-functie

    Wanneer de selectiehendel in stand P staat en het contact meer dan een 20 minuten in stand ACC of een uur in stand AAN staat, terwijl het hybridesysteem niet in
    werking is, dan wordt het contact automatisch UIT gezet. Deze functie kan echter
    niet geheel uitsluiten dat de 12V-accu ontladen raakt. Laat de auto niet gedurende
    langere tijd in stand ACC of AAN staan terwijl het hybridesysteem niet is ingeschakeld.
    ■ Bedienen van de startknop

    Eén keer kort en stevig indrukken van de startknop is voldoende om deze te bedienen. Als de knop niet goed wordt ingedrukt, start de motor mogelijk niet of wijzigt
    de stand van het contact mogelijk niet. U hoeft de startknop niet ingedrukt te houden.
    ■ Geluiden en trillingen die bij een hybrideauto voorkomen

    →Blz. 29
    ■ Levensduur batterij elektronische sleutel

    →Blz. 57
    ■ Als de buitentemperatuur laag is, bijvoorbeeld bij rijden in de winter

    Kan het langer duren voordat de indicator READY gaat branden.

    190

    RX 450h_EE



  • Page 192

    2-1. Rijprocedures

    ■ Omstandigheden die de werking van het systeem kunnen beïnvloeden

    →Blz. 54
    ■ Aanwijzing voor de instapfunctie

    →Blz. 55
    ■ Als het hybridesysteem niet kan worden ingeschakeld

    De startblokkering is mogelijk niet uitgeschakeld. (→Blz. 126)
    Neem onmiddellijk contact op met een Lexus-dealer of een erkende reparateur.
    ■ Stuurslot

    2

    Tijdens het rijden

    Nadat het contact UIT is gezet en de portieren zijn geopend en gesloten, wordt het
    stuurwiel vergrendeld door de stuurslotfunctie. Door de startknop nogmaals in te
    drukken wordt het stuurslot automatisch ontgrendeld.
    ■ Als het stuurslot niet ontgrendeld kan worden

    Het groene controlelampje van de startknop
    zal knipperen en er verschijnt een melding op
    het multi-informatiedisplay. Druk de startknop nogmaals in terwijl het stuurwiel naar
    links en rechts gedraaid wordt.

    ■ Oververhitting van de stuurslotmotor voorkomen

    Om te voorkomen dat de elektromotor van het stuurslot oververhit raakt, kan de
    werking worden onderbroken als het hybridesysteem in korte tijd herhaaldelijk
    wordt in- en uitgeschakeld. Schakel het hybridesysteem in dat geval niet in of uit. Na
    ongeveer 2 seconden zal de stuurslotmotor weer functioneren.
    ■ Als het controlelampje in de startknop oranje knippert

    Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig. Laat uw auto onmiddellijk controleren door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ■ Als het controlelampje READY niet gaat branden

    Neem direct contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur als het controlelampje READY niet gaat branden wanneer u de startknop indrukt met de
    selectiehendel in stand P en het rempedaal ingetrapt.

    191

    RX 450h_EE



  • Page 193

    2-1. Rijprocedures

    ■ Wanneer er een storing in het hybridesysteem aanwezig is

    →Blz. 561
    ■ Als de batterij van de elektronische sleutel ontladen is

    →Blz. 505

    WAARSCHUWING
    ■ Starten van het hybridesysteem

    Start het hybridesysteem altijd terwijl u op de bestuurdersstoel zit. Trap onder geen
    enkele voorwaarde het gaspedaal in bij het starten van het hybridesysteem.
    Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Als een storing aan het hybridesysteem zich voordoet terwijl de auto rijdt, vergrendel of open de portieren dan niet totdat de auto veilig en volledig tot stilstand gekomen is. Als onder deze omstandigheden het stuurslot wordt geactiveerd, kan dit
    leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
    ■ Uitschakelen van het hybridesysteem in noodgevallen

    Als u in een noodgeval het hybridesysteem tijdens het rijden wilt stoppen, houdt u
    de startknop langer dan 2 seconden ingedrukt of drukt u deze minstens 3 keer kort
    achter elkaar in. (→Blz. 613)
    Raak de startknop echter tijdens het rijden niet aan, behalve in geval van nood.
    Door het uitschakelen van het hybridesysteem tijdens het rijden verliest u niet de
    controle over het stuurwiel of de remmen. De stuurbekrachtiging werkt echter niet
    meer. Hierdoor zal het sturen veel zwaarder gaan dan normaal. Zet in dat geval de
    auto aan de kant zodra dit veilig kan.

    192

    RX 450h_EE



  • Page 194

    2-1. Rijprocedures

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
    ● Laat het contact niet gedurende een langere periode in stand ACC of AAN

    staan zonder het hybridesysteem in te schakelen.
    ● Als het controlelampje in de startknop brandt, is het contact niet uitgeschakeld.

    Controleer voordat u uitstapt of het contact UIT is.
    ● Schakel het hybridesysteem niet uit als de selectiehendel in een andere stand dan

    P staat. Als het hybridesysteem wordt uitgeschakeld met de selectiehendel in een
    andere stand, dan wordt het contact niet in stand UIT, maar in stand ACC gezet.
    Als de auto wordt achtergelaten met het contact in stand ACC, kan de 12V-accu
    ontladen raken.

    2

    Tijdens het rijden

    ■ Starten van het hybridesysteem
    ● Trap het gaspedaal niet onnodig in.
    ● Laat uw auto onmiddellijk nakijken door uw Lexus-dealer of erkende reparateur

    als het inschakelen van het hybridesysteem problemen oplevert.
    ■ Symptomen van een defect in de startknop

    Als de startknop anders lijkt te werken dan normaal, bijvoorbeeld als de knop iets
    blijft hangen, kan de startknop defect zijn. Neem direct contact op met een Lexusdealer of een erkende reparateur.

    193

    RX 450h_EE



  • Page 195

    2-1. Rijprocedures

    EV-modus
    In de EV-modus wordt de auto aangedreven door de elektromotor (tractiemotor), die zijn energie uit het batterijpakket (tractiebatterij) haalt.
    Deze modus is geschikt voor het 's nachts of in de vroege morgen door
    woonwijken rijden of het rijden in een parkeergarage, enz. zonder dat u
    zich zorgen hoeft te maken over geluidsoverlast of uitlaatgassen.

    Schakelt EV-modus in/uit
    Als de EV-modus wordt ingeschakeld, gaat het controlelampje EV-modus branden.
    Door in de EV-modus de schakelaar in te drukken, wordt
    teruggekeerd naar normaal rijden (aandrijving door de benzinemotor en de elektromotor
    [tractiemotor]).

    ■ De EV-modus inschakelen wanneer de benzinemotor koud is

    Als de benzinemotor nog koud is en het hybridesysteem wordt gestart, wordt na
    korte tijd automatisch de benzinemotor gestart, zodat deze op temperatuur kan
    komen. In dat geval kan de EV-modus niet worden ingeschakeld.
    Druk zodra het hybridesysteem is gestart en het controlelampje READY brandt en
    voordat de benzinemotor start op de schakelaar EV MODE om de EV-modus in te
    schakelen.

    194

    RX 450h_EE



  • Page 196

    2-1. Rijprocedures

    ■ Omstandigheden waarin de EV-modus niet kan worden ingeschakeld

    In de volgende gevallen kan de EV-modus mogelijk niet worden ingeschakeld. Als
    de stand niet ingeschakeld kan worden, klinkt er een zoemer en verschijnt er een
    melding op het multi-informatiedisplay.
    ● De temperatuur van het hybridesysteem is te hoog.

    De auto heeft lang in de zon gestaan of na het oprijden van een helling, het rijden met hoge snelheid, enz.
    ● De temperatuur van het hybridesysteem is te laag.
    De auto heeft gedurende langere tijd bij extreem lage temperaturen stilgestaan, enz.
    ● De benzinemotor is aan het opwarmen.
    ● Het batterijpakket (tractiebatterij) is (bijna) ontladen.
    ● De rijsnelheid is ongeveer 40 km/h of hoger.
    ● Het gaspedaal wordt stevig ingetrapt of de auto rijdt op een helling, enz.
    ● De voorruitverwarming is ingeschakeld.

    2

    Tijdens het rijden

    ■ Automatische uitschakeling van de EV-modus

    Tijdens het rijden in de EV-modus, kan in de volgende gevallen automatisch de benzinemotor worden gestart. Als de EV-modus wordt uitgeschakeld, klinkt een zoemer en knippert het controlelampje EV-modus, waarna het uitgaat.
    ● Het batterijpakket (tractiebatterij) raakt leeg.
    ● De rijsnelheid wordt hoger dan ongeveer 40 km/h.

    Zolang de koelvloeistoftemperatuur laag is, kan de EV-modus worden uitgeschakeld als de rijsnelheid lager is dan 40 km/h.
    ● Het gaspedaal wordt stevig ingetrapt of de auto rijdt op een helling, enz.

    Als het mogelijk is om de bestuurder vooraf over het automatisch uitschakelen te
    informeren, gebeurt dit met een melding op het multi-informatiedisplay.
    ■ Maximale rijafstand in EV-modus

    In de EV-modus kan maximaal 1 km (bij een snelheid van ca. 40 km/h) worden gereden. (De maximale rijafstand is afhankelijk van de laadtoestand van het batterijpakket (tractiebatterij) en de rijomstandigheden.)
    ■ Brandstofverbruik

    De RX 450h is ontworpen voor een zo laag mogelijk brandstofverbruik onder normale rijomstandigheden (met benzinemotor en elektromotor (tractiemotor)). Als
    de EV-modus vaker wordt gebruikt dan nodig is, zal het brandstofverbruik hoger
    zijn.
    195

    RX 450h_EE



  • Page 197

    2-1. Rijprocedures

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Controleer tijdens het rijden in de EV-modus zorgvuldig de omgeving van de auto.
    Omdat er geen motorgeluiden zijn, merken voetgangers, fietsers of andere verkeersdeelnemers en voertuigen in de omgeving mogelijk niet dat de auto wegrijdt
    of hen nadert. Wees dus tijdens het rijden extra alert.

    196

    RX 450h_EE



  • Page 198

    2-1. Rijprocedures

    Hybridetransmissie
    Kies een schakelstand die past bij de rijomstandigheden.

    ■ Bedienen van de selectiehendel

    2

    Tijdens het rijden

    Zet het contact AAN, trap het rempedaal in en verplaats de
    selectiehendel.
    Breng de auto altijd eerst geheel tot stilstand voordat u schakelt
    tussen stand P en D.
    ■ Gebruik van de schakelstand
    Schakelstand

    Functie

    P

    Parkeren van de auto/inschakelen van het hybridesysteem

    R

    Achteruit

    N

    Neutraalstand

    D

    Normaal rijden*1

    S

    Rijden in stand S*2 (→Blz. 201)

    *1: In stand D kiest het systeem de voor de rijomstandigheden meest
    geschikte versnelling. Bij normaal rijden wordt stand D aangeraden.

    *2: Door in stand S een schakelprogramma te selecteren, kunt u de mate van
    afremmen op de motor regelen.
    197

    RX 450h_EE



  • Page 199

    2-1. Rijprocedures

    ■ Selecteren van de ECO-modus
    Als de auto rijdt in de ECO-modus worden het aandrijfvermogen
    van de auto en de werking van de airconditioning zodanig geregeld
    dat brandstof bespaard wordt.
    STAP 1

    Druk op de menutoets.
    De modus van het multi-informatiedisplay verandert in de
    modus voor het regelen van de
    elektronische functies.

    Druk op de toets ∧ of ∨ tot
    ECO MODE wordt weergegeven.
    STAP 2

    Druk op de toets ENTER om
    ON (aan) te selecteren.
    Het controlelampje ECO
    MODE wordt weergegeven.
    Elke keer dat op de schakelaar
    gedrukt wordt, wordt de ECOmodus in- of uitgeschakeld.

    Druk op de menutoets om terug
    te keren naar het normale display.

    198

    RX 450h_EE



  • Page 200

    2-1. Rijprocedures

    ■ Selecteren van de stand SNOW
    Gebruik stand SNOW voor het accelereren en rijden op een glad
    wegdek, bijvoorbeeld als het gesneeuwd heeft.
    STAP 1

    Druk op de menutoets.
    De modus van het multi-informatiedisplay verandert in de
    modus voor het regelen van de
    elektronische functies.

    2

    STAP 2

    Tijdens het rijden

    Druk op de toets ∧ of ∨ tot
    HYBRID SNOW wordt
    weergegeven.
    Druk op de toets ENTER om
    ON (aan) te selecteren.
    Het controlelampje HYBRID
    SNOW wordt weergegeven.
    Elke keer dat op de schakelaar
    gedrukt wordt, wordt de stand
    SNOW in- en uitgeschakeld.

    Druk op de menutoets om terug
    te keren naar het normale display.

    199

    RX 450h_EE



  • Page 201

    2-1. Rijprocedures

    ■ Selecteren van de SPORT-modus
    Gebruik deze modus wanneer de auto snel en soepel moet reageren, bijvoorbeeld bij het rijden in bergachtige gebieden of tijdens
    het inhalen.
    STAP 1

    Druk op de menutoets.
    De modus van het multi-informatiedisplay verandert in de
    modus voor het regelen van de
    elektronische functies.

    Druk op de toets ∧ of ∨ tot
    SPORT MODE wordt weergegeven.
    STAP 2

    Druk op de toets ENTER om
    ON (aan) te selecteren.
    Het controlelampje SPORT
    MODE wordt weergegeven.
    Elke keer dat op de schakelaar
    gedrukt wordt, wordt de
    SPORT-modus in- of uitgeschakeld.

    Druk op de menutoets om terug
    te keren naar het normale display.

    200

    RX 450h_EE



  • Page 202

    2-1. Rijprocedures

    Wijzigen van het schakelbereik in stand S
    Als de selectiehendel in stand S staat, kan deze als volgt worden bediend:
    Opschakelen
    Terugschakelen

    2

    Tijdens het rijden

    Het standaard schakelbereik in stand S is automatisch beperkt tot 5 of 4,
    afhankelijk van de rijsnelheid.
    ■ Schakelbereiken en hun functies
    ● Voor het afremmen op de motor kunt u uit 6 niveaus kiezen.
    ● Een lagere versnelling geeft een grotere remkracht dan een hogere
    versnelling en het toerental wordt ook hoger.
    ■ Werking van de airconditioning in de ECO-modus

    De ECO-modus regelt het verwarmen/koelen en de aanjagersnelheid van het airconditioningsysteem om brandstof te besparen. (→Blz. 326) Stel de aanjagersnelheid af of schakel de ECO-modus uit om de prestaties van de airconditioning te
    verbeteren.
    ■ Automatisch terugkeren naar de normale rijmodus

    Als de stand SNOW of de SPORT-modus is geselecteerd, keert de rijmodus automatisch terug naar de normale modus wanneer het hybridesysteem wordt uitgeschakeld.
    ■ Stand S
    ● Beweeg, vanuit schakelprogramma stand 5 of lager, de selectiehendel naar +

    om stand 6 van het schakelprogramma in te schakelen.
    ● Om te voorkomen dat de motor met een te hoog toerental gaat draaien, kan

    opschakelen automatisch gebeuren.
    201

    RX 450h_EE



  • Page 203

    2-1. Rijprocedures

    ■ AI-SHIFT

    De AI-SHIFT-functie schakelt automatisch de optimale versnelling in, daarbij rekening houdend met de prestaties die de bestuurder van de auto verlangt en met de
    rijomstandigheden.
    De Al-SHIFT-functie wordt automatisch geactiveerd als de selectiehendel in stand
    D staat. (Door de selectiehendel in stand S te zetten, wordt de functie gedeactiveerd.)
    ■ Tijdens het rijden met de cruise control of Dynamic Radar Cruise Control inge-

    schakeld
    Ook wanneer de volgende handelingen worden uitgevoerd met als doel op de
    motor af te remmen, wordt er niet op de motor afgeremd omdat de cruise control
    of Dynamic Radar Cruise Control niet wordt uitgeschakeld.
    ● Als er tijdens het rijden in stand D of stand S wordt teruggeschakeld naar 5 of 4.

    (→, Blz. 242246)
    ● Als tijdens het rijden in stand D de sportmodus wordt ingeschakeld.

    (→Blz. 200)
    ■ Als de selectiehendel niet in een andere stand dan P kan worden gezet

    →Blz. 596
    ■ Als S niet gaat branden nadat de selectiehendel in stand S is gezet

    Dit kan duiden op een storing in het hybridetransmissiesysteem. Laat uw auto
    onmiddellijk controleren door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    (In deze situatie werkt de hybridetransmissie alsof stand D geselecteerd is.)
    ■ Waarschuwingszoemer bij beperking terugschakelmogelijkheid (stand S)

    Uit veiligheidsoverwegingen en om het rijgedrag niet in negatieve zin te beïnvloeden, kan er onder bepaalde omstandigheden beperkt worden teruggeschakeld. In
    sommige omstandigheden kan er helemaal niet worden teruggeschakeld met de
    selectiehendel. (De waarschuwingszoemer klinkt tweemaal.)

    WAARSCHUWING
    ■ Rijden op glad wegdek

    Niet abrupt wegrijden of schakelen.
    Door plotseling afremmen op de motor kan de auto in een slip raken hetgeen een
    ongeluk kan veroorzaken.

    202

    RX 450h_EE



  • Page 204

    2-1. Rijprocedures

    OPMERKING
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij het laden van het batterijpakket (tractiebatterij)

    Als de selectiehendel in stand N staat, wordt het batterijpakket (tractiebatterij) niet
    opgeladen, ook al draait de motor. Als de auto lang in stand N blijft staan, ontlaadt
    het batterijpakket (tractiebatterij) dus en start de auto mogelijk niet.

    2

    Tijdens het rijden
    203

    RX 450h_EE



  • Page 205

    2-1. Rijprocedures

    Richtingaanwijzerschakelaar
    De richtingaanwijzerschakelaar kan worden gebruikt om de volgende
    acties van de bestuurder aan te geven:
    Rechts afslaan
    Links afslaan
    Wisselen van rijstrook, naar
    rechts (duw de schakelaar
    iets naar boven en houd hem
    in die stand vast)
    De richtingaanwijzers rechts
    blijven knipperen totdat u de
    hendel weer loslaat.

    Rijstrookwisseling naar links
    (druk de hendel iets naar
    beneden en houd hem in die
    stand vast)
    De richtingaanwijzers links blijven knipperen totdat u de hendel weer loslaat.

    ■ De richtingaanwijzers kunnen bediend worden als

    Het contact AAN staat.
    ■ Als de controlelampjes sneller knipperen dan normaal

    Controleer of er een gloeilamp van de richtingaanwijzer voor of achter is doorgebrand.

    204

    RX 450h_EE



  • Page 206

    2-1. Rijprocedures

    Parkeerrem
    *: Trap om de parkeerrem te
    activeren het parkeerrempedaal geheel in met uw linkervoet
    terwijl u met uw rechtervoet het
    rempedaal ingetrapt houdt.
    (Door nogmaals op het pedaal
    te trappen, wordt de parkeerrem gedeactiveerd.)

    2

    Tijdens het rijden

    ■ Gebruik in de winter

    →Blz. 308

    OPMERKING
    ■ Voordat u gaat rijden

    Deactiveer de parkeerrem.
    Als u gaat rijden terwijl de parkeerrem is geactiveerd, kunnen de onderdelen van
    het remsysteem oververhit raken, waardoor de remprestaties in negatieve zin kunnen worden beïnvloed en de onderdelen van het remsysteem sneller slijten.

    205

    RX 450h_EE



  • Page 207

    2-1. Rijprocedures

    Claxon
    Druk op of vlak bij het merkteken
    om te claxonneren.

    206

    RX 450h_EE



  • Page 208

    2-2. Instrumentenpaneel

    Meters en tellers

    2

    Tijdens het rijden

    Hybridesysteemindicator
    Geeft uitgaande vermogen en regeneratieniveau hybridesysteem weer

    Controlelampje ECO en SPORT-lamp
    Kleur wijzigt afhankelijk van de rijmodus

    Snelheidsmeter
    Geeft de rijsnelheid weer

    Brandstofmeter
    Geeft aan hoeveel brandstof er nog in de tank aanwezig is.

    Multi-informatiedisplay
    Geeft de bestuurder allerlei gegevens met betrekking tot het rijden
    (→Blz. 216)

    Kilometerteller en dagteller
    Kilometerteller: Geeft de totale afstand weer die met de auto gereden is
    Dagteller: Geeft de afstand weer die met de auto gereden is sinds de teller de laatste keer op nul is gezet. Dagteller A en B kunnen
    onafhankelijk van elkaar worden gebruikt en verschillende
    afstanden weergeven.

    Weergave schakelstand en schakelprogramma
    Geeft de geselecteerde schakelstand of het geselecteerde schakelbereik
    weer (→Blz. 197)

    Koelvloeistoftemperatuurmeter
    Geeft de koelvloeistoftemperatuur weer.
    207

    RX 450h_EE



  • Page 209

    2-2. Instrumentenpaneel

    Wijzigen van de weergave
    Voor het schakelen tussen de
    weergave van de kilometerteller
    en dagtellers. Als de dagteller
    wordt weergegeven, wordt deze
    gereset als de knop ingedrukt
    wordt gehouden.

    Dimmer dashboardverlichting
    De helderheid van de dashboardverlichting kan worden ingesteld.
    Donkerder
    Helderder

    ■ Tellers en display worden verlicht als

    Het contact AAN staat.

    208

    RX 450h_EE



  • Page 210

    2-2. Instrumentenpaneel

    ■ Hybridesysteemindicator

    Power-gebied
    Laat zien dat de grens van een bereik voor
    milieuvriendelijk rijden wordt overschreden (bij rijden op vol vermogen en dergelijke).
    ECO-gebied
    Laat zien dat er milieuvriendelijk wordt
    gereden.

    2

    Tijdens het rijden

    Hybride eco-gebied
    Laat zien dat er niet vaak gebruik wordt
    gemaakt van het vermogen van de benzinemotor.
    De benzinemotor wordt automatisch
    gestopt en opnieuw gestart onder verschillende omstandigheden.
    Oplaadgebied
    Toont dat energie wordt teruggewonnen
    via regeneratief remmen.
    ● Door de naald tijdens het rijden in het ECO-gebied te houden, rijdt u milieu-

    vriendelijker.
    ● In het laadgebied wordt de regeneratiestatus* aangegeven. De geregene-

    reerde energie wordt gebruikt om het batterijpakket (tractiebatterij) te laden.
    *: Met “regenereren” wordt in deze handleiding het omzetten van bewegingsenergie van de auto in elektrische energie bedoeld.
    ■ Controlelampje ECO en SPORT-lamp
    ● Wanneer de Sport-modus geselecteerd wordt, gaat het controlelampje

    SPORT (rood) branden.
    ● Wanneer aan alle onderstaande voorwaarden voldaan is en er milieuvriendelijk

    gereden wordt, gaat het ECO-controlelampje (blauw) branden:
    • Wanneer gereden wordt met de selectiehendel in stand D
    • Wanneer de normale modus of de ECO-modus geselecteerd is en de EVmodus en SNOW-modus niet gebruikt worden
    • De rijsnelheid is ongeveer 130 km/h of lager.

    209

    RX 450h_EE



  • Page 211

    2-2. Instrumentenpaneel

    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    De instellingen (bv. het in- of uitschakelen van het controlelampje ECO MODE)
    kunnen worden gewijzigd.
    (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
    →Blz. 633)

    OPMERKING
    ■ Om schade aan de motor en onderdelen van de motor te voorkomen

    Als de naald van de koelvloeistoftemperatuurmeter in het rode gebied (H) staat,
    kan de motor oververhit zijn. Breng in dat geval de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats tot stilstand en controleer de motor nadat deze volledig is afgekoeld.
    (→Blz. 606)

    210

    RX 450h_EE



  • Page 212

    2-2. Instrumentenpaneel

    Controlelampjes en waarschuwingslampjes
    De controlelampjes en waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel
    en middenpaneel informeren de bestuurder over de status van de diverse
    systemen in de auto.
    Om de functie van alle lampjes uit te leggen, zijn in de volgende afbeelding
    alle controle- en waarschuwingslampjes brandend afgebeeld.

    ■ Instrumentenpaneel
    2

    Tijdens het rijden
    211

    RX 450h_EE



  • Page 213

    2-2. Instrumentenpaneel

    ■ Middenpaneel
    Zonder navigatiesysteem

    Met navigatiesysteem

    212

    RX 450h_EE



  • Page 214

    2-2. Instrumentenpaneel

    ■ Controlelampjes
    De controlelampjes informeren de bestuurder over de bedrijfsstatus van de verschillende systemen van de auto.
    Controlelampje richtingaanwijzers (→Blz. 204)
    Controlelampje grootlicht
    (→Blz. 229)

    *1

    2

    *1, 3 Waarschuwingslampje
    (indien
    aanwezig)

    Controlelampje
    mistlampen voor
    (→Blz. 234)

    Traction Control
    (→Blz. 284, 289)
    Controlelampje
    VSC OFF
    (→Blz. 285)

    Tijdens het rijden

    Controlelampje
    achterlicht (→Blz. 229)

    *1, 2 Controlelampje

    Pre-Crash Safetysysteem (→Blz. 292)

    *1 Controlelampje elektro(indien
    aanwezig)

    nisch geregelde luchtvering (→Blz. 268)

    Controlelampje
    mistachterlicht
    (→Blz. 234)

    Controlelampje READY
    (→Blz. 188)

    Controlelampje AFS OFF
    (→Blz. 231)

    Controlelampje
    EV-modus (→Blz. 194)

    Controlelampje
    cruise control
    (→Blz. 242, 246)

    Controlelampje ECO
    MODE (→Blz. 198)

    Controlelampje Dynamic
    Radar Cruise Control
    (→Blz. 246)

    Controlelampje
    SPORT MODE
    (→Blz. 200)

    Controlelampje Lexus
    Parking Assist-sensor
    (→Blz. 260)

    Controlelampje Hybrid
    SNOW (→Blz. 199)

    *1
    (indien
    aanwezig)

    (indien
    aanwezig)

    (indien
    aanwezig)

    213

    RX 450h_EE



  • Page 215

    2-2. Instrumentenpaneel

    *1
    (met
    navigatiesysteem)

    *1

    Controlelampje SRS-airbag ON/OFF (→Blz.
    173)

    (zonder
    navigatiesysteem)

    Controlelampje SRS-airbag ON/OFF (→Blz.
    173)

    *1: Deze lampjes gaan branden als het contact AAN wordt gezet om aan
    te geven dat er een systeemcontrole wordt uitgevoerd. Ze gaan uit
    nadat het hybridesysteem is ingeschakeld of na enkele seconden. Er
    kan een storing in een systeem aanwezig zijn als een lampje niet gaat
    branden of niet uitgaat. Laat de auto controleren door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    *2: Het lampje knippert om aan te geven dat het systeem in werking is.

    *3: Het lampje gaat branden wanneer het systeem wordt uitgeschakeld.
    Het lampje knippert sneller dan normaal om aan te geven dat het systeem in werking is.

    ■ Waarschuwingslampjes
    Waarschuwingslampjes informeren de bestuurder over storingen in
    de systemen van de auto. (→Blz. 553)
    *1

    *1

    *1

    *1

    *1

    *1, 2

    *1

    *1, 2

    (indien
    aanwezig)

    (indien
    aanwezig)

    *1

    *1

    *1
    (voor de
    bestuurder)

    (voorpassagier)

    *1
    (indien
    aanwezig)

    *1: Deze lampjes gaan branden als het contact AAN wordt gezet om aan
    te geven dat er een systeemcontrole wordt uitgevoerd. Ze gaan uit
    nadat het hybridesysteem is ingeschakeld of na enkele seconden. Er
    kan een storing in een systeem aanwezig zijn als een lampje niet gaat
    branden of niet uitgaat. Laat de auto controleren door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    *2: Het lampje knippert om een storing aan te geven.

    214

    RX 450h_EE



  • Page 216

    2-2. Instrumentenpaneel

    WAARSCHUWING
    ■ Als een waarschuwingslampje van een veiligheidssysteem niet gaat branden

    Als een lampje van een veiligheidssysteem zoals het antiblokkeersysteem of airbagsysteem niet gaat branden als u het hybridesysteem start, kan het betekenen
    dat deze systemen niet beschikbaar zijn om u te beschermen in geval van een aanrijding, waardoor ernstig letsel zou kunnen ontstaan. Laat uw auto in dat geval
    direct controleren door uw Lexus-dealer of een erkende reparateur.
    2

    Tijdens het rijden
    215

    RX 450h_EE



  • Page 217

    2-2. Instrumentenpaneel

    Multi-informatiedisplay
    Het multi-informatiedisplay verschaft de bestuurder uiteenlopende rijgerelateerde informatie, inclusief de actuele buitentemperatuur.

    ■ Toetsen multi-informatiedisplay
    “Toets ∧ ∨
    Naar volgende/vorige onderwerp.

    Toets ENTER
    Inschakelen/uitschakelen van
    elektronische functies en wijzigen van persoonlijke voorkeuren.

    Menutoets
    Veranderen van de normale
    weergavestand in de stand voor
    het regelen van de elektronische functies, de stand voorkeursinstellingen of terug naar
    de normale weergavestand.

    216

    RX 450h_EE



  • Page 218

    2-2. Instrumentenpaneel

    ■ De informatie op het display

    2

    Tijdens het rijden

    Ritinformatie

    Wijzigen weergegeven
    onderwerpen

    Energiemonitor
    Actueel brandstofverbruik
    Gemiddeld brandstofverbruik
    sinds tanken
    Gemiddeld brandstofverbruik
    Gemiddelde rijsnelheid

    Druk op de toets ∧ of ∨.

    Actieradius (rijbereik)
    Bandenspanning
    (indien aanwezig)
    Multi-informatiedisplay UIT

    217

    RX 450h_EE



  • Page 219

    2-2. Instrumentenpaneel

    Regeling elektronische functies

    Instellen elektronische functies

    Lexus Parking Assist-sensor
    (indien aanwezig)

    →Blz. 260

    Sportmodus

    →Blz. 200

    ECO-modus

    →Blz. 198

    SNOW-modus

    →Blz. 199

    AFS (indien aanwezig)

    →Blz. 231

    De volgorde van weergave kan variëren afhankelijk van de omstandigheden.

    218

    RX 450h_EE



  • Page 220

    2-2. Instrumentenpaneel

    Overige gegevens

    Details
    Geeft de buitentemperatuur weer

    Display Dynamic Radar Cruise
    Control (indien aanwezig)
    (→Blz. 246)

    Automatisch weergegeven als de
    Dynamic Radar Cruise Control in
    gebruik is

    Stand aanbeveling ruiten sluiten
    (→Blz. 221)

    Als u voor het verlaten van de auto
    vergeet een ruit te sluiten, wordt de
    aanbeveling om alle ruiten te sluiten
    weergegeven.

    Persoonlijke voorkeursinstellingen
    (→Blz. 633)

    Instellingen van functies als portiervergrendeling en duur branden verlichting kunnen worden gewijzigd

    Waarschuwingsmelding
    (→Blz. 561)

    Automatisch weergegeven als er
    een storing optreedt in een van de
    systemen van de auto

    2

    Tijdens het rijden

    Buitentemperatuur

    Ritinformatie
    ■ Energiemonitor
    Geeft de status van het hybridesysteem weer (→Blz. 35)
    ■ Actueel brandstofverbruik
    Geeft het actuele brandstofverbruik weer
    ■ Gemiddeld brandstofverbruik sinds tanken
    Weergave van het gemiddelde brandstofverbruik sinds er voor de
    laatste keer getankt is
    Het weergegeven gemiddelde brandstofverbruik is een globale waarde.

    219

    RX 450h_EE



  • Page 221

    2-2. Instrumentenpaneel

    ■ Gemiddeld brandstofverbruik
    Weergave van het gemiddelde brandstofverbruik sinds het resetten
    van de functie
    • De functie kan worden gereset door de toets ENTER gedurende langer
    dan een seconde in te drukken als het gemiddelde brandstofverbruik
    wordt weergegeven.
    • Het weergegeven gemiddelde brandstofverbruik is een globale waarde.

    ■ Gemiddelde rijsnelheid
    Weergave van de gemiddelde rijsnelheid sinds het resetten van de
    functie
    De functie kan worden gereset door de toets ENTER gedurende langer
    dan een seconde in te drukken als de gemiddelde rijsnelheid wordt weergegeven.

    ■ Actieradius (rijbereik)
    Geeft de geschatte maximale afstand aan die nog met de in de tank
    aanwezige brandstof kan worden afgelegd
    • Deze afstand wordt berekend op basis van het gemiddelde brandstofverbruik. Hierdoor kan de werkelijke afstand die nog kan worden gereden, afwijken van de weergegeven afstand.
    • Als er een kleine hoeveelheid brandstof wordt getankt, wordt de weergave mogelijk niet bijgewerkt.
    Zet tijdens het tanken het contact UIT. Als brandstof wordt getankt terwijl het contact niet UIT staat, wordt het display mogelijk niet bijgewerkt.

    ■ Bandenspanning (indien aanwezig)
    Geeft de spanning van iedere band weer. Er is geen relatie tussen de
    volgorde van de weergegeven waarden en de positie van de band.
    Als de spanning van een van de banden in een bepaalde mate daalt tot onder
    de huidige in het systeem opgeslagen bandenspanning, worden de weergegeven waarden gemarkeerd.
    Nadat het contact AAN is gezet, kan het enkele minuten duren voordat de
    bandenspanning wordt weergegeven. Het kan ook enkele minuten duren
    voordat de bandenspanning wordt weergegeven nadat de banden op spanning zijn gebracht.
    Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning brandt of knippert,
    wordt een melding die de situatie beschrijft, weergegeven.
    220

    RX 450h_EE



  • Page 222

    2-2. Instrumentenpaneel

    Stand aanbeveling ruiten sluiten
    Als een van de ruiten open is als het contact UIT wordt gezet, verschijnt
    een aanbeveling op het multi-informatiedisplay waarin de bestuurder
    wordt gevraagd om alle ruiten te sluiten. Door onderstaande procedure
    te volgen worden alle ruiten gesloten.
    STAP 1

    Druk op de toets ∧ of ∨ en
    selecteer YES (Ja).
    Druk op de toets ENTER.

    2

    STAP 2

    Tijdens het rijden

    Als NO (Nee) wordt geselecteerd,
    wordt de stand aanbeveling ruiten
    sluiten beëindigd.

    Druk op de toets ∧ of ∨ en
    selecteer START.
    Druk op de toets ENTER.
    Alle ruiten worden gesloten.
    Als CANCEL (annuleren) wordt
    geselecteerd, wordt de stand aanbeveling ruiten sluiten beëindigd.

    221

    RX 450h_EE



  • Page 223

    2-2. Instrumentenpaneel

    ■ De regeling elektronische functies kan worden in-/uitgeschakeld als

    Het contact AAN staat.
    ■ Voorwaarden voor het beëindigen van de regeling elektronische functies

    In de volgende situaties wordt de regeling van elektronische functies beëindigd:
    ● De menutoets wordt ingedrukt.
    ● De Dynamic Radar Cruise Control wordt bediend (indien aanwezig).
    ● Lexus Parking Assist-sensor treedt in werking (indien aanwezig).
    ● Er worden enige tijd geen handelingen uitgevoerd als het scherm voor regeling

    van elektronische functies wordt weergegeven.
    ● Er verschijnt een waarschuwingsmelding nadat het scherm regeling elektroni-

    sche functies wordt weergegeven.
    ■ Stand aanbeveling ruiten sluiten
    ● In de volgende situaties werkt de stand aanbeveling ruiten sluiten niet:






    Er verschijnt een waarschuwingsmelding op het multi-informatiedisplay.
    De blokkeerschakelaar ruitbediening is ingedrukt.
    Alle ruiten zijn dicht.
    De stand aanbeveling ruiten sluiten is uitgeschakeld bij de persoonlijke voorkeursinstellingen.
    • Het bestuurders- of voorpassagiersportier is open.
    ● In de volgende situaties wordt de stand aanbeveling ruiten sluiten beëindigd:









    222

    RX 450h_EE

    Het contact wordt AAN gezet.
    Er zijn ongeveer 20 seconden verstreken sinds het contact UIT is gezet.
    Er verschijnt een waarschuwingsmelding op het multi-informatiedisplay.
    Alle ruiten zijn dicht.
    De blokkeerschakelaar ruitbediening is ingedrukt.
    De menutoets wordt ingedrukt.
    Het bestuurders- of voorpassagiersportier wordt geopend.
    De ruiten werden geopend en gesloten met de afstandsbediening.



  • Page 224

    2-2. Instrumentenpaneel

    ● In de volgende situaties wordt het sluiten van de ruit halverwege beëindigd:

    • Het contact wordt AAN gezet.
    • De toets ENTER wordt ingedrukt.
    • De blokkeerschakelaar ruitbediening werd ingedrukt.
    • De klembeveiliging werd geactiveerd.
    • De ruiten werden geopend en gesloten met de afstandsbediening.
    Als de schakelaar ruitbediening van een van de portieren wordt bediend als de
    stand aanbeveling ruiten sluiten is ingeschakeld, stop het sluiten van de ruiten halverwege.
    ■ Weergave buitentemperatuur

    2

    Tijdens het rijden

    Onder de volgende omstandigheden wordt mogelijk niet de juiste buitentemperatuur weergegeven of duurt het langer voordat de weergave wordt gewijzigd.
    ● Wanneer de auto wordt stilgezet of wanneer langzaam wordt gereden (minder

    dan 25 km/h)
    ● Wanneer de buitentemperatuur plotseling verandert (bijvoorbeeld bij het in- of

    uitrijden van een garage of tunnel)
    ■ Het multi-informatiedisplay bij lage temperaturen

    Laat het interieur van de auto op temperatuur komen alvorens het informatiedisplay te gebruiken. Bij extreem lage temperaturen kan het informatiedisplay trager
    reageren en worden wijzigingen mogelijk met enige vertraging weergegeven.
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    De instellingen (bijv. beschikbare talen) kunnen worden gewijzigd.
    (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
    →Blz. 633)

    WAARSCHUWING
    ■ Gebruiken van de stand aanbeveling ruiten sluiten
    ● Controleer alvorens de ruiten te sluiten of er zich geen objecten in de omgeving

    bevinden die bekneld kunnen raken tussen de ruit en het frame.
    ● Controleer voor het verlaten van de auto of alle ruiten gesloten zijn. De stand

    aanbeveling ruiten sluiten werkt mogelijk onder bepaalde omstandigheden niet.
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Als tijdens het rijden de regeling van elektronische functies wordt gebruikt, let dan
    extra goed op de omgeving van de auto.
    223

    RX 450h_EE



  • Page 225

    2-2. Instrumentenpaneel

    Head-up display∗

    Het head-up display kan worden gebruikt om de rijsnelheid en andere
    informatie op de voorruit te projecteren.

    Head-up display
    De helderheid van het display
    wordt automatisch aangepast
    aan de helderheid van de omgeving.

    Hoofdschakelaar head-up
    display
    Schakelaar afstelling weergavecontrast
    De helderheid van het display
    kan worden ingesteld op het
    gewenste niveau.

    Toets positieregeling display

    ∗: Indien aanwezig
    224

    RX 450h_EE



  • Page 226

    2-2. Instrumentenpaneel

    ■ Informatie op het head-up display
    Naast de rijsnelheid wordt de volgende informatie weergegeven:
    Audiodisplay
    Geeft ongeveer 3 seconden
    audio-informatie weer als het
    audiosysteem wordt bediend.

    Weergave schakelstand en
    schakelprogramma

    2

    Tijdens het rijden

    Geeft de geselecteerde schakelstand of het geselecteerde
    schakelbereik weer (→Blz. 197)

    Display Dynamic Radar
    Cruise Control (indien aanwezig)
    Geeft de naderingsmelding
    weer (→Blz. 566)

    Display Pre-Crash Safetysysteem (indien aanwezig)
    Geeft de waarschuwing voor
    remmen weer (→Blz. 566)

    Display Turn-by-Turn navigatiesysteem*
    Geeft een melding van naderende kruispunten weer tijdens
    de routebegeleiding door het
    navigatiesysteem

    Weergave rijsnelheid
    *: Raadpleeg de handleiding voor
    het navigatiesysteem.

    225

    RX 450h_EE



  • Page 227

    2-2. Instrumentenpaneel

    Hoofdschakelaar head-up display
    Druk op deze toets om het headup display in of uit te schakelen en
    de weergegeven eenheden voor
    de rijsnelheid als volgt te wijzigen:
    Type A
    UIT → AAN (mph) →
    AAN (km/h) → UIT
    Type B
    UIT → AAN (km/h) → UIT

    Schermconfiguratie
    Afstellen weergavecontrast
    Helderder
    Donkerder

    Afstellen weergavepositie
    Hoger
    Lager

    226

    RX 450h_EE



  • Page 228

    2-2. Instrumentenpaneel

    Persoonlijke voorkeursinstellingen van het display
    De weergave van de audiostand en/of de schakelstand en het schakelprogramma kan worden getoond of verborgen.
    Houd de hoofdschakelaar van het
    head-up display ingedrukt om de
    weergave te wijzigen in de stand
    voor het in- en uitschakelen van de
    weergave.
    Druk op de hoofdschakelaar van
    het head-up display om de
    gewenste te wijzigen instelling te
    selecteren. Houd de hoofdschakelaar van het head-up display ingedrukt om het display in of uit te
    schakelen.

    2

    Tijdens het rijden

    De aanpassing kan worden uitgevoerd als het head-up display is
    ingeschakeld en als met een snelheid van minder dan 8 km/h gereden wordt.
    ■ Helderheid van head-up display

    De sensor koplampregeling signaleert de helderheid van de omgeving rond het
    head-up display en past de helderheid daaraan aan. (→Blz. 232)
    ■ Head-up display

    Met een (gepolariseerde) zonnebril op is het head-up display soms moeilijk afleesbaar.
    Pas de helderheid van het head-up display aan of zet uw zonnebril af.

    227

    RX 450h_EE



  • Page 229

    2-2. Instrumentenpaneel

    WAARSCHUWING
    ■ Voordat u het head-up display gebruikt

    Controleer of de positie en de helderheid van het head-up display geen belemmering vormen voor veilig rijden. Een onjuiste afstelling van de positie of helderheid
    van het beeld kan de bestuurder het zicht belemmeren en leiden tot een aanrijding
    waarbij ernstig letsel kan ontstaan.

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van beschadiging van de onderdelen
    ● Plaats niets op de opening van de head-up display.
    ● Als er iets in de opening van het head-up

    display valt, dient dit onmiddellijk te worden verwijderd. Voorkom morsen van
    water of andere vloeistoffen in de buurt van
    de opening van het head-up display, omdat
    hierdoor mechanische schade kan ontstaan.

    228

    RX 450h_EE



  • Page 230

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    Lichtschakelaar
    De koplampen kunnen handmatig of automatisch worden bediend.

    Draai aan het uiteinde van de hendel om de verlichting als volgt in te
    schakelen:
    Uit
    De koplampen en de
    parkeerlichten vóór
    gaan automatisch aan
    en uit. (Wanneer het
    contact AAN staat)
    De
    parkeerlichten
    voor, achterlichten,
    kentekenplaaten
    dashboardverlichting
    gaan branden.
    De koplampen en alle
    verlichting die hierboven genoemd is, gaan
    branden.

    2

    Tijdens het rijden

    Inschakelen van het grootlicht
    Druk bij ingeschakelde koplampen de hendel van u af om het
    grootlicht in te schakelen.
    Door de hendel weer in de middenstand te zetten, wordt het
    grootlicht weer uitgeschakeld.

    Trek de hendel naar u toe om
    het grootlicht in te schakelen.
    Laat de hendel weer los om het
    grootlicht uit te schakelen. U kunt
    lichtsignalen geven met de koplampen in- of uitgeschakeld.
    229

    RX 450h_EE



  • Page 231

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    Draaiknop koplampverstelling (indien aanwezig)
    De koplamphoogte kan worden afgestemd op het aantal passagiers in de
    auto en de mate van belading.
    Verhogen van de koplamphoogte
    Verlagen van de koplamphoogte

    ■ Aanwijzing voor instellen van de koplamphoogte
    Aantal inzittenden en hoeveelheid bagage

    Stand knop

    Inzittenden

    Hoeveelheid bagage

    Bestuurder

    Geen

    0

    Bestuurder en
    voorpassagier

    Geen

    0

    Alle zitplaatsen bezet

    Geen

    1

    Alle zitplaatsen bezet

    Maximale belading

    3

    Bestuurder

    Maximale belading

    4,5

    230

    RX 450h_EE



  • Page 232

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    AFS (Adaptive Front Lighting-systeem) (indien aanwezig)
    AFS (Adaptive Front Lighting-systeem) verbetert het zicht bij kruisingen
    en in bochten door de lichtbundel van de koplampen automatisch in de
    gewenste rijrichting te verstellen op basis van de rijsnelheid en de hoek
    waarover de voorwielen verdraaid worden.
    AFS werkt bij een snelheid van 10 km/h of hoger.

    ■ Deactiveren van het Adaptive Front Lighting-systeem
    STAP 1

    2

    Druk op de menutoets.

    Tijdens het rijden

    De modus van het multi-informatiedisplay verandert in de modus
    voor het regelen van de elektronische functies.

    Druk op de toets ∧ of ∨ tot AFS
    wordt weergegeven.
    STAP 2

    Druk op de toets ENTER om OFF
    (uit) te selecteren.
    Het controlelampje AFS OFF
    wordt weergegeven.
    Elke keer als de knop wordt ingedrukt, schakelt het AFS aan of uit.

    Druk op de menutoets om terug te
    keren naar het normale display.

    231

    RX 450h_EE



  • Page 233

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    ■ Dagrijverlichting

    Om uw auto beter zichtbaar te maken voor andere weggebruikers, wordt de
    dagrijverlichting automatisch ingeschakeld als het hybridesysteem wordt gestart.
    Dagrijverlichting is niet ontworpen voor gebruik in het donker.
    ■ Sensor koplampregeling

    De werking van de sensor kan in negatieve
    zin beïnvloed worden als er iets over de sensor heen geplaatst wordt of als er iets op de
    ruit wordt aangebracht waardoor de sensor
    wordt afgeschermd.
    Hierdoor kan de sensor niet op de juiste
    manier de hoeveelheid omgevingslicht signaleren, waardoor het automatische koplampsysteem mogelijk onjuist functioneert.
    ■ Automatisch uitschakelsysteem verlichting
    ● Wanneer de lichtschakelaar in stand

    of
    staat: De koplampen worden automatisch uitgeschakeld als het contact in stand ACC of UIT wordt
    gezet.

    ● Wanneer de lichtschakelaar in stand

    staat: De koplampen en de achterlichten worden automatisch uitgeschakeld als het contact in stand ACC of UIT
    wordt gezet.

    Zet, om de verlichting weer in te schakelen, het contact AAN of zet de lichtschakelaar een keer in stand UIT en daarna weer in stand
    of
    .
    ■ Automatische verticale koplampverstelling (indien aanwezig)

    De koplamphoogte wordt automatisch geregeld op basis van het aantal passagiers
    in de auto en de mate van belading om verblinding van andere weggebruikers door
    de koplampen te voorkomen.
    ■ Als het waarschuwingslampje AFS OFF knippert (indien aanwezig)

    Dit kan duiden op een storing in het systeem. Neem contact op met een Lexusdealer of erkende reparateur.
    ■ Zoemer verlichting

    Een zoemer klinkt als het contact UIT of in stand ACC staat en het bestuurdersportier geopend wordt terwijl de verlichting is ingeschakeld.

    232

    RX 450h_EE



  • Page 234

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    ■ De dimlichten inschakelen wanneer de auto op een donkere plaats geparkeerd

    staat
    Schakel de motor uit terwijl de lichtschakelaar in de stand
    of UIT staat, trek de
    lichtschakelaar naar u toe en laat hem los.
    De dimlichten gaan gedurende ongeveer
    30 seconden branden om de omgeving
    van de auto te verlichten.
    De lichten doven onder de volgende
    omstandigheden:

    2

    ● Het contact wordt AAN gezet.

    Tijdens het rijden

    ● De lichtschakelaar wordt ingeschakeld.
    ● U trekt de lichtschakelaar naar u toe en

    laat hem los.
    ■ Instapverlichting

    Als de auto wordt ontgrendeld met de afstandsbediening wanneer de lichtschakelaar in stand
    staat en de omgeving donker is, gaan de parkeerlichten vóór
    branden.
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    De instellingen (bijv. gevoeligheid lichtsensor) kunnen worden gewijzigd.
    (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
    →Blz. 633)

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu

    Laat de verlichting niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als het hybridesysteem niet is ingeschakeld.

    233

    RX 450h_EE



  • Page 235

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    Schakelaar mistlampen
    De mistlampen zorgen voor meer zicht bij ongunstige rijomstandigheden,
    zoals bijvoorbeeld bij regen en mist.

    Schakelt de mistlampen voor en het mistachterlicht uit
    Schakelt de mistlampen voor in
    Schakelt mistlampen
    voor en het mistachterlicht in
    Als de schakelaarring los wordt
    gelaten, keert de ring terug naar
    de stand
    .
    Door de schakelaarring nogmaals te draaien, worden alleen
    de mistlampen achter uitgeschakeld.

    ■ Mistlampen kunnen worden gebruikt als

    Mistlampen voor:De koplampen of parkeerlichten voor zijn ingeschakeld.
    Mistachterlicht: De mistlampen vóór zijn ingeschakeld.

    234

    RX 450h_EE



  • Page 236

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    Ruitenwissers en -sproeiers
    Als
    wordt geselecteerd, beginnen de ruitenwissers automatisch te
    wissen als de sensor signaleert dat het regent. De wissnelheid wordt automatisch afgestemd op de hoeveelheid neerslag en de rijsnelheid.

    Als
    is geselecteerd, kan de gevoeligheid van de sensor als volgt
    worden afgesteld door aan de schakelaarring te draaien:
    Uit
    Stand AUTO
    Lage snelheid ruitenwissers
    Hoge snelheid ruitenwissers
    Enkele slag

    2

    Tijdens het rijden

    Sensorgevoeligheid (hoog)
    Sensorgevoeligheid (laag)

    235

    RX 450h_EE



  • Page 237

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    Sproeien en wissen
    De ruitenwissers zullen automatisch een aantal slagen maken
    als de ruitensproeiers worden
    ingeschakeld. (Na enkele slagen
    volgt een pauze en maken de
    wissers nog een slag om de laatste druppels te verwijderen.)
    Als de koplampen aan zijn, werken de koplampsproeiers één
    keer.

    ■ De ruitenwissers en ruitensproeiers kunnen worden bediend als

    Het contact AAN staat.
    ■ Effecten van de rijsnelheid op de ruitenwisserwerking

    De rijsnelheid heeft invloed op het volgende, ook al staan de ruitenwissers niet in
    stand AUTO:
    ● De intervalwerking
    ● De werking van de ruitenwissers als de ruitensproeiers zijn gebruikt (de vertra-

    ging tot de enkele slag om de laatste druppels te verwijderen)
    In de stand voor de lage snelheid schakelt de ruitenwisser alleen over van lage snelheid naar interval als de auto stilstaat.
    (Maar als de gevoeligheid van de sensor wordt aangepast tot het hoogste niveau,
    kan de stand niet worden veranderd.)

    236

    RX 450h_EE



  • Page 238

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    ■ Regensensor
    ● De regensensor registreert de hoe-

    veelheid neerslag.
    De auto is voorzien van een optische
    sensor. Deze werkt mogelijk niet goed
    als zonlicht van de opkomende of ondergaande zon af en toe op de voorruit valt
    of als er insecten o.i.d. op de voorruit zitten.
    ● Als de ruitenwisserschakelaar in de stand
    wordt gezet en het contact
    AAN is, maken de ruitenwissers één wisslag om aan te geven dat de stand
    AUTO is ingeschakeld.

    2

    Tijdens het rijden

    ● Wanneer de sensorgevoeligheidsring in de stand AUTO naar een hoge gevoe-

    ligheid wordt gedraaid, werken de ruitenwissers één keer om aan te geven dat
    de gevoeligheid is verhoogd.
    ● Als de temperatuur van de regensensor 90°C of hoger is, of -15°C of lager is,

    werkt de automatische functie mogelijk niet. Zet de ruitenwisserschakelaar in
    dat geval in een andere stand dan AUTO.
    ■ Als er geen ruitensproeiervloeistof op de ruit terechtkomt

    Controleer of er ruitensproeiervloeistof in het reservoir aanwezig is en controleer
    als dat het geval is of de sproeierkoppen niet verstopt zijn.

    WAARSCHUWING
    ■ Waarschuwing met betrekking tot het gebruik van de ruitenwissers in de stand

    AUTO
    De ruitenwissers kunnen onverwacht in werking treden als de sensor aangeraakt
    wordt of als de voorruit aan trillingen word blootgesteld terwijl de ruitenwissers in
    de AUTO-modus staan. Let erop dat u zich niet kunt bezeren als de ruitenwissers in
    werking treden.
    ■ Waarschuwing met betrekking tot het gebruik van ruitensproeiervloeistof

    Gebruik bij koud weer de ruitensproeiervloeistof pas wanneer de voorruit warm is.
    De vloeistof kan anders op de voorruit bevriezen en zo het zicht belemmeren. Dit
    kan leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.

    237

    RX 450h_EE



  • Page 239

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    OPMERKING
    ■ Als de voorruit droog is

    Gebruik de ruitenwissers niet als de voorruit droog is omdat hierdoor de voorruit
    beschadigd kan worden.
    ■ Als het sproeierreservoir leeg is

    Als u de hendel gedurende langere tijd naar u toe getrokken houdt, kan de sproeierpomp beschadigd raken.
    ■ Wanneer een sproeier verstopt raakt

    Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met een Lexus-dealer of erkende
    reparateur.
    Probeer als een sproeierkop verstopt is geraakt deze niet schoon te maken met
    een naald of iets dergelijks. Hierdoor kan de sproeierkop beschadigd raken.

    238

    RX 450h_EE



  • Page 240

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    Achterruitenwisser en -sproeier
    De werking van de ruitenwisser wordt geselecteerd door de hendel
    als volgt te bewegen:
    Uit
    Intervalstand
    Normale stand ruitenwissers
    Sproeien en wissen
    Sproeien en wissen

    2

    Tijdens het rijden

    ■ De achterruitenwisser en -sproeier kunnen worden bediend als

    Het contact AAN staat.

    239

    RX 450h_EE



  • Page 241

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    OPMERKING
    ■ Als de achterruit droog is

    Gebruik de ruitenwissers niet als de achterruit droog is omdat de achterruit hierdoor beschadigd kan raken.
    ■ Als het sproeierreservoir leeg is

    Als u de schakelaar gedurende langere tijd ingedrukt houdt, kan de sproeierpomp
    beschadigd raken.
    ■ Wanneer een sproeier verstopt raakt

    Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met een Lexus-dealer of erkende
    reparateur.
    Probeer als een sproeierkop verstopt is geraakt deze niet schoon te maken met
    een naald of iets dergelijks. Hierdoor kan de sproeierkop beschadigd raken.

    240

    RX 450h_EE



  • Page 242

    2-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers

    Koplampsproeierschakelaar∗

    De koplampen kunnen worden gereinigd door er ruitensproeiervloeistof
    op te spuiten.

    Druk op de toets om de koplampen te reinigen.

    2

    Tijdens het rijden

    ■ De koplampsproeiers kunnen worden bediend als

    Het contact AAN en de lichtschakelaar AAN staan.
    ■ Aan de ruitensproeier gekoppelde werking

    Als het contact AAN staat en de koplampen branden, worden de koplampsproeiers één keer geactiveerd. (→Blz. 235)

    OPMERKING
    ■ Als het sproeierreservoir leeg is

    Druk niet constant op de toets, aangezien de sproeierpomp oververhit kan raken.

    ∗: Indien aanwezig
    241

    RX 450h_EE



  • Page 243

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Cruise control∗

    Met de cruise control kan een ingestelde snelheid worden vastgehouden
    zonder dat hiervoor het gaspedaal hoeft te worden ingetrapt.

    Controlelampje
    Display
    Cruise control-schakelaar

    ■ Instellen van de rijsnelheid
    STAP 1

    Druk op de toets ON-OFF om
    de cruise control in te schakelen.
    Het controlelampje cruise control gaat branden.
    Druk nogmaals op de toets om
    de cruise control uit te schakelen.

    ∗: Indien aanwezig
    242

    RX 450h_EE



  • Page 244

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    STAP 2

    Accelereer of decelereer naar
    de gewenste snelheid en druk
    de hendel naar beneden om de
    snelheid in te stellen.
    SET (ingesteld) wordt weergegeven.
    De rijsnelheid op het moment
    dat de schakelaar wordt losgelaten, wordt de ingestelde snelheid.

    2

    Tijdens het rijden

    ■ Wijzigen van de ingestelde snelheid
    Bedien, om de ingestelde snelheid te wijzigen, de hendel totdat de
    gewenste snelheid wordt weergegeven.
    Verhogen van de snelheid
    Verlagen van de snelheid
    Kleine wijziging: Beweeg de
    hendel kort in de gewenste richting.
    Grote wijziging: Houd de hendel in de gewenste richting
    gedrukt.
    De ingestelde snelheid wordt als volgt verhoogd of verlaagd:
    Fijnafstelling: Ongeveer 1,6 km/h, telkens als de hendel bediend wordt.
    Ruime afstelling: De ingestelde snelheid wordt continu verhoogd of verlaagd totdat de hendel wordt losgelaten.

    243

    RX 450h_EE



  • Page 245

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Uitschakelen en hervatten van de constante-snelheidsregeling
    Als u de hendel naar u toe
    trekt, wordt de constantesnelheidsregeling geannuleerd.
    De snelheidsregeling wordt
    eveneens onderbroken als het
    rempedaal wordt ingetrapt.

    Door de hendel omhoog te
    drukken wordt de constantesnelheidsregeling hervat.
    Hervatten van de cruise control is mogelijk vanaf een rijsnelheid van ongeveer
    40 km/h of meer.

    ■ De cruise control kan worden gebruikt als
    ● De selectiehendel in stand D of in stand 4 of hoger van S staat.
    ● De rijsnelheid hoger is dan 40 km/h.
    ■ Accelereren na het instellen van de rijsnelheid
    ● Er kan normaal met de auto geaccelereerd worden. Na de acceleratie gaat de

    auto weer rijden met de ingestelde snelheid.
    ● De ingestelde snelheid kan zelfs worden verhoogd zonder de cruise control uit

    te schakelen, door eerst naar de gewenste snelheid te accelereren en vervolgens de hendel omlaag te drukken om de nieuwe snelheid in te stellen.

    244

    RX 450h_EE



  • Page 246

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Automatisch uitschakelen van cruise control

    De cruise control stopt onder de volgende omstandigheden met het in stand houden van de rijsnelheid:
    ● De werkelijke rijsnelheid zakt tot meer dan 16 km/h onder de geprogram-

    meerde rijsnelheid.
    In dit geval blijft de geprogrammeerde snelheid niet bewaard.
    ● Actuele rijsnelheid is lager dan ongeveer 40 km/h.
    ● De VSC is geactiveerd.

    2

    ■ Als een waarschuwingsmelding wordt weergegeven op het multi-informatiedis-

    play
    Tijdens het rijden

    Druk eenmaal op de toets ON-OFF om het systeem uit te schakelen en druk vervolgens opnieuw op de toets om het systeem in te schakelen.
    Als er geen snelheid kan worden geprogrammeerd of de cruise control direct na
    het activeren weer wordt uitgeschakeld, is er mogelijk een defect in het cruise control-systeem aanwezig. Laat de auto controleren door een Lexus-dealer of erkende
    reparateur.

    WAARSCHUWING
    ■ Onbedoeld inschakelen van de cruise control voorkomen

    Schakel de cruise control uit met de toets ON-OFF als deze niet wordt gebruikt.
    ■ Situaties die niet geschikt zijn voor gebruik van de cruise control

    Gebruik de cruise control niet in de volgende situaties.
    Als u dat wel doet kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel
    kan ontstaan.
    ● In druk verkeer
    ● Op wegen met scherpe bochten
    ● Op slingerende wegen
    ● Op wegen die door regen, ijs of sneeuw glad zijn
    ● Op steile hellingen

    Bij het afdalen van een steile helling kan de rijsnelheid de ingestelde snelheid
    overschrijden.
    ● Bij het trekken van een aanhangwagen of tijdens het slepen in een noodgeval

    245

    RX 450h_EE



  • Page 247

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Dynamic Radar Cruise Control∗
    De Dynamic Radar Cruise Control is een conventionele cruise control die
    is uitgebreid met een afstandsregeling. Als de afstandsregelmodus is ingeschakeld, accelereert of decelereert de auto automatisch om een vooraf
    ingestelde afstand tot de voorligger te bewaren.

    Controlelampje (afstandsregelmodus)
    Controlelampje (constantesnelheidsregelmodus)
    Display
    Afstandsschakelaar
    Cruise control-schakelaar

    ■ Instellen van de rijsnelheid (afstandsregelmodus)
    Druk op de toets ON-OFF om
    STAP 1
    de cruise control in te schakelen.
    Het controlelampje van de
    Dynamic Radar Cruise Control
    gaat branden.
    Druk nogmaals op de toets om
    de cruise control uit te schakelen.

    ∗: Indien aanwezig
    246

    RX 450h_EE



  • Page 248

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    STAP 2

    Accelereer of decelereer naar
    de gewenste snelheid en druk
    de hendel naar beneden om de
    snelheid in te stellen.
    SET (ingesteld) wordt weergegeven.
    De rijsnelheid op het moment
    dat de schakelaar wordt losgelaten, wordt de ingestelde snelheid.

    2

    Tijdens het rijden

    ■ Wijzigen van de ingestelde snelheid
    Bedien, om de ingestelde snelheid te wijzigen, de hendel totdat de
    gewenste snelheid wordt weergegeven.
    Verhogen van de snelheid
    Verlagen van de snelheid
    Kleine wijziging: Beweeg de
    hendel kort in de gewenste richting.
    Grote wijziging: Houd de hendel in de gewenste richting
    gedrukt.
    Als de afstandsregelmodus is ingeschakeld, wordt de ingestelde snelheid
    als volgt verhoogd of verlaagd:

    Wanneer de ingestelde snelheid getoond wordt in “MPH”
    Ongeveer 8 km/h, telkens als de hendel wordt bediend

    Wanneer de ingestelde snelheid wordt getoond in “km/h”
    Ongeveer 5 km/h, telkens als de hendel wordt bediend

    247

    RX 450h_EE



  • Page 249

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    In de constante-snelheidsregelmodus (→Blz. 246) wordt de ingestelde
    snelheid als volgt verhoogd of verlaagd:
    Fijnafstelling: Ongeveer 1,6 km/h, telkens als de hendel bediend wordt
    Ruime afstelling: De ingestelde snelheid wordt continu verhoogd of verlaagd totdat de hendel wordt losgelaten.

    ■ Wijzigen van de afstand tussen de auto's
    Door de schakelaar in te drukSymbool voorligger
    ken wordt de afstand tot de
    voorligger als volgt gewijzigd:
    Lang
    Gemiddeld
    Kort
    De afstand wordt automatisch
    op Lang ingesteld als het contact AAN wordt gezet.
    Als er een auto voor u rijdt,
    wordt het symbool voor een
    voorligger ook weergegeven.

    248

    RX 450h_EE



  • Page 250

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Instellen afstand tot voorligger
    Selecteer een afstand in de onderstaande tabel. Houd er rekening
    mee dat de aangegeven afstanden overeenkomen met een rijsnelheid van 80 km/h. De afstand tot de voorligger is afhankelijk van de
    rijsnelheid.
    Afstand tot voorligger

    Lang

    Ongeveer 50 m

    Gemiddeld

    Ongeveer 40 m

    Kort

    Ongeveer 25 m

    2

    Tijdens het rijden

    Afstandsopties

    ■ Uitschakelen en hervatten van de snelheidsregeling
    Als u de hendel naar u toe
    trekt, wordt de cruise control
    uitgeschakeld.
    De snelheidsregeling wordt
    eveneens onderbroken als het
    rempedaal wordt ingetrapt.

    Door de hendel omhoog te
    drukken, wordt de cruise
    control hervat en wordt de
    opgeslagen snelheid ingesteld.
    Hervatten van de cruise control
    is mogelijk vanaf een rijsnelheid
    van ongeveer 40 km/h of meer.

    249

    RX 450h_EE



  • Page 251

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Rijden in de afstandsregelmodus
    In deze stand registreert een radarsensor of er binnen ongeveer 120
    meter voor u een voertuig rijdt. Deze sensor wordt tevens gebruikt om
    de afstand tussen uw auto en de voorligger te berekenen.
    Let erop dat de afstand tot uw voorligger kleiner wordt als u een lange helling
    afrijdt.

    Voorbeeld van het rijden met een constante snelheid
    Wanneer er geen voorliggers zijn
    De auto rijdt met de snelheid die door de bestuurder is ingesteld. De
    gewenste afstand tot de voorligger kan ook worden ingesteld door de
    afstandsregeling te bedienen.

    Voorbeeld van deceleratie
    Wanneer de voorligger langzamer rijdt dan de geprogrammeerde
    snelheid
    Als er een voorligger wordt gesignaleerd, verlaagt het systeem automatisch
    de snelheid van uw auto. Als de snelheid nog meer moet worden gereduceerd, schakelt het systeem het remsysteem in. Als het systeem de snelheid
    niet genoeg kan verlagen om een veilige afstand tot de voorligger te creëren,
    klinkt er een waarschuwingssignaal.

    250

    RX 450h_EE



  • Page 252

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Voorbeeld van rijden met de volgregeling
    Volgen van een voorligger die langzamer rijdt dan de ingestelde snelheid
    Het systeem regelt de snelheid van de auto zo dat de afstand die de bestuurder heeft ingesteld tot de voorligger gehandhaafd blijft.

    Voorbeeld van acceleratie
    Als er geen voorliggers meer zijn die langzamer rijden dan de ingestelde snelheid
    Het systeem verhoogt de snelheid totdat de ingestelde snelheid bereikt
    wordt. Het systeem schakelt vervolgens weer over op het rijden met constante snelheid.

    2

    Tijdens het rijden

    Naderingswaarschuwing
    Wanneer uw auto een voorligger te dicht nadert en automatisch decelereren door middel van de cruise control niet mogelijk is, zal het scherm
    gaan knipperen en een zoemer klinken om de bestuurder te waarschuwen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als een andere bestuurder vóór u
    invoegt terwijl u een voorligger volgt. Gebruik het remsysteem om voldoende afstand tot uw voorligger te houden.
    ■ Mogelijk worden geen waarschuwingen gegeven
    In de volgende gevallen is het mogelijk dat de waarschuwing niet verschijnt:
    ● Als de snelheid van de auto voor u gelijk is aan of hoger is dan de
    snelheid van uw eigen auto
    ● Als de voorligger extreem langzaam rijdt
    ● Direct nadat de snelheid van de cruise control is ingesteld
    ● Op het moment dat het gaspedaal wordt ingetrapt

    251

    RX 450h_EE



  • Page 253

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Selecteren van de conventionele constante-snelheidsregeling
    De constante-snelheidsregeling is anders dan de afstandsregeling. Wanneer de constante-snelheidsregeling is geselecteerd, blijft de auto met
    een ingestelde snelheid rijden, ongeacht of zich voorliggers op de rijbaan
    bevinden.
    Druk op de toets ON-OFF om
    de cruise control in te schakelen.
    Druk nogmaals op de toets om de
    cruise control uit te schakelen.

    Schakel de constante-snelheidsregeling in.
    (Duw de hendel naar voren en
    houd de hendel in die stand
    ongeveer 1 s vast.)
    Het controlelampje van de constante-snelheidsregeling
    gaat
    branden.
    Als u tijdens de constante-snelheidsregeling terug wilt keren naar
    de afstandsregelmodus, drukt u de
    hendel weer naar voren en houdt u
    hem ongeveer 1 seconde vast.
    Nadat de gewenste snelheid is
    ingesteld, kunt u niet terugkeren
    naar de afstandsregelmodus.
    Als het contact UIT en vervolgens
    weer AAN wordt gezet, wordt
    automatisch de afstandsregeling
    weer ingesteld.
    Wijzigen van de geprogrammeerde snelheid: →Blz. 247
    Uitschakelen en hervatten van de
    snelheidsregeling: →Blz. 249
    252

    RX 450h_EE



  • Page 254

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ De Dynamic Radar Cruise Control kan worden gebruikt als
    ● De selectiehendel in stand D of in stand 4 of hoger van S staat.
    ● De rijsnelheid hoger is dan 50 km/h.
    ■ Accelereren na het instellen van de rijsnelheid

    Er kan normaal met de auto geaccelereerd worden. Na de acceleratie gaat de auto
    weer rijden met de ingestelde snelheid.
    Als de afstandsregelmodus is ingeschakeld, neemt de rijsnelheid echter mogelijk af
    tot onder de ingestelde snelheid, zodat de afstand tot de voorligger gehandhaafd
    blijft.

    2

    Tijdens het rijden

    ■ Automatisch uitschakelen van de afstandsregeling

    De afstandsregeling wordt in een van de volgende situaties automatisch uitgeschakeld:
    ● Werkelijke rijsnelheid zakt onder ongeveer 40 km/h.
    ● De VSC is geactiveerd.
    ● De sensor kan niet goed werken omdat hij ergens door bedekt is.
    ● De ruitenwissers werken op hoge snelheid. (Wanneer de ruitenwisserschake-

    laar in stand AUTO of de stand voor hoge snelheid staat.)
    ● Als de stand Snow is ingeschakeld.

    Als de afstandsregeling om een andere dan de hierboven genoemde redenen
    automatisch uitgeschakeld wordt, kan er een storing in het systeem aanwezig zijn.
    Neem contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur en laat uw Lexus
    controleren.

    253

    RX 450h_EE



  • Page 255

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Automatisch uitschakelen van de constante-snelheidsregeling

    De snelheidsregeling door de cruise control wordt in de volgende gevallen onderbroken:
    ● Actuele rijsnelheid zakt tot meer dan ongeveer 16 km/h onder de ingestelde rij-

    snelheid.
    In dit geval blijft de geprogrammeerde snelheid niet bewaard.
    ● Werkelijke rijsnelheid zakt onder ongeveer 40 km/h.
    ● De VSC is geactiveerd.
    ■ Radarsensor en lenskap

    Houd de sensor en de lenskap altijd schoon omdat de afstandsregeling anders niet
    goed werkt. (Sommige belemmeringen, zoals sneeuw, ijs of plastic, worden niet
    door de sensor waargenomen.)
    Als er gesignaleerd wordt dat er iets op de sensor aanwezig is, wordt de Dynamic
    Radar Cruise Control uitgeschakeld.
    Lenskap
    Radarsensor

    ■ Waarschuwingslampjes, meldingen en zoemers voor Dynamic Radar Cruise

    Control
    Waarschuwingslampjes, meldingen en zoemers geven een defect in het systeem
    aan of informeren als u tijdens het rijden extra op moet letten. (→Blz. 566)

    254

    RX 450h_EE



  • Page 256

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Verklaring

    Hereby, DENSO CORPORATION declares that this DNMWR004 is in
    compliance with the essential requirements

    and other relevant provisions of

    Directive 1999/5/EC.

    Hér með lýsir DENSO CORPORATION yfir því að DNMWR004 er í

    2

    samræmi við grunnkröfur og aðrar kröfur, sem gerðar eru í tilskipun
    1999/5/EC.

    Tijdens het rijden

    Con la presente DENSO CORPORATION dichiara che questo DNMWR004 è
    conforme ai requisiti essenziali ed alle

    altre disposizioni pertinenti stabilite

    dalla direttiva 1999/5/CE.
    Käesolevaga kinnitab DENSO CORPORATION seadme DNMWR004
    vastavust direktiivi 1999/5/EÜ põhinõuetele ja nimetatud direktiivist
    tulenevatele teistele asjakohastele sätetele.
    Hierbij verklaart DENSO CORPORATION dat het toestel DNMWR004 in
    overeenstemming is met de essentiële eisen

    en de andere relevante

    bepalingen van richtlijn 1999/5/EG.
    ME ȉǾȃ ȆǹȇȅȊȈǹ DENSO CORPORATION ǻǾȁȍȃǼǿ ȅȉǿ DNMWR004
    ȈȊȂȂȅȇĭȍȃ Ǽȉǹǿ ȆȇȅȈ TIȈ ȅȊȈǿȍǻǼǿȈ ǹȆǹǿȉǾȈǼǿȈ Ȁǹǿ ȉǿȈ ȁȅǿȆǼȈ
    ȈȋǼȉǿȀǼȈ ǻǿǹȉǹȄǼǿȈ ȉǾȈ ȅǻǾīǿǹȈ 1999/5/ǼȀ.
    Härmed intygar DENSO CORPORATION att denna DNMWR004 står I
    överensstämmelse med de väsentliga egenskapskrav och övriga relevanta
    bestämmelser som framgår av direktiv 1999/5/EG.
    Por medio de la presente DENSO CORPORATION declara que el
    DNMWR004 cumple con los requisitos esenciales y cualesquiera otras
    disposiciones aplicables o exigibles de la Directiva 1999/5/CE.
    DENSO CORPORATION týmto vyhlasuje, že DNMWR004 spĎĖa základné
    požiadavky a všetky príslušné ustanovenia Smernice 1999/5/ES.

    DENSO CORPORATION izjavlja, da je ta DNMWR004 v skladu z
    bistvenimi zahtevami in ostalimi relevantnimi doloþili direktive 1999/5/ES.

    255

    RX 450h_EE



  • Page 257

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    DENSO CORPORATION tímto prohlašuje, že tento DNMWR004 je ve shodČ
    se základními požadavky a dalšími pĜíslušnými ustanoveními smČrnice
    1999/5/ES.
    Undertegnede DENSO CORPORATION erklærer herved, at følgende udstyr
    DNMWR004

    overholder de væsentlige krav og øvrige relevante krav i direktiv

    1999/5/EF.
    Hiermit erklärt DENSO CORPORATION, dass sich das Gerät DNMWR004

    in

    Übereinstimmung mit den grundlegenden Anforderungen und den übrigen
    einschlägigen Bestimmungen der Richtlinie 1999/5/EG befindet.
    DENSO CORPORATION erklærer herved at utstyret DNMWR004 er i samsvar
    med de grunnleggende krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF.
    Alulírott, DENSO CORPORATION nyilatkozom, hogy a DNMWR004 megfelel
    a vonatkozó alapvetõ követelményeknek és az 1999/5/EC irányelv egyéb
    elõírásainak.
    DENSO CORPORATION vakuuttaa täten että DNMWR004 tyyppinen laite on
    direktiivin 1999/5/EY oleellisten vaatimusten ja sitä koskevien direktiivin
    muiden ehtojen mukainen.
    Par la présente DENSO CORPORATION déclare que l'appareil
    DNMWR004

    est conforme aux exigences essentielles et aux autres

    dispositions pertinentes de la directive 1999/5/CE.
    Niniejszym DENSO CORPORATION oĞwiadcza, Īe DNMWR004 jest zgodny z
    zasadniczymi wymogami oraz pozostaáymi stosownymi postanowieniami
    Dyrektywy 1999/5/EC.
    DENSO CORPORATION declara que este DNMWR004

    está conforme com

    os requisitos essenciais e outras disposições da Directiva 1999/5/CE.
    Hawnhekk, DENSO CORPORATION, jiddikjara li dan DNMWR004 jikkonforma
    mal-ƫtiƥijiet essenzjali u ma provvedimenti oƫrajn relevanti li hemm
    fid-Dirrettiva 1999/5/EC.
    Ar šo, DENSO CORPORATION, deklarƝ, ka DNMWR004 atbilst DirektƯvas
    1999/5/EK bnjtiskajƗm prasƯbƗm un citiem ar to saistƯtajiem noteikumiem.
    Šiuo DENSO CORPORATION deklaruoja, kad šis

    DNMWR004

    esminius reikalavimus ir kitas 1999/5/EB Direktyvos nuostatas.

    256

    RX 450h_EE

    atitinka



  • Page 258

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    WAARSCHUWING
    ■ Voor het gebruik van de Dynamic Radar Cruise Control

    Vertrouw niet te veel op de afstandsregeling.
    Houd rekening met de ingestelde rijsnelheid. Regel zelf de snelheid bij door te remmen, gas te geven, enz. als de deceleratie/acceleratie die het systeem verzorgt niet
    toereikend is om de afstand tot de voorligger te regelen.
    ■ Waarschuwingen met betrekking tot de ondersteunende systemen
    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Als u dat niet doet, kunt u een ongeval veroorzaken, waardoor ernstig letsel kan
    ontstaan.

    2

    Tijdens het rijden

    ● De bestuurder helpen bij het meten van de volgafstand

    De Dynamic Radar Cruise Control dient alleen ter ondersteuning van de
    bestuurder bij het bepalen van de volgafstand tussen de eigen auto en een
    bepaalde voorligger. Het systeem is niet bedoeld om zorgeloos of roekeloos rijgedrag te rechtvaardigen en kan de bestuurder ook niet helpen tijdens het rijden
    bij slecht zicht. Het blijft noodzakelijk dat u zelf de aandacht bij het verkeer houdt.
    ● De bestuurder helpen bij het bepalen van de juiste volgafstand

    De Dynamic Radar Cruise Control bepaalt of de volgafstand tussen de eigen
    auto en een bepaalde voorligger voldoende is of niet. Het systeem kan geen
    andere beoordelingen maken. Het is daarom strikt noodzakelijk dat u zelf alert
    blijft en inschat of een situatie mogelijk gevaarlijk is.
    ● De bestuurder helpen bij het bedienen van de auto

    De Dynamic Radar Cruise Control kan geen aanrijdingen met een voorligger
    voorkomen. Daarom dient u wanneer er gevaar dreigt direct de controle over de
    auto te nemen en juist te handelen om de veiligheid van alle betrokkenen te
    garanderen.
    ■ Voorkomen van onbedoeld activeren van de Dynamic Radar Cruise Control

    Schakel de cruise control uit met de toets ON-OFF als deze niet wordt gebruikt.

    257

    RX 450h_EE



  • Page 259

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    WAARSCHUWING
    ■ Situaties die niet geschikt zijn voor gebruik van de Dynamic Radar Cruise Con-

    trol
    Gebruik de Dynamic Radar Cruise Control niet in de volgende situaties.
    Als u dat wel doet, wordt de snelheid mogelijk niet goed geregeld waardoor ernstig
    letsel kan ontstaan.
    ● In druk verkeer
    ● Op wegen met scherpe bochten
    ● Op slingerende wegen
    ● Op wegen die door regen, ijs of sneeuw glad zijn
    ● Op steile hellingen bergafwaarts of op afwisselend sterk dalende en sterk stij-

    gende wegen
    Bij het afdalen van een steile helling kan de rijsnelheid de ingestelde snelheid
    overschrijden.
    ● Op invoegstroken van autosnelwegen
    ● Als de weersomstandigheden zo slecht zijn dat ze een juiste werking van de sen-

    soren onmogelijk zouden kunnen maken (mist, sneeuw, zandstorm, zware regenval, enz.)
    ● Als er vaak een naderingswaarschuwing hoorbaar is
    ● Bij het trekken van een aanhangwagen of tijdens het slepen in een noodgeval
    ■ Omstandigheden waarin de sensor voorliggers niet of niet op de juiste manier

    herkent
    Rem indien nodig zelf af als een van de volgende voertuigen voor u rijdt.
    Omdat de sensor deze voertuigen wellicht niet of niet tijdig opmerkt, wordt er geen
    naderingswaarschuwing (→Blz. 251) gegeven en kan een ernstig ongeval het
    gevolg zijn.
    ● Auto's die plotseling voor u invoegen
    ● Auto's die met lage snelheden rijden
    ● Auto's die stilstaan
    ● Voertuigen met een relatief kleine achterzijde (aanhangwagens zonder lading,

    enz.)
    ● Motorfietsen die op dezelfde rijstrook rijden

    258

    RX 450h_EE



  • Page 260

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    WAARSCHUWING
    ■ Omstandigheden waaronder de afstandsregeling mogelijk niet goed werkt

    Rem indien nodig in de volgende situaties zelf af omdat de radarsensor voorliggers
    misschien niet op de juiste manier waarneemt, waardoor er een ernstig ongeval
    zou kunnen ontstaan:
    ● Als door omringend verkeer opgeworpen water of sneeuw de werking van de

    radarsensor hindert
    ● Als de achterzijde van de auto ver ingezakt is (omdat er zware lading in de baga-

    2

    geruimte vervoerd wordt, enz.)

    Tijdens het rijden

    ● Als de weg erg bochtig is of de rijstroken erg smal zijn
    ● Als u veelvuldig stuurcorrecties moet uitvoeren of frequent van rijstrook wisselt
    ● Als uw voorligger plotseling decelereert
    ■ Behandelen van de radarsensor

    Volg onderstaande aanwijzingen op om te waarborgen dat het cruise control-systeem goed kan werken.
    Anders werkt het systeem mogelijk niet correct wat kan leiden tot een aanrijding.
    ● Houd de sensor en de lenskap altijd schoon.

    Reinig de sensor en de lenskap met een zachte doek zodat er geen krassen of
    beschadigingen ontstaan.
    ● Stel de sensor en de omgeving van de sensor niet bloot aan krachtige schokken.

    Als de sensor ook maar iets verplaatst wordt, werkt het systeem mogelijk niet
    meer goed. Als de sensor en de omgeving van de sensor aan krachtige schokken
    zijn blootgesteld, moet het desbetreffende gedeelte van de auto worden gecontroleerd en indien nodig gerepareerd door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ● Neem de sensor niet uit elkaar.
    ● Monteer geen accessoires en plak geen stickers op de sensor, de lenskap of in de

    directe omgeving.
    ● Wijzig of spuit de sensor en de lenskap niet.
    ● Vervang ze niet door niet-originele onderdelen.

    259

    RX 450h_EE



  • Page 261

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Lexus Parking Assist-sensor∗
    De afstand tot obstakels die door de sensoren gemeten is, wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay en via geluidssignalen bij het fileparkeren en achteruit inparkeren in een garage. Controleer bij gebruik van
    dit systeem ook altijd zelf de omgeving.

    ■ Soorten sensoren
    Hoeksensoren voor
    Middelste sensoren voor
    Hoeksensoren achter
    Middelste sensoren achter

    ■ Inschakelen van de Lexus Parking Assist-sensor
    Druk op de menutoets.
    STAP 1
    De modus van het multiinformatiedisplay verandert
    in de modus voor het regelen
    van de elektronische functies.
    Druk op de toets ∧ of ∨ totdat het merkteken van de
    Lexus Parking Assist-sensor
    op het multi-informatiedisplay verschijnt.

    ∗: Indien aanwezig
    260

    RX 450h_EE



  • Page 262

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    STAP 2

    Druk op de toets ENTER om
    ON (aan) te selecteren.
    Het controlelampje van de
    Lexus parking assist-sensor verschijnt op het display.
    Elke keer dat op de schakelaar
    gedrukt wordt, wordt de Lexus
    Parking Assist-sensor in- of uitgeschakeld.

    2

    Tijdens het rijden

    Indien ingeschakeld, klinkt de
    zoemer om de bestuurder te
    informeren dat het systeem
    werkt.

    Druk op de menutoets om terug
    te keren naar het normale display.

    Display
    Wanneer de sensoren een obstakel signaleren, wordt dit grafisch weergegeven op het multi-informatiedisplay overeenkomstig de positie en
    afstand tot het obstakel.
    Werking hoeksensoren voor
    Werking middelste sensor voor
    Werking hoeksensoren achter
    Werking middelste sensor achter

    261

    RX 450h_EE



  • Page 263

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    De afstandsweergave en zoemer
    Als een sensor een obstakel signaleert worden de richting van en de
    afstand tot het obstakel bij benadering weergegeven en klinkt de zoemer.
    De locatie van het obstakel knippert (alleen niveau 4).

    ■ Hoeksensoren voor
    Signaleringsniveau

    262

    RX 450h_EE

    Multi-informatiedisplay

    Globale afstand
    tot obstakel

    Zoemer

    2

    50 - 37,5 cm

    Gemiddeld

    3

    37,5 - 25 cm

    Snel

    4

    25 cm of minder

    Continu



  • Page 264

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Middelste sensoren voor
    Signaleringsniveau

    Multi-informatiedisplay

    Zoemer

    1

    100 - 50 cm

    Langzaam

    2

    50 - 40 cm

    Gemiddeld

    3

    40 - 30 cm

    Snel

    4

    30 cm of minder

    Continu

    Globale afstand
    tot obstakel

    Zoemer

    2

    50 - 37,5 cm

    Gemiddeld

    3

    37,5 - 25 cm

    Snel

    4

    25 cm of minder

    Continu

    2

    Tijdens het rijden

    Globale afstand
    tot obstakel

    ■ Hoeksensoren achter
    Signaleringsniveau

    Multi-informatiedisplay

    263

    RX 450h_EE



  • Page 265

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Middelste sensoren achter
    Signaleringsniveau

    264

    RX 450h_EE

    Multi-informatiedisplay

    Globale afstand
    tot obstakel

    Zoemer

    1

    150 - 60 cm

    Langzaam

    2

    60 - 45 cm

    Gemiddeld

    3

    45 - 35 cm

    Snel

    4

    35 cm of minder

    Continu



  • Page 266

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Detectiegebied sensoren
    Ongeveer 100 cm
    Ongeveer 150 cm
    Ongeveer 50 cm
    Het schema toont het detectiebereik van de sensoren. Merk op dat
    de sensoren geen obstakels kunnen detecteren die zich extreem
    dicht bij de auto bevinden.

    2

    Tijdens het rijden

    Het bereik van de sensoren kan
    verschillend zijn, afhankelijk van
    bijvoorbeeld de vorm van het
    object.

    ■ De Lexus Parking Assist-sensor kan worden gebruikt als
    ● Hoeksensoren voor:

    • Het contact AAN staat.
    • De selectiehendel in een andere stand dan P staat.
    • de rijsnelheid lager is dan ongeveer 10 km/h.
    ● Middelste sensoren voor:
    • Het contact AAN staat.
    • De selectiehendel in een andere stand dan P of R staat.
    • de rijsnelheid lager is dan ongeveer 10 km/h.
    ● Hoeksensoren en middelste sensoren achter:
    • Het contact AAN staat.
    • De selectiehendel in stand R staat.

    265

    RX 450h_EE



  • Page 267

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Detectie-informatie sensoren
    ● De staat van de auto en de omgeving kunnen van invloed zijn op de capaciteit

    van de sensor om een obstakel correct te registreren. Specifieke situaties
    waarin dit voor kan komen ziet u hieronder.
    • De sensor is bedekt met vuil, sneeuw of ijs.
    • De sensor is bevroren.
    • De sensor wordt ergens door afgedekt.
    • De auto helt sterk over naar één zijde.
    • Op een extreem hobbelige weg, op een helling, op gravel of op gras
    • Er is veel omgevingslawaai rond de auto van claxons, motorfietsmotoren,
    luchtremmen van vrachtwagens of andere geluidsbronnen die ultrasone
    geluidsgolven produceren.
    • Er is een andere auto uitgerust met Parking Assist-sensoren in de nabije
    omgeving.
    • Een sensor is bedekt met een waterfilm of er is sprake van zware regenval.
    • De auto is uitgerust met een staafantenne of een radioantenne.
    • Er zijn sleepogen geplaatst.
    • Een bumper of sensor krijgt een harde klap.
    • De auto nadert een hoge of rechthoekige stoeprand.
    • In fel zonlicht of zeer koud weer.
    • Er zijn niet-originele Lexus-onderdelen voor de wielophanging (verlagingsset, enz.) gemonteerd.
    Naast bovenstaande voorbeelden zijn er situaties waarin verkeersborden en
    andere objecten vanwege hun vorm door de sensor dichterbij worden gezien
    dan ze in werkelijkheid zijn.
    ● De vorm van een obstakel kan ervoor zorgen dat een sensor het obstakel niet

    ziet. Let goed op bij de volgende obstakels:






    Kabels, hekken, touwen, enz.
    Katoen, sneeuw en andere materialen die geluidsgolven absorberen
    Zeer hoekige objecten
    Lage obstakels
    Hoge obstakels waarbij het bovenste deel uitsteekt in de richting van uw auto

    ■ Als er een melding verschijnt

    →Blz. 561
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    Instellingen (bijv. volume zoemer) kunnen worden gewijzigd. (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen →Blz. 633)
    266

    RX 450h_EE



  • Page 268

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    WAARSCHUWING
    ■ Waarschuwing bij het gebruik van de Lexus Parking Assist-sensor

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Anders kan een aanrijding het gevolg zijn.
    ● Rijd als het systeem is ingeschakeld niet harder dan 10 km/h.
    ● Monteer geen accessoires binnen het bereik van de sensor.

    2

    OPMERKING

    Tijdens het rijden

    ■ Opmerkingen bij het wassen van de auto

    Stel de omgeving van de sensoren niet bloot aan sterke waterstralen of stoom.
    Hierdoor kan de sensor beschadigd raken.
    ■ Verschijnselen die kunnen duiden op een storing in het systeem

    Onderstaande verschijnselen kunnen duiden op een storing in het systeem als
    gevolg van een defecte sensor, enz. Laat het systeem dan nakijken door een Lexusdealer of erkende reparateur.
    ● De zoemer klinkt niet als de Lexus Parking Assist-sensor wordt ingeschakeld.
    ● Zelfs als er geen obstakel wordt gesignaleerd gaat het lampje van een werkende

    sensor knipperen en klinkt de zoemer.
    ● Het gebied waar de sensoren zich bevinden wordt geraakt of wordt aan hevige

    schokken blootgesteld.
    ● Een van de bumpers wordt geraakt.
    ● Zelfs als de zoemer niet klinkt blijft het lampje van een werkende sensor branden.

    267

    RX 450h_EE



  • Page 269

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Elektronisch geregelde luchtvering∗
    De elektronisch geregelde luchtvering stelt de bestuurder in staat de
    hoogte van de auto af te stemmen op de rijomstandigheden.
    Met de schakelaar hoogteregeling kunt u de gewenste hoogte instellen.

    Multi-informatiedisplay
    Controlelampje elektronisch
    geregelde luchtvering
    Hoofdschakelaar hoogteregeling
    Schakelaar hoogteregeling
    (dashboard
    bestuurderszijde)

    Schakelaar hoogteregeling
    (bagageruimte)

    ∗: Indien aanwezig
    268

    RX 450h_EE



  • Page 270

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Selecteren van de wagenhoogte
    ■ Wagenhoogtestanden
    ● Stand HI (hoog): voor rijden over hobbelige wegen
    30 mm hoger dan de normale hoogte
    De stand HI kan niet worden geselecteerd als de rijsnelheid hoger is dan
    30 km/h.

    ● Stand N (normaal): voor gewoon rijden

    2

    Normale hoogte
    Tijdens het rijden

    ● Stand LO: voor een sportieve rijstijl
    Voorzijde auto: 20 mm lager dan de normale hoogte
    Achterzijde auto: 5 mm lager dan de normale hoogte

    ● Bagagestand: voor gemakkelijk in- en uitstappen en gemakkelijk inen uitladen van bagage
    30 mm lager dan de normale hoogte
    ■ Schakelaar hoogteregeling
    Druk de schakelaar hoogteregeling ongeveer 1 seconde in.
    Dashboard bestuurderszijde
    Hoger
    Door de schakelaar in de stand
    bagage in te drukken wijzigt de
    wagenhoogte in die van de stand
    N.

    Lager
    Door de schakelaar in de stand LO
    in te drukken wijzigt de wagenhoogte in die van de stand bagage.

    269

    RX 450h_EE



  • Page 271

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Bagageruimte
    Hoger
    Door de schakelaar in de stand
    bagage in te drukken wijzigt de
    wagenhoogte in die van de stand
    N.

    Lager
    Door de schakelaar in de stand N
    in te drukken wijzigt de wagenhoogte in die van de stand bagage,
    niet in die van de stand LO.

    ■ Controlelampje elektronisch geregelde luchtvering
    Het controlelampje van de geselecteerde stand gaat branden.
    Het controlelampje knippert als de
    wagenhoogte wordt aangepast
    aan de hoogte van de geselecteerde stand.

    Uitschakelen van de hoogteregeling
    Druk de hoofdschakelaar hoogteregeling in als de auto stilstaat. Op
    het multi-informatiedisplay verschijnt een melding en de wagenhoogte wordt vastgezet in de
    huidige stand.
    Als de rijsnelheid boven 30 km/h
    komt, wordt de elektronisch geregelde luchtvering automatisch
    weer ingeschakeld.

    270

    RX 450h_EE



  • Page 272

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Voorwaarden voor inschakelen van systeem

    Na het uitzetten van het hybridesysteem blijft de auto nog maximaal 60 seconden
    in de lage stand.
    ● Schakelaar hoogteregeling (dashboard bestuurderszijde)

    • Tijdens de werking van het hybridesysteem kan elke stand worden gekozen.
    • De stand bagage kan alleen worden geselecteerd als de selectiehendel in
    stand P staat.
    ● Schakelaar hoogteregeling (bagageruimte)

    2

    Tijdens het rijden

    • Als het hybridesysteem werkt en de selectiehendel in stand P staat, kan elke
    wagenhoogte behalve de stand LO worden geselecteerd.
    • Als het contact UIT wordt gezet, kan de wagenhoogte alleen worden verlaagd (alleen de zijde ∨ van de schakelaar kan worden bediend).
    Deze schakelaar kan alleen worden bediend als de achterklep open is.
    ● Hoofdschakelaar hoogteregeling

    Als de auto tot stilstand is gebracht met het contact AAN, kan de hoogteregeling
    worden uitgeschakeld/ingeschakeld.
    ■ Als de wagenhoogte wordt gewijzigd

    Controleer alvorens de schakelaar hoogteregeling te bedienen om de wagenhoogte te verlagen/verhogen of er zich geen objecten in de omgeving bevinden
    die de auto zouden kunnen beschadigen.
    ■ Als stand N is geselecteerd

    Tijdens rijden met hoge snelheid wordt de hoogteregeling automatisch in de stand
    LO gezet.
    ■ Als stand HI is geselecteerd

    De wagenhoogte verandert in die van stand N als de rijsnelheid 50 km/h wordt of
    als de rijsnelheid ongeveer 10 seconden hoger is dan 30 km/h. Zelfs als de rijsnelheid lager wordt dan 30 km/h, keert de hoogteregeling niet automatisch terug
    naar stand HI.
    ■ Als stand LO is geselecteerd

    De wagenhoogte verandert in die van stand N als het hybridesysteem opnieuw
    wordt gestart.

    271

    RX 450h_EE



  • Page 273

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Als stand bagage is geselecteerd

    Als de auto in beweging komt terwijl de bagagestand is geselecteerd, wordt automatisch stand N geselecteerd als de rijsnelheid hoger wordt dan 8 km/h. Zelfs als
    de rijsnelheid lager wordt dan 8 km/h, keert de hoogteregeling niet automatisch
    terug naar stand bagage.
    ■ Werkingsgeluid van de luchtvering

    Als de wagenhoogte wordt verlaagd, bijvoorbeeld bij het instappen of inladen van
    bagage of als de schakelaar hoogteregeling wordt bediend, kan het geluid van de
    werkende compressor of het wijzigen van de stand te horen zijn. Dit is normaal en
    duidt niet op een storing.
    ■ Automatische hoogteregeling

    Ongeacht het aantal inzittenden en de mate van belading wordt de wagenhoogte
    in elke stand altijd op een vaste hoogte gehouden met de automatische hoogteregeling.
    ■ Tijd voor wijzigen wagenhoogte
    ● Als de hoogteregeling continu wordt bediend om de wagenhoogte te verlagen,

    kan het luchtreservoir vol raken, waardoor het verlagen van de wagenhoogte
    traag wordt.
    ● Om de compressor te beschermen zal het systeem de wagenhoogte maximaal

    100 seconden achter elkaar verhogen. Als er meer tijd nodig is om de geselecteerde hoogte te bereiken, kan de werking kort worden onderbroken en vervolgens hervat. Het kan dan echter niet mogelijk zijn om de stand van de
    hoogteregeling te wijzigen.
    ■ De elektronisch geregelde luchtvering werkt niet als

    De stand van de hoogteregeling kan mogelijk niet gewijzigd worden als de auto
    over een hoge stoeprand of een ander hard oppervlak rijdt waarbij de luchtvering
    wordt uitgerekt.

    272

    RX 450h_EE



  • Page 274

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    WAARSCHUWING
    ■ De elektronisch geregelde luchtvering moet worden uitgeschakeld wanneer

    De elektronisch geregelde luchtvering moet in de volgende situaties worden uitgeschakeld omdat de wagenhoogte kan veranderen door de automatische niveauregeling en u bekneld kunt raken onder de auto, waardoor ongelukken kunnen
    gebeuren.
    ● Een van de wielen zit vast in een greppel.
    ● De auto moet opgekrikt worden.

    2

    ● De auto moet gesleept worden waarbij de voor- of achterzijde omhooggetild

    Tijdens het rijden

    wordt.
    ● Een aanhangwagen aan-/afkoppelen

    Schakel om veiligheidsredenen het hybridesysteem indien nodig uit.
    ■ Stand HI
    ● De stand HI mag alleen worden gebruikt bij het rijden op hobbelige wegen, bij-

    voorbeeld bij terreinrijden. Doordat in deze stand het zwaartepunt hoger komt te
    liggen, kan de auto onstabiel worden als de auto plotseling een bocht maakt.
    Hierdoor kan een ongeval ontstaan, met ernstig letsel tot gevolg.
    ● Zet, als er bagage op het imperiaal is bevestigd, de hoogteregeling niet in stand

    HI. Doordat in deze stand het zwaartepunt hoger komt te liggen, kan de auto
    onstabiel worden als de auto plotseling een bocht maakt. Hierdoor kan een
    ongeval ontstaan, met ernstig letsel tot gevolg.

    273

    RX 450h_EE



  • Page 275

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    OPMERKING
    ■ Zet de hoogteregeling niet in stand LO wanneer u over een hobbelige weg rijdt.

    Als de onderzijde van de auto een hard wegoppervlak raakt, kan de auto beschadigd raken. Let ook goed op als tijdens het rijden de hoogteregeling automatisch
    van stand bagage of stand LO in stand N wordt gezet.
    ■ Automatisch teruggaan naar stand N

    In de volgende situaties zal de wagenhoogte automatisch stijgen. Let op op plaatsen waar slechts beperkte ruimte boven de auto is.
    ● Als de auto in beweging komt als stand bagage nog steeds is geselecteerd.
    ● Als de motor opnieuw wordt gestart als stand LO is geselecteerd.
    ■ Wagenhoogte tijdens parkeren

    Als de temperatuur verandert of de auto voor langere tijd wordt geparkeerd, kan
    de wagenhoogte lager worden.

    274

    RX 450h_EE



  • Page 276

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Rear View Monitor-systeem (weergave in binnenspiegel)∗

    Het Rear View Monitor-systeem assisteert de bestuurder door tijdens het
    achteruitrijden op het scherm te tonen wat zich achter de auto bevindt.
    Het beeld wordt omgekeerd weergegeven op het scherm. Hierdoor ziet
    het er hetzelfde uit als het beeld dat in de binnenspiegel te zien is.

    Het beeld voor achteruitrijden
    wordt weergegeven als de
    selectiehendel in stand R staat.
    2

    Het scherm wordt uitgeschakeld als:

    Tijdens het rijden

    • De selectiehendel wordt in
    een andere stand dan R
    gezet.
    • Het scherm blijft gedurende ongeveer 5 minuten ingeschakeld.

    ∗: Indien aanwezig
    275

    RX 450h_EE



  • Page 277

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Het Rear View Monitor-systeem kan worden bediend als

    De selectiehendel staat in stand R en het contact staat AAN.
    ■ Wijzigen van de weergavemodi

    U kunt de weergavemodus van de Rear View Monitor wijzigen wanneer het
    scherm is ingeschakeld.
    ● Het Rear View Monitor-systeem tijdelijk uitschakelen:

    Druk op de toets AUTO.
    Het controlelampje gaat oranje branden.
    Het systeem wordt weer ingeschakeld als
    het contact UIT en vervolgens weer AAN
    wordt gezet.

    ● Het Rear View Monitor-systeem permanent uitschakelen:

    Houd de toets AUTO gedurende 12 tot 15
    seconden ingedrukt.
    Het scherm wordt na 6 seconden uit- en
    ingeschakeld. Blijf de toets indrukken totdat het scherm weer wordt uitgeschakeld.
    Het controlelampje gaat oranje knipperen.
    Het systeem wordt niet automatisch
    opnieuw ingeschakeld wanneer het contact UIT en vervolgens AAN is gezet.
    ● Het Rear View Monitor-systeem opnieuw inschakelen:

    Druk op de toets AUTO. Het controlelampje gaat groen branden.

    276

    RX 450h_EE



  • Page 278

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Rijlijnen Rear View Monitor

    Op het scherm worden rijlijnen weergegeven.
    De getoonde rijlijnen wijken af van die
    op het scherm.
    Voertuigbreedtelijnen (blauw)
    Deze lijnen geven de geschatte breedte
    van de auto weer.
    2

    Afstandslijn (blauw)

    Tijdens het rijden

    Deze lijn geeft een positie op de grond
    weer van ongeveer 1 m achter de auto.
    Afstandslijn (rood)
    Deze lijn geeft een positie op de grond
    weer van ongeveer 0,5 m achter de
    auto.
    Voertuighartlijnen (blauw)
    Deze lijnen geven naar schatting het
    midden van de auto boven de grond
    aan.

    277

    RX 450h_EE



  • Page 279

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Weergegeven gedeelte

    Het gebied dat door de camera wordt
    gesignaleerd, is beperkt. Voorwerpen
    dicht bij de hoeken van de bumper of
    onder de bumper zijn niet zichtbaar op het
    scherm.
    Het gebied dat op het scherm wordt weergegeven, kan variëren als gevolg van de
    positie van de auto of de wegcondities.
    De camera is voorzien van een speciale
    lens.
    De afstand op het beeld op het scherm
    wijkt af van de werkelijke afstand.
    Hoeken van de bumper

    ■ Voorzorgsmaatregelen voor het rijden

    Wanneer zich achter de auto een steile
    helling omhoog bevindt, lijken obstakels op
    het scherm verder weg dan ze werkelijk
    zijn.

    278

    RX 450h_EE



  • Page 280

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Wanneer zich achter de auto een steile
    helling omlaag bevindt, lijken obstakels op
    het scherm dichterbij dan ze werkelijk zijn.

    2

    Tijdens het rijden

    De afstand die op het scherm verschijnt
    tussen driedimensionale voorwerpen
    (zoals auto's) en platte oppervlakken (zoals
    de weg) en de werkelijke afstand verschillen als volgt.
    In werkelijkheid, C = A < B (C en A zijn
    even ver weg; B is verder weg dan C en A).
    Op het scherm lijkt de situatie echter als
    volgt te zijn: A < B < C.
    Op het scherm lijkt het alsof een vrachtwagen op een afstand van ongeveer 0,5 m is
    geparkeerd. Maar wanneer u in werkelijkheid tot aan punt A achteruitrijdt, raakt u
    de vrachtwagen.

    279

    RX 450h_EE



  • Page 281

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Camera Rear View Monitor-systeem

    De camera van het Rear View Monitor-systeem bevindt zich op de achterklep, zoals
    aangegeven in de afbeelding.
    In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn
    om het beeld op het scherm te zien, ook al
    functioneert het systeem goed.
    ● De auto bevindt zich in een donker

    gebied, bijvoorbeeld 's nachts.
    ● De temperatuur bij de lens is extreem

    hoog of laag.
    ● Er zijn waterdruppels op de camera-

    lens aanwezig of de luchtvochtigheid is
    hoog (bijvoorbeeld bij regen).
    ● De cameralens is verontreinigd, bij-

    voorbeeld door sneeuw of modder.
    ● De zon of koplampen van andere auto's

    schijnt/schijnen rechtstreeks op de
    cameralens.
    ● Er wordt een helder voorwerp, zoals

    een witte muur, in de binnenspiegel
    gereflecteerd.
    ● De lens is bekrast of vuil.
    ■ Smear-effect

    Als er fel licht, bijvoorbeeld zonlicht dat
    wordt weerkaatst door de carrosserie, op
    de lens van de camera valt, kunnen er vlekken in het beeld ontstaan*.
    *: Smear-effect ⎯: Wanneer het beeld
    doorgestuurd wordt door de camera,
    lijkt het alsof er een verticale streep loopt
    boven en onder de lichtbron.

    280

    RX 450h_EE



  • Page 282

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Knipper-effect

    Wanneer de camera wordt gebruikt in een omgeving die wordt verlicht door tllampen, natriumlampen of kwiklampen, kan het gebeuren dat de lampen en de verlichte omgeving lijken te knipperen.

    WAARSCHUWING
    ■ Neem bij het gebruik van het Rear View Monitor-systeem de volgende voor-

    zorgsmaatregelen in acht om ernstig letsel te voorkomen:

    2

    ● Vertrouw bij het achteruitrijden nooit alleen op het Monitor-systeem.

    Tijdens het rijden

    ● Kijk altijd om u heen en in de spiegels om te controleren of de weg vrij is.
    ● Controleer met eigen ogen de omgeving van de auto, aangezien het weergege-

    ven beeld vaag of donker kan worden, en bewegende beelden vertekend weergegeven worden of niet geheel zichtbaar zijn wanneer de buitentemperatuur
    laag is. Controleer voordat u achteruit gaat rijden eerst de omgeving van de auto
    en kijk ook in de spiegels.
    ● Controleer altijd de omgeving van de auto, want de rijlijnen zijn slechts een hulp-

    middel.
    ● De rijlijnen dienen slechts als hulpmiddel; ze veranderen niet wanneer aan het

    stuurwiel wordt gedraaid.
    ● Door de verschillende vorm van objecten kan de weergegeven afstand in meer

    of mindere mate afwijken van de werkelijke afstand.
    ● Gebruik het systeem niet als de achterklep open is.

    281

    RX 450h_EE



  • Page 283

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    OPMERKING
    ■ Omstandigheden die de werking van het Rear View Monitor-systeem mogelijk

    beïnvloeden
    ● Als de achterkant van de auto is geraakt, zijn de positie en bevestigingshoek van

    de camera mogelijk veranderd. Laat de auto controleren door een Lexus-dealer
    of erkende reparateur.
    ● Bij snelle temperatuurveranderingen, bijvoorbeeld wanneer er bij koud weer

    warm water over de auto wordt gegoten, werkt het systeem mogelijk niet goed.
    ● Als de camera vuil is, kan deze geen duidelijk beeld overbrengen. Spoel de sen-

    soren schoon met water en droog ze af met een zachte doek. Als de lens
    extreem vuil is, was hem dan met een mild reinigingsmiddel en spoel hem vervolgens af.
    ● Het display kan als het nog koud is iets donkerder worden en de bewegende

    beelden kunnen dan iets worden vervormd.
    ■ Voorzorgsmaatregelen camera
    ● De camera is waterdicht afgesloten. Verwijder, demonteer of wijzig hem daarom

    niet. Anders kan hij onjuist gaan werken.
    ● Stel de camera niet bloot aan sterke schokken.
    ● Als de cameralens vuil is, kan deze geen duidelijk beeld overbrengen. Als zich

    water, sneeuw of modder op de lens bevindt, spoel dit dan af met water en droog
    de lens af met een zachte doek. Reinig de lens als deze erg vuil is met een mild
    schoonmaakmiddel en spoel hem af. Wrijf niet te hard.
    ● Zorg ervoor dat er geen organische oplosmiddelen, autowas, ruitenreiniger of

    ruitencoating op de lens terechtkomt. Verwijder dergelijke stoffen zo snel mogelijk van de lens.
    ● Wrijf niet te hard over de cameralens. Als er krassen op de cameralens zitten, kan

    deze geen duidelijk beeld overbrengen.
    ● Stel de camera of de omgeving van de camera tijdens het wassen van de auto

    niet bloot aan sterke waterstralen. Hierdoor kunnen storingen optreden in de
    camera.
    ● Neem contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur voor het vervan-

    gen van de banden. Als u de banden vervangt, kan het op het scherm weergegeven gebied wijzigen.

    282

    RX 450h_EE



  • Page 284

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Ondersteunende systemen
    Om de veiligheid en de prestaties tijdens het rijden te verbeteren is uw
    auto uitgerust met de volgende systemen die automatisch in werking treden als de omstandigheden daar om vragen. Houd er echter rekening mee
    dat dit aanvullende systemen zijn en vertrouw niet in al te sterke mate op
    deze systemen.

    ■ ABS (antiblokkeersysteem)
    Helpt het blokkeren van de wielen te voorkomen bij plotseling remmen of
    remmen op een glad wegdek
    2

    ■ Brake Assist

    Tijdens het rijden

    Zorgt voor een grotere remkracht nadat het rempedaal is ingetrapt als het
    systeem oordeelt dat er sprake is van een noodstop

    ■ VSC (Vehicle Stability Control)
    Helpt de bestuurder de auto onder controle te houden bij uitwijkmanoeuvres en het maken van bochten op een glad wegdek

    ■ TRC (Traction Control)
    Zorgt ervoor dat de aandrijfkracht behouden blijft en voorkomt dat een
    van de aangedreven wielen gaat doorslippen bij het wegrijden met de
    auto of bij het accelereren op een glad wegdek

    ■ Hill Start Assist Control
    →Blz. 289

    ■ EPS (elektrische stuurbekrachtiging)
    Maakt gebruik van een elektromotor om de benodigde kracht voor het
    ronddraaien van het stuurwiel te verminderen

    ■ Actief stabilisatorsysteem (indien aanwezig)
    Vermindert slingeren van de auto in bochten afhankelijk van de rijomstandigheden zoals de beweging van het stuurwiel en de rijsnelheid voor een
    stabielere wegligging

    ■ VDIM (Vehicle Dynamics Integrated Management)
    Coördineert de werking van de ABS, Brake Assist, TRC, VSC, Hill Start
    Assist Control en EPS
    Zorgt ervoor dat de voertuigstabiliteit behouden blijft bij uitwijkmanoeuvres op een glad wegdek door de remkracht en het vermogen van het
    hybridesysteem aan te passen
    283

    RX 450h_EE



  • Page 285

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ PCS (Pre-Crash Safety-systeem) (indien aanwezig)
    →Blz. 291

    ■ Noodstopsignaal
    Om de kans op aanrijdingen van achteren te beperken als het rempedaal
    plotseling wordt ingetrapt, knipperen de remlichten automatisch om de
    auto's achter u te waarschuwen

    Als het VSC/TRC-systeem in werking is
    Als er een kans op slip is, of de
    aangedreven wielen beginnen te
    slippen, gaat het controlelampje
    Traction Control knipperen om
    aan te geven dat TRC en VSC in
    werking zijn.

    284

    RX 450h_EE



  • Page 286

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Uitschakelen van het TRC/VSC-systeem
    Als u met uw auto vast komt te zitten in vers gevallen sneeuw of modder,
    kunnen de TRC en de VSC het aandrijfvermogen van het hybridesysteem naar de wielen beperken. In dat geval kan het nodig zijn om het systeem uit te schakelen, zodat u de auto vrij kunt maken door te
    “schommelen”.
    ■ Alleen TRC uitschakelen
    2

    Druk om de Traction Control uit te
    schakelen kort op de schakelaar.

    Tijdens het rijden

    Er verschijnt een melding op het
    multi-informatiedisplay.
    Druk nogmaals op de toets om het
    systeem weer in te schakelen.

    ■ Zowel TRC als VSC uitschakelen
    Houd de toets 3 seconden of langer ingedrukt terwijl de auto stilstaat om de TRC en VSC uit te
    schakelen.
    Er verschijnt een melding op het
    multi-informatiedisplay en het controlelampje VSC OFF gaat branden.
    Druk nogmaals op de toets om het
    systeem weer in te schakelen.

    285

    RX 450h_EE



  • Page 287

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Wanneer de melding wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay dat de

    TRC is uitgeschakeld, zelfs al is de toets VSC OFF niet ingedrukt
    De TRC en de Hill Start Assist kunnen niet in werking worden gesteld. Neem zo
    snel mogelijk contact op met een Lexus-dealer of een erkende reparateur.
    ■ Bijgeluiden en trillingen die veroorzaakt worden door de ABS-, BA-, VSC- en

    TRC-systemen
    ● Tijdens het inschakelen van het hybridesysteem of kort nadat de auto begint te
    rijden kan in de motorruimte een geluid worden gehoord. Dit duidt niet op een
    storing in een van deze systemen.
    ● De volgende verschijnselen kunnen zich voordoen als bovenstaande systemen

    in werking zijn. Geen van deze verschijnselen duidt op een storing.
    • Er kunnen trillingen gevoeld worden in de carrosserie en de stuurinrichting.
    • Nadat de auto tot stilstand is gekomen, kan het geluid van een elektromotor
    hoorbaar zijn.
    • Er kan een lichte trilling in het rempedaal voelbaar zijn als het antiblokkeersysteem geactiveerd is.
    • Het rempedaal kan iets verder naar beneden bewegen als het antiblokkeersysteem geactiveerd is.
    ■ Geluid EPS

    Wanneer het stuurwiel bediend wordt, kan het geluid van een elektromotor (zoemend geluid) hoorbaar zijn. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
    ■ Opnieuw activeren van het TRC/VSC-systeem

    Als u het contact UIT zet nadat de TRC/VSC-systemen zijn uitgeschakeld, worden
    de systemen automatisch opnieuw ingeschakeld.
    ■ Opnieuw activeren van het TRC-systeem afhankelijk van de rijsnelheid

    Als alleen het TRC-systeem is uitgeschakeld, wordt het weer ingeschakeld als de
    rijsnelheid toeneemt. Als de TRC en VSC echter beide zijn uitgeschakeld, worden
    de systemen niet ingeschakeld als de rijsnelheid toeneemt.
    ■ Beperkte bekrachtiging door EPS-systeem

    De mate van bekrachtiging door het EPS-systeem wordt gereduceerd om het systeem tegen oververhitting te beschermen als er gedurende langere tijd veel stuurbewegingen worden uitgevoerd. Hierdoor kan de besturing zwaar aanvoelen.
    Probeer als dat het geval is minder frequent te sturen of breng de auto tot stilstand
    en schakel het hybridesysteem UIT. Het EPS-systeem moet binnen 10 minuten
    weer normaal werken.
    286

    RX 450h_EE



  • Page 288

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Voorwaarden voor werking noodstopsignaal

    Als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan, werkt het noodstopsignaal:
    ● De actuele rijsnelheid is hoger dan 55 km/h.
    ● Het rempedaal wordt op zo'n manier ingetrapt dat het systeem op basis van de

    deceleratie van de auto oordeelt dat het om een noodstop gaat.
    ■ Automatisch uitschakelen noodstopsignaal

    Het noodstopsignaal wordt in de volgende situaties uitgeschakeld:
    ● De alarmknipperlichten worden ingeschakeld.

    2

    ● Het rempedaal wordt losgelaten.

    Tijdens het rijden

    ● Het systeem oordeelt op basis van de deceleratie van de auto dat het niet om

    een noodstop gaat.

    WAARSCHUWING
    ■ Het antiblokkeersysteem werkt niet effectief als
    ● De maximale grip van de banden overschreden wordt (bijvoorbeeld versleten

    banden op een weg die bedekt is met sneeuw).
    ● Er sprake is van aquaplaning op een nat wegdek.
    ■ De remweg met ABS in werking kan langer zijn dan onder normale omstandig-

    heden
    Het antiblokkeersysteem is niet ontworpen om de remweg te verkorten. Houd in
    de volgende gevallen altijd voldoende afstand tot uw voorligger:
    ● Als wordt gereden op wegen met grind, zand en dergelijke, of op besneeuwde

    wegen
    ● Als wordt gereden met sneeuwkettingen
    ● Als wordt gereden op slechte wegen
    ● Als er gereden wordt over wegen met putdeksels of andere grote oneffenheden
    ■ De Traction Control werkt niet effectief als

    Het insturen van de juiste richting en het overbrengen van de aandrijfkracht op de
    weg niet onder alle omstandigheden gerealiseerd kan worden, zelfs niet als de TRC
    in werking is.
    Rijd voorzichtig met de auto onder omstandigheden waarbij de stabiliteit en de
    aandrijfkracht verloren kunnen gaan.
    287

    RX 450h_EE



  • Page 289

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    WAARSCHUWING
    ■ Als het Vehicle Stability Control-systeem (VSC) geactiveerd is

    Het controlelampje Traction Control knippert. Rijd altijd voorzichtig. Roekeloos rijgedrag kan leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan. Wees bijzonder voorzichtig als het controlelampje knippert.
    ■ Als het TRC/VSC-systeem is uitgeschakeld

    Wees zeer voorzichtig en pas uw snelheid aan de conditie van het wegdek aan.
    Schakel de TRC en de VSC alleen in geval van nood uit aangezien deze systemen
    zorgdragen voor de voertuigstabiliteit en het aandrijfvermogen.
    ■ Vervangen van banden

    Controleer of alle banden dezelfde maat hebben, van hetzelfde merk zijn en hetzelfde profiel en draagvermogen hebben. Controleer verder of alle banden de aanbevolen spanning hebben.
    De ABS- en VSC-systemen werken niet goed als er verschillende banden onder
    de auto gemonteerd zijn.
    Neem contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur voor meer informatie over het vervangen van de wielen of banden.
    ■ Omgaan met banden en wielophanging

    Problemen met de banden of wijzigingen aan de wielophanging hebben een negatief effect op de ondersteunende systemen en kunnen een storing veroorzaken.

    288

    RX 450h_EE



  • Page 290

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Hill Start Assist Control
    De Hill Start Assist Control voorkomt dat de auto achteruit rolt bij het wegrijden op een talud of gladde helling.

    Schakel de Hill Start Assist
    Control in door het rempedaal
    helemaal in te trappen wanneer
    de auto volledig stilstaat.
    Er klinkt eenmaal een zoemer
    om aan te geven dat het systeem is ingeschakeld. Ook gaat
    het controlelampje Traction
    Control knipperen.

    2

    Tijdens het rijden

    ■ De Hill Start Assist Control kan worden bediend als
    ● De selectiehendel in een andere stand dan P staat.
    ● De parkeerrem is niet geactiveerd.
    ● Het gaspedaal niet wordt ingetrapt.
    ■ Hill Start Assist Control
    ● Wanneer de Hill Start Assist Control in werking is, blijven de remmen automa-

    tisch geactiveerd nadat de bestuurder het rempedaal heeft losgelaten. De remlichten en het derde remlicht gaan branden.
    ● De Hill Start Assist Control werkt gedurende ongeveer 2 seconden nadat het

    rempedaal is losgelaten.
    ● Als het controlelampje Traction Control niet gaat knipperen en de zoemer niet

    klinkt wanneer het rempedaal volledig wordt ingetrapt, verminder dan licht de
    druk op het rempedaal (laat de auto niet achteruitrollen) en trap het vervolgens
    weer stevig in. Controleer als het systeem nog steeds niet werkt of aan de hierboven beschreven voorwaarden is voldaan.

    289

    RX 450h_EE



  • Page 291

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Zoemer Hill Start Assist Control
    ● Wanneer de Hill Start Assist Control wordt geactiveerd, klinkt de zoemer een-

    maal.
    ● In de volgende situaties wordt de Hill Start Assist Control uitgeschakeld en

    klinkt de zoemer tweemaal.
    • Er wordt binnen ongeveer 2 seconden nadat het rempedaal is losgelaten niet
    weggereden.
    • De selectiehendel wordt in stand P gezet.
    • De parkeerrem wordt geactiveerd.
    • Het rempedaal wordt weer ingetrapt.
    • Het rempedaal werd gedurende ten minste 3 minuten ingetrapt.
    ● Als er een andere zoemer dan de zoemer van de Hill Start Assist Control klinkt,
    klinkt de zoemer van de Hill Start Assist Control mogelijk niet wanneer het systeem wordt geactiveerd of uitgeschakeld.
    ■ Als het controlelampje Traction Control gaat branden

    Dit kan duiden op een storing in het systeem. Neem contact op met een Lexusdealer of erkende reparateur.

    WAARSCHUWING
    ■ Hill Start Assist Control
    ● Vertrouw niet uitsluitend op de Hill Start Assist Control. De Hill Start Assist Con-

    trol werkt niet altijd effectief op zeer steile hellingen en op met ijs bedekte wegen.
    ● In tegenstelling tot de parkeerrem is de Hill Start Assist Control niet bedoeld om

    de auto gedurende langere tijd op zijn plaats te houden. Gebruik de Hill Start
    Assist Control niet om de auto op een helling gedurende langere tijd op zijn
    plaats te houden omdat dat kan leiden tot een ongeval.

    290

    RX 450h_EE



  • Page 292

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Pre-Crash Safety-systeem∗

    Als de radarsensor signaleert dat een frontale aanrijding waarschijnlijk is,
    worden veiligheidssystemen als het remsysteem en de veiligheidsgordels
    automatisch geactiveerd door het Pre-Crash Safety-systeem om de gevolgen van een aanrijding zo veel mogelijk te beperken.

    ■ Pre-Crash-veiligheidsgordels (alleen veiligheidsgordels voor)
    Als de Pre-Crash-sensor registreert dat een aanrijding onvermijdelijk is,
    trekt het Pre-Crash Safety-systeem de veiligheidsgordel strak voordat de
    aanrijding plaatsvindt.
    Dit gebeurt ook als de bestuurder hard remt of de macht over het stuur
    verliest. (→Blz. 102)

    2

    Tijdens het rijden

    Het systeem zal echter niet werken wanneer de auto in een slip raakt terwijl het VSC-systeem is uitgeschakeld.

    ■ Pre-Crash Brake Assist
    Als een frontale aanrijding waarschijnlijk is, past het systeem een grotere
    remkracht toe, in relatie tot de kracht waarmee het rempedaal wordt ingetrapt. Wanneer het systeem signaleert en vaststelt dat de remmen worden
    bediend, wordt de bestuurder mogelijk niet gewaarschuwd met een waarschuwingslampje, waarschuwingsmelding en zoemer.

    ■ Pre-Crash Brake-systeem
    Als een frontale aanrijding waarschijnlijk is, waarschuwt het systeem de
    bestuurder door middel van een waarschuwingslampje, een waarschuwingsscherm en een zoemer. Als het systeem signaleert dat een aanrijding onvermijdelijk is, worden de remmen automatisch geactiveerd om de
    snelheid bij de aanrijding te verlagen. Het Pre-Crash Brake-systeem kan
    met de schakelaar Pre-Crash OFF worden uitgeschakeld.

    ∗: Indien aanwezig
    291

    RX 450h_EE



  • Page 293

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    Uitschakelen van Pre-Crash Brake-systeem
    Pre-Crash Brake-systeem uitgeschakeld
    Pre-Crash Brake-systeem ingeschakeld
    Het waarschuwingslampje PCS
    gaat branden als het Pre-Crash
    Brake-systeem wordt uitgeschakeld.

    Radarsensor
    De radarsensor signaleert auto's
    of andere obstakels op en naast de
    weg voor de auto en bepaalt aan
    de hand van de positie, de snelheid
    en de richting van het obstakel of
    een aanrijding onvermijdelijk is.

    292

    RX 450h_EE



  • Page 294

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ De onderdelen van het Pre-Crash Safety-systeem kunnen worden geactiveerd

    als
    ● Pre-Crash-veiligheidsgordels (type A):

    • De rijsnelheid hoger is dan ongeveer 5 km/h.
    • De snelheid waarmee uw auto het obstakel of de voor u rijdende auto nadert,
    hoger is dan ongeveer 30 km/h.
    • De inzittenden voor de veiligheidsgordel dragen.
    ● Pre-Crash-veiligheidsgordels (type B):

    2

    Tijdens het rijden

    • De rijsnelheid hoger is dan ongeveer 30 km/h.
    • Het systeem een noodstop of een slip signaleert.
    • De inzittenden voor de veiligheidsgordel dragen.
    ● Pre-Crash Brake Assist:
    • De rijsnelheid hoger is dan ongeveer 30 km/h.
    • De snelheid waarmee uw auto het obstakel of de voor u rijdende auto nadert,
    hoger is dan ongeveer 30 km/h.
    • Het rempedaal is ingetrapt.
    ● Pre-Crash Brake-systeem:
    • De schakelaar Pre-Crash OFF niet is ingedrukt.
    • De rijsnelheid hoger is dan ongeveer 15 km/h.
    • De snelheid waarmee uw auto het obstakel of de voor u rijdende auto nadert,
    hoger is dan ongeveer 15 km/h.

    293

    RX 450h_EE



  • Page 295

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Situaties die het systeem kunnen activeren terwijl er geen kans op een aanrijding

    is
    ● Als er bij het begin van een bocht een obstakel naast de weg aanwezig is
    ● Als in een bocht een auto u tegemoetkomt
    ● Als u over een smalle ijzeren brug rijdt
    ● Als op de weg een metalen object aanwezig is
    ● Als u over een slecht wegdek rijdt
    ● Als een auto u tegemoetkomt wanneer u op een kruising linksaf slaat
    ● Als uw auto snel een voorligger nadert
    ● Als een viaduct/ongelijkvloerse kruising, verkeersbord, billboard of andere

    constructie zich direct in de lijn van de auto lijkt te bevinden
    ● Als bij het oprijden van een steile helling een billboard of andere metalen con-

    structie boven de weg zich direct in de lijn van de auto lijkt te bevinden
    ● Als de wagenhoogte extreem verandert
    ● Als de radar onjuist is uitgelijnd
    ● Als u door bepaalde tolpoortjes rijdt
    ● Als op een brug wordt gereden
    ● Als u door een tunnel rijdt

    Als het systeem in bovenstaande situaties geactiveerd wordt, is het mogelijk dat de
    veiligheidsgordels snel aangetrokken worden en de remmen met meer kracht dan
    normaal worden bediend. Als de veiligheidsgordel in aangetrokken positie geblokkeerd is, breng dan de auto op een veilige plaats tot stilstand, doe de veiligheidsgordel los en doe hem daarna weer vast.
    ■ Obstakels die niet worden waargenomen

    De sensor kan geen plastic obstakels als pylonen waarnemen. In sommige gevallen
    neemt de sensor ook geen voetgangers, dieren, fietsen, motorfietsen, bomen en
    sneeuwhopen waar.

    294

    RX 450h_EE



  • Page 296

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Situaties waarin het Pre-Crash Safety-systeem niet goed werkt

    Het systeem werkt in de volgende situaties mogelijk niet goed:
    ● Op wegen met scherpe bochten of oneffenheden
    ● Als een auto plotseling voor uw auto verschijnt, bijvoorbeeld op een kruising
    ● Als uw auto plotseling wordt gesneden, bijvoorbeeld wanneer u wordt inge-

    haald
    ● Onder barre weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij zware regenval, mist en

    sneeuw- of zandstormen
    2

    ● Als uw auto in een slip raakt terwijl de VSC niet in werking is
    ● Als de wagenhoogte extreem verandert

    Tijdens het rijden

    ● Als de radar onjuist is uitgelijnd
    ■ Automatisch uitschakelen van het Pre-Crash Safety-systeem

    Als een storing optreedt waardoor de sensoren geen obstakels meer kunnen waarnemen, bijvoorbeeld doordat de sensor vuil is, wordt het Pre-Crash Safety-systeem
    automatisch uitgeschakeld. Het systeem wordt in dit geval niet geactiveerd, zelfs
    niet wanneer er kans op een aanrijding is.
    ■ Als er een storing in het systeem aanwezig is of het systeem tijdelijk niet kan wor-

    den gebruikt
    De waarschuwingslampjes gaan branden of knipperen en/of er verschijnen waarschuwingen. (→Blz. 553, 561)

    295

    RX 450h_EE



  • Page 297

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    ■ Verklaring

    Hereby, DENSO CORPORATION declares that this DNMWR004 is in
    compliance with the essential requirements

    and other relevant provisions of

    Directive 1999/5/EC.

    Hér með lýsir DENSO CORPORATION yfir því að DNMWR004 er í
    samræmi við grunnkröfur og aðrar kröfur, sem gerðar eru í tilskipun
    1999/5/EC.
    Con la presente DENSO CORPORATION dichiara che questo DNMWR004 è
    conforme ai requisiti essenziali ed alle

    altre disposizioni pertinenti stabilite

    dalla direttiva 1999/5/CE.
    Käesolevaga kinnitab DENSO CORPORATION seadme DNMWR004
    vastavust direktiivi 1999/5/EÜ põhinõuetele ja nimetatud direktiivist
    tulenevatele teistele asjakohastele sätetele.
    Hierbij verklaart DENSO CORPORATION dat het toestel DNMWR004 in
    overeenstemming is met de essentiële eisen

    en de andere relevante

    bepalingen van richtlijn 1999/5/EG.
    ME ȉǾȃ ȆǹȇȅȊȈǹ DENSO CORPORATION ǻǾȁȍȃǼǿ ȅȉǿ DNMWR004
    ȈȊȂȂȅȇĭȍȃ Ǽȉǹǿ ȆȇȅȈ TIȈ ȅȊȈǿȍǻǼǿȈ ǹȆǹǿȉǾȈǼǿȈ Ȁǹǿ ȉǿȈ ȁȅǿȆǼȈ
    ȈȋǼȉǿȀǼȈ ǻǿǹȉǹȄǼǿȈ ȉǾȈ ȅǻǾīǿǹȈ 1999/5/ǼȀ.
    Härmed intygar DENSO CORPORATION att denna DNMWR004 står I
    överensstämmelse med de väsentliga egenskapskrav och övriga relevanta
    bestämmelser som framgår av direktiv 1999/5/EG.
    Por medio de la presente DENSO CORPORATION declara que el
    DNMWR004 cumple con los requisitos esenciales y cualesquiera otras
    disposiciones aplicables o exigibles de la Directiva 1999/5/CE.
    DENSO CORPORATION týmto vyhlasuje, že DNMWR004 spĎĖa základné
    požiadavky a všetky príslušné ustanovenia Smernice 1999/5/ES.

    DENSO CORPORATION izjavlja, da je ta DNMWR004 v skladu z
    bistvenimi zahtevami in ostalimi relevantnimi doloþili direktive 1999/5/ES.

    296

    RX 450h_EE



  • Page 298

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    DENSO CORPORATION tímto prohlašuje, že tento DNMWR004 je ve shodČ
    se základními požadavky a dalšími pĜíslušnými ustanoveními smČrnice
    1999/5/ES.
    Undertegnede DENSO CORPORATION erklærer herved, at følgende udstyr
    DNMWR004

    overholder de væsentlige krav og øvrige relevante krav i direktiv

    1999/5/EF.
    Hiermit erklärt DENSO CORPORATION, dass sich das Gerät DNMWR004

    in

    Übereinstimmung mit den grundlegenden Anforderungen und den übrigen

    2

    einschlägigen Bestimmungen der Richtlinie 1999/5/EG befindet.
    DENSO CORPORATION erklærer herved at utstyret DNMWR004 er i samsvar

    Tijdens het rijden

    med de grunnleggende krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF.
    Alulírott, DENSO CORPORATION nyilatkozom, hogy a DNMWR004 megfelel
    a vonatkozó alapvetõ követelményeknek és az 1999/5/EC irányelv egyéb
    elõírásainak.
    DENSO CORPORATION vakuuttaa täten että DNMWR004 tyyppinen laite on
    direktiivin 1999/5/EY oleellisten vaatimusten ja sitä koskevien direktiivin
    muiden ehtojen mukainen.
    Par la présente DENSO CORPORATION déclare que l'appareil
    DNMWR004

    est conforme aux exigences essentielles et aux autres

    dispositions pertinentes de la directive 1999/5/CE.
    Niniejszym DENSO CORPORATION oĞwiadcza, Īe DNMWR004 jest zgodny z
    zasadniczymi wymogami oraz pozostaáymi stosownymi postanowieniami
    Dyrektywy 1999/5/EC.
    DENSO CORPORATION declara que este DNMWR004

    está conforme com

    os requisitos essenciais e outras disposições da Directiva 1999/5/CE.
    Hawnhekk, DENSO CORPORATION, jiddikjara li dan DNMWR004 jikkonforma
    mal-ƫtiƥijiet essenzjali u ma provvedimenti oƫrajn relevanti li hemm
    fid-Dirrettiva 1999/5/EC.
    Ar šo, DENSO CORPORATION, deklarƝ, ka DNMWR004 atbilst DirektƯvas
    1999/5/EK bnjtiskajƗm prasƯbƗm un citiem ar to saistƯtajiem noteikumiem.
    Šiuo DENSO CORPORATION deklaruoja, kad šis

    DNMWR004

    atitinka

    esminius reikalavimus ir kitas 1999/5/EB Direktyvos nuostatas.

    297

    RX 450h_EE



  • Page 299

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    WAARSCHUWING
    ■ Beperkingen van het Pre-Crash Safety-systeem

    Vertrouw niet alleen op het Pre-Crash Safety-systeem. Rijd altijd veilig, houd rekening met de omgeving en controleer de weg op obstakels en andere potentiële
    gevaren.
    Als u dat niet doet, kunt u een ongeval veroorzaken, waardoor ernstig letsel kan
    ontstaan.
    ■ Waarschuwingen met betrekking tot de inhoud van ondersteunende systemen

    Het Pre-Crash Safety-systeem is bedoeld om de bestuurder met behulp van alarmfuncties en het remfunctieregelsysteem te helpen om aanrijdingen te voorkomen
    via KIJKEN-BEOORDELEN-HANDELEN. Het systeem kan slechts in beperkte
    mate ondersteuning bieden, dus let op de volgende belangrijke punten:
    ● Helpt de bestuurder op de weg te letten

    Het Pre-Crash Safety-systeem kan alleen obstakels waarnemen die zich direct
    vóór de auto bevinden, en alleen binnen een beperkt bereik. Het systeem is niet
    bedoeld om zorgeloos of roekeloos rijgedrag te rechtvaardigen en kan de
    bestuurder ook niet helpen tijdens het rijden bij slecht zicht. De bestuurder moet
    daarom nog steeds goed op de omgeving rond de auto letten.
    ● De bestuurder ondersteunen bij het maken van een juiste beoordeling

    Bij het inschatten van de kans op een aanrijding, beschikt het Pre-Crash Safetysysteem alleen over gegevens van obstakels die het systeem direct voor de auto
    heeft waargenomen. Het is daarom strikt noodzakelijk dat de bestuurder alert
    blijft en zelf bepaalt of er op enig moment kans op een aanrijding bestaat.
    ● Helpt de bestuurder als er actie moet worden ondernomen

    De Brake Assist-functie van het Pre-Crash Safety-systeem is ontworpen om de
    ernst van de aanrijding te helpen beperken en handelt dus alleen wanneer het
    systeem heeft geoordeeld dat een aanrijding onvermijdelijk is. Dit systeem kan
    niet zelf automatisch een aanrijding voorkomen of de auto veilig tot stilstand
    brengen. Daarom moet de bestuurder in gevaarlijke situaties direct zelf actie
    ondernemen om de veiligheid van alle betrokkenen te garanderen.

    298

    RX 450h_EE



  • Page 300

    2-4. Gebruik van overige rijsystemen

    WAARSCHUWING
    ■ Omstandigheden waarin de sensor voorliggers niet of niet op de juiste manier

    herkent
    Rem indien nodig in de volgende situaties zelf af:
    ● Als door omringend verkeer opgeworpen water of sneeuw de werking van de

    sensor hindert
    ● Als de achterzijde van de auto ver ingezakt is (omdat er zware lading in de baga-

    geruimte vervoerd wordt, enz.)

    2

    ● Auto's die plotseling voor u invoegen

    Tijdens het rijden

    ● Voertuigen met een relatief kleine achterzijde (aanhangwagens zonder lading,

    enz.)
    ● Motorfietsen die op dezelfde rijstrook rijden
    ■ Behandelen van de radarsensor

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om ervoor te zorgen dat het
    Pre-Crash Safety-systeem goed blijft functioneren:
    ● Houd de sensor en de grille te allen tijde schoon.

    Reinig de sensor en de grille met een zachte doek zodat er geen krassen of
    beschadigingen ontstaan.
    ● Stel de sensor en de omgeving van de sensor niet bloot aan krachtige schokken.

    Als de sensor ook maar iets verplaatst wordt, werkt het systeem mogelijk niet
    meer goed. Als de sensor en de omgeving van de sensor aan krachtige schokken
    zijn blootgesteld, moet het desbetreffende gedeelte van de auto worden gecontroleerd en indien nodig gerepareerd door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ● Neem de sensor niet uit elkaar.
    ● Monteer geen accessoires op de sensor, de grille of het omliggende gebied en

    plak er geen stickers op.
    ● Wijzig of spuit de sensor en de lenskap niet.

    299

    RX 450h_EE



  • Page 301

    2-5. Rijinformatie

    Voorzorgsmaatregelen bij terreinauto's
    Deze auto behoort tot de categorie auto's die een grotere grondspeling en een kleinere spoorbreedte hebben in verhouding tot de hoogte
    van het zwaartepunt.
    Kenmerken terreinauto's
    ● Vanwege de speciale eisen die aan terreinauto's worden gesteld, ontstaat er een hoger zwaartepunt dan bij gewone personenauto's. Door
    het specifieke ontwerp kan deze categorie auto eerder over de kop
    slaan. Terreinauto's hebben meer kans om over de kop te slaan dan
    andere auto's.
    ● Een vierwielaangedreven auto is niet ontworpen om bochten met
    dezelfde snelheid te nemen als gewone personenauto's, net als lage
    sportwagens niet zijn ontworpen om in het terrein te presteren.
    Daarom kan de auto bij scherpe bochten en een te hoge snelheid over
    de kop slaan.

    300

    RX 450h_EE



  • Page 302

    2-5. Rijinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij terreinauto's

    Neem altijd de volgende waarschuwingen in acht om de kans op ernstig letsel en
    schade aan uw auto te voorkomen:
    ● Als de auto over de kop slaat, heeft een inzittende zonder veiligheidsgordel meer

    kans op ernstig letsel dan een inzittende die wel een veiligheidsgordel draagt.
    Alle inzittenden dienen gebruik te maken van hun gordels als de auto rijdt.
    ● Vermijd indien mogelijk scherpe bochten of overhaaste bewegingen.

    2

    Tijdens het rijden

    Het verkeerd bedienen van deze auto kan resulteren in het verliezen van de controle over de auto of in het over de kop slaan van de auto, waardoor zeer ernstig
    letsel kan ontstaan.
    ● Door het laden van voorwerpen op het imperiaal, zal het zwaartepunt nog hoger

    komen te liggen. Vermijd hoge snelheden, snel optrekken, het maken van
    scherpe bochten, hard remmen en abrupte manoeuvres, om te voorkomen dat u
    de controle over de auto verliest of dat de auto over de kop slaat door een bedieningsfout.
    ● Matig bij rukwinden altijd uw snelheid. Door het profiel en het hoge zwaartepunt

    is uw auto gevoeliger voor zijwind dan een gewone auto. U hebt meer controle
    over de auto als u langzamer rijdt.
    ● Rijd niet horizontaal over steile hellingen. Recht omhoog of recht naar beneden

    rijden wordt aanbevolen. Uw auto (en elke andere vergelijkbare terreinauto) kan
    gemakkelijker opzij omslaan dan voor- of achterover.

    301

    RX 450h_EE



  • Page 303

    2-5. Rijinformatie

    Terreinrijden
    Uw auto is niet specifiek ontworpen voor het rijden in het terrein. Neem
    de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om problemen te voorkomen
    als het absoluut noodzakelijk is in het terrein te rijden.
    ● Rijd alleen in gebieden waar off-road-auto's mogen rijden.
    ● Respecteer particulier eigendom. Vraag toestemming aan de eigenaar voordat u een privéterrein betreedt.
    ● Betreed geen afgesloten gebieden. Respecteer hekken, afsluitingen
    en borden die u de toegang ontzeggen.
    ● Blijf op de gebaande paden. Pas, als het nat is, uw rijtechniek aan of ga
    langzamer rijden om schade aan het terrein te voorkomen.
    ● Vermijd rijden op zeer steile, gladde wegen en andere oppervlakken
    waar de banden hun grip zouden kunnen verliezen. Uw auto presteert
    op deze oppervlakken mogelijk niet zo goed als een conventionele
    4WD.

    302

    RX 450h_EE



  • Page 304

    2-5. Rijinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen voor terreinrijden

    Neem altijd de volgende waarschuwingen in acht om de kans op ernstig letsel en
    schade aan uw auto te voorkomen:
    ● Rijd voorzichtig over een onverharde weg. Neem geen onnodige risico's door op

    gevaarlijke plaatsen te rijden.
    ● Pak de spaken van het stuurwiel niet vast als u door terrein rijdt. Een plotselinge

    hobbel kan het stuurwiel verdraaien en uw handen verwonden. Houd beide handen en vooral de duimen op de buitenkant van de stuurwielrand.

    2

    Tijdens het rijden

    ● Controleer altijd direct de werking van de remmen na het rijden door zand, mod-

    der of water.
    ● Controleer na het rijden door lang gras, modder, zand, water, enz. of er geen

    gras, takken, papier, doeken, stenen, zand, enz. aan de onderkant zijn blijven hangen of vastzitten. Verwijder dergelijke onregelmatigheden van de onderkant van
    de auto. Als de auto langere tijd doorrijdt met deze vastzittende of aan de onderkant van de auto hangende materialen, kan de auto op een gegeven moment
    kapot gaan of kan er brand ontstaan.
    ● Als u over onverharde wegen of door ruw terrein rijdt, rijd dan niet met hoge

    snelheid, spring niet met de auto, maak geen scherpe bochten, raak geen voorwerpen, enz. Dit kan ervoor zorgen dat u de controle over de auto verliest of over
    de kop slaat, waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Bovendien bestaat dan de
    kans dat er schade ontstaat aan de wielophanging en het chassis.

    303

    RX 450h_EE



  • Page 305

    2-5. Rijinformatie

    OPMERKING
    ■ Om beschadiging door water te voorkomen

    Neem alle veiligheidsmaatregelen in acht om er zeker van te zijn dat er geen
    schade aan het batterijpakket, het hybridesysteem of andere onderdelen ontstaat.
    ● Water in de motorruimte kan ernstige schade aan het hybridesysteem veroorza-

    ken. Water in het interieur kan kortsluiting veroorzaken in het batterijpakket dat
    zich onder de achterstoel bevindt.
    ● Water dat in de hybridetransmissie komt, beschadigt de transmissie. Het contro-

    lelampje kan gaan branden en er kan mogelijk niet met de auto gereden worden.
    ● Water kan het vet van de wiellagers spoelen, roestvorming veroorzaken en zor-

    gen voor storingen. Het water kan in de transmissie terechtkomen, waardoor de
    smerende eigenschappen van de olie afnemen.

    OPMERKING
    ■ Tijdens het rijden door water

    Indien u door water wilt rijden, bijvoorbeeld bij het oversteken van een beekje, controleer dan eerst de diepte van het water, de bodemgesteldheid en de toegankelijkheid van de oever aan de overzijde. Rijd langzaam en vermijd diep water.
    ■ Controle na terreinrijden
    ● Zand en water op de remschijven kunnen de remcapaciteit nadelig beïnvloeden

    en beschadigingen veroorzaken aan onderdelen van het remsysteem.
    ● Voer altijd een onderhoudsinspectie uit nadat u door zand, modder of water hebt

    gereden.

    304

    RX 450h_EE



  • Page 306

    2-5. Rijinformatie

    Lading en bagage
    Lees onderstaande informatie over voorzorgsmaatregelen, laadvermogen
    en belading zorgvuldig door:

    ● Vervoer lading en bagage indien mogelijk altijd in de bagageruimte.
    ● Zorg ervoor dat de bagage stevig vastligt.
    ● Let erop dat de auto in balans blijft door zware lading niet aan één
    kant te leggen. Leg zware voorwerpen zo ver mogelijk naar voren.
    ● Neem geen onnodige bagage mee. Dit helpt u brandstof te besparen.

    2

    Tijdens het rijden

    WAARSCHUWING
    ■ Zaken die niet in de bagageruimte vervoerd mogen worden

    De volgende zaken kunnen brand veroorzaken als ze in de bagageruimte vervoerd
    worden:
    ● Jerrycans met benzine
    ● Spuitbussen
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij het vervoer van goederen

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
    hebben.
    ● Vervoer lading en bagage indien mogelijk altijd in de bagageruimte.
    ● Stapel bagage in de bagageruimte nooit hoger dan de rugleuningen.

    Zulke voorwerpen kunnen bij plotseling remmen of bij een ongeval wegschieten
    en letsel veroorzaken.

    305

    RX 450h_EE



  • Page 307

    2-5. Rijinformatie

    WAARSCHUWING
    ● Plaats geen goederen in of op de volgende plaatsen omdat ze dan onder het

    rem- of gaspedaal terecht kunnen komen, waardoor de pedalen niet ver genoeg
    ingetrapt kunnen worden. Ook kan het zicht voor de bestuurder belemmerd
    worden of kunnen de bestuurder of passagiers geraakt worden door de goederen, waardoor een ongeval kan ontstaan.
    • In de voetenruimte bij de bestuurder
    • Op de voorpassagiersstoel of de achterstoelen (als er goederen op elkaar
    gestapeld worden)
    • Op de bagageafdekking
    • Op het instrumentenpaneel
    • Op het dashboard
    ● Zet goederen die in het passagierscompartiment vervoerd worden altijd goed
    vast, omdat ze anders bij een aanrijding, een uitwijkmanoeuvre of plotseling
    afremmen door de auto geslingerd kunnen worden.
    ● Sta nooit toe dat er personen in de bagageruimte meerijden. De bagageruimte is

    niet ontworpen om personen te vervoeren. Personen dienen plaats te nemen op
    een zitplaats en een gordel op de juiste manier om te doen. Anders neemt de
    kans op letsel bij hard remmen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en bij een ongeval
    sterk toe.
    ■ Lading en gewichtsverdeling
    ● Overlaad uw auto niet.
    ● Verdeel de belading altijd gelijkmatig.

    Een onjuiste belading kan de besturing en de remwerking in negatieve zin beïnvloeden, waardoor een ongeval met ernstig letsel zou kunnen ontstaan.

    306

    RX 450h_EE



  • Page 308

    2-5. Rijinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Voorzorgsmaatregelen imperiaal (indien aanwezig)

    Gebruik minimaal 2 originele Lexus-dwarsstangen (of gelijkwaardig) om de roofrail als imperiaal te kunnen gebruiken.
    Let bij het plaatsen van bagage op het imperiaal op de volgende punten:
    Dwarsstangen

    ● Plaats de lading zodanig dat het gewicht

    gelijkmatig over de voor- en achteras is
    verdeeld.

    2

    ● Wanneer lange of brede lading wordt mee-

    Tijdens het rijden

    Roofrail

    genomen, mag nooit de lengte of breedte
    van de auto overschreden worden.
    (→Blz. 616)

    ● Controleer vóór het rijden of de lading stevig vastzit op het imperiaal.
    ● Door het laden van voorwerpen op het imperiaal zal het zwaartepunt van de auto

    hoger komen te liggen. Vermijd hoge snelheden, snel optrekken, het maken van
    scherpe bochten, hard remmen en abrupte manoeuvres, om te voorkomen dat u
    de controle over de auto verliest of dat de auto over de kop slaat door een bedieningsfout, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
    ● Stop bij het rijden over een lange afstand, over slechte wegen of met hoge snel-

    heid af en toe tijdens de rit om u ervan te verzekeren dat de lading nog goed vastzit.
    ● Overschrijd de maximum laadcapaciteit van 75 kg op het imperiaal niet.

    OPMERKING
    ■ Bagage laden

    Let op dat u het oppervlak van het schuifdak niet bekrast.

    307

    RX 450h_EE



  • Page 309

    2-5. Rijinformatie

    Rijden in de winter
    Tref voor het aanbreken van de winter de noodzakelijke voorbereidingen
    en voer de benodigde controles uit. Pas uw rijgedrag altijd aan de actuele
    weersomstandigheden aan.

    ■ Voorbereidingen voor de winter
    ● Gebruik vloeistoffen die geschikt zijn voor winterse omstandigheden.
    • Motorolie
    • Koelvloeistof
    • Koelvloeistof vermogensregeleenheid
    • Ruitensproeiervloeistof
    ● Laat de toestand van de 12V-accu controleren door een monteur.
    ● Laat winterbanden onder uw auto monteren of schaf een set
    sneeuwkettingen voor de voorwielen aan.
    Controleer of alle banden dezelfde maat hebben en van hetzelfde
    merk zijn en controleer of de sneeuwkettingen geschikt zijn voor de
    bandenmaat van uw auto.

    ■ Voordat u met de auto gaat rijden
    Voer, afhankelijk van de omstandigheden, de volgende handelingen
    uit:
    ● Probeer een vastgevroren ruit niet met kracht te openen en zet
    de ruitenwissers niet aan als deze vastgevroren zijn.
    ● Verwijder de eventueel aanwezige sneeuw van de luchtinlaten
    voor de voorruit om zeker te kunnen zijn van een juiste werking
    van de aanjager van het airconditioningsysteem.
    ● Controleer of er sprake is van ijs- of sneeuwophopingen op de
    verlichting aan de buitenzijde, op het dak, op het chassis, rond de
    banden of op de remmen, en verwijder deze indien dat het geval
    is.
    ● Verwijder sneeuw en modder van de onderzijde van uw schoenen voordat u in de auto stapt.

    308

    RX 450h_EE



  • Page 310

    2-5. Rijinformatie

    ■ Tijdens het rijden
    Verhoog de snelheid geleidelijk, houd afstand tot uw voorganger en
    pas de snelheid aan aan de conditie van de weg.
    ■ Bij het parkeren
    Parkeer de auto en zet de selectiehendel in stand P, maar activeer
    de parkeerrem niet. De parkeerrem kan vastvriezen en bij het deactiveren niet vrij komen. Blokkeer de wielen indien nodig, om wegglijden of kruipen te voorkomen.

    2

    Tijdens het rijden

    Keuze van sneeuwkettingen
    Gebruik de juiste maat sneeuwkettingen.
    De maat van de sneeuwkettingen is afgestemd op de bandenmaat.
    Zijketting
    diameter 3 mm
    lengte 25 mm
    breedte 11 mm
    Dwarsketting
    diameter 4 mmlengte 25 mm
    breedte 14 mm
    Wetgeving met betrekking tot het gebruik van sneeuwkettingen
    De wetgeving met betrekking tot het gebruik van sneeuwkettingen verschilt per land en per soort weg. Stel u op de hoogte van deze voorschriften alvorens sneeuwkettingen te monteren.

    309

    RX 450h_EE



  • Page 311

    2-5. Rijinformatie

    ■ Monteren van sneeuwkettingen

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het monteren en verwijderen
    van sneeuwkettingen:
    ● Monteer en verwijder de sneeuwkettingen op een veilige locatie.
    ● Monteer de sneeuwkettingen uitsluitend op de voorwielen. Gebruik geen

    sneeuwkettingen om de achterwielen.
    ● Plaats de sneeuwkettingen zo strak mogelijk om de voorwielen. Zet de

    sneeuwkettingen na 0,5 ⎯ 1,0 km opnieuw vast.
    ● Monteer de sneeuwkettingen volgens de meegeleverde gebruiksaanwijzing.

    WAARSCHUWING
    ■ Rijden met winterbanden

    Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaatregelen
    in acht.
    Als u dat niet doet, kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel
    kan ontstaan.
    ● Gebruik winterbanden met de voorgeschreven maat.
    ● Zorg ervoor dat de bandenspanning aan de specificatie voldoet.
    ● Rijd niet harder dan de toegestane snelheid of harder dan de snelheidslimiet die
    geldt voor de gebruikte winterbanden.
    ● Monteer winterbanden op alle wielen.
    ■ Rijden met sneeuwkettingen

    Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaatregelen
    in acht.
    Anders kunnen een aanrijding en ernstig letsel het gevolg zijn.
    ● Rijd niet harder dan de maximaal toegestane snelheid voor de gebruikte
    sneeuwkettingen of niet harder dan 50 km/h, afhankelijk van welke snelheid de
    laagste is.
    ● Vermijd het rijden over slechte wegdekken en over gaten.
    ● Vermijd plotseling accelereren, abrupte stuuracties, plotseling remmen en schakelhandelingen die een plotselinge motorremwerking veroorzaken.
    ● Minder uw snelheid alvorens een bocht aan te snijden zodanig, dat u zeker weet
    dat de auto bestuurbaar blijft.
    310

    RX 450h_EE



  • Page 312

    2-5. Rijinformatie

    OPMERKING
    ■ Repareren of vervangen van winterbanden (auto's met bandenspanningswaar-

    schuwingssysteem)
    Laat winterbanden repareren of vervangen door een Lexus-dealer of door een
    bandenspecialist.
    Het verwijderen en plaatsen van winterbanden heeft invloed op de werking van de
    ventielen en zenders, onderdelen van het waarschuwingssysteem voor de bandenspanning.
    2

    ■ Monteren van sneeuwkettingen (auto's met bandenspanningswaarschuwings-

    systeem)
    Tijdens het rijden

    Als er sneeuwkettingen gemonteerd zijn, kan het gebeuren dat bandenspanningssensoren en -zenders niet goed functioneren.

    311

    RX 450h_EE



  • Page 313

    2-5. Rijinformatie

    Rijden met een aanhangwagen (auto's met vierwielaandrijving)

    Het trekken van een aanhangwagen heeft een negatieve invloed op de
    prestaties, de rijeigenschappen, het brandstofverbruik en de levensduur
    van uw auto. Gebruik de functies van de auto op de juiste manier en rijd
    voorzichtig voor een maximale veiligheid en een optimaal comfort.
    Schade en/of defecten die het gevolg zijn van het rijden met een aanhangwagen voor commerciële doeleinden worden niet gedekt door de Lexusgarantie.
    Raadpleeg voordat u met een aanhangwagen gaat rijden eerst een Lexusdealer of erkende reparateur voor meer informatie. In sommige landen
    zijn er namelijk wettelijke voorschriften voor het rijden met een aanhangwagen.

    ■ Maximale gewichten
    Controleer het maximaal toelaatbare aanhangwagengewicht, het
    maximaal toelaatbare voertuiggewicht (GVW), de maximaal toelaatbare asbelasting (MPAC), en de maximaal toelaatbare kogeldruk voordat u een aanhangwagen gaat trekken. (→Blz. 616)
    ■ Trekhaak/trekhaak met afneembare kogel
    Lexus adviseert gebruik te maken van een originele Lexus trekhaak/afneembare trekhaak voor uw auto. Ook andere geschikte en
    kwalitatief vergelijkbare trekhaken mogen worden gebruikt.
    ■ Voorkom ongevallen
    De auto zal anders aanvoelen als u een aanhangwagen trekt. De 3
    meest voorkomende oorzaken van aanrijdingen waarbij een auto
    met een aanhangwagen betrokken is, zijn: bestuurdersfouten, een
    te hoge snelheid en overbelading.

    312

    RX 450h_EE



  • Page 314

    2-5. Rijinformatie

    Belangrijke punten met betrekking tot het beladen van een aanhangwagen
    ■ Totaal gewicht van de aanhangwagen en de maximaal toegestane
    kogeldruk
    Totaalgewicht van de aanhangwagen
    Het gewicht van de aanhangwagen plus het gewicht van de lading
    mag het maximale aanhangwagengewicht niet overschrijden. Het is
    gevaarlijk om deze waarde te overschrijden. (→Blz. 616)

    2

    Tijdens het rijden

    Als u met een aanhangwagen rijdt,
    raden wij u aan een stabilisator te
    gebruiken.
    Wanneer het totale aanhangwagengewicht hoger is dan het
    gewicht van de auto, raden wij u
    aan gebruik te maken van een stabilisator (stabiliteitsregeling).

    Maximaal toegestane kogeldruk
    Belaad de aanhangwagen zo dat
    de kogeldruk hoger is dan 25 kg of
    4% van het maximale aanhangwagengewicht. Laat de kogeldruk de
    aangegeven waarde niet overschrijden. (→Blz. 616)

    313

    RX 450h_EE



  • Page 315

    2-5. Rijinformatie

    ■ Informatielabel (typeplaatje)
    Type A
    Maximaal toelaatbaar voertuiggewicht
    Maximale toelaatbare achterasbelasting

    Type B
    Maximaal toelaatbaar voertuiggewicht
    Maximale toelaatbare achterasbelasting

    ■ Maximaal toelaatbaar voertuiggewicht
    Het totale gewicht van de bestuurder, passagiers, bagage, trekhaak,
    auto en kogeldruk mag het maximaal toelaatbare voertuiggewicht niet
    met meer dan 100 kg overschrijden. Het is gevaarlijk om deze waarde
    te overschrijden.
    ■ Maximale toelaatbare achterasbelasting
    De belasting van de achteras mag de maximaal toegestane belasting
    van de achteras niet met meer dan 15% overschrijden. Het is gevaarlijk
    om deze waarde te overschrijden.
    Het maximale aanhangwagengewicht is bepaald bij tests op zeeniveau. Houd er rekening mee dat het motorvermogen en het maximale
    aanhangwagengewicht op grotere hoogten lager zijn.

    314

    RX 450h_EE



  • Page 316

    2-5. Rijinformatie

    Montagepositie voor de trekhaak/afneembare trekhaak
    Auto's zonder elektronisch geregelde luchtvering
    528 mm
    563 mm
    1107 mm
    363 mm
    352 mm
    461 mm
    467 mm
    596 mm
    54 mm
    89 mm
    111 mm
    235/60R18 banden
    358 mm
    235/55R19 banden
    360 mm

    2

    Tijdens het rijden
    315

    RX 450h_EE



  • Page 317

    2-5. Rijinformatie

    Auto's met elektronisch geregelde luchtvering
    528 mm
    563 mm
    1107 mm
    363 mm
    352 mm
    461 mm
    467 mm
    596 mm
    54 mm
    89 mm
    111 mm
    235/60R18 banden
    414 mm*
    235/55R19 banden
    416 mm*
    *: Stand N

    316

    RX 450h_EE



  • Page 318

    2-5. Rijinformatie

    ■ Bij het aankoppelen/loskoppelen van een aanhangwagen (auto's met elektro-

    nisch geregelde luchtvering)
    ● Aankoppelen
    STAP 1 Zet de elektronisch geregelde luchtvering in stand LO.
    STAP 2 Druk op de hoofdschakelaar hoogteregeling om de elektronisch gere-

    gelde luchtvering uit te schakelen.
    STAP 3 Zet het contact UIT
    STAP 4 Koppel de aanhangwagen aan.

    2

    STAP 5 Zet het contact AAN

    Tijdens het rijden

    STAP 6 Druk nogmaals op de hoofdschakelaar hoogteregeling om de elektro-

    nisch geregelde luchtvering in te schakelen.
    STAP 7 Zet de elektronisch geregelde luchtvering in stand N.

    ● Afkoppelen
    STAP 1 Zet de elektronisch geregelde luchtvering in stand LO.
    STAP 2 Druk op de hoofdschakelaar hoogteregeling om de elektronisch gere-

    gelde luchtvering uit te schakelen.
    STAP 3 Zet het contact UIT
    STAP 4 Zet het neuswiel op de grond en draai de koppeling 100 mm omhoog.
    STAP 5 Zet het contact AAN
    STAP 6 Druk nogmaals op de hoofdschakelaar hoogteregeling om de elektro-

    nisch geregelde luchtvering in te schakelen.
    STAP 7 Wacht tot de wagenhoogte is gestabiliseerd.

    Verzeker u ervan dat de aanhangwagen vrij is van de trekhaak. Als dat niet het
    geval is, zet dan de dissel nog hoger en herhaal de stappen 2 t/m 7.

    317

    RX 450h_EE



  • Page 319

    2-5. Rijinformatie

    ■ Informatie over banden
    ● Overtuig u ervan dat de banden de juiste spanning hebben. Breng de banden

    indien nodig op de juiste spanning. (→Blz. 626)
    ● Verhoog de bandenspanning van de aanhangwagen tot de waarde die de fabri-

    kant van de aanhangwagen opgeeft voor de combinatie van aanhangwagengewicht en belading.
    ■ Verlichting
    ● Controleer elke keer als u een aanhangwagen aankoppelt of de richtingaanwij-

    zers en de remlichten goed werken. Kortsluiting in de bedrading van de aanhangwagen kan schade aan het elektrische systeem van uw auto veroorzaken
    en ervoor zorgen dat de remlichten niet goed werken.
    ● Neem contact op met een erkende dealer of reparateur voor het plaatsen van

    aanhangwagenverlichting, omdat het onjuist plaatsen ervan de verlichting van
    de auto kan beschadigen. Houd u bij het plaatsen van aanhangwagenverlichting aan de wettelijke voorschriften in uw land.
    ■ Inrijden

    Lexus raadt het rijden met een aanhangwagen af gedurende de eerste 800 km of
    als er onderdelen van de aandrijflijn van de auto vervangen zijn.
    ■ Veiligheidscontroles voor het rijden met een aanhangwagen
    ● Controleer of de maximale kogeldruk voor de trekhaak/trekhaak met afneem-

    bare kogel niet overschreden wordt. Houd er rekening mee dat het gewicht van
    de aanhangwagen moet worden opgeteld bij het gewicht van de auto. Controleer verder of door het trekken van de aanhangwagen de maximale asbelasting
    niet overschreden wordt.
    ● Controleer of de lading op de aanhangwagen goed vastgezet is.
    ● Maak, indien u het achteropkomend verkeer niet goed kunt zien met de stan-

    daard buitenspiegels, gebruik van extra buitenspiegels. Stel de armen van deze
    extra spiegels aan beide zijden zo af dat u maximaal zicht hebt op de weg achter u.
    ■ Onderhoud
    ● Als met de auto regelmatig met een aanhangwagen wordt gereden, moet er

    vaker onderhoud worden uitgevoerd omdat de auto zwaarder belast wordt dan
    bij het rijden zonder aanhangwagen.
    ● Draai nadat er ongeveer 1.000 km met een aanhangwagen is gereden alle

    bouten van de trekhaak nogmaals vast.
    318

    RX 450h_EE



  • Page 320

    2-5. Rijinformatie

    Advies
    De auto zal anders aanvoelen als u met een aanhangwagen rijdt. Neem
    de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht om ernstig letsel te voorkomen:
    ■ Controleer de elektrische aansluiting tussen de aanhangwagen en
    de auto
    Breng de auto tot stilstand na een korte afstand gereden te hebben en
    controleer, net als voor het wegrijden, of de verlichting van de aanhangwagen werkt.

    2

    Tijdens het rijden

    ■ Oefen het rijden met een aanhangwagen
    ● Oefen het rijden met een aanhangwagen in een omgeving zonder
    of met weinig verkeer, zodat u leert hoe de combinatie aanvoelt bij
    het keren, stoppen en achteruitrijden.
    ● Houd tijdens het achteruitrijden het stuurwiel stevig vast en draai
    het stuurwiel rechtsom om de aanhangwagen naar links te sturen en
    linksom om de aanhangwagen naar rechts te sturen. Verdraai het
    stuur niet te veel tegelijk om stuurfouten te voorkomen. Laat iemand
    u bij het achteruitrijden begeleiden om de kans op een ongeval te
    beperken.
    ■ Vergroten van de afstand tot de voorligger
    Bij een snelheid van 10 km/h moet de afstand tot uw voorligger minimaal gelijk zijn aan de totale lengte van uw auto en de aanhangwagen.
    Voorkom plotselinge remmanoeuvres die tot een slip zouden kunnen
    leiden. Als de auto in een slip raakt, zou u de controle over de auto
    kunnen verliezen. De kans hierop is vooral aanwezig tijdens het rijden
    op een nat of glad wegdek.
    ■ Acceleratie/stuurcommando's/bochtengedrag
    In te krappe bochten kan de aanhangwagen de auto raken. Reduceer
    uw snelheid voordat u een bocht nadert en neem bochten met een
    zodanige snelheid dat plotseling remmen niet nodig is.
    319

    RX 450h_EE



  • Page 321

    2-5. Rijinformatie

    ■ Belangrijke punten met betrekking tot het aansnijden van bochten
    De wielen van de aanhangwagen maken een krappere bocht dan de
    wielen van de auto. Snijd bochten daarom ruimer aan dan u zou doen
    als u geen aanhangwagen trekt.
    ■ Belangrijke punten met betrekking tot de stabiliteit
    Een slecht wegdek en krachtige zijwind zullen de wegligging en het rijgedrag beïnvloeden. Ook bij het inhalen van bussen of grote vrachtwagens of het ingehaald worden door dergelijke voertuigen, kunnen
    de aanhangwagen en de auto gaan slingeren. Kijk bij het rijden langs
    dergelijke voertuigen veelvuldig in uw spiegels. Verminder vaart door
    voorzichtig het rempedaal in te trappen zodra u ziet dat de aanhangwagen gaat slingeren. Houd tijdens het remmen het stuurwiel altijd in
    de rechtuitstand.
    ■ Passeren van andere auto's
    Houd rekening met de totale lengte van uw auto en de aanhangwagen
    en zorg ervoor dat er voldoende ruimte is voordat u van rijstrook verandert.
    ■ Informatie hybridetransmissiesysteem
    Rijd niet in de 4e versnelling in stand S omdat er dan onvoldoende op
    de motor kan worden afgeremd en het elektrische systeem onvoldoende bijgeladen wordt.
    ■ Als de motor oververhit raakt
    Het rijden met een aanhangwagen op een lange helling bij buitentemperaturen hoger dan 30°C kan ertoe leiden dat de motor oververhit
    raakt. Als de koelvloeistoftemperatuurmeter aangeeft dat de motor
    oververhit raakt, schakel dan direct de airconditioning uit en breng de
    auto op een veilige plaats tot stilstand. (→Blz. 606)
    ■ Bij het parkeren
    Plaats altijd wielblokken onder de wielen van de auto en de aanhangwagen. Activeer de parkeerrem en zet de selectiehendel in stand P.

    320

    RX 450h_EE



  • Page 322

    2-5. Rijinformatie

    WAARSCHUWING
    ■ Als de limiet voor het maximaal toelaatbare voertuiggewicht of de maximale

    asbelasting overschreden is
    Rijd niet harder dan 100 km/h of niet harder dan de wettelijke limiet voor auto's met
    een aanhangwagen.
    ■ Rijsnelheid bij het rijden met een aanhangwagen

    Overschrijd de maximum snelheid voor het rijden met een aanhangwagen niet.
    ■ Voor het afrijden van een lange helling

    2

    Tijdens het rijden

    Minder snelheid en schakel terug. Schakel bij het afdalen van een lange of steile
    helling echter niet plotseling terug.
    ■ Werking van het rempedaal

    Trap het rempedaal niet veelvuldig of gedurende een langere periode achtereen in.
    Hierdoor kan het remsysteem oververhit raken of kan de remwerking teruglopen.
    ■ Om ongelukken of letsel te voorkomen
    ● Auto's met elektronisch geregelde luchtvering: zet de hoogteregeling in stand

    LO en schakel de elektronisch geregelde luchtvering uit om te voorkomen dat de
    wagenhoogte automatisch wordt aangepast.
    ● Gebruik de cruise control niet als achter de auto een aanhangwagen is gekop-

    peld.
    ● Sleep de auto niet als een compact reservewiel is gemonteerd.

    OPMERKING
    ■ Als de achterbumperversterking van aluminium is

    Controleer of het stalen deel van de trekhaak niet direct in contact komt met het
    aluminium.
    Als staal en aluminium met elkaar in contact komen, ontstaat er een reactie die te
    vergelijken is met corrosie, waardoor het desbetreffende gedeelte verzwakt wordt
    en er schade kan ontstaan. Breng daarom op het contactvlak een roestwerend
    middel aan.

    321

    RX 450h_EE



  • Page 323

    2-5. Rijinformatie

    Rijden met een aanhangwagen (auto's met tweewielaandrijving)

    Lexus raadt u af om met uw auto met een aanhangwagen te rijden. Lexus
    adviseert u bovendien geen trekhaak te laten monteren voor het gebruik
    van bijvoorbeeld een fietsendrager. Uw auto is niet ontworpen voor het rijden met een aanhangwagen of het gebruik van een op de trekhaak bevestigde fietsendrager en dergelijke.

    322

    RX 450h_EE



  • Page 324

    2-5. Rijinformatie

    2

    Tijdens het rijden
    323

    RX 450h_EE



  • Page 325

    3-1. Gebruik van airconditioning
    en achterruitverwarming
    Automatische
    airconditioning .................... 326
    Schakelaar achterruitverwarming .......................... 333
    Voorruitverwarming............. 334

    324

    RX 450h_EE

    3-2. Gebruik van het
    audiosysteem
    Audiosysteem ......................... 335
    Gebruik van de radio ........... 338
    Gebruik van de CD-speler . 342
    Afspelen van discs met MP3- en
    WMA-bestanden................ 349
    Bedienen van een iPod ......... 355
    Bedienen van een USBgeheugen.............................. 363
    Bluetooth®-audiosysteem... 371
    Gebruik van het Bluetooth®audiosysteem........................ 376
    Bedienen van een draagbare
    speler met Bluetooth® ...... 379
    Instellen van een Bluetooth®
    compatibele draagbare
    speler ...................................... 381
    Instellen Bluetooth®audiosysteem....................... 385
    Optimaal gebruikmaken
    van het audiosysteem........ 386
    Gebruik van de AUXaansluiting ............................ 388
    Gebruik van de audiotoetsen
    op het stuurwiel................... 390
    Handsfree-systeem voor een
    mobiele telefoon ................ 393
    Gebruik van het handsfreesysteem (voor een mobiele
    telefoon)................................ 399



  • Page 326

    Interieur

    Bellen ........................................ 405
    Instellen van een mobiele
    telefoon.................................. 409
    Beveiliging en
    systeeminstelling ................. 413
    Gebruik van het
    telefoonboek.......................... 417
    3-3. Gebruik van de
    interieurverlichting
    Overzicht
    interieurverlichting............ 422
    • Interieurverlichting en
    leeslampjes........................... 423
    3-4. Gebruik van de
    opbergmogelijkheden
    Overzicht van
    opbergmogelijkheden ...... 425
    • Dashboardkastje ................ 426
    • Fleshouders/
    portiervakken ....................... 427
    • Bekerhouders...................... 428
    • Consolevak ........................... 431
    • Muntenhouder .................... 432
    • Extra opbergvak ................. 433
    • Opbergvakje onder
    middenconsole ....................434

    3
    3-5. Overige voorzieningen
    in het interieur
    Zonnekleppen ........................ 435
    Make-upspiegel ..................... 436
    Klok ............................................ 437
    Weergave
    buitentemperatuur ............ 438
    Regeling verlichting
    multifunctioneel display ... 439
    Accessoireaansluitingen .... 440
    Stuurwielverwarming........... 442
    Stoelverwarming en
    ventilatoren.......................... 443
    Armsteun.................................. 445
    Kledinghaakjes....................... 446
    Handgrepen ............................ 447
    Vloermat.................................. 448
    Voorzieningen in de
    bagageruimte....................... 450

    325

    RX 450h_EE



  • Page 327

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    Automatische airconditioning
    De uitstroomopeningen waaruit de lucht komt en de aanjagersnelheid
    worden automatisch geregeld op basis van de gekozen temperatuur.

    Auto's met navigatiesysteem
    Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem voor meer informatie indien uw auto is uitgerust met een navigatiesysteem.
    Auto's zonder navigatiesysteem
    Weergave uitstroomopening
    Weergave temperatuur
    bestuurderszijde

    Weergave aanjagersnelheid
    Weergave temperatuur
    passagierszijde

    Toets
    AUTO
    Toets aanjagersnelheid

    Toets OFF
    Toets
    gescheiden
    bediening

    Toetsen
    temperatuurregeling
    bestuurderszijde
    Toets keuze uitstroomopeningen
    Toets voorruitverwarming

    326

    RX 450h_EE

    Toetsen temperatuurregeling
    passagierszijde
    Toets koel- en ontvochtigingsfunctie
    aan/uit
    Luchttoevoertoets



  • Page 328

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    Gebruiken van de automatische airconditioning
    STAP 1

    Druk op

    .

    De airconditioning wordt ingeschakeld. De uitstroomopeningen
    waaruit de lucht komt en de aanjagersnelheid worden automatisch geregeld op basis van de gekozen temperatuur.
    STAP 2

    Druk op
    en op

    van de toets

    om de temperatuur te verhogen

    om de temperatuur te verlagen.

    Als er op de toets

    wordt gedrukt (het controlelampje van de

    toets
    gaat branden) of als er op de toets temperatuurregeling
    passagierszijde wordt gedrukt, kan de temperatuur aan bestuurderszijde en aan passagierszijde afzonderlijk worden geregeld.

    3

    Interieur

    Handmatig wijzigen van de instellingen
    ■ Basisinstelling
    STAP 1 Om de airconditioning in te schakelen en de aanjagersnelheid te
    regelen, drukt u op
    van
    om de aanjagersnelheid te
    verhogen en drukt u op
    om de aanjagersnelheid te verlagen.
    Druk op
    STAP 2

    om de aanjager uit te schakelen.

    Wijzig de temperatuur door op

    van

    temperatuur te verhogen en op
    gen.

    om de temperatuur te verla-

    Als er op de toets

    te drukken om de

    wordt gedrukt (het controlelampje van de

    toets
    gaat branden) of als er op de toets temperatuurregeling
    passagierszijde wordt gedrukt, kan de temperatuur aan bestuurderszijde en aan passagierszijde afzonderlijk worden geregeld.
    STAP 3

    Druk op

    om de uitstroomopeningen te wijzigen.
    327

    RX 450h_EE



  • Page 329

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    Iedere keer dat er op de toets wordt gedrukt, worden er andere uitstroomopeningen geselecteerd. De luchttoevoer werkt als volgt:

    Er stroomt lucht naar het bovenlichaam.

    Er stroomt lucht naar het bovenlichaam en de voeten.

    Er stroomt lucht naar de voeten.

    Er stroomt lucht naar de voeten en
    de voorruitverwarming is in werking.

    328

    RX 450h_EE



  • Page 330

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    ■ Schakelen tussen buitenluchtmodus en recirculatiemodus
    Druk op

    .

    Elke keer dat er op de toets wordt gedrukt, wordt er geschakeld tussen
    (recirculatiemodus) en
    (buitenluchtmodus).

    Ontwasemen van de voorruit
    Ontwasemen
    De airconditioning werkt automatisch.
    In de recirculatiemodus wordt
    automatisch overgeschakeld naar
    de buitenluchtmodus.

    3

    Interieur

    Afstellen van de stand en de mate van opening van de uitstroomopeningen
    Uitstroomopeningen midden voor
    Directe luchtstroom naar links
    of rechts, boven of beneden.
    Draai aan de knop om de uitstroomopening te openen of te
    sluiten.

    329

    RX 450h_EE



  • Page 331

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    Uitstroomopeningen voor
    Directe luchtstroom naar links
    of rechts, boven of beneden.
    Draai aan de knop om de uitstroomopening te openen of te
    sluiten.

    Uitstroomopeningen achter
    Richten de luchtstroom naar
    links of rechts, boven of beneden.
    Draai aan de knop om de uitstroomopening te openen of te
    sluiten.

    ■ Werking van de airconditioning in de ECO-modus

    In de ECO-modus wordt de airconditioning als volgt bediend voor een laag brandstofverbruik:
    ● Het motortoerental en de werking van de compressor worden geregeld om de

    verwarm-/koelcapaciteit te beperken
    ● Wanneer de automatische modus is geselecteerd, wordt de aanjagersnelheid

    beperkt
    Doe het volgende om de prestaties van de airconditioning te verbeteren:
    ● Wijzig de aanjagersnelheid
    ● Schakel de ECO-modus uit
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    De regeling van de airconditioning in de ECO-modus kan hetzelfde worden ingesteld als die in de normale rijmodus. (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen →Blz. 633)
    330

    RX 450h_EE



  • Page 332

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    ■ Instellingen airconditioning
    ● Wanneer het contact AAN wordt gezet, zal de airconditioning dezelfde instel-

    lingen gebruiken als toen het contact de laatste keer UIT werd gezet.
    ● De instellingen van de airconditioning worden afzonderlijk opgeslagen in de

    elektronische sleutel, zodat altijd de instellingen van de sleutel die wordt
    gebruikt, worden teruggezet.
    ● Dit systeem heeft mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen, die

    door een Lexus-dealer of erkende reparateur kunnen worden ingesteld.
    ■ Gebruiken van de automatische modus

    De aanjagersnelheid wordt automatisch geregeld op basis van de gekozen temperatuur en de omgevingscondities. Dat kan leiden tot de volgende verschijnselen:
    Direct na het indrukken van de toets kan de aanjager even worden uitgeschakeld
    tot er voldoende warme of koude lucht voorhanden is.

    3

    ■ Gebruik van het systeem in de recirculatiemodus

    Interieur

    De ruiten zullen sneller beslaan als de stand RECIRCULATIE gedurende langere
    tijd is ingeschakeld.
    ■ Schakelen tussen buitenluchtmodus en recirculatiemodus

    Er kan automatisch worden overgeschakeld naar de recirculatie- of buitenluchtmodus, op basis van de gekozen temperatuur en de temperatuur in de auto.
    ■ Ontwasemingsfunctie voor de ruiten

    In de recirculatiemodus kan automatisch worden overgeschakeld naar de buitenluchtmodus als de ruiten ontwasemd moeten worden.
    ■ Wanneer de buitentemperatuur lager is dan 0°C

    Bij deze temperaturen wordt de airconditioning onder bepaalde omstandigheden
    niet ingeschakeld, ook niet als op
    wordt gedrukt.
    ■ Wanneer het controlelampje in

    uit zichzelf dooft

    Druk op
    om de koel- en ontvochtigingsfunctie weer in te schakelen. Er kan
    een storing aanwezig zijn in de airconditioning als het controlelampje kort na het
    indrukken van de toets weer dooft. Laat het systeem controleren door een Lexusdealer of erkende reparateur.

    331

    RX 450h_EE



  • Page 333

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    ■ Geuren airconditioning
    ● Tijdens het gebruik kunnen verschillende geuren van binnen en buiten de auto

    in het airconditioningsysteem terechtkomen. Dit kan tot gevolg hebben dat de
    lucht die uit de uitstroomopeningen komt niet lekker ruikt.
    ● Het voorkomen van mogelijke geuren:

    • We raden u aan het airconditioningsysteem in de buitenluchtmodus te zetten
    voordat u de motor uitschakelt.
    • Mogelijk wordt het inschakelen van de aanjager direct nadat de airconditioning in de automatische stand wordt ingeschakeld even vertraagd.

    WAARSCHUWING
    ■ Om te voorkomen dat de voorruit beslaat

    Gebruik

    niet in combinatie met koele lucht bij zeer vochtig weer. Het ver-

    schil tussen de buitentemperatuur en de temperatuur van de voorruit zorgt ervoor
    dat de buitenkant van de voorruit beslaat, waardoor het zicht wordt belemmerd.

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu

    Laat, als het hybridesysteem is uitgeschakeld, de airconditioning niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is.

    332

    RX 450h_EE



  • Page 334

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    Schakelaar achterruitverwarming
    De achterruit- en buitenspiegelverwarming worden gebruikt om de achterruit te ontwasemen en om regendruppels, dauw en ijs van de buitenspiegels te verwijderen.

    Auto's met navigatiesysteem
    Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem voor meer informatie indien uw auto is uitgerust met een navigatiesysteem.
    Auto's zonder navigatiesysteem
    Zet de achterruitverwarming en
    buitenspiegelverwarming aan/
    uit
    De buitenspiegelverwarming
    schakelt na 15 tot 60 minuten
    automatisch uit. De duur van de
    werking varieert en is afhankelijk van de buitentemperatuur en
    de rijsnelheid.

    3

    Interieur

    ■ Voorwaarden voor inschakelen van systeem

    Het contact AAN staat.
    ■ De buitenspiegelverwarming

    Door de achterruitverwarming in te schakelen wordt de buitenspiegelverwarming
    ingeschakeld.

    WAARSCHUWING
    ■ Als de buitenspiegelverwarming ingeschakeld is

    Raak het glas van de buitenspiegels niet aan omdat dit heet kan zijn.

    333

    RX 450h_EE



  • Page 335

    3-1. Gebruik van airconditioning en achterruitverwarming

    Voorruitverwarming∗

    Dit systeem wordt gebruikt om ijsvorming op de voorruit en de ruitenwissers te voorkomen.

    Auto's met navigatiesysteem
    Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem voor meer informatie indien uw auto is uitgerust met een navigatiesysteem.
    Auto's zonder navigatiesysteem
    Schakelt de voorruitverwarming in/uit
    De voorruitverwarming wordt
    na ongeveer 15 minuten automatisch uitgeschakeld.

    ■ Voorwaarden voor inschakelen van systeem

    Het contact staat AAN.

    WAARSCHUWING
    ■ Als de voorruitverwarming ingeschakeld is

    Raak het onderste deel van de voorruit en de gedeeltes bij de voorstijlen niet aan,
    omdat de voorruit op deze plaatsen heet kan zijn, waardoor u zich zou kunnen
    branden.

    ∗: Indien aanwezig
    334

    RX 450h_EE



  • Page 336

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Audiosysteem
    Auto's met navigatiesysteem
    Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem voor meer informatie indien uw auto is uitgerust met een navigatiesysteem.
    Auto's zonder navigatiesysteem
    CD-wisselaar met AM/FM-radio

    3

    Interieur
    335

    RX 450h_EE



  • Page 337

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Titel

    Bladzijde

    Gebruik van de radio

    Blz. 338

    Gebruik van de CD-speler

    Blz. 342

    Afspelen van discs met MP3- en WMAbestanden

    Blz. 349

    Bedienen van een iPod

    Blz. 355

    Bedienen van een USB-geheugen

    Blz. 363

    Bluetooth®-audiosysteem

    Blz. 371

    Optimaal gebruikmaken van het audiosysteem

    Blz. 386

    Gebruik van de AUX-aansluiting

    Blz. 388

    Gebruik van de audiotoetsen op het stuurwiel

    Blz. 390

    Handsfree-systeem voor een mobiele telefoon

    Blz. 393

    ■ Gebruik van mobiele telefoons

    Mobiele telefoons kunnen storingen veroorzaken die hoorbaar zijn via de luidsprekers als het audiosysteem ingeschakeld is.

    336

    RX 450h_EE



  • Page 338

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    WAARSCHUWING
    ■ Verklaring voor de CD-wisselaar

    Dit product is een klasse 1 laserproduct dat is geklassificeerd onder de veiligheid
    van laserproducten, IEC 60825-1:2007 en heeft een klasse 1 M lasermodule. Verwijder uit veiligheidsoverwegingen de kapjes niet en probeer het product niet open
    te maken. Laat reparaties over aan bevoegd personeel.
    KLASSE 1 LASERPRODUCT
    WAARSCHUWING - WANNEER GEOPEND BESTAAT ER GEVAAR OP
    KLASSE 1 M ONZICHTBARE LASERSTRALING, NIET DIRECT IN HET APPARAAT KIJKEN MET OPTISCHE INSTRUMENTEN.

    3

    Interieur

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu

    Laat, als het hybridesysteem is uitgeschakeld, het audiosysteem niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is.
    ■ Voorkomen van schade aan het audiosysteem

    Mors geen drank of andere vloeistof over het audiosysteem.

    337

    RX 450h_EE



  • Page 339

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Gebruik van de radio

    Toets programmatype
    Toetsen voorkeuzestations

    Toets automatisch
    voorprogrammeren

    Frequentie-afstelknop

    Knop PWR⋅VOL
    AAN/UIT Volume
    Toetsen
    AM/FM
    Toets SEEK/TRACK

    338

    RX 450h_EE

    Toets AF

    Toets TA



  • Page 340

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Vastleggen van voorkeuzezenders
    ■ Handmatige bediening
    STAP 1

    Stem af op de gewenste zender door de knop
    of op > of < van de toets

    te draaien

    te drukken.

    Houd de toets (van
    tot
    ) waaronder u de zender
    wilt opslaan ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    ■ Automatische werking
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    STAP 2

    Er worden maximaal 6 zenders opgeslagen in de volgorde van ontvangstkwaliteit. Als het opslaan voltooid is, klinken er 2 pieptonen.

    3

    Interieur

    In de stand FM1 of FM2 worden de zenders die automatisch worden
    opgeslagen, vastgelegd onder de voorkeuzetoetsen voor de stand
    FM3.

    RDS (Radio Data Systeem)
    Met deze functie kan uw radio zender- en programma-informatie (klassiek, nieuws, enz.) ontvangen als de zender waar naar geluisterd wordt,
    deze informatie meestuurt.
    ■ Luisteren naar radiozenders van hetzelfde netwerk
    Druk op
    .
    Stand AF-ON, REG-OFF: Een radiozender van hetzelfde netwerk
    met de sterkste ontvangst wordt geselecteerd.
    Stand AF-ON, REG-ON:

    Een radiozender van hetzelfde netwerk
    met de sterkste ontvangst die hetzelfde
    programma uitzendt wordt geselecteerd.

    Iedere keer dat de toets
    wordt ingedrukt, wijzigt de stand in deze
    volgorde: AF-ON, REG-OFF→AF-ON, REG-ON→AF-OFF, REG-OFF
    339

    RX 450h_EE



  • Page 341

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Selecteren van een programmatype
    Druk op
    .
    Iedere keer dat de toets
    wordt ingedrukt, wijzigt de keuze van het programmatype in deze volgorde: NEWS→SPORTS→TALK→POP→CLASSICS.

    ■ Verkeersinformatie
    Druk op
    .
    Stand TP: Het systeem schakelt automatisch over naar een zender
    waarop verkeersinformatie wordt meegestuurd zodra
    deze informatie wordt ontvangen.
    Als de verkeersinformatie beëindigd is, wordt weer teruggeschakeld naar de zender waarop was afgestemd.

    Stand TA: Er kan alleen naar verkeersinformatie worden geluisterd,
    als er een signaal ontvangen wordt. Het systeem schakelt
    naar de Mute-stand als er geen signaal ontvangen wordt.
    Als er naar een CD of MP3/WMA-bestand geluisterd
    wordt, schakelt het systeem automatisch over naar de
    weergave van de verkeersinformatie zodra deze ontvangen wordt.
    Het audiosysteem schakelt naar de Mute-stand of CD- of
    MP3/WMA-weergave als de verkeersinformatie beëindigd is.

    Elke keer wanneer op de toets
    wordt gedrukt, wijzigt de stand
    van het audiosysteem in de volgorde:
    Stand FM: TP→TA→uit
    In andere standen dan de radio: TA→uit

    ■ Ontvangst van calamiteitenuitzendingen
    ALARM wordt weergegeven op het display als er een calamiteitenuitzending ontvangen wordt.

    340

    RX 450h_EE



  • Page 342

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ EON-systeem (Enhanced Other Network) (voor de ontvangst van verkeersmel-

    dingen)
    Als de RDS-zender (met EON-gegevens) waar u naar luistert geen verkeersinformatie meestuurt en het audiosysteem in stand TA (verkeersmelding) staat, schakelt
    het systeem automatisch over naar een zender van de EON AF-lijst zodra het uitzenden van de verkeersinformatie begint.
    ■ Als de 12V-accu wordt losgekoppeld

    Alle voorkeuzezenders zijn gewist.
    ■ Ontvangstgevoeligheid
    ● Het is niet altijd mogelijk radiosignalen perfect te ontvangen vanwege de

    steeds wisselende positie van de antenne, verschillen in signaalsterkte en de
    aanwezigheid van objecten in de omgeving als treinen en zendstations.

    3

    ● Als de toets

    wordt gebruikt, is een automatische zenderkeuze en automatisch opslaan van zenders niet altijd mogelijk.

    Interieur

    ● De radioantenne is bevestigd aan de binnenzijde van de achterspoiler en de

    achterruit. Bevestig geen metaalhoudende folie of andere metalen voorwerpen
    over de antennedraad aan de binnenzijde van de achterruit om de ontvangst
    van radiosignalen niet in negatieve zin te beïnvloeden.
    ■ Digital Audio Broadcast (DAB) radio

    De optionele radioantenne en ontvanger zijn noodzakelijk voor het gebruik van de
    Digital Audio Broadcast (DAB) radio.

    341

    RX 450h_EE



  • Page 343

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Gebruik van de CD-speler

    Toets Afspelen in willekeurige volgorde
    Toetsen CD-selectie

    Uitwerptoets

    Toets
    LOAD

    Knop PWR⋅VOL
    AAN/UIT Volume

    Toets TEXT
    Toets Afspelen
    Toets Herhalen
    Toets Afspelen/Pauze
    Toets Selectie muziekstuk

    342

    RX 450h_EE



  • Page 344

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Laden van een CD
    ■ Laden van een CD
    STAP 1 Druk op
    .
    Op het display verschijnt de melding WAIT (wachten).
    STAP 2

    Plaats een CD als het controlelampje bij de opening van oranje
    naar groen verandert.
    De melding op het display verandert van WAIT (wachten) in LOAD
    (laden).

    ■ Laden van meerdere CD's
    STAP 1 Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Op het display verschijnt de melding WAIT (wachten).
    STAP 2

    3

    Interieur

    Plaats een CD als het controlelampje bij de opening van oranje
    naar groen verandert.
    De melding op het display verandert van WAIT (wachten) in LOAD
    (laden).
    Het controlelampje bij de opening wordt oranje als de CD geplaatst
    wordt.

    STAP 3

    Plaats de volgende CD als het controlelampje bij de opening van
    oranje naar groen verandert.
    Herhaal de procedure voor de overige CD's.
    Druk op de toets
    om de procedure te beëindigen. Als er binnen 15
    seconden geen disc wordt geplaatst, wordt het laden automatisch afgebroken.

    343

    RX 450h_EE



  • Page 345

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Uitwerpen van CD's
    ■ Uitwerpen van een CD
    STAP 1

    Druk op
    of
    om de
    CD te selecteren die u uit het
    apparaat wilt nemen.
    Het nummer van de geselecteerde disc verschijnt op het display.

    Druk op de toets
    en verwijder de CD.
    ■ Uitwerpen van alle CD's
    Houd de toets
    ingedrukt tot er een piepsignaal hoorbaar is en
    verwijder de CD's.
    STAP 2

    Selecteren, versneld vooruit-/terugspoelen van muziekstukken
    ■ Selecteren van een muziekstuk
    Druk op het gedeelte > van < om naar het volgende nummer te gaan
    en op het gedeelte
    om naar het vorige nummer te
    gaan, totdat het gewenste nummer is bereikt.
    ■ Versneld vooruit-/terugspoelen van muziekstukken
    Houd om versneld vooruit of terug te spoelen > of < van de toets
    ingedrukt totdat een pieptoon hoorbaar is.
    Selecteren van een CD
    Druk om de gewenste CD te selecteren op

    of

    .

    Muziekstukken afspelen en afspelen tijdelijk onderbreken
    Druk op
    om een muziekstuk af te spelen of om het afspelen tijdelijk te onderbreken.
    344

    RX 450h_EE



  • Page 346

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Afspelen in willekeurige volgorde
    ■ Geplaatste CD
    Druk op de toets

    .

    Muziekstukken worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
    Druk nogmaals op

    ■ Alle CD's
    Houd de toets

    om te annuleren.

    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.

    Muziekstukken op alle geladen CD's worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.
    3

    Herhalen
    Interieur

    ■ Herhalen van een muziekstuk
    Druk op
    .
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    ■ Alle muziekstukken van een CD herhalen
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    Overschakelen naar een andere weergave
    Druk op

    .

    Telkens wanneer er op de toets wordt gedrukt, wijzigt de weergave van het
    display in de volgorde:
    verstreken tijd → titel van CD → titel van muziekstuk

    345

    RX 450h_EE



  • Page 347

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Beschermingsfunctie CD-speler

    Om de interne componenten in de speler te beschermen, wordt het afspelen automatisch onderbroken als er een storing wordt gesignaleerd.
    ■ Display

    Er kunnen maximaal 12 karakters tegelijk worden weergegeven.
    Bij 13 of meer karakters kunnen de volgende karakters worden weergegeven door
    ingedrukt te houden tot een pieptoon hoorbaar is.
    Er kunnen maximaal 24 karakters worden weergegeven.
    Als
    nogmaals wordt ingedrukt tot een pieptoon hoorbaar is of gedurende 6
    seconden of langer niet wordt ingedrukt, keert het display terug naar de eerste 12
    karakters.
    Of de informatie wordt weergegeven en de manier waarop deze wordt weergegeven is afhankelijk van de gegevens op de disc.
    ■ Als op het display ERROR of WAIT wordt weergegeven

    ERROR (fout):

    Geeft een storing op de CD of in de speler aan. De CD is mogelijk vuil, beschadigd of verkeerd geplaatst.

    WAIT (wachten): Dit geeft aan dat het afspelen wordt afgebroken vanwege de
    hoge temperatuur in de speler. Wacht enige tijd en druk op de
    toets
    . Neem contact op met uw Lexus-dealer of erkende
    reparateur als de CD nog steeds niet afgespeeld kan worden.
    ■ Discs die kunnen worden gebruikt

    Discs die zijn voorzien van onderstaand label, kunnen worden gebruikt.
    Afhankelijk van het opnameformaat of de eigenschappen van de disc, krassen, vuil
    of beschadigingen is afspelen wellicht niet mogelijk.

    CD's met een kopieerbeveiliging kunnen mogelijk niet worden afgespeeld.
    ■ Lensreinigers

    Gebruik geen lensreinigers. Anders kan schade aan de CD-speler ontstaan.
    ■ Als er gedurende langere tijd discs in de CD-speler blijven zitten of als de disc

    gedeeltelijk in de speler blijft zitten en niet wordt uitgenomen
    De discs kunnen beschadigd raken waardoor ze niet meer goed kunnen worden
    afgespeeld.
    346

    RX 450h_EE



  • Page 348

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    OPMERKING
    ■ CD's en adapters die niet kunnen worden gebruikt

    Gebruik de volgende CD's niet.
    Gebruik ook geen 8 cm CD-adapters, DualDiscs of printbare discs.
    Hierdoor kan de CD-speler beschadigd raken en/of kan het plaatsen/uitwerpen
    worden bemoeilijkt.
    ● CD's met een andere diameter dan 12 cm

    3
    ● Inferieure en vervormde CD's

    Interieur

    ● CD's met een transparant of lichtdoorla-

    tend opnamegedeelte

    ● CD's waar tape, stickers of CD-R-labels op

    geplakt zijn of CD's waarvan het label heeft
    losgelaten

    347

    RX 450h_EE



  • Page 349

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    OPMERKING
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van CD-speler

    Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan leiden tot beschadiging
    van de CD's of van de speler zelf.
    ● Plaats geen andere voorwerpen dan CD's in de opening van de CD-speler.
    ● Probeer de CD-speler niet met olie te smeren.
    ● Stel CD's niet bloot aan direct zonlicht.
    ● Probeer de CD-speler niet uit elkaar te nemen.
    ● Plaats per keer niet meer dan één CD in de

    opening.

    348

    RX 450h_EE



  • Page 350

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Afspelen van discs met MP3- en WMA-bestanden

    Toets Herhalen
    Toetsen Selectie disc
    Toetsen Selectie map

    Uitwerptoets

    Toets
    LOAD
    Knop
    Selectie
    bestand

    Interieur

    Knop PWR⋅VOL
    AAN/UIT Volume

    3

    Toets TEXT
    Toets Afspelen
    Toets Afspelen in willekeurige volgorde
    Toets Afspelen/Pauze
    Toets Selectie bestand

    Laden en uitwerpen van discs met MP3- en WMA-bestanden
    →Blz. 343, 344
    Selecteren van discs met MP3- en WMA-bestanden
    →Blz. 344

    349

    RX 450h_EE



  • Page 351

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Selecteren van een map
    ■ Selecteren van één map per keer
    Druk op
    of
    om de gewenste map te selecteren.
    ■ Terugkeren naar de eerste map
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Versneld vooruit-/terugspoelen van bestanden
    Houd om versneld vooruit of terug te spoelen > of < van de toets
    ingedrukt totdat een pieptoon hoorbaar is.
    Selecteren van bestanden

    Draai aan de knop

    of druk op > of < van

    om het

    gewenste bestand te selecteren.
    Bestanden afspelen en afspelen tijdelijk onderbreken
    Druk op
    om een bestand af te spelen of om het afspelen tijdelijk te
    onderbreken.
    Afspelen in willekeurige volgorde
    ■ Bestanden in een map in willekeurige volgorde afspelen
    Druk op
    .
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    ■ Alle bestanden op een disc in willekeurige volgorde afspelen
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Druk nogmaals op

    350

    RX 450h_EE

    om te annuleren.



  • Page 352

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Herhalen
    ■ Herhalen van een bestand
    Druk op
    .
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    ■ Herhalen van alle bestanden in een map
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    Overschakelen naar een andere weergave
    Druk op

    .

    3

    Interieur

    Iedere keer dat er op de toets wordt gedrukt wijzigt de weergave op het display in de volgorde: nummer map/nummer bestand/verstreken tijd → naam
    map → naam bestand → albumtitel (alleen MP3) → titel muziekstuk →
    naam artiest
    ■ Beschermingsfunctie CD-speler

    →Blz. 346
    ■ Display

    →Blz. 346
    ■ Als op het display de melding ERROR, WAIT of NO MUSIC wordt weergege-

    ven
    ERROR (fout):

    Geeft een storing op de CD of in de speler aan. De CD is mogelijk vuil, beschadigd of verkeerd geplaatst.

    WAIT (wachten): Dit geeft aan dat het afspelen wordt afgebroken vanwege de
    hoge temperatuur in de speler. Wacht enige tijd en druk op de
    toets
    . Neem contact op met uw Lexus-dealer of erkende
    reparateur als de CD nog steeds niet afgespeeld kan worden.
    NO MUSIC: Dit geeft aan dat een MP3/WMA-bestand niet op de CD staat.
    ■ Discs die kunnen worden gebruikt

    →Blz. 346
    351

    RX 450h_EE



  • Page 353

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Lensreinigers

    →Blz. 346
    ■ Als er gedurende langere tijd discs in de CD-speler blijven zitten of als de disc

    gedeeltelijk in de speler blijft zitten en niet wordt uitgenomen
    →Blz. 346
    ■ MP3- en WMA-bestanden

    MP3 (MPEG Audio LAYER 3) is een standaard audiocompressieformaat.
    Met deze MP3-techniek kunnen bestanden worden gecomprimeerd tot ongeveer
    1/10 van hun oorspronkelijke grootte.
    WMA (Windows Media Audio) is een audiocompressieformaat van Microsoft.
    Audiobestanden die met deze techniek worden gecomprimeerd, zijn kleiner dan
    bestanden die met behulp van de MP3-techniek worden gecomprimeerd.
    Er is een limiet aan de MP3- en WMA-bestandsstandaards en aan de media/formaten waarmee bestanden zijn opgenomen.
    ● Compatibiliteit MP3-bestanden

    • Compatibele standaards
    MP3 (MPEG1 LAYER3, MPEG2 LSF LAYER3)
    • Compatibele samplingfrequenties
    MPEG1 LAYER3: 32, 44,1, 48 (kHz)
    MPEG2 LSF LAYER3: 16, 22,05, 24 (kHz)
    • Compatibele bitrates (compatibel met VBR)
    MPEG1 LAYER3: 64, 80, 96, 112, 128, 160, 192, 224, 256, 320 (kbps)
    MPEG2 LSF LAYER3: 64, 80, 96, 112, 128, 144, 160 (kbps)
    • Compatibele weergavemogelijkheden: stereo, meerkanaals stereo, tweekanaalsweergave en monoweergave
    ● Compatibiliteit WMA-bestanden
    • Compatibele standaards
    WMA versie 7, 8, 9
    • Compatibele samplingfrequenties
    32, 44,1, 48 (kHz)
    • Compatibele bitrates (alleen compatibel met 2-kanaalsweergave)
    Versie 7, 8: CBR 48, 64, 80, 96, 128, 160, 192 (kbps)
    Versie 9: CBR 48, 64, 80, 96, 128, 160, 192, 256, 320 (kbps)

    352

    RX 450h_EE



  • Page 354

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ● Compatibele media

    De media die kunnen worden gebruikt voor de weergave van MP3- en WMAbestanden zijn CD-R's en CD-RW's.
    Afspelen is in bepaalde gevallen niet mogelijk als de CD-R of CD-RW niet is
    afgesloten. Weergave is in sommige gevallen niet mogelijk of de speler kan overslaan als er krassen of vingerafdrukken op de disc aanwezig zijn.
    ● Compatibele disc-formaten

    De volgende formaten kunnen worden gebruikt:

    • Disc-formaten: CD-ROM Mode 1 en Mode 2
    CD-ROM XA Mode 2, Form 1 en Form 2
    • Bestandsformaten: ISO9660 level 1, level 2, (Romeo, Joliet)
    MP3- en WMA-bestanden die in een ander formaat geschreven zijn, kunnen mogelijk niet op de juiste manier worden afgespeeld, en de bestandsnamen en mapnamen kunnen mogelijk niet correct worden weergegeven.
    Onderwerpen waarop de standaards en beperkingen betrekking hebben, zijn
    als volgt:
    • Maximale mapstructuur: 8 niveaus (inclusief root)
    • Maximale lengte van mapnamen/bestandsnamen: 32 karakters
    • Maximaal aantal mappen: 192 (inclusief de root)
    • Maximaal aantal bestanden per disc: 255
    ● Bestandsnamen
    De enige soort bestanden die kunnen worden herkend als MP3/WMA en die
    kunnen worden afgespeeld, zijn bestanden met de extensie .mp3 of .wma.
    ● Discs met multi-sessieopnamen
    Omdat het audiosysteem geschikt is voor het afspelen van multi-sessieopnamen,
    kunnen er discs worden afgespeeld met MP3- en WMA-bestanden. Alleen de
    eerste sessie kan echter worden afgespeeld.
    ● ID3- en WMA-tags
    ID3-tags kunnen worden toegevoegd aan MP3-bestanden, waardoor het
    mogelijk wordt de naam van het muziekstuk, de naam van de artiest, enz. op te
    nemen.
    Het systeem is compatibel met ID3 versie 1.0, 1.1, en versie 2.2, 2.3 ID3-tags.
    (Het aantal karakters is gebaseerd op ID3 versie 1.0 en 1.1.)
    WMA-tags kunnen worden toegevoegd aan WMA-bestanden, waardoor het
    mogelijk wordt de titel van het muziekstuk en de naam van de artiest op te nemen
    op dezelfde manier als met de ID3-tags.

    3

    Interieur
    353

    RX 450h_EE



  • Page 355

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ● Afspelen van MP3- en WMA-bestanden

    Als er een disc met MP3- of WMA-bestanden in de speler wordt geplaatst, worden eerst alle bestanden op de disc gecontroleerd. Als deze controle voltooid is,
    wordt het eerste MP3- of WMA-bestand afgespeeld. Om de bestandscontrole
    niet langer te laten duren dan nodig is, adviseren wij u geen andere bestanden
    dan MP3- of WMA-bestanden op de disc op te nemen en geen onnodige mappen te creëren.
    Discs met een combinatie van audio-opnames en MP3- of WMA-gegevens
    kunnen niet worden afgespeeld.
    ● Extensies

    Als de bestandsextensies .mp3 en .wma worden gebruikt voor andere bestanden
    dan MP3- en WMA-bestanden, zullen deze bestanden niet juist herkend worden en worden afgespeeld als MP3- en WMA-bestanden. Dit kan leiden tot storende geluiden en schade aan de luidsprekers.
    ● Afspelen

    • Om MP3-bestanden met constante geluidskwaliteit af te spelen, adviseren wij
    de opnames te maken met een vaste bitrate van ten minste 128 kbps en een
    samplingfrequentie van 44,1 kHz.
    • Sommige CD-R's of CD-RW's kunnen niet worden afgespeeld, afhankelijk van
    de eigenschappen van de disc.
    • Er is een groot aanbod aan gratis software voor het maken van MP3- en
    WMA-bestanden op de markt en afhankelijk van de kwaliteit van deze software
    kunnen een slechte geluidsweergave of storingen bij het begin van de weergave het resultaat zijn. In sommige gevallen kunnen de bestanden zelfs helemaal niet worden weergegeven.
    • Als er andere bestanden dan MP3- of WMA-bestanden op een disc staan, kan
    het langer duren voordat de bestanden op de disc herkend worden en in sommige gevallen kan de disc wellicht helemaal niet worden afgespeeld.
    • Microsoft, Windows en Windows Media zijn geregistreerde handelsmerken
    van Microsoft Corporation in de VS en andere landen.

    OPMERKING
    ■ CD's en adapters die niet kunnen worden gebruikt

    →Blz. 347
    ■ Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van CD-speler

    →Blz. 348
    354

    RX 450h_EE



  • Page 356

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Bedienen van een iPod
    Door een iPod aan te sluiten, kunt u genieten van muziek uit de luidsprekers van de auto.

    ■ Aansluiten van een iPod
    Trek de hendel omhoog om de
    vergrendeling te ontgrendelen
    en til de armsteun omhoog.

    STAP 2

    Open het afdekkapje en sluit
    een iPod aan met behulp van
    een iPod-kabel.

    3

    Interieur

    STAP 1

    Als de iPod niet is ingeschakeld,
    schakel deze dan alsnog in.

    355

    RX 450h_EE



  • Page 357

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Bedieningspaneel
    Toets Afspelen/Pauze
    Toets Herhalen

    Knop PWR⋅VOL
    AAN/UIT Volume

    Toets Terug
    Toets TEXT
    Toets Afspelen
    Toets Afspelen in willekeurige volgorde
    Toets Selectie muziekstuk

    356

    RX 450h_EE

    Keuzeknop
    iPod-menu/
    muziekstuk



  • Page 358

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Selecteren van een afspeelmodus

    STAP 1

    Druk op

    om het iPod-menu weer te geven.

    STAP 2

    Door aan de knop

    te draaien, wijzigt de afspeelfunctie in

    de volgorde:
    PLAYLISTS→ARTISTS→ALBUMS→SONGS
    PODCASTS→GENRES→COMPOSERS→AUDIOBOOKS
    STAP 3

    Druk op

    3

    om de gewenste afspeelmodus te selecteren.

    Afspeelmodus

    Eerste selectie

    Tweede selectie

    Derde selectie

    Vierde selectie

    PLAYLISTS

    Selectie
    afspeellijsten

    Selectie
    muziekstukken

    -

    -

    ARTISTS

    Selectie artiesten

    Selectie albums

    Selectie
    muziekstukken

    -

    ALBUMS

    Selectie albums

    Selectie
    muziekstukken

    -

    -

    SONGS

    Selectie
    muziekstukken

    -

    -

    -

    PODCASTS

    Selectie albums

    Selectie
    muziekstukken

    -

    -

    GENRES

    Selectie genres

    Selectie artiesten

    Selectie albums

    Selectie
    muziekstukken

    COMPOSERS

    Selectie componisten

    Selectie albums

    Selectie
    muziekstukken

    -

    AUDIOBOOKS

    Selectie
    muziekstukken

    -

    -

    -

    Interieur

    ■ Lijst afspeelmodus

    357

    RX 450h_EE



  • Page 359

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Kiezen van een lijst
    STAP 1

    Draai aan de knop

    om de eerste selectielijst weer te

    geven.
    STAP 2

    Druk op

    om het gewenste item te selecteren.

    STAP 3

    Door op de knop te drukken, wordt de tweede selectielijst weergegeven.
    Herhaal deze procedure om de gewenste optie te selecteren.
    Selecteer GO BACK (terug) of druk op
    naar de vorige selectielijst.

    om terug te keren

    Muziekstukken selecteren

    Draai aan de knop

    of druk op > of < van

    om het

    gewenste muziekstuk te selecteren.
    Muziekstukken afspelen en afspelen tijdelijk onderbreken
    Druk op

    om een muziekstuk af te spelen of te pauzeren.

    Versneld vooruit-/terugspoelen van muziekstukken
    Houd om versneld vooruit of terug te spoelen > of < van de toets
    ingedrukt totdat een pieptoon hoorbaar is.

    358

    RX 450h_EE



  • Page 360

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Afspelen in willekeurige volgorde
    ■ Muziekstukken uit één afspeellijst of album in willekeurige volgorde
    afspelen
    Druk op
    .
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    ■ Muziekstukken uit alle afspeellijsten of albums in willekeurige volgorde afspelen
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    Herhalen
    .

    Druk nogmaals op

    Interieur

    Druk op

    3

    om te annuleren.

    Overschakelen naar een andere weergave
    Druk op

    .

    Iedere keer wanneer er op de toets gedrukt wordt, wijzigt de weergave op
    het display in de volgorde: verstreken tijd → titel album → titel muziekstuk
    → naam artiest

    Regelen van de geluidskwaliteit en de balans

    STAP 1

    Druk op

    om het iPod-menu weer te geven.

    STAP 2

    Druk op

    om de geluidsinstelling te wijzigen. (→Blz. 386)

    359

    RX 450h_EE



  • Page 361

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Informatie over iPod

    ● “Made for iPod” (gemaakt voor iPod) en “Made for iPhone” (gemaakt voor

    iPhone) houden in dat een elektronische accessoire speciaal is ontworpen voor
    de iPod respectievelijk iPhone en dat de ontwikkelaar garandeert dat het product aan de prestatienormen van Apple voldoet.
    ● Apple kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de werking van dit
    apparaat of de mate waarin dit apparaat voldoet aan de eisen voor veiligheid en
    regelgeving. Let erop dat het gebruik van deze accessoire in combinatie met
    een iPod of iPhone de werking van de afstandsbediening negatief kan beïnvloeden.
    ● iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van
    Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen.
    ■ iPod-functies
    ● Wanneer een iPod is aangesloten en de audiobron wordt gewijzigd in iPod-

    modus, gaat de iPod verder met het laatst afgespeelde bestand.
    ● Afhankelijk van de iPod die op het systeem is aangesloten, zijn bepaalde func-

    ties mogelijk niet beschikbaar. Als een functie niet beschikbaar is vanwege een
    storing (in tegenstelling tot een systeemspecificatie), kan het helpen om het
    apparaat even los te koppelen en weer aan te sluiten.
    ● Als de iPod is aangesloten op het systeem, kan de iPod niet meer op de normale
    wijze worden bediend. In plaats daarvan moet het audiosysteem van de auto
    worden bediend.
    ● Als de batterijspanning van de iPod erg laag is, werkt de iPod wellicht niet. In dat
    geval moet de iPod eerst worden opgeladen.
    ● Ondersteunde modellen (→Blz. 361)
    ■ iPod-problemen

    Om de meeste problemen tijdens het gebruik van uw iPod te verhelpen, kunt u de
    iPod losnemen van de iPod-aansluiting in de auto en het apparaat resetten.
    Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw iPod voor instructies bij het resetten van
    uw iPod.
    360

    RX 450h_EE



  • Page 362

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Display

    →Blz. 346
    ■ Foutmeldingen

    ERROR (fout): Dit geeft aan dat er een probleem is met de iPod of de aansluiting
    ervan.
    NO MUSIC (geen muziek):Dit geeft aan dat de iPod geen audio-opnames bevat.
    EMPTY:
    Dit geeft aan dat sommige beschikbare muziekstukken niet kunnen
    worden gevonden in de geselecteerde afspeellijst.
    UPDATE:
    Dit geeft aan dat de versie van de iPod niet compatibel is. Actualiseer uw iPod-software naar de nieuwste versie.
    ■ Compatibele modellen

    De volgende iPod-, iPod nano-, iPod classic-, iPod touch- en iPhone-apparaten kunnen in combinatie met dit systeem worden gebruikt.
    3

    ● Gemaakt voor

    Interieur

    • iPod touch (4e generatie)
    • iPod touch (3e generatie)
    • iPod touch (2e generatie)
    • iPod touch (1e generatie)
    • iPod classic
    • iPod met video
    • iPod nano (6e generatie)
    • iPod nano (5e generatie)
    • iPod nano (4e generatie)
    • iPod nano (3e generatie)
    • iPod nano (2e generatie)
    • iPod nano (1e generatie)
    • iPhone 4
    • iPhone 3GS
    • iPhone 3G
    • iPhone
    Afhankelijk van de verschillen tussen modellen, software-versies, enz., zijn sommige modellen mogelijk niet compatibel met dit systeem.
    Onderwerpen waarop de standaards en beperkingen betrekking hebben, zijn als
    volgt:
    ● Maximaal aantal lijsten in apparaat: 9999
    ● Maximaal aantal muziekstukken in apparaat: 65535
    ● Maximaal aantal muziekstukken per lijst: 65535
    361

    RX 450h_EE



  • Page 363

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Sluit de iPod niet aan en bedien deze niet.

    OPMERKING
    ■ Als de armsteun niet volledig kan worden gesloten

    Afhankelijk van de vorm en het formaat van de iPod die op het systeem is aangesloten, is het mogelijk dat de armsteun niet goed kan worden gesloten. Probeer in
    dat geval niet de armsteun met kracht te sluiten; de iPod of de aansluiting kan dan
    beschadigd raken.
    ■ Voorkomen van schade aan de iPod
    ● Laat uw iPod niet achter in de auto. De temperatuur in de auto kan hoog oplopen,

    waardoor de speler beschadigd kan raken.
    ● Druk niet op de iPod en oefen geen onnodige druk erop uit terwijl het apparaat

    aangesloten is, aangezien dit de iPod of de aansluiting ervan kan beschadigen.
    ● Plaats geen vreemde voorwerpen in de opening, aangezien dit de iPod of de

    aansluiting ervan kan beschadigen.

    362

    RX 450h_EE



  • Page 364

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Bedienen van een USB-geheugen
    Door een USB-geheugen aan te sluiten, kunt u genieten van muziek uit de
    luidsprekers van de auto.

    ■ Aansluiten van een USB-geheugen
    Trek de hendel omhoog om de
    STAP 1
    vergrendeling te ontgrendelen
    en til de armsteun omhoog.

    STAP 2

    3

    Open het klepje en sluit een
    USB-geheugen aan.

    Interieur

    Als het USB-geheugen niet is
    ingeschakeld, schakel dit dan
    alsnog in.

    363

    RX 450h_EE



  • Page 365

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Bedieningspaneel
    Toets Afspelen/Pauze
    Toetsen Selectie map

    Knop PWR⋅VOL
    AAN/UIT Volume

    Knop Selectie bestand
    Toets TEXT
    Toets Afspelen
    Toets Herhalen

    Toets Afspelen in willekeurige volgorde
    Toets Selectie bestand

    364

    RX 450h_EE



  • Page 366

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Selecteren van een map
    ■ Selecteren van een map per keer
    Druk op
    of
    om de gewenste map te selecteren.
    ■ Terugkeren naar de eerste map
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Selecteren van bestanden

    Draai aan de knop

    of druk op > of < van

    om het

    gewenste bestand te selecteren.

    3

    Interieur

    Bestanden afspelen en afspelen tijdelijk onderbreken
    Druk op
    om een bestand af te spelen of om het afspelen tijdelijk te
    onderbreken.
    Versneld vooruit-/terugspoelen van bestanden
    Houd om versneld vooruit of terug te spoelen > of < van de toets
    ingedrukt totdat een pieptoon hoorbaar is.
    Afspelen in willekeurige volgorde
    ■ Bestanden in een map in willekeurige volgorde afspelen
    Druk op
    .
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    ■ Afspelen van alle bestanden in een USB-geheugen in willekeurige
    volgorde
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    365

    RX 450h_EE



  • Page 367

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Herhalen
    ■ Herhalen van een bestand
    Druk op
    .
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    ■ Herhalen van alle bestanden in een map
    Houd de toets
    ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort.
    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    Overschakelen naar een andere weergave
    Druk op

    .

    Iedere keer wanneer er op de toets gedrukt wordt, wijzigt de weergave op
    het display in de volgorde: verstreken tijd → naam map → naam bestand →
    titel album (alleen MP3) → naam muziekstuk → naam artiest
    ■ Functies USB-geheugen
    ● Afhankelijk van het type USB-geheugen dat op het systeem is aangesloten, kan

    het apparaat zelf mogelijk niet worden bediend en zijn bepaalde functies mogelijk niet beschikbaar. Als het apparaat niet kan worden bediend of als een functie niet beschikbaar is vanwege een storing (in tegenstelling tot een
    systeemspecificatie), kan het helpen om het apparaat even los te koppelen en
    weer aan te sluiten.
    ● Formatteer het geheugen als het USB-geheugen niet werkt nadat het apparaat

    is losgekoppeld en weer is aangesloten.
    ■ Display

    →Blz. 346
    ■ Foutmeldingen

    ERROR (fout): Dit geeft aan dat er een probleem is met het USB-geheugen of de
    aansluiting ervan.
    NO MUSIC (geen muziek):
    Dit geeft aan dat er geen MP3/WMA-bestanden in het USBgeheugen staan.

    366

    RX 450h_EE



  • Page 368

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ USB-geheugen
    ● Compatibele apparaten

    USB-geheugen waarmee MP3- en WMA-bestanden afgespeeld kunnen worden
    ● Compatibele apparaatformaten

    De volgende apparaatformaten kunnen worden gebruikt:

    • USB-communicatieformaten: USB2.0 FS (12 mbps)
    • Bestandsformaten: FAT16/32 (Windows)
    • Klasse: massaopslag
    MP3- en WMA-bestanden die in een ander formaat geschreven zijn, kunnen
    mogelijk niet op de juiste manier worden afgespeeld, en de bestandsnamen en
    mapnamen kunnen mogelijk niet correct worden weergegeven.
    Onderwerpen waarop de standaards en beperkingen betrekking hebben, zijn
    als volgt:
    • Maximum mapstructuur: 8 niveaus
    • Maximum aantal mappen in een apparaat: 999 (inclusief de root)
    • Maximum aantal bestanden in een apparaat: 65025
    • Maximum aantal bestanden per map: 255
    ● MP3- en WMA-bestanden
    MP3 (MPEG Audio LAYER 3) is een standaard audiocompressieformaat.
    Met deze MP3-techniek kunnen bestanden worden gecomprimeerd tot ongeveer 1/10 van hun oorspronkelijke grootte.
    WMA (Windows Media Audio) is een audiocompressieformaat van Microsoft.
    Audiobestanden die met deze techniek worden gecomprimeerd, zijn kleiner dan
    bestanden die met behulp van de MP3-techniek worden gecomprimeerd.
    Er is een limiet aan de MP3- en WMA-bestandsstandaards en aan de media/formaten waarmee bestanden zijn opgenomen.

    3

    Interieur
    367

    RX 450h_EE



  • Page 369

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ● Compatibiliteit MP3-bestanden

    • Compatibele standaards
    MP3 (MPEG1 AUDIO LAYERII, III, MPEG2 AUDIO LAYERII, III,
    MPEG2.5)
    • Compatibele samplingfrequenties
    MPEG1 AUDIO LAYERII, III: 32, 44,1, 48 (kHz)
    MPEG2 AUDIO LAYERII, III: 16, 22,05, 24 (kHz)
    MPEG2.5: 8, 11,025, 12 (kHz)
    • Compatibele bitrates (compatibel met VBR)
    MPEG1 AUDIO LAYERII, III: 32-320 (kbps)
    MPEG2 AUDIO LAYERII, III: 32-160 (kbps)
    MPEG2.5: 32-160 (kbps)
    • Compatibele weergavemogelijkheden: stereo, meerkanaals stereo, tweekanaalsweergave en monoweergave
    ● Compatibiliteit WMA-bestanden
    • Compatibele standaards
    WMA versie 9
    • Compatibele samplingfrequenties
    HIGH PROFILE 32, 44,1, 48 kHz
    • Compatibele bitrates
    HIGH PROFILE 32-320 (kbps, VBR)
    ● Bestandsnamen
    De enige soort bestanden die kunnen worden herkend als MP3/WMA en die
    kunnen worden afgespeeld, zijn bestanden met de extensie .mp3 of .wma.
    ● ID3- en WMA-tags

    ID3-tags kunnen worden toegevoegd aan MP3-bestanden, waardoor het
    mogelijk wordt de naam van het muziekstuk, de naam van de artiest, enz. op te
    nemen.
    Het systeem is compatibel met ID3 versie 1.0, 1.1, en versie 2.2, 2.3, 2.4 ID3-tags.
    (Het aantal karakters is gebaseerd op ID3 versie 1.0 en 1.1.)
    WMA-tags kunnen worden toegevoegd aan WMA-bestanden, waardoor het
    mogelijk wordt de titel van het muziekstuk en de naam van de artiest op te nemen
    op dezelfde manier als met de ID3-tags.

    368

    RX 450h_EE



  • Page 370

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ● Afspelen van MP3- en WMA-bestanden

    • Als een apparaat met MP3- of WMA-bestanden wordt aangesloten, worden
    alle bestanden in het USB-geheugen gecontroleerd. Als deze controle voltooid is, wordt het eerste MP3- of WMA-bestand afgespeeld. Om de
    bestandscontrole niet langer te laten duren dan nodig is, adviseren wij u geen
    andere bestanden dan MP3- of WMA-bestanden in het USB-geheugen op
    te nemen en geen onnodige mappen te creëren.
    • Wanneer het USB-apparaat is aangesloten en de audiobron is gewijzigd in
    USB-geheugenmodus, begint het USB-apparaat het eerste bestand in de
    eerste map af te spelen. Als hetzelfde apparaat wordt verwijderd en weer
    aangesloten (en de inhoud ervan niet is veranderd), zal het USB-apparaat het
    afspelen hervatten vanaf het punt waar de speler is geëindigd.
    ● Extensies
    Als de bestandsextensies .mp3 en .wma worden gebruikt voor andere bestanden
    dan MP3- en WMA-bestanden, zullen deze bestanden worden overslagen (en
    niet afgespeeld).

    3

    Interieur

    ● Afspelen

    • Om MP3-bestanden met constante geluidskwaliteit af te spelen, adviseren
    wij de opnames te maken met een vaste bitrate van ten minste 128 kbps en
    een samplingfrequentie van 44,1 kHz.
    • Er is een groot aanbod aan gratis software voor het maken van MP3- en
    WMA-bestanden op de markt en afhankelijk van de kwaliteit van deze software kunnen een slechte geluidsweergave of storingen bij het begin van de
    weergave het resultaat zijn. In sommige gevallen kunnen de bestanden zelfs
    helemaal niet worden weergegeven.
    • Microsoft, Windows en Windows Media zijn geregistreerde handelsmerken
    van Microsoft Corporation in de VS en andere landen.
    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Het aansluiten en bedienen van uw USB-geheugen mag niet plaatsvinden tijdens
    het rijden.

    369

    RX 450h_EE



  • Page 371

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    OPMERKING
    ■ Als de armsteun niet volledig kan worden gesloten

    Afhankelijk van de vorm en het formaat van het USB-geheugen dat op het systeem
    is aangesloten, is het mogelijk dat de armsteun niet goed kan worden gesloten. Probeer in dat geval niet de armsteun met kracht te sluiten; het USB-geheugen of de
    aansluiting kan dan beschadigd raken.
    ■ Voorkomen van beschadiging van USB-geheugens
    ● Laat uw USB-geheugen niet achter in de auto. De temperatuur in de auto kan

    hoog oplopen, waardoor de speler beschadigd kan raken.
    ● Druk niet op het USB-geheugen en oefen geen onnodige druk hierop uit terwijl

    het geheugen is aangesloten, aangezien dit het USB-geheugen of de aansluiting
    ervan kan beschadigen.
    ● Plaats geen vreemde voorwerpen in de opening, aangezien dit het USB-geheu-

    gen of de aansluiting ervan kan beschadigen.

    370

    RX 450h_EE



  • Page 372

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Bluetooth®-audiosysteem
    Met het Bluetooth® -audiosysteem kunt u via draadloze communicatie
    genieten van muziek uit de luidsprekers van de auto, afgespeeld op een
    draagbare digitale audiospeler.
    Dit audiosysteem ondersteunt Bluetooth®, een draadloos communicatiesysteem waarmee muziek op een draagbare speler kan worden afgespeeld zonder dat een kabelverbinding nodig is. Als uw draagbare speler
    Bluetooth® niet ondersteunt, werkt het Bluetooth®-audiosysteem niet.
    Titel

    Bladzijde
    Blz. 376

    Bedienen van een Bluetooth® compatibele draagbare speler

    Blz. 379

    Instellen van een Bluetooth® compatibele draagbare
    speler

    Blz. 381

    Instellen Bluetooth®-audiosysteem

    Blz. 385

    3

    Interieur

    Gebruik van het Bluetooth®-audiosysteem

    ■ Situaties waarin het systeem niet werkt
    ● Als een draagbare speler wordt gebruikt die geen Bluetooth® ondersteunt
    ● Als de draagbare speler is uitgeschakeld
    ● Als de draagbare speler niet is aangemeld
    ● Als de batterij van de draagbare speler bijna leeg is
    ● Als de draagbare speler zich achter de stoel, in het dashboardkastje of opberg-

    vak bevindt
    ● Als de draagbare speler wordt afgedekt door of in contact staat met metaal

    371

    RX 450h_EE



  • Page 373

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Als u de auto verkoopt

    Zorg ervoor dat u het systeem initialiseert, om misbruik van persoonlijke gegevens
    te voorkomen. (→Blz. 416)
    ■ Informatie over Bluetooth®

    Bluetooth is een geregistreerd handelsmerk
    van Bluetooth SIG. Inc.

    ■ Compatibele modellen
    ● Bluetooth®-specificaties:

    Versie 1.1 of hoger (aanbevolen: versie 1.2 of hoger)
    ● Volgende profielen:

    • A2DP (Advanced Audio Distribution Profile) versie 1.0 of hoger (geconformeerd: versie 1.2
    • AVRCP (Audio/Video Remote Control Profile) versie 1.0 of hoger (geconformeerd: versie 1.3)
    Draagbare spelers moeten voldoen aan bovenstaande specificaties om te kunnen
    worden aangesloten op het Bluetooth®-audiosysteem. Maar vergeet niet dat sommige functies beperkt beschikbaar zijn, afhankelijk van het type van de draagbare
    speler.

    372

    RX 450h_EE



  • Page 374

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Verklaring voor het Bluetooth®-audiosysteem

    3

    Interieur
    373

    RX 450h_EE



  • Page 375

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    374

    RX 450h_EE



  • Page 376

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Sluit draagbare spelers niet aan en bedien deze niet.
    ■ Waarschuwing met betrekking tot beïnvloeding van elektronische apparatuur
    ● Uw audiomodule is uitgerust met Bluetooth®-antennes. Mensen met geïmplan-

    teerde pacemakers, CRT-pacemakers of geïmplanteerde hartdefibrillators moeten voldoende afstand bewaren tot de Bluetooth®-antennes. De radiogolven
    kunnen de werking van dergelijke apparatuur beïnvloeden.
    ● Alvorens Bluetooth®-apparaten te gebruiken, moeten gebruikers van medische

    apparatuur anders dan geïmplanteerde pacemakers, CRT-pacemakers en geïmplanteerde hartdefibrillators contact opnemen met de fabrikant of leverancier
    van deze producten om te informeren of radiosignalen invloed uitoefenen op
    deze apparatuur. Radiogolven kunnen onverwachte effecten hebben op de werking van dergelijke medische apparatuur.

    3

    Interieur

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van schade aan draagbare spelers

    Laat draagbare spelers niet in de auto achter. De temperatuur in de auto kan hoog
    oplopen, waardoor de speler beschadigd kan raken.

    375

    RX 450h_EE



  • Page 377

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Gebruik van het Bluetooth®-audiosysteem
    ■ Audio-eenheid
    Display
    Er wordt een bericht, naam,
    nummer, enz. weergegeven.
    Kleine letters en speciale
    karakters kunnen niet worden weergegeven.

    Hiermee kan informatie worden weergegeven die niet in 1
    keer op het display past
    (ingedrukt houden)
    Selecteert items zoals menu
    en nummer
    Draaien: Selecteert een item
    Drukken: Voert het geselecteerde item in
    onderwerp
    Status verbinding
    Bluetooth®
    Als BT niet wordt weergegeven, kan het Bluetooth®audiosysteem niet worden
    gebruikt.

    376

    RX 450h_EE



  • Page 378

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Het Bluetooth®-audiosysteem de eerste keer gebruiken
    Alvorens het Bluetooth®-audiosysteem te gebruiken, moet een draagbare speler met Bluetooth® bij het systeem worden aangemeld. Volg de
    onderstaande procedure om een draagbare speler aan te melden (koppelen):
    STAP 1

    Druk op

    en selecteer BT•A MENU met

    STAP 2

    Selecteer “BT•A Setup” (BT•A instellen) met

    .

    .
    3

    Selecteer “Pair Audio” (audio koppelen) met

    .

    STAP 4

    Selecteer “Record Name” (naam opslaan) met

    Interieur

    STAP 3

    en noem

    de naam die na het piepsignaal geregistreerd moet worden.
    De naam die moet worden opgeslagen, wordt herhaald.
    Selecteer “Confirm” (bevestigen) met
    Er wordt een toegangscode weergegeven.
    STAP 5

    STAP 6

    .

    Voer de toegangscode in de audiospeler in.
    Zie de gebruiksaanwijzing voor de draagbare speler voor meer informatie over de bediening van de speler.

    Als de draagbare speler beschikt over een Bluetooth®-telefoon, kan
    deze tegelijkertijd worden aangemeld.
    STAP 7

    Wanneer “Pair Phone?” (telefoon koppelen?) wordt weergegeven, selecteer dan “Yes” (ja) of “No” (nee) met

    .

    (Bluetooth®-telefoon →Blz. 395)
    377

    RX 450h_EE



  • Page 379

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Menulijst van het Bluetooth®-audiosysteem
    Eerste menu

    Tweede
    menu

    Derde menu

    Bedieningsdetail

    “Pair Audio”
    (audio koppelen)

    Aanmelden van een draagbare
    speler

    “Select Audio”
    (audio selecteren)

    Selecteren van een te gebruiken
    draagbare speler

    “Change Name”
    “BT•A Setup” (naam wijzigen)
    (BT•A instel“List Audios”
    len)
    (audiolijst)

    Wijzigen van de aangemelde
    naam van een draagbare speler
    Lijst met aangemelde draagbare
    spelers weergeven

    “Set Passkey” (toeDe toegangscode wijzigen
    gangscode instellen)

    “Setup”
    (instellingen)

    “System
    Setup”
    (systeeminstallatie)

    “Delete Audio”
    (audio wissen)

    Wissen van een aangemelde
    draagbare speler

    “Guidance Vol”
    (volume gesproken
    aanwijzingen)

    Instellen volume gesproken aanwijzingen

    “Device Name”
    (toestelnaam)

    Weergeven van het adres en de
    naam van het Bluetooth®-toestel

    “Initialize”
    (initialiseren)

    Systeeminitialisatie

    ■ Handelingen die niet tijdens het rijden kunnen worden uitgevoerd
    ● Bedienen van het systeem met
    ● Een draagbare speler in het systeem aanmelden
    ■ De toegangscode wijzigen

    →Blz. 384
    378

    RX 450h_EE



  • Page 380

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Bedienen van een draagbare speler met Bluetooth®

    Toets Afspelen/Pauze
    Toetsen selectie album

    3
    Knop BT•A-menu

    Interieur

    Knop PWR⋅VOL
    AAN/UIT Volume

    Toets TEXT
    Toets Afspelen
    Toets Herhalen

    Toets Afspelen in willekeurige volgorde
    Toets Selectie muziekstuk

    Selecteren van een album
    Druk om het gewenste album te selecteren op

    of

    .

    Muziekstukken selecteren
    Druk op > of < van
    teren.

    om het gewenste muziekstuk te selec-

    379

    RX 450h_EE



  • Page 381

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Muziekstukken afspelen en afspelen tijdelijk onderbreken
    Druk op
    om een muziekstuk af te spelen of om het afspelen tijdelijk te onderbreken.
    Versneld vooruit-/terugspoelen van muziekstukken
    Houd om versneld vooruit of terug te spoelen > of < van de toets
    ingedrukt totdat een pieptoon hoorbaar is.
    Afspelen in willekeurige volgorde
    Druk op

    .

    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    Herhalen
    Druk op

    .

    Druk nogmaals op

    om te annuleren.

    Overschakelen naar een andere weergave
    Druk op

    .

    Iedere keer wanneer er op de toets gedrukt wordt, wijzigt de weergave op
    het display in de volgorde: verstreken tijd → titel album → titel muziekstuk
    → naam artiest
    ■ Functies Bluetooth®-audiosysteem

    Afhankelijk van de draagbare speler die op het systeem is aangesloten, zijn
    bepaalde functies mogelijk niet beschikbaar.
    ■ Display

    →Blz. 346
    ■ Foutmeldingen

    “Memory Error” (geheugenfout): dit duidt op een probleem in het systeem.
    380

    RX 450h_EE



  • Page 382

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Instellen van een Bluetooth® compatibele draagbare speler
    Door een draagbare audiospeler te registreren in het Bluetooth®-audiosysteem kan het systeem werken. Voor aangemelde draagbare spelers
    kunnen de volgende functies worden gebruikt:

    ■ Functies en bedieningsprocedures
    Volg de onderstaande stappen om het menu voor elke functie te openen.
    STAP 1

    Druk op

    om BT•A MENU te selecteren of druk op de

    toets gesprek aannemen en selecteer “Setup” (instellen) met
    3

    .
    Selecteer “BT•A Setup” (BT•A instellen) met

    .

    STAP 3

    Selecteer een van de onderstaande mogelijkheden met

    Interieur

    STAP 2

    :
    ● Aanmelden van een draagbare speler
    “Pair Audio” (audio koppelen)
    ● Selecteren van een te gebruiken draagbare speler
    “Select Audio” (audio selecteren)
    ● Wijzigen van de aangemelde naam van een draagbare speler
    “Change Name” (naam wijzigen)
    ● Lijst met aangemelde draagbare spelers weergeven
    “List Audios” (audiolijst)
    ● Wijzigen van toegangscode
    “Set Passkey” (toegangscode instellen)
    ● Wissen van een aangemelde draagbare speler
    “Delete Audio” (audio wissen)
    381

    RX 450h_EE



  • Page 383

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Aanmelden van een draagbare speler

    Selecteer “Pair Audio” (audio koppelen) met

    en voer de proce-

    dure voor het registreren van een draagbare speler uit. (→Blz. 377)
    Selecteren van een te gebruiken draagbare speler

    STAP 1

    Selecteer “Select Audio” (audio selecteren) met

    .

    STAP 2

    Selecteer de te gebruiken draagbare speler met

    .

    STAP 3

    Selecteer “From Car” (van auto) of “From Audio” (van audio) met
    .
    Als “From Car” (van auto) wordt geselecteerd, wordt de draagbare
    speler automatisch verbonden als het contact in stand ACC of AAN
    wordt gezet.

    382

    RX 450h_EE



  • Page 384

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Wijzigen van de aangemelde naam van een draagbare speler

    STAP 1

    Selecteer “Change Name” (naam wijzigen) met

    STAP 2

    Selecteer de naam van de gewenste draagbare speler die gewijzigd moet worden met

    STAP 3

    .

    .

    Selecteer “Record Name” (naam opslaan) met

    en noem

    na het piepsignaal de nieuwe naam.
    De naam die moet worden opgeslagen, wordt herhaald.
    Selecteer “Confirm” (bevestigen) met

    Interieur

    STAP 4

    3

    .

    Lijst met aangemelde draagbare spelers weergeven

    Selecteer “List Audios” (lijst audio) met

    . De lijst met aangemelde

    draagbare spelers wordt genoemd.
    Als alle gegevens zijn opgenoemd of opgesomd, gaat het systeem terug
    naar “BT•A Setup” (BT•A instellen).

    383

    RX 450h_EE



  • Page 385

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    De toegangscode wijzigen
    STAP 1

    Selecteer “Set Passkey” (toegangscode instellen) met

    STAP 2

    Selecteer een 4 tot 8-cijferig getal met

    .

    .

    De code moet cijfer voor cijfer worden ingevoerd.
    STAP 3

    Druk nogmaals op

    wanneer de gehele toegangscode is

    ingevoerd.
    Als de code die moet worden opgeslagen 8 cijfers heeft, hoeft de knop
    niet te worden ingedrukt.

    Wissen van een aangemelde draagbare speler
    STAP 1

    Selecteer “Delete Audio” (audio verwijderen) met

    STAP 2

    Selecteer de gewenste draagbare speler die verwijderd moet
    worden met

    .

    .

    Als de te wissen draagbare speler is gekoppeld als een Bluetooth®-telefoon, kan de aanmelding van de mobiele telefoon tegelijkertijd worden
    gewist.
    STAP 3

    Wanneer “Del Phone?” (telefoon verwijderen?) wordt weergegeven, selecteer dan “Yes” (ja) of “No” (nee) met
    (Bluetooth®-telefoon →Blz. 395)

    ■ Het aantal draagbare spelers dat kan worden aangemeld

    Er kunnen maximaal 2 draagbare spelers in het systeem worden aangemeld.
    384

    RX 450h_EE

    .



  • Page 386

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Instellen Bluetooth®-audiosysteem
    ■ Systeeminstellingen en bedieningsprocedures
    Volg de onderstaande stappen om het menu voor elke instelling te
    openen.
    STAP 1

    Druk op

    om BT•A MENU te selecteren of druk op de

    toets gesprek aannemen en selecteer “Setup” (instellen) met
    .

    Selecteer “System Setup” (systeeminstelling) met

    STAP 3

    Selecteer een van de onderstaande mogelijkheden met

    3

    .

    Interieur

    STAP 2

    :
    ● Instellen van volume gesproken aanwijzingen
    “Guidance Vol” (volume gesproken aanwijzingen) (→Blz. 415)
    ● Het adres en de naam van het Bluetooth®-toestel weergeven
    “Device Name” (toestelnaam) (→Blz. 415)
    ● Systeeminitialisatie
    “Initialize” (initialiseren) (→Blz. 416)

    385

    RX 450h_EE



  • Page 387

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Optimaal gebruikmaken van het audiosysteem
    Weergeven van de huidige
    functie
    Wijzigen van de volgende
    instellingen:
    • Geluidskwaliteit en balans
    →Blz. 386
    Voor een optimaal geluid kunnen de geluidskwaliteit en
    balans worden gewijzigd.

    • Automatische geluidsregeling aan/uit
    →Blz. 387
    Regelen van de geluidskwaliteit en de balans
    ■ Wijzigen van geluidskwaliteitsinstellingen
    Druk op

    .

    Wanneer de toets wordt ingedrukt, wijzigen de geluidsinstellingen in
    de onderstaande volgorde.
    BAS→MID→TRE→FAD→BAL→ASL

    386

    RX 450h_EE



  • Page 388

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Regelen van geluidskwaliteit
    Door aan

    te draaien, kunt u het niveau instellen.

    Weergave
    op display

    Instelling
    geluidskwaliteit

    Niveau

    BAS

    Lage tonen*

    -5 - 5

    MID

    Middentonen*

    -5 - 5

    TRE

    Hoge tonen*

    -5 - 5

    Balans voor/
    achter

    BAL

    Balans
    links/rechts

    Draai
    rechtsom

    Laag

    Hoog
    3

    F7 - R7

    Verhogen
    volume
    achter

    Verhogen
    volume voor

    L7 - R7

    Verhogen
    volume links

    Verhogen
    volume
    rechts

    Interieur

    FAD

    Draai linksom

    *: De geluidskwaliteit kan voor elke audioweergave afzonderlijk worden ingesteld.

    In-/uitschakelen van de automatische geluidsregeling (ASL)

    Door
    door

    rechtsom te draaien wordt de ASL-functie ingeschakeld,
    linksom te draaien wordt de ASL-functie uitgeschakeld.

    ASL regelt automatisch het volume en de hoge en lage tonen op basis van
    het geluidsniveau in de auto tijdens het rijden.

    387

    RX 450h_EE



  • Page 389

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Gebruik van de AUX-aansluiting
    Deze aansluiting kan worden gebruikt om via de luidsprekers in de auto
    naar een extern audioapparaat te luisteren.
    STAP 1

    Trek de hendel omhoog om de
    vergrendeling te ontgrendelen
    en til de armsteun omhoog.

    STAP 2

    Open het afdekkapje en sluit uw
    externe audioapparaat aan.

    AUX-aansluiting
    STAP 3

    Druk op

    .

    ■ Bedienen van externe audioapparaten die aangesloten zijn op het audiosysteem

    Het volume kan worden geregeld met behulp van de volumeregelaar van het
    audiosysteem van de auto. Alle overige functies moeten op het externe audioapparaat zelf worden geregeld.
    ■ Bij het gebruik van een extern audioapparaat aangesloten op de accessoireaan-

    sluiting
    Tijdens het afspelen kan ruis hoorbaar zijn. Gebruik de voedingsbron van het
    externe audioapparaat.

    388

    RX 450h_EE



  • Page 390

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Sluit draagbare audioapparaten niet aan en bedien deze niet.

    OPMERKING
    ■ Als de armsteun niet volledig kan worden gesloten

    Afhankelijk van de vorm en het formaat van het draagbare audioapparaat dat op
    het systeem is aangesloten, is het mogelijk dat de armsteun niet goed kan worden
    gesloten. Probeer in dat geval niet de armsteun met kracht te sluiten; het draagbare
    audioapparaat of de aansluiting kan dan beschadigd raken.
    ■ Voorkomen van schade aan draagbare audioapparaten

    3

    ● Laat draagbare audioapparaten niet in de auto achter. De temperatuur in de auto

    Interieur

    kan hoog oplopen, waardoor de speler beschadigd kan raken.
    ● Druk niet op het draagbare audioapparaat en oefen geen onnodige druk erop uit

    terwijl het apparaat is aangesloten, aangezien dit het apparaat of de aansluiting
    ervan kan beschadigen.
    ● Steek geen vreemde voorwerpen in de aansluiting, aangezien dit het draagbare

    audioapparaat of de aansluiting ervan kan beschadigen.

    389

    RX 450h_EE



  • Page 391

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Gebruik van de audiotoetsen op het stuurwiel
    Sommige functies van het audiosysteem kunnen worden bediend met
    behulp van schakelaars op het stuurwiel.

    Inschakelen, selecteren van
    de audiobron
    Verhogen/verlagen van het
    volume
    Radiomodus: Selecteren van
    een radiozender
    CD-modus:Selecteren van
    muziekstukken, bestanden
    (MP3 en WMA) en CD's
    Bluetooth®-audiomodus:
    Selecteren van een muziekstuk en album
    iPod-modus: Selecteren van
    een muziekstuk
    USB-geheugenmodus:
    Selecteren van een bestand
    en map

    Inschakelen
    Druk op

    wanneer het audiosysteem is uitgeschakeld.

    Houd de toets ingedrukt tot u een pieptoon hoort om het audiosysteem uit te
    schakelen.

    390

    RX 450h_EE



  • Page 392

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Selecteren van de audiobron
    Druk op
    als het audiosysteem AAN is. De audiobron wijzigt in
    onderstaande volgorde, elke keer als de toets wordt ingedrukt. Als er
    geen discs in de speler zijn geplaatst, wordt deze modus overgeslagen.
    FM1→FM2→FM3→CD-speler→Bluetooth®-audio→AUX→
    iPod of USB-geheugen→MW→FM1
    Regelen van het volume

    Druk op + van

    om het volume te verhogen en op - om het volume
    3

    te verlagen.

    Interieur

    Houd de toets ingedrukt om de geluidssterkte verder te verhogen of verlagen.

    Selecteren van een radiozender
    STAP 1

    Druk op de toets

    STAP 2

    Druk op ∧ of ∨ van

    om de radio in te schakelen.
    om een radiozender te selecteren.

    Houd ∧ of ∨ van de toets ingedrukt totdat u een piepsignaal hoort om
    te zoeken naar de zenders die ontvangen kunnen worden.

    Selecteren van een bestand of muziekstuk
    STAP 1

    Druk op
    om de CD-modus, Bluetooth®-audiomodus,
    iPod- of USB-geheugenmodus te selecteren.

    STAP 2

    Druk op ∧ of ∨ van toets

    om het gewenste bestand of

    muziekstuk te selecteren.
    391

    RX 450h_EE



  • Page 393

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Selecteren van een album
    om Bluetooth ®-audio in te schakelen.

    STAP 1

    Druk op

    STAP 2

    Houd ∧ of ∨ van

    ingedrukt totdat u een pieptoon hoort.

    Selecteren van een map
    STAP 1

    Druk op

    om USB-geheugen te selecteren.

    STAP 2

    Houd ∧ of ∨ van

    ingedrukt totdat u een pieptoon hoort.

    Selecteren van een disc in de CD-speler
    STAP 1

    Druk op de toets

    STAP 2

    Houd ∧ of ∨ van

    om de CD-speler te selecteren.
    ingedrukt totdat u een pieptoon hoort.

    ■ Automatische zenderkeuze annuleren

    Druk opnieuw op

    .

    WAARSCHUWING
    ■ Beperk de kans op ongevallen

    Neem bij het bedienen van de toetsen op het stuurwiel de nodige voorzichtigheid
    in acht.

    392

    RX 450h_EE



  • Page 394

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Handsfree-systeem voor een mobiele telefoon
    Het handsfree-systeem is een functie waarmee u uw mobiele telefoon kunt
    gebruiken zonder deze in de hand te nemen.
    Dit systeem ondersteunt Bluetooth® mobiele telefoons. Bluetooth® is een
    draadloos datasysteem waarmee de mobiele telefoon draadloos verbinding kan maken met het handsfree-systeem en gesprekken tot stand kan
    brengen en kan ontvangen.

    ■ Beknopte handleiding handsfree-systeem
    STAP 1 Instellen van een mobiele telefoon. (→Blz. 401)
    STAP 2 Een naam invoeren in het telefoonboek. (Er kunnen maximaal
    20 namen worden opgeslagen.) (→Blz. 417)
    STAP 3 Kiezen door invoeren van een naam. (→Blz. 406)
    Titel

    3

    Bladzijde
    Blz. 401

    Bellen
    ■Bellen
    • Bellen via een opgeslagen naam
    • Bellen via snelkiesnummers
    • Opnieuw bellen van een nummer
    • Terugbellen
    ■Een telefoongesprek ontvangen
    • Een gesprek tot stand brengen
    • Een gesprek weigeren
    ■Een gesprek doorsturen
    ■Gebruik van de oproepgeschiedenis
    • Bellen
    • Opslaan van gegevens in het telefoonboek
    • Wissen

    Blz. 405

    Interieur

    Gebruik van het handsfree-systeem
    ■Het handsfree-systeem de eerste keer
    gebruiken

    393

    RX 450h_EE



  • Page 395

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Titel

    Bladzijde

    Instellen van een mobiele telefoon
    ■Functies en bedieningsprocedures

    Blz. 409

    Beveiliging en systeeminstelling
    ■Beveiligingsinstellingen en bedieningsprocedures
    ■Systeeminstellingen en bedieningsprocedures

    Blz. 413

    Gebruik van het telefoonboek
    ■Een nieuw telefoonnummer toevoegen
    ■Wijzigen van een opgeslagen naam in het
    telefoonboek
    ■Weergeven van opgeslagen gegevens
    ■Instellen van snelkiesnummers
    ■Wissen van opgeslagen gegevens
    ■Wissen van snelkiesnummers

    Blz. 417

    ■ Situaties waarin het systeem niet werkt
    ● Als er een telefoon gebruikt wordt die Bluetooth® niet ondersteunt
    ● Als de mobiele telefoon uitgeschakeld is
    ● Als u buiten het bereik van het systeem komt
    ● Als de mobiele telefoon niet aangemeld is
    ● Als de batterij van de mobiele telefoon bijna leeg is
    ● Als de mobiele telefoon zich achter de stoel, in het dashboardkastje of in het

    opbergvak in de middenconsole bevindt
    ● Als de telefoon contact maakt met of bedekt is door metaal

    394

    RX 450h_EE



  • Page 396

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Bij het gebruik van het handsfree-systeem
    ● Het audiosysteem en de gesproken aanwijzingen worden onderdrukt tijdens

    het gesprek.
    ● Indien beide partijen tegelijkertijd spreken, is dit mogelijk moeilijk te verstaan.
    ● Als het volume van het inkomende gesprek overmatig hoog is, kan mogelijk een

    echo worden waargenomen.
    ● Probeer zo veel mogelijk in de microfoon te spreken.
    ● In de volgende omstandigheden kan het moeilijk zijn om de gesprekspartner te

    verstaan:

    • Tijdens het rijden op onverharde wegen
    • Tijdens het rijden met hoge snelheden
    • Als een ruit geopend is
    • Als de airconditioning direct op de microfoon blaast
    • Als de airconditioning te hoog is ingesteld
    ■ Als u de auto verkoopt
    Zorg ervoor dat u het systeem initialiseert, om misbruik van persoonlijke gegevens
    te voorkomen. (→Blz. 416)
    ■ Informatie over Bluetooth®

    3

    Interieur

    Bluetooth is een geregistreerd handelsmerk
    van Bluetooth SIG. Inc.

    ■ Compatibele modellen

    Compatibel met HFP (Hands Free Profile) versie 1.0 of hoger (geconformeerd:
    versie 1.5) en OPP (Object Push Profile) versie 1.1)
    Als uw mobiele telefoon geen HFP ondersteunt, hebt u geen toegang tot de
    Bluetooth®-telefoon. Als uw mobiele telefoon geen OPP ondersteunt, kunt u de
    Bluetooth®-telefoon niet gebruiken.

    395

    RX 450h_EE



  • Page 397

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Verklaring voor het handsfree-systeem

    396

    RX 450h_EE



  • Page 398

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    3

    Interieur
    397

    RX 450h_EE



  • Page 399

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Gebruik de mobiele telefoon niet tijdens het rijden of gebruik de Bluetooth®-functie.
    ■ Waarschuwing met betrekking tot beïnvloeding van elektronische apparatuur
    ● Uw audiomodule is uitgerust met Bluetooth®-antennes. Mensen met geïmplan-

    teerde pacemakers, CRT-pacemakers of geïmplanteerde hartdefibrillators moeten voldoende afstand bewaren tot de Bluetooth®-antennes. De radiogolven
    kunnen de werking van dergelijke apparatuur beïnvloeden.
    ● Alvorens Bluetooth®-apparaten te gebruiken, moeten gebruikers van medische

    apparatuur anders dan geïmplanteerde pacemakers, CRT-pacemakers en geïmplanteerde hartdefibrillators contact opnemen met de fabrikant of leverancier
    van deze producten om te informeren of radiosignalen invloed uitoefenen op
    deze apparatuur. Radiogolven kunnen onverwachte effecten hebben op de werking van dergelijke medische apparatuur.

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van schade aan mobiele telefoons

    Laat mobiele telefoons niet in de auto achter. De temperatuur in de auto kan hoog
    oplopen, waardoor de telefoon beschadigd kan raken.

    398

    RX 450h_EE



  • Page 400

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Gebruik van het handsfree-systeem (voor een mobiele telefoon)

    ■ Audio-eenheid
    Display
    Er wordt een bericht, naam,
    telefoonnummer, enz. weergegeven.
    Kleine letters en speciale
    karakters kunnen niet worden weergegeven.

    Hiermee kan informatie worden weergegeven die niet in 1
    keer op het display past
    (ingedrukt houden)
    Selecteert snelkiesnummers
    Selecteert items zoals menu
    en nummer
    Draaien: Selecteert een item
    Drukken: Voert het geselecteerde item in onderwerp
    Status verbinding
    Bluetooth®

    3

    Interieur

    Als op het display BT niet
    wordt weergegeven, kan het
    handsfree-systeem niet worden gebruikt.

    Ontvangstniveau

    399

    RX 450h_EE



  • Page 401

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Stuurwieltoetsen
    Volume
    Tijdens een binnenkomend
    gesprek: Stelt het beltoonvolume in
    Tijdens een gesprek: Stelt het
    ontvangstvolume in
    Het volume van de gesproken
    aanwijzingen kan niet met deze
    toets worden geregeld.

    Toets gesprek aannemen
    Schakelt het handsfree-systeem in/brengt een gesprek
    tot stand
    Toets gesprek beëindigen
    Schakelt handsfree-systeem
    uit/beëindigt gesprek/weigert inkomend gesprek
    Spraaktoets
    Schakelt het spraakcommandosysteem in (indrukken)/
    schakelt het spraakcommandosysteem uit (ingedrukt
    houden)
    ■ Microfoon

    400

    RX 450h_EE



  • Page 402

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Het handsfree-systeem de eerste keer gebruiken
    Voordat het handsfree-systeem kan worden gebruikt, moet er eerst een
    mobiele telefoon in het systeem worden aangemeld. Het systeem start
    automatisch de functie voor het aanmelden van de telefoon als het systeem wordt gestart terwijl er geen mobiele telefoon is aangemeld. Volg
    de onderstaande procedure om een mobiele telefoon aan te melden
    (koppelen):
    STAP 1

    Druk op de toets gesprek aannemen of de spraaktoets en selecteer “Pair Phone” (telefoon koppelen) met

    .
    3

    STAP 2

    Selecteer “Record Name” (naam opslaan) met

    en noem
    Interieur

    de naam die na het piepsignaal geregistreerd moet worden.
    De naam die moet worden opgeslagen, wordt herhaald.
    STAP 3

    Selecteer “Confirm” (bevestigen) met

    .

    Er wordt een toegangscode weergegeven.
    STAP 4

    Voer de toegangscode in de mobiele telefoon in.
    Zie de gebruiksaanwijzing voor de mobiele telefoon voor meer informatie over de bediening van de telefoon.

    Als de mobiele telefoon beschikt over een Bluetooth®-audiospeler, kan
    deze tegelijkertijd worden aangemeld.
    STAP 5

    Als “Pair Audio?” (audio koppelen?) wordt weergegeven, selecteer dan “Yes” (ja) of “No” (nee) met

    . (Bluetooth®-audio-

    speler →Blz. 372)

    401

    RX 450h_EE



  • Page 403

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Menulijst van het handsfree-systeem
    Eerste menu

    Tweede
    menu

    Derde menu

    Bedieningsdetail

    “Callback”
    (terugbellen)

    -

    -

    Een nummer bellen uit de geschiedenis van inkomende gesprekken

    “Redial”
    (opnieuw
    bellen van
    een nummer)

    -

    -

    Een nummer bellen uit de geschiedenis van uitgaande gesprekken

    “Add Entry”
    (item toevoegen)

    -

    Een nieuw telefoonnummer toevoegen

    “Change
    Name”
    (naam
    wijzigen)

    -

    Wijzigen van een opgeslagen
    naam in het telefoonboek

    “Delete
    Entry” (item
    verwijderen)

    -

    Wissen van opgeslagen gegevens

    “Del Spd
    Dial” (snelkiesnummer
    verwijderen)

    -

    Wissen van snelkiesnummers

    “List Names”
    (namenlijst)

    -

    Weergeven van opgeslagen gegevens

    “Speed Dial”
    (snelkiesnummer)

    -

    Instellen van snelkiesnummers

    “Phonebook”
    (telefoonboek)

    402

    RX 450h_EE



  • Page 404

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Eerste menu

    Tweede
    menu

    “Security”
    (beveiliging)

    Derde menu

    Bedieningsdetail

    “Set PIN”
    (pincode instellen)

    Instellen van een pincode

    “Phbk Lock”
    (telefoonboek
    vergrendelen)

    Vergrendelen van het telefoonboek

    “Phbk Unlock”
    (telefoonboek
    ontgrendelen)

    Ontgrendelen van het telefoonboek

    “Pair Phone”
    (telefoon koppelen)

    Aanmelden van een mobiele telefoon
    3

    “Select Phone”
    Selecteren van een te gebruiken
    (telefoon selecteren) mobiele telefoon
    “Change Name”
    (naam wijzigen)

    Wijzigen van de aangemelde
    naam van een mobiele telefoon

    “List Phones”
    (telefoonlijst)

    Weergeven van een overzicht van
    de aangemelde mobiele telefoons

    Interieur

    “Phone
    “Setup”
    Setup”
    (instellingen)
    (installatie
    telefoon)

    “Set Passkey” (toeDe toegangscode wijzigen
    gangscode instellen)

    “System
    Setup”
    (systeeminstallatie)

    “Delete Phone”
    (telefoon wissen)

    Wissen van een aangemelde
    mobiele telefoon

    “Guidance Vol”
    (volume gesproken
    aanwijzingen)

    Instellen volume gesproken aanwijzingen

    “Device Name”
    (toestelnaam)

    Weergeven van het adres en de
    naam van het Bluetooth®-toestel

    “Initialize”
    (initialiseren)

    Systeeminitialisatie

    403

    RX 450h_EE



  • Page 405

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ■ Automatische volumeregeling

    Als de rijsnelheid 80 km/h of meer bedraagt, wordt het volume automatisch verhoogd. Het volume keert terug naar het niveau van de vorige volume-instelling als
    de rijsnelheid naar 70 km/h of minder daalt.
    ■ Handelingen die niet tijdens het rijden kunnen worden uitgevoerd
    ● Bedienen van het systeem met
    ● Een mobiele telefoon in het systeem aanmelden
    ■ De toegangscode wijzigen

    →Blz. 411

    404

    RX 450h_EE



  • Page 406

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Bellen
    ■ Bellen
    ● Bellen via een opgeslagen naam
    “Dial by name” (bellen via naam)
    ● Bellen via snelkiesnummers
    ● Een nummer bellen dat in de gespreksgeschiedenis met gekozen
    nummers is opgeslagen
    “Redial” (opnieuw bellen van een nummer)
    ● Een nummer bellen dat in de gespreksgeschiedenis met ontvangen oproepen is opgeslagen
    “Call back” (terugbellen)
    ■ Een telefoongesprek ontvangen
    ● Een gesprek tot stand brengen

    3

    Interieur

    ● Een gesprek weigeren
    ■ Een gesprek doorsturen
    ■ Gebruik van de oproepgeschiedenis
    ● Bellen
    ● Opslaan van gegevens in het telefoonboek
    ● Wissen

    405

    RX 450h_EE



  • Page 407

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Bellen door invoeren van een naam
    STAP 1

    Druk op de spraaktoets en noem de opgeslagen naam.
    De gewenste naam of het gewenste nummer wordt weergegeven.

    STAP 2

    Bel via een van de onderstaande methodes:
    a. Druk op de toets gesprek aannemen.
    b. Selecteer “Dial” (bellen) met

    .

    Als de uitgesproken naam in STAP 1 niet kan worden herkend, selecteer dan de gewenste naam met

    .

    Bellen via snelkiesnummers
    STAP 1
    STAP 2
    STAP 3

    Druk op de toets gesprek aannemen.
    Druk op de voorkeuzetoets waaronder het gewenste nummer is
    opgeslagen.
    Druk op de toets gesprek aannemen.

    Een telefoongesprek ontvangen
    ■ Een gesprek tot stand brengen
    Druk op de toets gesprek aannemen.
    ■ Een gesprek weigeren
    Druk op de toets gesprek beëindigen.

    406

    RX 450h_EE



  • Page 408

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Een gesprek doorsturen
    Een telefoongesprek kan tijdens het kiezen, tijdens het ontvangen van
    een telefoongesprek of tijdens een telefoongesprek worden doorgeschakeld van de mobiele telefoon naar het systeem en andersom.
    Gebruik een van de volgende methoden:
    a. Gebruik de mobiele telefoon.
    Zie de gebruiksaanwijzing voor de mobiele telefoon voor meer informatie over de bediening van de telefoon.

    b. Druk op de toets gesprek aannemen*.
    *: Deze handeling kan alleen worden uitgevoerd bij het doorschake-

    len van een telefoongesprek van de mobiele telefoon naar het systeem tijdens een telefoongesprek.

    3

    Interieur

    Gebruik van de oproepgeschiedenis
    Volg de onderstaande procedure om een nummer uit het gespreksgeheugen te gebruiken:
    STAP 1

    Druk op de toets gesprek aannemen en selecteer “Redial”
    (opnieuw bellen van een nummer) (bij gebruik van een nummer
    dat is opgeslagen in de geschiedenis van uitgaande gesprekken)
    of “Call back” (terugbellen) (bij gebruik van een nummer dat is
    opgeslagen in de geschiedenis van inkomende gesprekken) met
    .

    STAP 2

    Selecteer het gewenste nummer met

    .

    407

    RX 450h_EE



  • Page 409

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    De volgende handelingen kunnen worden uitgevoerd:
    Bellen: Druk op de toets gesprek aannemen of selecteer “Dial” (bel-

    STAP 3

    len) met

    .

    Opslaan van het nummer in het telefoonboek: Selecteer “Store”
    (opslaan) en vervolgens “Confirm” (bevestigen) met

    .

    Verwijderen: Selecteer “Delete” (verwijderen) en vervolgens “Confirm” (bevestigen) met

    .

    ■ Oproepgeschiedenis

    Zowel in het geheugen voor uitgaande gesprekken als in het geheugen voor inkomende gesprekken kunnen maximaal 5 nummers worden opgeslagen.
    ■ Tijdens het telefoongesprek
    ● Praat niet op hetzelfde moment als de gesprekspartner.
    ● Houd het volume waarop de stem van uw gesprekspartner wordt weergegeven

    laag. Als het volume te hoog staat, wordt de stemecho sterker.

    408

    RX 450h_EE



  • Page 410

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Instellen van een mobiele telefoon
    Als een mobiele telefoon in het handsfree-systeem is aangemeld, kan het
    systeem worden gebruikt. De volgende functies zijn beschikbaar voor
    geregistreerde mobiele telefoons:

    ■ Functies en bedieningsprocedures
    Volg de onderstaande stappen om het menu voor elke functie te openen.
    STAP 1

    Druk op de toets gesprek aannemen en selecteer “Setup”
    (instellen) met

    .

    Selecteer “Phone Setup” (instellen telefoon) met

    STAP 3

    Selecteer een van de onderstaande mogelijkheden met

    3

    .

    Interieur

    STAP 2

    :
    ● Een mobiele telefoon aanmelden
    “Pair Phone” (telefoon koppelen)
    ● Selecteren van een te gebruiken mobiele telefoon
    “Select Phone” (telefoon selecteren)
    ● Wijzigen van de aangemelde naam van een mobiele telefoon
    “Change Name” (naam wijzigen)
    ● Weergeven van een overzicht van de aangemelde mobiele telefoons
    “List Phones” (telefoonlijst)
    ● Wijzigen van toegangscode
    “Set Passkey” (toegangscode instellen)
    ● Een mobiele telefoon wissen
    “Delete Phone” (telefoon wissen)
    409

    RX 450h_EE



  • Page 411

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Aanmelden van een mobiele telefoon

    Selecteer “Pair Phone” (telefoon koppelen) met

    en voer onder-

    staande procedure uit om een mobiele telefoon te registreren.
    (→Blz. 401)
    Selecteren van een te gebruiken mobiele telefoon

    STAP 1

    Selecteer “Select Phone” (telefoon selecteren) met

    STAP 2

    Selecteer een mobiele telefoon voor gebruik met

    .

    .

    Wijzigen van de aangemelde naam van een mobiele telefoon

    STAP 1

    Selecteer “Change Name” (naam wijzigen) met

    STAP 2

    Selecteer de naam van de mobiele telefoon die u wilt wijzigen
    met

    STAP 3

    .

    Selecteer “Record Name” (naam opslaan) met

    na het piepsignaal de nieuwe naam.
    De naam die moet worden opgeslagen, wordt herhaald.
    STAP 4

    410

    RX 450h_EE

    .

    Selecteer “Confirm” (bevestigen) met

    .

    en noem



  • Page 412

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Weergeven van een overzicht van de aangemelde mobiele telefoons

    Selecteer “List Phones” (telefoonlijst) met

    . De lijst met geregis-

    treerde mobiele telefoons wordt opgenoemd.
    Als alle gegevens zijn opgenoemd, keert het systeem terug naar “Phone
    Setup” (installatie telefoonboek).
    De toegangscode wijzigen

    Selecteer “Set Passkey” (toegangscode instellen) met

    STAP 2

    Selecteer een 4 tot 8-cijferig getal met

    .

    3

    Interieur

    STAP 1

    .

    De code moet cijfer voor cijfer worden ingevoerd.
    STAP 3

    Druk nogmaals op

    wanneer de gehele toegangscode is

    ingevoerd.
    Als de code die moet worden opgeslagen 8 cijfers heeft, hoeft de knop
    niet te worden ingedrukt.

    411

    RX 450h_EE



  • Page 413

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Wissen van een aangemelde mobiele telefoon

    STAP 1

    Selecteer “Delete Phone” (telefoon verwijderen) met

    STAP 2

    Selecteer de mobiele telefoon die u wilt verwijderen met

    .

    .

    Als de te wissen mobiele telefoon is gekoppeld als een Bluetooth®audiospeler, kan de aanmelding van de audiospeler tegelijkertijd worden
    gewist.
    STAP 3

    Wanneer “Del Audio?” (audio verwijderen?) wordt weergegeven,
    selecteer dan “Yes” (ja) of “No” (nee) met

    . (Bluetooth®-

    audiospeler →Blz. 372)
    ■ Het aantal mobiele telefoons dat kan worden aangemeld

    Er kunnen maximaal 6 mobiele telefoons in het systeem worden aangemeld.

    412

    RX 450h_EE



  • Page 414

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Beveiliging en systeeminstelling
    Volg de onderstaande stappen om het menu voor elke instelling te
    openen.
    ■ Beveiligingsinstellingen en bedieningsprocedures
    STAP 1 Druk op de toets gesprek aannemen en selecteer “Setup”
    (instellen) met

    .

    STAP 2

    Selecteer “Security” (beveiliging) met

    .

    STAP 3

    Selecteer een van de onderstaande mogelijkheden met
    3

    :

    Interieur

    ● Instellen of wijzigen van de pincode (Personal Identification
    Number)
    “Set PIN” (pincode instellen)
    ● Vergrendelen van het telefoonboek
    “Phbk Lock” (telefoonboek vergrendelen)
    ● Ontgrendelen van het telefoonboek
    “Phbk Unlock” (telefoonboek ontgrendelen)
    ■ Systeeminstellingen en bedieningsprocedures
    STAP 1 Druk op de toets gesprek aannemen en selecteer “Setup”
    (instellen) met
    STAP 2

    .

    Selecteer “System Setup” (systeeminstelling) met

    .

    413

    RX 450h_EE



  • Page 415

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    STAP 3

    Selecteer een van de onderstaande mogelijkheden met
    :

    ● Instellen van volume gesproken aanwijzingen
    “Guidance Vol” (volume gesproken aanwijzingen)
    ● Het adres en de naam van het Bluetooth®-apparaat weergeven
    “Device Name” (toestelnaam)
    ● Systeeminitialisatie
    “Initialize” (initialiseren)

    Instellen of wijzigen van de pincode
    ■ Instellen van een pincode
    STAP 1

    Selecteer “Set PIN” (pincode instellen) met

    STAP 2

    Voer een pincode in met

    .

    .

    Voer de pincode cijfer voor cijfer in.

    ■ Wijzigen van de pincode
    STAP 1

    Selecteer “Set PIN” (pincode instellen) met

    STAP 2

    Voer de geregistreerde pincode in met

    STAP 3

    Voer een nieuwe pincode in met
    Voer de pincode cijfer voor cijfer in.

    414

    RX 450h_EE

    .

    .

    .



  • Page 416

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Vergrendelen of ontgrendelen van het telefoonboek
    STAP 1

    Selecteer “Phbk Lock” (telefoonboek vergrendelen) of “Phbk
    Unlock” (telefoonboek ontgrendelen) met

    STAP 2

    Voer een nieuwe pincode in met
    (bevestigen) met

    .

    en selecteer “Confirm”

    .

    Voer de pincode cijfer voor cijfer in.

    3

    Instellen volume gesproken aanwijzingen
    Interieur

    STAP 1

    Selecteer “Guidance Vol” (volume gesproken aanwijzingen) met
    .

    STAP 2

    Wijzig het volume van de gesproken aanwijzingen.
    Verlagen van het volume: Draai

    Verhogen van het volume: Draai

    naar links.

    naar rechts.

    Weergeven van het Bluetooth®-adres en de naam van het toestel
    STAP 1

    Selecteer “Device Name” (toestelnaam) met

    STAP 2

    Draai

    .

    om het adres en de naam van het Bluetooth®-toe-

    stel weer te geven.
    415

    RX 450h_EE



  • Page 417

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    STAP 3

    Selecteer “Go Back” (terug) met

    om terug te keren naar

    “System Setup” (systeeminstellingen).
    Systeeminitialisatie
    STAP 1

    Selecteer “Initialize” (initialiseren) en vervolgens “Confirm”
    (bevestigen) met

    STAP 2

    .

    Selecteer nogmaals “Confirm” (bevestigen) met

    .

    ■ Initialisatie
    ● U kunt de volgende gegevens in het systeem initialiseren:

    • Telefoonboek
    • Geschiedenis uitgaande en inkomende gesprekken
    • Snelkiesnummers
    • Gegevens van aangemelde mobiele telefoons
    • Beveiligingscode
    • Geregistreerde Bluetooth® compatibele draagbare spelers
    • Toegangscodes voor de mobiele telefoons
    • Toegangscode voor de Bluetooth®-audiospelers
    • Volume van gesproken aanwijzingen
    • Volume van ontvanger
    • Volume van beltoon
    ● Als de initialisatie is uitgevoerd, kunnen de gegevens niet meer worden hersteld.
    ■ Als het telefoonboek vergrendeld is

    De volgende functies kunnen niet worden gebruikt:
    ● Bellen via een opgeslagen naam
    ● Bellen via snelkiesnummers
    ● Een nummer bellen uit de oproepgeschiedenis
    ● Gebruik van het telefoonboek

    416

    RX 450h_EE



  • Page 418

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Gebruik van het telefoonboek
    Volg de onderstaande stappen om het menu voor elke instelling te
    openen.
    STAP 1

    Druk op de toets gesprek aannemen en selecteer “Phonebook” (telefoonboek) met

    STAP 2

    .

    Selecteer een van de onderstaande mogelijkheden met
    :

    ● Toevoegen van een nieuw telefoonnummer
    “Add Entry” (item toevoegen)

    3

    Interieur

    ● Wijzigen van een opgeslagen naam in het telefoonboek
    “Change Name” (naam wijzigen)
    ● Weergeven van opgeslagen gegevens
    “List Names” (namenlijst)
    ● Instellen van snelkiesnummers
    “Speed Dial” (snelkiesnummer)
    ● Wissen van opgeslagen gegevens
    “Delete Entry” (item verwijderen)
    ● Wissen van snelkiesnummers
    “Del Spd Dial” (snelkiesnummer verwijderen)
    Een nieuw telefoonnummer toevoegen
    Gebruik een van de volgende methoden om een nieuw telefoonnummer
    toe te voegen:
    ● Gegevens uit de mobiele telefoon overnemen
    ● Een telefoonnummer invoeren met
    417

    RX 450h_EE



  • Page 419

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    ● Een telefoonnummer selecteren uit het geheugen van uitgaande of
    inkomende gesprekken
    ■ Toevoegen
    STAP 1 Selecteer “Add Entry” (item toevoegen) met

    .

    Gebruik een van de volgende methoden om een telefoonnummer in te voeren:
    Gegevens uit de mobiele telefoon overnemen:
    STAP 2-1 Selecteer “By Phone” (met de telefoon) en vervolgens
    STAP 2

    “Confirm” (bevestigen) met

    .

    STAP 2-2 Als “Transfer” (versturen) op het display wordt weergegeven, kunt u de gegevens uit de mobiele telefoon versturen.
    Raadpleeg de handleiding van de mobiele telefoon voor
    meer informatie over het doorsturen van gegevens.

    STAP 2-3Selecteer de gewenste gegevens met

    Een telefoonnummer invoeren met

    .

    :

    STAP 2-1 Selecteer “Manual Input” (handmatig invoeren) met
    .

    STAP 2-2Voer een telefoonnummer in met
    opnieuw op

    .

    Voer het telefoonnummer cijfer voor cijfer in.
    418

    RX 450h_EE

    en druk



  • Page 420

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    Een telefoonnummer uit de gespreksgeschiedenis met gekozen nummers selecteren:
    STAP 2-1 Selecteer “Call History” (gesprekslijst) met

    .

    STAP 2-2 Selecteer “Outgoing” (uitgaand gesprek) of “Incoming” (inkomend gesprek) met

    .

    STAP 2-3Selecteer de gewenste gegevens met

    .
    3

    STAP 3

    Selecteer “Record Name” (naam opslaan) met

    en zeg na
    Interieur

    de pieptoon de gewenste naam.
    De naam die moet worden opgeslagen, wordt herhaald.
    STAP 4

    Selecteer “Confirm” (bevestigen) met

    .

    STAP 5

    Selecteer nogmaals “Confirm” (bevestigen) met

    .

    Als in STAP 5 “Speed Dial” (snelkiesnummer) wordt geselecteerd in
    plaats van “Confirm” (bevestigen), wordt het nieuw toegevoegde telefoonnummer als snelkiesnummer opgeslagen.

    Wijzigen van een opgeslagen naam in het telefoonboek

    STAP 1

    Selecteer “Change Name” (naam wijzigen) met

    STAP 2

    Selecteer de te wijzigen naam met

    .

    .
    419

    RX 450h_EE



  • Page 421

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    STAP 3

    Selecteer “Record Name” (naam opslaan) met

    en zeg na

    de pieptoon de nieuwe naam.
    De naam die moet worden opgeslagen, wordt herhaald.
    STAP 4

    Selecteer “Confirm” (bevestigen) met

    .

    Weergeven van opgeslagen gegevens

    Selecteer “List names” (namenlijst) met

    . De lijst met opgeslagen

    gegevens wordt genoemd.
    Als alle gegevens zijn opgenoemd, gaat het systeem terug naar “Phonebook” (telefoonboek).
    Als de toets gesprek aannemen wordt ingedrukt terwijl een item wordt
    opgenoemd, wordt dit item geselecteerd, en wordt het opgeslagen telefoonnummer gebeld.
    Instellen van snelkiesnummers

    STAP 1

    Selecteer “Speed Dial” (snelkiesnummer) met

    STAP 2

    Selecteer de gewenste gegevens met

    420

    RX 450h_EE

    .

    .



  • Page 422

    3-2. Gebruik van het audiosysteem

    STAP 3

    Selecteer de gewenste voorkeuzetoets en registreer de gegevens voor snelkeuze volgens een van onderstaande methodes:
    a. Druk op de gewenste voorkeuzetoets en selecteer “Confirm”
    (bevestigen) met

    .

    b. Houd de gewenste voorkeuzetoets ingedrukt.
    Wissen van opgeslagen gegevens

    STAP 1

    Selecteer “Delete Entry” (item verwijderen) met

    .

    STAP 2

    Selecteer de gewenste gegevens die u wilt verwijderen met

    3

    Interieur

    .
    Wissen van snelkiesnummers
    STAP 1

    Selecteer “Del Spd Dial” (snelkiesnummer verwijderen) met
    .

    Druk na de pieptoon op de voorkeuzetoets waaronder het
    gewenste snelkiesnummer is opgeslagen.
    De naam die moet worden verwijderd, wordt genoemd.
    STAP 2

    STAP 3

    Selecteer “Confirm” (bevestigen) met

    .

    ■ Beperking van het aantal cijfers

    Een telefoonnummer met meer dan 24 cijfers kan niet worden opgeslagen.

    421

    RX 450h_EE



  • Page 423

    3-3. Gebruik van de interieurverlichting

    Overzicht interieurverlichting

    Leeslampjes voor (→Blz. 423)
    Interieurverlichting voor (→Blz. 423)
    Verlichting selectiehendel (als het contact in stand ACC of AAN
    staat)
    Leeslampjes achter (→ Blz. 423)
    Interieurverlichting achter
    Instapverlichting
    Dorpelverlichting (indien aanwezig)
    Voetenruimteverlichting
    Instapverlichting spiegelvoet

    422

    RX 450h_EE



  • Page 424

    3-3. Gebruik van de interieurverlichting
    Interieurverlichting en leeslampjes

    Interieurverlichting
    In-/uitschakelen van de verlichting (gekoppeld aan positie portieren).
    Schakelt de verlichting in/uit

    Leeslampjes
    3

    Voor

    Interieur

    In-/uitschakelen van de verlichting

    Achter
    In-/uitschakelen van de verlichting

    423

    RX 450h_EE



  • Page 425

    3-3. Gebruik van de interieurverlichting
    Interieurverlichting en leeslampjes

    ■ Instapverlichting

    De verschillende lampjes in het interieur worden automatisch in- en uitgeschakeld,
    afhankelijk van de stand van het contact, de aanwezigheid van de elektronische
    sleutel, het vergrendeld/ontgrendeld zijn van de portieren en het openen/sluiten
    van de portieren.
    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu

    Als het contact UIT wordt gezet, gaat de verlichting na 20 minuten automatisch uit.
    ● Leeslampjes
    ● Interieurverlichting
    ● Instapverlichting
    ● Dorpelverlichting (indien aanwezig)
    ● Voetenruimteverlichting
    ■ Persoonlijke voorkeursinstellingen

    De instellingen (bijv. de tijd die verstrijkt voordat de verlichting uit gaat) kunnen
    worden gewijzigd.
    (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
    →Blz. 633)

    424

    RX 450h_EE



  • Page 426

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden

    Overzicht van opbergmogelijkheden

    3

    Interieur

    Dashboardkastje
    Extra opbergvakken (indien aanwezig)
    Fleshouders/portiervakken
    Bekerhouders
    Consolevak/muntenhouder
    Opbergvakje onder middenconsole
    WAARSCHUWING
    ■ Zaken die niet in de opbergvakken moeten worden achtergelaten

    Laat geen brillen, aanstekers of spuitbussen in de opbergvakken liggen. Als u dat
    wel doet, kan dat bij hoge temperaturen leiden tot het volgende:
    ● Brillen kunnen vervormen als de temperatuur in de auto te hoog oploopt of bar-

    sten als ze in contact komen met andere voorwerpen.
    ● Aanstekers en spuitbussen kunnen exploderen. Als ze in contact komen met

    andere voorwerpen, kunnen aanstekers vlam vatten en kunnen spuitbussen gas
    gaan lekken, waardoor brand kan ontstaan.
    425

    RX 450h_EE



  • Page 427

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Dashboardkastje

    Dashboardkastje
    Het dashboardkastje kan worden geopend door op de ontgrendelknop
    te drukken en worden vergrendeld en ontgrendeld met de mechanische
    sleutel.
    Openen
    Vergrendelen
    Ontgrendelen

    ■ Hoofdschakelaar elektrisch bedienbare achterklep (auto's met een elektrisch

    bedienbare achterklep)
    In het dashboardkastje bevindt zich de hoofdschakelaar van het openingssysteem
    van de elektrisch bedienbare achterklep. (→Blz. 79)

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Houd het dashboardkastje gesloten. Bij plotseling remmen of uitwijken kan letsel
    ontstaan doordat een inzittende wordt geraakt door het open dashboardkastje of
    door items in het dashboardkastje.

    426

    RX 450h_EE



  • Page 428

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Fleshouders/portiervakken

    Fleshouders/portiervakken
    Voor
    De portiervakken vóór kunnen
    worden geopend en gesloten.

    Achter
    3

    Interieur

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden (voorportiervakken)

    Houd de portiervakken gesloten.
    Anders kunt u in geval van een aanrijding of plotseling sterk afremmen letsel oplopen.
    ■ Voorwerpen die niet in de fleshouders mogen worden geplaatst

    Zet niets anders dan flessen in de fleshouders.
    Andere voorwerpen kunnen bij een aanrijding of sterk afremmen naar buiten worden geslingerd en letsel veroorzaken.

    427

    RX 450h_EE



  • Page 429

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Fleshouders/portiervakken en bekerhouders

    OPMERKING
    ■ Wanneer u een fles in de fleshouder zet

    Draai de dop op de fles voordat u deze in de fleshouder zet. Zet geen geopende
    flessen in de fleshouders. Anders kan tijdens het rijden vloeistof uit de fles komen.

    Bekerhouders
    Voor (middenconsole)
    Druk het deksel naar beneden aan
    de zijde die het verst van de
    bestuurder verwijderd is.

    Voor (instrumentenpaneel)
    Druk de bekerhouder naar beneden en laat deze vervolgens los.

    428

    RX 450h_EE



  • Page 430

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Bekerhouders

    Achter
    STAP 1

    Trek de armsteun naar beneden.

    STAP 2

    Druk de knop op de armsteun in.
    3

    Interieur

    ■ Inzetstuk bekerhouder

    Het inzetstuk kan uit de bekerhouder worden
    verwijderd zodat het kan worden schoongemaakt.

    429

    RX 450h_EE



  • Page 431

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Bekerhouders

    WAARSCHUWING
    ■ Voorwerpen die niet in de bekerhouder mogen worden geplaatst

    Zet niets anders in de bekerhouders dan bekers of blikjes. Dit geldt ook als het deksel van de bekerhouder is gesloten.
    Andere voorwerpen kunnen bij een aanrijding of sterk afremmen naar buiten worden geslingerd en letsel veroorzaken. Dek indien mogelijk warme dranken af om
    verbranding te voorkomen.
    ■ Om brandwonden te voorkomen

    Dek warme dranken af.
    ■ Indien niet in gebruik

    Houd de bekerhouders gesloten.
    Anders kunt u in geval van een aanrijding of plotseling sterk afremmen letsel oplopen.

    430

    RX 450h_EE



  • Page 432

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Consolevak

    Consolevak
    Trek de hendel omhoog om de
    vergrendeling te ontgrendelen en
    til de armsteun omhoog.

    ■ Inzetbak in consolevak

    3

    U kunt de inzetbak naar voren en achteren
    schuiven en verwijderen.

    Interieur

    ■ Opbergruimte consolevak

    Het consolevak is voorzien van verdeelkleppen.

    Verdeelklep B

    Verdeelklep A kan worden verwijderd.
    Verdeelklep A

    De opbergruimte kan worden vergroot door
    de verdeelkleppen te openen.
    Til het lipje omhoog.
    Trek aan verdeelklep B zoals aangegeven
    in de afbeelding.

    431

    RX 450h_EE



  • Page 433

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Consolevak en muntenhouder

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Houd het consolevak gesloten.
    Anders kunt u in geval van een aanrijding of plotseling sterk afremmen letsel oplopen.

    OPMERKING
    ■ Opbergvak

    Breng geen items aan die boven de hoogte van het opbergvak uitsteken. Hierdoor
    kan het deksel niet meer goed worden geopend en gesloten.

    Muntenhouder
    Trek aan de hendel om de armsteun te ontgrendelen en verschuif
    de armsteun.

    432

    RX 450h_EE



  • Page 434

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Extra opbergvak

    Extra opbergvak (indien aanwezig)
    Dak
    Druk het deksel in.
    Dit opbergvak is handig voor het
    tijdelijk opbergen van zonnebrillen
    en vergelijkbare kleine voorwerpen.

    Achterstoel
    Trek de armsteun naar beneden.

    STAP 2

    Trek aan de hendel om de armsteun te ontgrendelen en beweeg
    deze omhoog.

    3

    Interieur

    STAP 1

    433

    RX 450h_EE



  • Page 435

    3-4. Gebruik van de opbergmogelijkheden
    Extra opbergvak en opbergvakje onder middenconsole

    WAARSCHUWING
    ■ Wees voorzichtig tijdens het rijden

    Houd het extra opbergvak tijdens het rijden gesloten.
    Er kunnen voorwerpen naar buiten vallen en letsel veroorzaken bij een ongeval of
    plotseling remmen.

    Opbergvakje onder middenconsole

    WAARSCHUWING
    ■ Voorwerpen die niet in het opbergvakje onder de middenconsole mogen worden

    geplaatst
    Neem bij het plaatsen van voorwerpen in het opbergvakje onder de middenconsole de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Als u dit niet doet, kunnen voorwerpen uit het opbergvakje worden geslingerd bij plotseling remmen of een
    uitwijkmanoeuvre. Daarbij kunnen deze voorwerpen het bedienen van de pedalen
    hinderen of de bestuurder afleiden, wat tot een ongeval kan leiden.
    ● Plaats geen voorwerpen in het opbergvakje die er gemakkelijk uit kunnen schui-

    ven of rollen.
    ● Stapel voorwerpen niet zodanig in het opbergvakje dat ze boven de rand ervan

    uitkomen.
    ● Plaats geen voorwerpen in het opbergvakje die hoger zijn dan de rand ervan.

    434

    RX 450h_EE



  • Page 436

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Zonnekleppen
    Klap de zonneklep omlaag
    om deze in de vooruitgerichte stand te zetten.
    Klap de zonneklep omlaag,
    maak de klep los en draai
    deze naar de zijkant om de
    zonneklep in de zijdelingse
    stand te zetten.
    Om het zijverlengstuk te
    kunnen gebruiken, dient de
    zonneklep in de zijdelingse
    positie te worden geplaatst
    en vervolgens naar achteren
    te worden geschoven.

    3

    Interieur
    435

    RX 450h_EE



  • Page 437

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Make-upspiegel
    Verschuif het klepje om de spiegel te openen.
    De verlichting gaat branden als
    het afdekklepje opzij geschoven
    wordt.

    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu

    Als het contact UIT wordt gezet, gaat de verlichting na 20 minuten automatisch uit.

    OPMERKING
    ■ Indien niet in gebruik

    Houd de make-upspiegel gesloten.

    436

    RX 450h_EE



  • Page 438

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Klok
    De klok kan worden ingesteld door op de toetsen te drukken.

    Zonder navigatiesysteem
    Instellen van de uren
    Instellen van de minuten

    Met navigatiesysteem
    Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem.

    3

    Interieur

    ■ De tijd wordt weergegeven als

    De klok wordt weergegeven als het contact in stand ACC of AAN staat.
    ■ Als de 12V-accu wordt losgekoppeld

    Zal de klok 1:00 aangeven.

    437

    RX 450h_EE



  • Page 439

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Weergave buitentemperatuur
    Het bereik van de temperatuurweergave ligt tussen -40°C en 50°C.

    Zonder navigatiesysteem

    Met navigatiesysteem
    Raadpleeg de handleiding voor het navigatiesysteem.

    ■ Als er geen temperatuur wordt weergegeven

    Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig. Breng uw auto naar een Lexusdealer of erkende reparateur.
    ■ Display

    In de volgende situaties wordt de juiste buitentemperatuur mogelijk niet weergegeven of duurt het langer voordat het display wijzigt:
    ● Wanneer de auto stilstaat of met lage snelheid rijdt (lager dan 25 km/h)
    ● Wanneer de buitentemperatuur plotseling verandert (bijvoorbeeld bij het in- of

    uitrijden van een garage of tunnel)

    438

    RX 450h_EE



  • Page 440

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Regeling verlichting multifunctioneel display∗
    Er zijn vier instellingen mogelijk voor de helderheid van het multifunctionele display.

    Druk de toets DISP herhaaldelijk kort in tot de helderheid van
    het display het gewenste niveau
    heeft.

    3
    ■ Aan de dashboardverlichting gekoppelde regeling van de helderheid

    Interieur

    Als de lichten van de auto branden, wordt de helderheid van het multifunctionele
    display gereduceerd in overeenstemming met de helderheid van de dashboardverlichting. (→Blz. 208)

    ∗: Indien aanwezig
    439

    RX 450h_EE



  • Page 441

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Accessoireaansluitingen
    Op de accessoireaansluitingen kunnen 12V-accessoires worden aangesloten die minder dan 10 A verbruiken.

    In de console
    STAP 1

    Trek de hendel omhoog om de
    vergrendeling te ontgrendelen
    en til de armsteun omhoog.

    STAP 2

    Open het kapje.

    Opbergvakje onder middenconsole
    Open het kapje.

    440

    RX 450h_EE



  • Page 442

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Bagageruimte
    Open het kapje.

    ■ De accessoireaansluiting kan worden gebruikt als

    3

    Het contact in stand ACC of AAN staat.
    Interieur

    OPMERKING
    ■ Om schade aan de accessoireaansluitingen te voorkomen

    Sluit de accessoireaansluiting af met het kapje als de aansluiting niet in gebruik is.
    Vreemde voorwerpen of vloeistoffen die in de accessoireaansluiting terechtkomen,
    kunnen kortsluiting veroorzaken.
    ■ Voorkomen dat de zekering doorbrandt

    Sluit geen accessoires aan die meer dan 10 A aan stroom verbruiken.
    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu

    Gebruik de accessoireaansluiting niet langer dan noodzakelijk is als het hybridesysteem niet ingeschakeld is.

    441

    RX 450h_EE



  • Page 443

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Stuurwielverwarming∗

    De lederen gedeelten links en rechts van het stuurwiel worden door de
    stuurwielverwarming verwarmd.

    In-/uitschakelen van de verwarming
    Wanneer de verwarming wordt
    ingeschakeld, gaat een controlelampje branden.

    ■ De stuurwielverwarming kan worden gebruikt wanneer:

    Het contact AAN staat.
    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu

    De stuurwielverwarming wordt na ongeveer 30 minuten automatisch uitgeschakeld.
    ■ Als het controlelampje niet gaat branden

    Als het controlelampje niet gaat branden wanneer de schakelaar wordt ingedrukt,
    kan er een storing zijn opgetreden in het systeem. Laat de auto controleren door
    een Lexus-dealer of erkende reparateur.

    WAARSCHUWING
    ■ Verbranding

    Wees voorzichtig wanneer iemand uit onderstaande categorieën in contact komt
    met het stuurwiel wanneer de stuurwielverwarming is ingeschakeld:
    ● Baby's, kleine kinderen, oudere personen, zieken en gehandicapten
    ● Personen met een gevoelige huid
    ● Personen die oververmoeid zijn
    ● Personen die alcohol hebben gedronken of personen die rustgevende medicijnen (slaapmiddel, middel tegen verkoudheid, enz.) hebben gebruikt

    ∗: Indien aanwezig
    442

    RX 450h_EE



  • Page 444

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Stoelverwarming en ventilatoren∗
    De stoelverwarming en de stoelventilatoren verwarmen de stoelen en zorgen voor een goede ventilatie door lucht door de stoelen te blazen.

    ■ Stoelverwarming
    Schakelt de stoelverwarming
    in
    Het controlelampje gaat branden.
    Hoe hoger het cijfer, hoe warmer de stoel wordt.

    ■ Stoelverwarming/-ventilatoren

    3

    Interieur

    Schakelt de stoelverwarming
    in
    Het controlelampje gaat branden.
    Hoe hoger het cijfer, hoe warmer de stoel wordt.

    Er wordt lucht door de stoel
    geblazen
    Het controlelampje gaat branden.
    Hoe hoger het cijfer, hoe sterker
    de luchtstroom.

    ■ Bedrijfstoestand

    Het contact staat AAN.
    ■ Indien niet in gebruik

    Zet de knop op 0. Het controlelampje gaat uit.

    ∗: Indien aanwezig
    443

    RX 450h_EE



  • Page 445

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    WAARSCHUWING
    ■ Verbranding
    ● Wees voorzichtig als onderstaande personen op een stoel met stoelverwarming

    plaatsnemen om te voorkomen dat ze zich branden:





    Baby's, kleine kinderen, oudere personen, zieken en gehandicapten
    Personen met een gevoelige huid
    Personen die oververmoeid zijn
    Personen die alcohol hebben gedronken of personen die rustgevende medicijnen (slaapmiddel, middel tegen verkoudheid, enz.) hebben gebruikt
    ● Bedek de stoel niet als de stoelverwarming in gebruik is.
    Als de stoelverwarming in gebruik is en de stoel bedekt is met een deken of kussen, kan de temperatuur van de stoel te hoog oplopen, waardoor oververhitting
    kan ontstaan.

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van schade aan de stoelverwarming/-ventilatoren

    Plaats geen zware voorwerpen met een ongelijkmatig oppervlak op de stoel en leg
    geen scherpe voorwerpen (naalden, punaises, enz.) op de stoel.
    ■ Voorkomen van ontlading van de 12V-accu

    Laat het systeem niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als het hybridesysteem is uitgeschakeld.

    444

    RX 450h_EE



  • Page 446

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Armsteun
    Trek de armsteun naar beneden
    om hem te kunnen gebruiken.

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van beschadiging van de armsteun

    3

    Plaats geen al te zware last op de armsteun.
    Interieur
    445

    RX 450h_EE



  • Page 447

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Kledinghaakjes
    Druk het kledinghaakje in om
    het te gebruiken.

    WAARSCHUWING
    ■ Zaken die niet aan het kledinghaakje mogen worden gehangen

    Hang geen kleerhanger, hard voorwerp of voorwerp met scherpe punten aan het
    kledinghaakje. Als de curtain airbags geactiveerd worden, kunnen deze voorwerpen projectielen worden en ernstig letsel veroorzaken.

    446

    RX 450h_EE



  • Page 448

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Handgrepen
    Een handgreep aan het dak kan ter ondersteuning van uw lichaam worden
    gebruikt wanneer u zit.

    3

    WAARSCHUWING
    Interieur

    ■ Handgreep

    Gebruik de handgreep niet bij het in- of uitstappen of bij het opstaan vanaf uw zitplaats.

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van beschadiging van de handgreep

    Hang geen zware voorwerpen aan de handgreep en belast de greep niet overmatig.

    447

    RX 450h_EE



  • Page 449

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Vloermat
    Gebruik alleen vloermatten die speciaal zijn ontworpen voor auto's van
    hetzelfde model en modeljaar als uw auto. Bevestig ze op de juiste wijze op
    de vloerbedekking.
    STAP 1

    Steek de klemhaken (clips) in de
    ringen in de vloermat.

    STAP 2

    Draai het bovenste hendeltje
    van de klemhaken (clips) om de
    vloermatten te bevestigen.

    *

    *: Breng de merktekens Δ altijd in
    lijn.

    De vorm van de klemhaken (clips) wijkt mogelijk af van wat is aangegeven in
    de afbeelding.

    448

    RX 450h_EE



  • Page 450

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    WAARSCHUWING
    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
    Als u dat niet doet, kan de vloermat van de bestuurder gaan schuiven, wat de bediening van de pedalen tijdens het rijden kan hinderen. Hierdoor kan de snelheid plotseling toenemen of kan mogelijk niet geremd worden, wat kan leiden tot een (ernstig)
    ongeval.
    ■ Wanneer u de vloermat van de bestuurder plaatst
    ● Gebruik geen vloermatten die zijn ontworpen voor auto's van een ander model

    en/of modeljaar, zelfs niet als het gaat om originele Lexus-vloermatten.
    ● Gebruik alleen vloermatten die zijn ontworpen voor de bestuurdersstoel.
    ● Zet de vloermat altijd vast met behulp van de meegeleverde haken (clips).
    ● Leg nooit twee of meer vloermatten boven op elkaar.

    3

    ● Bevestig de vloermat niet met de onderzijde naar boven of in de verkeerde rich-

    Interieur

    ting.
    ■ Voordat u gaat rijden
    ● Controleer of de vloermat stevig op de

    juiste plaats is bevestigd met alle meegeleverde klemhaken (clips). Voer deze controle altijd uit nadat de vloer van de auto is
    gereinigd.
    ● Zet het hybridesysteem UIT en de selectie-

    hendel in stand P en trap elk pedaal helemaal in, om er zeker van te zijn dat de
    vloermat de bediening van de pedalen niet
    hindert.

    449

    RX 450h_EE



  • Page 451

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Voorzieningen in de bagageruimte
    ■ Bagagehaken
    Klap de haak omlaag om hem te
    gebruiken.
    In de bagageruimte zijn haken
    aanwezig waaraan de bagage
    kan worden vastgezet.

    ■ Extra opbergvakken
    Trek de lus omhoog om de
    afdekplaat op te tillen.

    450

    RX 450h_EE



  • Page 452

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    ■ Bagageafdekking (indien aanwezig)
    Druk hier van bovenaf op totdat
    STAP 1
    de klauwen aan beiden zijden
    vergrendelen.

    3

    Trek de afdekking uit de houder
    en bevestig hem aan de haakjes.

    Interieur

    STAP 2

    Verwijderen van de bagageafdekking
    Voorzijde bagageafdekking
    Druk op de knoppen om de bagageafdekking te verwijderen.

    451

    RX 450h_EE



  • Page 453

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    Bagageafdekking achter
    STAP 1

    Maak de clips aan de buitenzijde
    van de bagageafdekking achter
    los van de achterklep.

    STAP 2

    Maak de clips aan de binnenzijde
    van de bagageafdekking achter
    los van de achterklep.

    ■ Plaatsen van de bagageafdekking achter
    ● Zorg ervoor dat de bagageafdekking zich in de juiste positie voor het plaatsen

    bevindt.
    Druk de clips van de bagageafdekking achter in de uitsparingen van de achterklep tot ze zijn vastgeklikt.
    ● Controleer of de bagageafdekking achter goed is bevestigd.

    452

    RX 450h_EE



  • Page 454

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    WAARSCHUWING
    ■ Als de bagagehaken niet in gebruik zijn

    Om letsel te voorkomen, dienen de bagagehaken altijd in de opbergpositie te worden teruggezet.

    3

    Interieur
    453

    RX 450h_EE



  • Page 455

    3-5. Overige voorzieningen in het interieur

    454

    RX 450h_EE



  • Page 456

    Onderhoud en verzorging

    4
    4-1. Onderhoud en verzorging
    Reiniging en bescherming
    van het exterieur ................. 456
    Schoonmaken en beschermen
    van het interieur................... 459
    4-2. Onderhoud
    Onderhoud en reparatie ..... 462
    4-3. Zelf onderhoud en controles
    uitvoeren
    Voorzorgsmaatregelen bij het
    zelf uitvoeren van onderhoud
    en controles .......................... 465
    Motorkap ................................. 468
    Plaatsen van de krik .............. 469
    Motorruimte............................. 471
    12V-accu.................................. 480
    Banden ...................................... 487
    Bandenspanning..................... 499
    Velgen......................................... 501
    Interieurfilter.......................... 503
    Batterij elektronische
    sleutel..................................... 505
    Controleren en vervangen
    van zekeringen.................... 508
    Gloeilampen............................ 526

    455

    RX 450h_EE



  • Page 457

    4-1. Onderhoud en verzorging

    Reiniging en bescherming van het exterieur
    Voer het volgende uit om uw auto te beschermen en in perfecte staat te
    houden:

    ● Spoel de auto van boven naar beneden af met schoon water en
    spoel vuil en stof uit de wielkasten en van de onderkant van de
    auto.
    ● Was de auto met een spons of een zachte doek (bijv. een zeemlap).
    ● Verwijder hardnekkige vlekken met een autowasmiddel en spoel
    grondig af met water.
    ● Veeg overtollig water weg.
    ● Wanneer het water niet meer in druppels op de lak blijft liggen,
    moet de auto opnieuw in de was worden gezet.
    Zet de auto alleen in de was als de carrosserie is afgekoeld.

    ■ Wassen in de wasstraat
    ● Voordat u de wasstraat inrijdt:

    • Klap de spiegels weg.
    • Schakel de elektrisch bedienbare achterklep uit (indien aanwezig).
    ● Sommige borstels in wasstraten kunnen krassen veroorzaken, waardoor de lak
    van uw auto wordt beschadigd.
    ● In bepaalde automatische wasstraten kan de werking van de wasstraat nadelig

    worden beïnvloed door de achterspoiler. Hierdoor kan het gebeuren dat de
    auto niet goed wordt gewassen of de achterspoiler beschadigd raakt.
    ■ Hogedrukreinigers
    ● Zorg ervoor dat de sproeiers van de wasstraat zich zo ver mogelijk bij de ruiten

    en de luchtvering (indien aanwezig) vandaan bevinden.
    ● Controleer voordat u de wasstraat inrijdt of de tankdopklep goed gesloten is.

    456

    RX 450h_EE



  • Page 458

    4-1. Onderhoud en verzorging

    ■ Lichtmetalen velgen
    ● Verwijder vuil onmiddellijk met een neutraal reinigingsmiddel. Gebruik geen

    harde borstels of schuurmiddelen. Gebruik geen sterke of bijtende oplosmiddelen. Gebruik hetzelfde neutrale reinigingsmiddel en dezelfde was als
    gebruikt voor de carrosserie.
    ● Reinig de velgen niet met reinigingsmiddelen als de velgen, bijvoorbeeld na een

    lange rit bij warm weer, nog warm zijn.
    ● Spoel het reinigingsmiddel op de velgen direct na het gebruik af.
    ■ Bumpers

    Gebruik geen schuurmiddelen.

    WAARSCHUWING
    ■ Bij het wassen van de voorruit

    Uit

    Zet de ruitenwisserschakelaar in de stand
    OFF.
    Als de ruitenwisserschakelaar in de stand

    4

    Onderhoud en verzorging

    staat, kunnen de ruitenwissers in de
    volgende gevallen onverwacht in werking
    treden. Hierdoor kunnen uw handen bekneld
    raken en kunt u ernstig letsel oplopen, en
    hierdoor kunnen de ruitenwisserbladen
    beschadigd raken.
    ● Wanneer het bovenste deel van de voorruit waar de regensensor is geplaatst met
    de hand wordt aangeraakt
    ● Wanneer een natte doek of iets dergelijks in de buurt van de regensensor wordt
    gehouden
    ● Als iets tegen de voorruit stoot
    ● Als u het regensensorhuis aanraakt of als iets in aanraking komt met de regensensor
    ■ Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de uitlaatpijp

    Uitlaatgassen zorgen ervoor dat de uitlaatpijp tamelijk heet wordt.
    Raak wanneer u de auto wast de uitlaatpijp niet aan totdat deze voldoende is afgekoeld, aangezien het aanraken van een hete uitlaatpijp brandwonden kan veroorzaken.
    457

    RX 450h_EE



  • Page 459

    4-1. Onderhoud en verzorging

    OPMERKING
    ■ Om aantasting van de lak en corrosie van de carrosserie en onderdelen (licht-

    metalen velgen, enz.) te voorkomen
    ● Was de auto zo spoedig mogelijk:







    Na het rijden in een kustgebied
    Na het rijden over gepekelde wegen
    Als er zich teer of boomsappen op de auto bevinden
    Als er zich dode insecten, insecten- of vogelpoep op de auto bevinden
    Na het rijden in gebieden waar sprake is van veel rook, stof, ijzerdeeltjes of
    chemische stoffen
    • Als de auto erg vuil is geworden van stof of modder
    • Als er brandstof op de lak is gemorst
    ● Laat krassen of steenslagschade onmiddellijk repareren.
    ● Verwijder vuil van de velgen en berg ze op een droge plaats op om te voorkomen

    dat de velgen tijdens de opslag gaan corroderen.
    ■ Schoonmaken van de exterieurverlichting
    ● Was deze met de nodige voorzichtigheid. Gebruik geen organische oplosmid-

    delen en borstel ze ook niet af met een harde borstel.
    Deze kunnen de verlichting beschadigen.
    ● Breng geen was aan op de lenzen.

    Was kan het lampglas beschadigen.
    ■ Voorkomen van beschadiging van de ruitenwisserarm voor

    Trek eerst de ruitenwisserarm aan de bestuurderszijde omhoog en daarna die aan
    de passagierszijde. Begin, als u de ruitenwisserarmen weer in hun oorspronkelijke
    stand terugzet, aan de passagierszijde.
    ■ Wassen in een autowasstraat

    Zet de ruitenwisserschakelaar in stand OFF.
    Als de ruitenwisserschakelaar in de stand
    staat, kunnen de ruitenwissers in
    werking treden waardoor de ruitenwisserbladen beschadigd kunnen raken.

    458

    RX 450h_EE



  • Page 460

    4-1. Onderhoud en verzorging

    Schoonmaken en beschermen van het interieur
    Voer het volgende uit om het interieur van uw auto te beschermen en in
    perfecte staat te houden:

    ■ Beschermen van het interieur
    Verwijder vuil en stof met een stofzuiger. Veeg vuile oppervlakken
    schoon met een in lauw water gedompelde doek.
    ■ Schoonmaken van lederen bekleding
    ● Verwijder vuil en stof met een stofzuiger.
    ● Veeg overtollig vuil en stof weg met een zachte doek en een verdund oplosmiddel.
    Gebruik sop met ongeveer 5% wolwasmiddel.

    ● Verwijder alle sporen van het reinigingsmiddel grondig met een
    schone, vochtige doek.
    ● Veeg daarna het resterende vocht van het leder af met een
    droge, schone doek. Laat de lederen bekleding drogen in een
    geventileerde ruimte in de schaduw.

    4

    Onderhoud en verzorging

    ■ Schoonmaken van vinyl bekleding
    ● Verwijder los vuil met een stofzuiger.
    ● Maak vinyl bekleding schoon met een spons of zachte doek met
    een mild sop.
    ● Laat het sop enkele minuten inwerken. Verwijder het vuil en veeg
    het sop weg met een schone, droge doek.

    459

    RX 450h_EE



  • Page 461

    4-1. Onderhoud en verzorging

    ■ Onderhoud van lederen bekleding

    Om het interieur in een goede conditie te houden, raadt Lexus u aan het twee keer
    per jaar schoon te maken.
    ■ Schoonmaken van de vloerbedekking

    Er zijn verschillende reinigingsmiddelen op schuimbasis in de handel verkrijgbaar.
    Gebruik een spons of een borstel om het schuim op de vloerbedekking aan te
    brengen. Wrijf met elkaar overlappende cirkels. Voeg geen water toe. Het beste
    resultaat wordt verkregen als de vloerbedekking zo droog mogelijk wordt gehouden.
    ■ Veiligheidsgordels

    Maak de veiligheidsgordels schoon met een mild sop, lauw water en een doek of
    spons. Controleer de gordels tijdens het schoonmaken op abnormale slijtage,
    rafels en scheuren.

    WAARSCHUWING
    ■ Water in de auto
    ● Let erop geen vloeistof in de auto te morsen, zoals op de vloer, in de ventilatie-

    openingen van het batterijpakket (tractiebatterij) of in de bagageruimte.
    Anders kunnen het batterijpakket, elektrische onderdelen en dergelijke defect
    raken of vlam vatten.
    ● Voorkom dat onderdelen of de bedrading van het airbagsysteem in het interieur

    nat worden. (→Blz. 143)
    Dit kan een elektrische storing in het airbagsysteem veroorzaken, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
    ■ Reinigen van het interieur (met name het dashboard)

    Gebruik geen autowas of lakcleaner. Het dashboard kan in de voorruit worden
    weerkaatst; hierdoor kan het gezichtsveld van de bestuurder worden belemmerd
    wat een ernstig ongeval tot gevolg kan hebben.

    460

    RX 450h_EE



  • Page 462

    4-1. Onderhoud en verzorging

    OPMERKING
    ■ Reinigingsmiddelen
    ● De volgende reinigingsmiddelen kunnen verkleuring, strepen en beschadigingen

    in het interieur veroorzaken en het is daarom raadzaam deze niet te gebruiken:
    • Delen met uitzondering van de stoelen: Organische reinigingsmiddelen zoals
    (was)benzine, alkalische of zuurhoudende middelen, textielverf of bleekmiddel
    • Stoelen: Zuurhoudende middelen, zoals thinner, wasbenzine of alcohol
    ● Gebruik geen autowas of lakcleaner. Het dashboard of andere gelakte delen van
    het interieur kunnen beschadigd worden.
    ■ Voorkomen van beschadiging van lederen bekleding

    Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om beschadiging en vroegtijdige slijtage van lederen bekleding te voorkomen:
    ● Verwijder stof en vuil onmiddellijk van de bekleding.
    ● Stel de auto niet langdurig bloot aan direct zonlicht. Parkeer uw auto in de scha-

    duw, vooral bij warm weer.

    4

    ● Leg geen vinyl of plastic voorwerpen of artikelen die was bevatten op de bekle-

    Onderhoud en verzorging

    ding, aangezien ze bij hoge temperaturen in het interieur aan het leer vast blijven
    kleven.
    ■ Water op de vloerbedekking

    Was de vloerbedekking van de auto niet met water.
    Water dat in contact komt met elektrische onderdelen onder de vloerbedekking
    kan schade aan de verschillende systemen van de auto, bijvoorbeeld het audiosysteem, veroorzaken. Water kan bovendien roest aan de carrosserie veroorzaken.
    ■ Schoonmaken van de binnenzijde van de achterruit
    ● Gebruik geen ruitenreiniger om de achterruit schoon te maken. Hierdoor kun-

    nen de verwarmingsdraden en antenne beschadigd raken. Veeg de ruit voorzichtig schoon met een doek en lauw water. Veeg de ruit schoon in dezelfde
    richting als de verwarmingsdraden en antenne.
    ● Voorkom beschadiging van de verwarmingsdraden en de antenne.

    461

    RX 450h_EE



  • Page 463

    4-2. Onderhoud

    Onderhoud en reparatie
    Om veilig en economisch te kunnen rijden is het van essentieel belang dat
    uw auto goed verzorgd en onderhouden wordt. Lexus raadt u aan uw auto
    als volgt te onderhouden:

    ■ Periodiek onderhoud
    Laat het onderhoud aan uw auto uitvoeren volgens het onderhoudsschema.
    Zie het Lexus onderhoudsboekje en het Lexus garantieboekje voor het
    onderhoudsschema.

    ■ Zelf onderhoud en controles uitvoeren
    Kan de bestuurder zelf onderhoud en controles uitvoeren?
    Als u een beetje technisch inzicht en wat eenvoudig gereedschap hebt,
    zijn veel onderhoudswerkzaamheden en reparaties zelf uit te voeren.
    Houd er echter rekening mee dat voor bepaalde werkzaamheden speciaal gereedschap en kennis benodigd zijn. Dit soort werkzaamheden
    kunt u beter overlaten aan een Toyota-dealer of erkende reparateur.
    Zelfs als u een ervaren doe-het-zelfmonteur bent, raden wij u aan om
    reparaties en onderhoud door uw Lexus-dealer of erkende reparateur
    uit te laten voeren. Een Lexus-dealer of erkende reparateur houdt de
    onderhoudshistorie van uw Lexus bij, wat handig kan zijn als u ooit werkzaamheden moet laten uitvoeren die onder de garantie vallen. Indien u
    de onderhoudswerkzaamheden door een andere dan een Lexus-dealer
    of erkende reparateur laat uitvoeren, raden wij u aan te vragen of de
    onderhoudshistorie kan worden bijgehouden.

    462

    RX 450h_EE



  • Page 464

    4-2. Onderhoud

    ■ Waar naartoe voor goed onderhoud?

    Om uw auto in de best mogelijke staat te houden, raadt Lexus u aan om alle reparaties en onderhoudswerkzaamheden te laten uitvoeren door een Lexus-dealer of
    erkende reparateur. Laat door de garantie gedekte reparaties en servicewerkzaamheden uitvoeren door een Lexus-dealer of erkende reparateur, die originele
    Lexus-onderdelen gebruikt. Er kunnen ook voordelen aan zitten om niet door de
    garantie gedekte reparaties en servicewerkzaamheden te laten uitvoeren door een
    Lexus-dealer of erkende Lexus reparateur, die u met zijn expertise kan helpen
    eventuele problemen met uw auto op te lossen.
    Een Lexus-dealer of erkende reparateur is gespecialiseerd in Lexus-auto's en voert
    daarom alle onderhoudswerkzaamheden aan uw auto betrouwbaar en tegen zo
    laag mogelijke kosten uit.
    ■ Wanneer moet uw auto worden gerepareerd?

    Wees attent op veranderingen in de prestaties en geluiden en op zichtbare tekenen
    die erop wijzen dat onderhoud noodzakelijk is. Een paar belangrijke aanwijzingen
    zijn:
    ● De motor hapert, pingelt of slaat over
    ● Een merkbaar verlies aan trekkracht
    ● Vreemde motorgeluiden
    ● Sporen van lekkage onder de auto (na gebruik van de airconditioning is waterlekkage echter normaal)
    ● Verandering in het uitlaatgeluid (dit kan wijzen op een zeer gevaarlijk koolmonoxidelek. Rijd met alle ruiten open en laat het uitlaatsysteem onmiddellijk controleren).
    ● Abnormaal zachte banden; ongewoon veel bandengepiep bij het nemen van
    bochten; ongelijkmatige bandenslijtage
    ● De auto trekt naar één kant, terwijl u rechtuitrijdt op een vlakke weg
    ● Vreemde geluiden die kennelijk in verband staan met de bewegingen van de
    wielophanging
    ● Verlies van remkracht; “sponzig” aanvoelend rempedaal; het pedaal kan bijna
    tot op de vloer worden ingetrapt; scheeftrekken van de auto bij remmen
    ● Motortemperatuur voortdurend hoger dan normaal
    Als u een van deze zaken merkt, laat dan uw auto zo snel mogelijk nakijken door
    een Lexus-dealer of erkende reparateur. Mogelijk moet uw auto afgesteld of gerepareerd worden.

    4

    Onderhoud en verzorging
    463

    RX 450h_EE



  • Page 465

    4-2. Onderhoud

    WAARSCHUWING
    ■ Wanneer uw auto niet volgens de voorschriften is onderhouden

    Door onjuist onderhoud kan niet alleen de auto ernstige schade oplopen, maar kan
    ook ernstig letsel worden veroorzaakt.
    ■ Omgaan met de 12V-accu

    12V-accupolen, aansluitingen en bijbehorende onderdelen bevatten lood. Een
    loodvergiftiging kan hersenbeschadiging veroorzaken. Was daarom na werkzaamheden altijd uw handen. (→Blz. 480)

    464

    RX 450h_EE



  • Page 466

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren
    Voorzorgsmaatregelen bij het zelf uitvoeren van onderhoud en controles

    Als u controles en onderhoudswerkzaamheden uitvoert, dient u dit precies
    te doen zoals in dit hoofdstuk wordt beschreven.
    Onderwerp

    Conditie 12V-accu

    (→Blz. 480)

    Benodigdheden
    • Vet
    • Universele sleutel
    (voor de bouten van de accukabels)

    (→Blz. 473)

    • Originele Toyota-motorolie of
    gelijkwaardig
    • Doek of poetspapier
    • Trechter (uitsluitend voor het bijvullen van motorolie)

    (→Blz. 508)

    • Zekering met dezelfde stroomsterkte als de oorspronkelijke
    zekering

    (→Blz. 526)

    • Lamp met hetzelfde nummer en
    vermogen als het oorspronkelijke
    exemplaar
    • Kruiskopschroevendraaier
    • Sleufkopschroevendraaier
    • Sleutel

    Motoroliepeil

    Zekeringen

    Gloeilampen

    4

    Onderhoud en verzorging

    Koelvloeistofniveau motor/vermogensregeleenheid
    (→Blz. 476)

    • Toyota Super Long Life Coolant of
    een gelijkwaardig product. Toyota
    Super Long Life koelvloeistof is
    voorgemixt met 50% koelvloeistof
    en 50% gedestilleerd water.
    • Trechter (uitsluitend voor het bijvullen van koelvloeistof)

    465

    RX 450h_EE



  • Page 467

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Onderwerp

    Benodigdheden

    Radiateur en condensor
    (→Blz. 478)



    Bandenspanning

    (→Blz. 499)

    • Bandenspanningsmeter
    • Compressor

    • Water of ruitensproeiervloeistof
    met antivries (voor gebruik onder
    Ruitensproeiervloeistof(→Blz. 479) winterse omstandigheden)
    • Trechter (uitsluitend voor het bijvullen van ruitensproeiervloeistof)

    WAARSCHUWING
    In de motorruimte bevinden zich onderdelen en vloeistoffen die plotseling kunnen
    bewegen, heet worden of onder elektrische spanning staan. Neem onderstaande
    voorzorgsmaatregelen in acht om ernstig letsel te voorkomen:
    ■ Tijdens werkzaamheden onder de motorkap
    ● Controleer of het controlelampje van de startknop en het controlelampje

    READY beide uit zijn.
    ● Houd handen, kleding en gereedschap uit de buurt van de ventilator en de aan-

    drijfriem.
    ● Raak de motor, de vermogensregeleenheid, de radiateur, het uitlaatspruitstuk,

    enz. niet direct na het rijden aan, aangezien deze onderdelen heet kunnen zijn.
    De olie en andere vloeistoffen kunnen ook heet zijn.
    ● Laat geen brandbare voorwerpen, zoals een stuk papier of een doek, achter in
    de motorruimte.
    ● Niet roken en geen vonken of open vuur bij brandstof. Brandstofdampen zijn licht
    ontvlambaar.
    ● Wees voorzichtig, want remvloeistof is gevaarlijk voor uw handen en ogen en kan
    gelakte oppervlakken beschadigen.
    Als u remvloeistof op uw handen of in uw ogen krijgt, spoel ze dan onmiddellijk
    met schoon water.
    Raadpleeg een arts als u last blijft houden.
    466

    RX 450h_EE



  • Page 468

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    WAARSCHUWING
    ■ Werkzaamheden bij de elektrische koelventilatoren of de radiateur

    Zorg ervoor dat het contact UIT staat.
    Wanneer het contact AAN staat, kunnen de elektrische koelventilatoren automatisch worden ingeschakeld als de airconditioning wordt ingeschakeld en/of als de
    koelvloeistoftemperatuur hoog is. (→Blz. 478)
    ■ Veiligheidsbril

    Draag een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen rondvliegend of vallend materiaal, een straal vloeistof, enz.

    OPMERKING
    ■ Wanneer u het luchtfilter verwijdert

    Rijden zonder luchtfilter kan leiden tot overmatige beschadiging van de motor door
    vuil in de inlaatlucht.
    ■ Als het vloeistofniveau te laag of te hoog is

    4

    Onderhoud en verzorging

    Het is normaal dat het remvloeistofniveau iets lager wordt door slijtage van de remblokken of door een hoog vloeistofniveau in de accumulator.
    Als het reservoir regelmatig moet worden bijgevuld, kan dit duiden op een serieus
    probleem.

    467

    RX 450h_EE



  • Page 469

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Motorkap
    Ontgrendelen van de motorkap vanuit het interieur.
    STAP 1

    Trek de ontgrendelingshendel
    naar u toe.
    De motorkap zal iets omhoog
    springen.

    STAP 2

    Trek de veiligheidshaak omhoog
    en open de motorkap.

    WAARSCHUWING
    ■ Controle voor het rijden

    Controleer of de motorkap goed dicht en vergrendeld is.
    Is dat niet het geval, dan kan de motorkap tijdens het rijden onverwachts opengaan,
    waardoor een ongeval of ernstig letsel kan ontstaan.

    468

    RX 450h_EE



  • Page 470

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Plaatsen van de krik
    Krik de auto uitsluitend op met de garagekrik onder een van de aangegeven kriksteunpunten. Als de auto wordt opgekrikt, terwijl de krik niet
    goed is geplaatst, kan de auto beschadigd raken of van de krik vallen en
    ernstig letsel veroorzaken.

    ■ Voor

    ■ Achter
    4

    Onderhoud en verzorging
    469

    RX 450h_EE



  • Page 471

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    WAARSCHUWING
    ■ Bij het opkrikken van uw auto

    Voorzorgsmaatregelen die u in acht moet nemen ter voorkoming van ernstig letsel:
    ● Gebruik voor het opkrikken van de auto

    een garagekrik zoals aangegeven in de
    afbeelding.

    ● Volg bij het gebruik van een garagekrik altijd de bij de krik geleverde handlei-

    ding.
    ● Gebruik niet de schaarkrik die bij uw auto is geleverd.
    ● Zorg ervoor dat er zich geen lichaamsdelen bevinden onder een auto die alleen

    door een krik wordt ondersteund.
    ● Gebruik altijd een garagekrik en/of speciale bokken op een stevige, horizontale

    ondergrond.
    ● Schakel het hybridesysteem niet in als de auto op een garagekrik staat.
    ● Parkeer de auto op een stevige vlakke ondergrond, activeer de parkeerrem en

    zet de selectiehendel in stand P.
    ● Controleer of de krikkop goed in het kriksteunpunt aangrijpt.

    Als de auto wordt opgekrikt, terwijl de krik niet goed is geplaatst, kan de auto
    beschadigd raken of van de krik vallen.
    ● Krik de auto niet op als er zich nog iemand in de auto bevindt.
    ● Plaats niets op of onder de krik als de auto wordt opgekrikt.
    ● Auto's met elektronisch geregelde luchtvering:

    let erop dat de hoogteregeling en het hybridesysteem zijn uitgezet. Anders kan
    de wagenhoogte plotseling veranderen door de werking van de automatische
    niveauregeling. (→Blz. 268)

    470

    RX 450h_EE



  • Page 472

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Motorruimte

    Koelvloeistofreservoir
    (→Blz. 476)
    Condensor
    (→Blz. 478)
    Radiateur
    (→Blz. 478)
    Elektrische koelventilatoren
    Radiateur koelsysteem
    vermogensregeleenheid
    (→Blz. 478)

    4

    Onderhoud en verzorging

    Sproeierreservoir
    (→Blz. 479)
    Motorolievuldop
    (→Blz. 474)
    Oliepeilstok
    (→Blz. 473)
    Koelvloeistofreservoir vermogensregeleenheid
    (→Blz. 476)
    Zekeringenkasten
    (→Blz. 508)

    471

    RX 450h_EE



  • Page 473

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Afdekkap motorruimte
    ■ Verwijderen afdekkappen motorruimte
    Buitenste

    Voor

    ■ Plaatsen van de clips

    472

    RX 450h_EE



  • Page 474

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    OPMERKING
    ■ Na het plaatsen van een afdekkap motorruimte

    Controleer of de afdekkap goed vastzit in zijn oorspronkelijke positie.

    Motorolie
    Controleer het oliepeil met behulp van de peilstok bij bedrijfswarme,
    afgezette motor.
    ■ Controle van motorolie
    STAP 1 Plaats de auto op een vlakke ondergrond. Wacht, nadat de motor
    op bedrijfstemperatuur is gekomen en het hybridesysteem is uitgeschakeld, minstens 5 minuten om de olie de gelegenheid te
    geven naar het carter terug te stromen.
    Trek de peilstok uit de motor terSTAP 2
    wijl u een doek onder het uiteinde
    houdt.

    STAP 4

    Onderhoud en verzorging

    STAP 3

    4

    Veeg de peilstok met een schone doek af.
    Steek de peilstok helemaal terug in de houder.

    473

    RX 450h_EE



  • Page 475

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    STAP 5

    Trek de peilstok uit de motor en controleer het oliepeil terwijl u
    een doek onder het uiteinde houdt.
    Laag
    Normaal
    Te hoog
    De vorm van de peilstok is afhankelijk van de uitvoering van de auto
    en het motortype.

    Veeg de peilstok met een schone doek af en steek de peilstok
    weer volledig in de motor.
    ■ Motorolie bijvullen
    Als het oliepeil onder het onderste
    merkteken of er net boven ligt,
    moet u olie bijvullen van het type
    zoals hierna is vermeld, of van hetzelfde type als waarmee de motor
    eerder werd gevuld.
    STAP 6

    Controleer welke kwaliteit motorolie wordt voorgeschreven en leg de
    benodigdheden voor het bijvullen klaar.
    Oliesoort
    Oliehoeveelheid
    (Minimaal → maximaal)
    Onderwerp
    STAP 1
    STAP 2
    STAP 3
    474

    RX 450h_EE

    →Blz. 621
    1,5 l (1,6 qt., 1,3 Imp.qt.)
    Schone trechter

    Verwijder de olievuldop.
    Giet beetje voor beetje motorolie in de vulopening en controleer
    ondertussen het oliepeil steeds door middel van de peilstok.
    Plaats de vuldop door deze rechtsom te draaien.



  • Page 476

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    ■ Motorolieverbruik

    Er kan tijdens het rijden een bepaalde hoeveelheid olie worden verbruikt. In de volgende situaties verbruikt de motor mogelijk meer olie en kan het nodig zijn om tussen twee onderhoudsbeurten olie bij te vullen.
    ● Als de motor nog nieuw is, bijvoorbeeld direct na aanschaf van de auto of nadat

    de motor is vervangen
    ● Als een lagere kwaliteit motorolie of motorolie met een verkeerde viscositeit

    wordt gebruikt
    ● Bij het rijden met hoge motortoerentallen, met een zwaar beladen auto, met

    een aanhangwagen of bij veelvuldig optrekken en afremmen
    ● Als de motor langdurig stationair draait, of bij veelvuldig rijden in druk verkeer

    WAARSCHUWING
    ■ Afgewerkte motorolie
    ● Afgewerkte motorolie bevat schadelijke stoffen die huidaandoeningen zoals ont-

    4

    Onderhoud en verzorging

    steking of huidkanker kunnen veroorzaken. Wees daarom voorzichtig en vermijd
    langdurig en herhaaldelijk contact met de huid. Verwijder afgewerkte motorolie
    door goed met water en zeep te wassen.
    ● Voer afgewerkte motorolie en gebruikte oliefilters op een veilige en acceptabele

    manier af. Gooi afgewerkte motorolie en gebruikte oliefilters nooit weg in de
    vuilnisbak, in het riool of zomaar ergens.
    Neem contact op met een Lexus-dealer, een erkende reparateur of een automaterialenzaak voor meer informatie over recycling of afvoeren.
    ● Houd motorolie buiten het bereik van kinderen.

    475

    RX 450h_EE



  • Page 477

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    OPMERKING
    ■ Om ernstige schade aan de motor te voorkomen

    Controleer regelmatig het oliepeil.
    ■ Bij het olie verversen of bijvullen
    ● Let erop dat er geen motorolie op onderdelen van de auto terechtkomt.
    ● Vul nooit te veel olie bij; het oliepeil mag nooit boven het bovenste merkteken

    komen, aangezien de motor dan beschadigd kan raken.
    ● Controleer na het olie verversen altijd het oliepeil met de peilstok.
    ● Controleer of de olievuldop goed is vastgedraaid.

    Koelvloeistof
    Het koelvloeistofniveau is correct als het zich bij koude motor en hybridesysteem tussen de streepjes FULL en LOW bevindt.
    Koelvloeistofreservoir
    Vuldop
    Streepje FULL
    Streepje LOW
    Als het niveau zich op of onder het
    onderste streepje (LOW) bevindt,
    moet koelvloeistof worden bijgevuld tot aan het bovenste streepje
    (FULL). (→Blz. 606)

    476

    RX 450h_EE



  • Page 478

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Koelvloeistofreservoir vermogensregeleenheid
    Vuldop
    Streepje FULL
    Streepje LOW
    Als het niveau zich op of onder het
    onderste streepje (LOW) bevindt,
    moet koelvloeistof worden bijgevuld tot aan het bovenste streepje
    (FULL). (→Blz. 623)

    4

    Onderhoud en verzorging

    ■ Selectie van koelvloeistof

    Gebruik alleen “Toyota Super Long Life Coolant” of een gelijkwaardige hoogwaardige koelvloeistof op basis van ethyleenglycol en organische zuren, zonder silicone,
    amine, nitraat en boraat.
    Toyota Super Long Life Coolant is een mengsel van 50% koelvloeistof en 50%
    gedemineraliseerd water. (Minimumtemperatuur: -35°)
    Neem contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur voor meer informatie over koelvloeistof.
    ■ Als het koelvloeistofniveau korte tijd na het bijvullen weer is gezakt

    Controleer de radiateurs, de slangen, de doppen van de koelvloeistofreservoirs, de
    aftapkraan en de waterpomp.
    Als u geen lekkage kunt vinden, laat dan een Lexus-dealer of erkende reparateur
    de radiateurdop testen en een controle uitvoeren op lekkages in de koelsystemen.

    477

    RX 450h_EE



  • Page 479

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    WAARSCHUWING
    ■ Als de motor en het hybridesysteem warm zijn

    Draai de dop van het koelvloeistofreservoir niet los.
    Als het koelsysteem nog onder druk staat, kan hete koelvloeistof uit de vulopening
    spuiten en brandwonden of ander letsel veroorzaken.

    OPMERKING
    ■ Bij het vullen van koelvloeistof

    Gebruik geen onverdunde antivries of alleen water. Een goede mengverhouding
    van water en antivries zorgt voor een goede smering, corrosiebescherming en
    koeling. Lees altijd de informatie op het etiket van de antivries of koelvloeistof.
    ■ Als er koelvloeistof wordt gemorst bij het vullen

    Verwijder de koelvloeistof met veel water om te voorkomen dat het de lak of
    onderdelen aantast.

    Radiateur en condensor
    Controleer de radiateur en de condensor en verwijder eventueel vuil.
    Als een van bovenstaande onderdelen extreem vuil is of als u niet zeker
    bent van de staat ervan, laat dan uw auto nakijken door een Lexus-dealer
    of erkende reparateur.
    WAARSCHUWING
    ■ Wanneer het hybridesysteem heet is

    Raak om brandwonden te voorkomen de radiateur en de condensor niet aan.

    478

    RX 450h_EE



  • Page 480

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Ruitensproeiervloeistof
    Als een sproeier niet werkt of een
    waarschuwingsmelding
    wordt
    weergegeven op het multi-informatiedisplay, is het sproeierreservoir mogelijk leeg. Vul ruitensproeiervloeistof bij.

    WAARSCHUWING
    ■ Bij het bijvullen van ruitensproeiervloeistof

    Vul geen ruitensproeiervloeistof bij als het hybridesysteem warm is of nog werkt.
    Ruitensproeiervloeistof bevat alcohol en kan vlam vatten als het bijvoorbeeld op
    hete onderdelen van het hybridesysteem wordt gemorst.
    4

    Onderhoud en verzorging

    OPMERKING
    ■ Vul het reservoir uitsluitend met ruitensproeiervloeistof

    Gebruik geen zeepsop of motorantivries in plaats van ruitensproeiervloeistof.
    Wanneer u dit wel doet, kan de lak van uw auto worden aangetast.
    ■ Verdunnen van ruitensproeiervloeistof

    Verdun ruitensproeiervloeistof indien nodig met water.
    Raadpleeg de op het etiket van de ruitensproeiervloeistoffles aangegeven temperaturen voor de juiste mengverhouding.

    479

    RX 450h_EE



  • Page 481

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    12V-accu
    ■ Plaats
    De 12V-accu bevindt zich links
    in de bagageruimte.

    ■ Verwijderen van de afdekkap van de 12V-accu
    Auto's met een compact reservewiel
    Trek de hendel omhoog om het
    STAP 1
    voorste deel van de afdekplaat
    weg te klappen.

    STAP 2

    480

    RX 450h_EE

    Zet de afdekplaat rechtop.



  • Page 482

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    STAP 3

    Trek aan de haak om de spanband uit te rekken.

    STAP 4

    Gebruik de haak om de afdekplaat vast te maken, zoals aangegeven in de afbeelding.

    4

    Verwijder het deksel van het
    reservewiel.

    STAP 6

    Verwijder de clips en verwijder
    dan de afdekplaat van de 12Vaccu.

    Onderhoud en verzorging

    STAP 5

    481

    RX 450h_EE



  • Page 483

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Auto's met een volwaardig reservewiel
    Trek de hendel omhoog om het
    STAP 1
    voorste deel van de afdekplaat
    weg te klappen.

    STAP 2

    Trek aan de haak om de spanband uit te rekken.

    STAP 3

    Gebruik de haak om de afdekplaat vast te maken, zoals aangegeven in de afbeelding.

    482

    RX 450h_EE



  • Page 484

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    STAP 4

    Verwijder de clips en verwijder
    dan de afdekplaat van de 12Vaccu.

    ■ Exterieur
    Controleer de 12V-accu op gecorrodeerde en loszittende klemmen, scheuren en een loszittende bevestigingsbeugel.
    Aansluitingen
    Klembeugel
    4

    Onderhoud en verzorging

    ■ Plaatsen van de afdekkap van de 12V-accu
    Plaats de afdekkap van de 12Vaccu met de clips.

    483

    RX 450h_EE



  • Page 485

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    ■ Waarschuwingssymbolen
    De betekenis van de waarschuwingssymbolen aan de bovenzijde
    van de 12V-accu is als volgt:
    Niet roken, geen open
    vuur, geen vonken

    Accuzuur

    Draag een veiligheidsbril

    Lees de
    gebruiksaanwijzing

    Buiten bereik van
    kinderen houden

    Explosief gas

    ■ Voorzorgsmaatregelen voor het opladen van de accu

    Tijdens het opladen van de 12V-accu ontstaat het licht ontvlambare en explosieve
    waterstof. Houd u daarom voor het opladen aan de volgende voorzorgsmaatregelen:
    ● Als de 12V-accu in de auto is gemonteerd, moet voorafgaand aan het opladen

    de massakabel worden losgenomen.
    ● Zorg ervoor dat de acculader tijdens het aansluiten en losnemen van de accu-

    klemmen is uitgeschakeld.
    ■ Nadat de 12V-accu weer is opgeladen/aangesloten

    Mogelijk start het hybridesysteem niet. Volg in dat geval een of beide onderstaande
    procedures:
    ● Wacht na het openen en sluiten van het bestuurdersportier 10 seconden en

    probeer vervolgens het hybridesysteem te starten. (Herhaal de procedure als
    het systeem na de eerste keer nog niet gestart kan worden.)
    ● Open en sluit een willekeurig portier terwijl de selectiehendel in stand P staat

    en het contact UIT staat en probeer daarna het hybridesysteem te starten.
    Raadpleeg een Lexus-dealer of erkende reparateur als het hybridesysteem na het
    herhaald uitvoeren van beide procedures nog steeds niet gestart kan worden.
    484

    RX 450h_EE



  • Page 486

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    WAARSCHUWING
    ■ Chemicaliën in de 12V-accu

    De 12V-accu bevat giftig en bijtend accuzuur en kan het ontstaan van het licht ontvlambare en explosieve waterstof veroorzaken. Neem bij werkzaamheden bij of
    aan de 12V-accu de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om ernstig letsel te
    voorkomen:
    ● Veroorzaak geen vonken met gereedschap.
    ● Rook nooit en steek nooit een lucifer of een aansteker aan bij de 12V-accu.
    ● Voorkom dat ogen, huid of kleren in contact komen met de elektrolyt.
    ● Adem of slik nooit elektrolyt in.
    ● Gebruik een veiligheidsbril als u bij de 12V-accu bezig bent.
    ● Laat kinderen niet in de buurt spelen als u met de 12V-accu bezig bent.
    ■ Een veilige plaats voor het opladen van de 12V-accu

    Laad de 12V-accu altijd op in een open ruimte. Laad de 12V-accu niet op in een
    garage of in een afgesloten ruimte waar onvoldoende ventilatie is.
    4

    ■ Procedure voor het opladen van de 12V-accu

    Onderhoud en verzorging

    Laad de accu alleen op met een druppellader (5 A of minder). Het opladen van een
    12V-accu met een snellader kan een explosie veroorzaken.
    ■ Noodmaatregelen met betrekking tot elektrolyt
    ● Als er elektrolyt in uw ogen terechtkomt

    Spoel de ogen minstens 15 minuten met water en schakel direct medische hulp
    in. Blijf zo mogelijk water met een spons of doek op de ogen deppen, terwijl u
    naar een arts of het ziekenhuis gaat.
    ● Als er elektrolyt op uw huid terechtkomt

    Was de huid zorgvuldig met veel water. Als het pijn doet of brandt, roept u meteen medische hulp in.
    ● Als er elektrolyt op uw kleding terechtkomt

    De elektrolyt kan via de kleding op uw huid terechtkomen. Trek de kleding waar
    deze op is terechtgekomen uit en handel indien nodig zoals hierboven beschreven.
    ● Als u per ongeluk elektrolyt binnenkrijgt

    Drink zoveel mogelijk water of melk. Schakel zo snel mogelijk medische hulp in.

    485

    RX 450h_EE



  • Page 487

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    WAARSCHUWING
    ■ Vervangen van de 12V-accu

    Gebruik alleen een voor de RX450h ontworpen 12V-accu. Anders kan er gas
    (waterstof) in het passagierscompartiment komen, waardoor brand of een explosie
    kan ontstaan.
    Laat de 12V-accu vervangen door uw Lexus-dealer of erkende reparateur.

    OPMERKING
    ■ Wanneer de 12V-accu wordt opgeladen

    Laad de 12V-accu nooit op wanneer het hybridesysteem in werking is. Controleer
    ook of alle accessoires zijn uitgeschakeld.

    486

    RX 450h_EE



  • Page 488

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Banden
    Vervang of verwissel banden afhankelijk van het onderhoudsschema en
    het slijtagepatroon.

    ■ Controleren van de banden
    Nieuw loopvlak
    Slijtage-indicator
    Versleten loopvlak
    De plaats van de slijtage-indicatoren wordt aangegeven met de
    tekst TWI of de indicatie
    op
    de wang van de band.
    Controleer de staat en de bandenspanning van het reservewiel ook als het niet gebruikt
    wordt.

    ■ Wisselen van banden
    Auto's met een compact reservewiel
    Wissel de banden zoals aangegeven in de afbeelding.

    Onderhoud en verzorging

    Voor

    4

    Lexus beveelt aan om de banden met de volgende intervallen
    van plaats te wisselen om een
    gelijkmatig slijtagepatroon en
    een langere levensduur van de
    banden te verkrijgen:
    2WD-uitvoeringen:
    Elke 10.000 km
    AWD-uitvoeringen:
    Elke de 5.000 km
    Auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem: Vergeet niet na het wisselen van de
    banden het bandenspanningswaarschuwingssysteem te initialiseren.
    487

    RX 450h_EE



  • Page 489

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Auto's met een volwaardig reservewiel
    Wissel de banden zoals aangegeven in de afbeelding.

    Voor

    Lexus beveelt aan om de banden met de volgende intervallen
    van plaats te wisselen om een
    gelijkmatig slijtagepatroon en
    een langere levensduur van de
    banden te verkrijgen:
    2WD-uitvoeringen:
    Elke 10.000 km
    AWD-uitvoeringen:
    Elke de 5.000 km
    Auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem: Vergeet niet na het wisselen van de
    banden het bandenspanningswaarschuwingssysteem te initialiseren.

    ■ Waarschuwingssysteem bandenspanning (indien aanwezig)
    Uw Lexus is uitgerust met een waarschuwingssysteem voor lage
    bandenspanning dat gebruikt maakt van bandenspanningssensoren
    die de bandenspanning meten en van zenders om een lage bandenspanning te signaleren voordat deze lage spanning tot problemen
    leidt. (→Blz. 556)

    Plaatsen van bandenspanningssensoren en -zenders
    Bij het vervangen van banden of velgen moeten de bandenspanningssensoren en -zenders ook worden gemonteerd.
    Als er nieuwe bandenspanningssensoren en -zenders gemonteerd worden, moeten de ID-codes van deze componenten worden geregistreerd
    in de ECU van het bandenspanningswaarschuwingssysteem en moet het
    488

    RX 450h_EE



  • Page 490

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    bandenspanningswaarschuwingssysteem worden geïnitialiseerd. Laat de
    identificatiecodes van de bandenspanningssensor en -zender registreren
    door een Lexus-dealer of erkende reparateur. (→Blz. 491)
    Initialiseren van het bandenspanningswaarschuwingssysteem
    ■ Het bandenspanningswaarschuwingssysteem moet worden geïnitialiseerd in de volgende omstandigheden:
    ● Bij het wisselen van banden
    ● Als de bandenspanning wordt gewijzigd, bijvoorbeeld wanneer de
    rijsnelheid of de belading verandert.
    ● Als de bandenmaat wordt aangepast
    Als het bandenspanningswaarschuwingssysteem wordt geïnitialiseerd,
    wordt de actuele bandenspanning als referentiespanning beschouwd.
    ■ Initialiseren van het bandenspanningswaarschuwingssysteem
    STAP 1 Parkeer de auto op een veilige plaats en zet het contact UIT.

    4

    Er kan niet worden geïnitialiseerd wanneer de auto rijdt.
    Onderhoud en verzorging

    STAP 2

    Breng de banden op de voorgeschreven bandenspanning bij
    koude banden. (→Blz. 626)
    Breng de banden op de voorgeschreven spanning voor de banden in
    koude toestand. Deze spanning vormt de referentiespanning voor het
    bandenspanningswaarschuwingssysteem.

    STAP 3

    Zet het contact AAN.

    489

    RX 450h_EE



  • Page 491

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    STAP 4

    Houd de resetknop ingedrukt tot
    het lampje van het waarschuwingssysteem bandenspanning
    drie keer langzaam knippert.

    STAP 5

    Laat het contact nog enkele minuten AAN staan en zet vervolgens het contact UIT.

    490

    RX 450h_EE



  • Page 492

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Registreren van identificatiecodes
    De bandenspanningssensor en -zender zijn voorzien van een unieke
    identificatiecode. Bij het vervangen van een bandenspanningssensor en zender is het noodzakelijk om de identificatiecode te registreren. Laat de
    identificatiecode opslaan door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ■ Wanneer moeten banden worden vervangen

    Banden moeten worden vervangen als:
    ● De banden beschadigingen, zoals insnijdingen, scheuren, barsten of bulten ver-

    tonen
    ● Een band vaak leegloopt of niet goed kan worden gerepareerd vanwege de

    grootte of plaats van de beschadiging
    Neem contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur als u er niet zeker
    van bent.
    ■ Wielen verwisselen

    4

    Onderhoud en verzorging

    Als de identificatiecodes van de bandenspanningssensor en -zender niet zijn geregistreerd, werkt het bandenspanningswaarschuwingssysteem niet goed. Na ongeveer 10 minuten rijden gaat het waarschuwingslampje lage bandenspanning
    gedurende 1 minuut knipperen en blijft daarna branden om aan te geven dat er een
    storing in het systeem aanwezig is.
    ■ Levensduur van de banden
    ● Standaardbanden die ouder zijn dan 6 jaar moeten altijd door gekwalificeerd

    werkplaatspersoneel worden gecontroleerd, zelfs als er niet of nauwelijks met
    de banden is gereden en de banden niet lijken te zijn beschadigd.
    ● Het compacte reservewiel kan in de loop van de tijd vervormd raken, zelfs als u

    het niet gebruikt. Laat het compacte reservewiel, wanneer dit meer dan 5 jaar
    oud is, controleren door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ■ Periodieke controle van de bandenspanning

    Het bandenspanningswaarschuwingssysteem vervangt de periodieke controle van
    de bandenspanning niet. Controleer daarom ook zelf regelmatig de bandenspanning.
    ■ De profieldiepte van de winterbanden is minder dan 4 mm

    In dat geval gaat de werkzaamheid van de winterbanden verloren
    491

    RX 450h_EE



  • Page 493

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    ■ De initialisatieprocedure
    ● Voer de initialisatie uit na het op spanning brengen van de banden.

    Zorg er daarnaast voor dat de banden koud zijn bij de initialisatie en bij het aanpassen van de bandenspanning.
    ● Als u het contact tijdens de initialisatie per ongeluk UIT heeft gezet, dan is het

    niet noodzakelijk de resettoets in te drukken, omdat de initialisatie automatisch
    herstart wordt wanneer het contact de volgende keer AAN wordt gezet.
    ● Als u per ongeluk de resettoets indrukt wanneer initialiseren niet nodig is, breng

    de banden dan op de juiste spanning wanneer ze koud zijn en voer opnieuw de
    initialisatie uit.
    ■ Waarschuwingen bandenspanningswaarschuwingssysteem

    De eventuele waarschuwing van het bandenspanningswaarschuwingssysteem is
    gebaseerd op de rijomstandigheden. Daarom laat het systeem mogelijk zelfs een
    waarschuwing zien wanneer de bandenspanning niet laag genoeg is of wanneer de
    druk hoger is dan de druk tijdens het initialiseren van het systeem.
    ■ Als de initialisatie van het bandenspanningswaarschuwingssysteem niet voltooid

    is
    De initialisatie kan worden uitgevoerd in enkele minuten. In de volgende gevallen
    worden de instellingen niet opgeslagen en zal het systeem niet goed werken. Laat,
    als herhaalde pogingen de bandenspanning op te slaan mislukken, de auto nakijken
    door een Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ● Als de resetknop waarschuwingssysteem bandenspanning wordt bediend, gaat

    het waarschuwingslampje lage bandenspanning niet 3 keer knipperen.
    ● Na het initialiseren knippert het waarschuwingslampje lage bandenspanning

    gedurende 1 minuut en blijft het tijdens het rijden nog gedurende 10 minuten
    branden.

    492

    RX 450h_EE



  • Page 494

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    ■ Certificatie bandenspanningswaarschuwingssysteem
    http://www.globaldenso.com/en/products/oem/index.html

    4

    Onderhoud en verzorging
    493

    RX 450h_EE



  • Page 495

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    494

    RX 450h_EE



  • Page 496

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    4

    Onderhoud en verzorging
    495

    RX 450h_EE



  • Page 497

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    496

    RX 450h_EE



  • Page 498

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    WAARSCHUWING
    ■ Bij het controleren of vervangen van de banden

    Neem, om de kans op ongevallen te beperken, de volgende voorzorgsmaatregelen
    in acht.
    Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen, kan schade aan de
    aandrijflijn veroorzaken en gevaarlijke rijeigenschappen tot gevolg hebben, waardoor een ongeval met ernstig letsel kan ontstaan.
    ● Gebruik geen banden van verschillende merken, types of profielen.

    Gebruik ook geen banden met duidelijk verschillende slijtagepatronen door
    elkaar.
    ● Gebruik uitsluitend de door Lexus voorgeschreven bandenmaat.
    ● Gebruik geen verschillende soorten banden (radiaalbanden, gordelbanden met

    diagonaalkarkas en diagonaalbanden) door elkaar.
    ● Gebruik geen zomer-, all-season- en winterbanden door elkaar.
    ● Gebruik nooit gebruikte banden onder uw auto.

    Door het gebruik van banden waarvan het verleden onbekend is, loopt u extra
    risico.

    4

    ● Rijd niet met een aanhangwagen als een compact reservewiel is gemonteerd.

    Onderhoud en verzorging

    ■ Bij het initialiseren van het bandenspanningswaarschuwingssysteem

    Druk niet op de resetknop van het waarschuwingssysteem bandenspanning voordat de banden op de voorgeschreven spanning zijn gebracht. Anders kan het voorkomen dat het waarschuwingslampje voor de lage bandenspanning niet gaat
    branden terwijl de bandenspanning te laag is, of wel gaat branden terwijl de bandenspanning in orde is.

    497

    RX 450h_EE



  • Page 499

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    OPMERKING
    ■ Repareren of vervangen van banden, velgen, bandenspanningssensoren, zen-

    ders en ventieldopjes
    ● Neem voor het verwijderen en plaatsen van wielen, banden of de bandenspan-

    ningssensoren en -zenders contact op met een Lexus-dealer of erkende reparateur omdat de sensoren en zenders beschadigd kunnen raken als er niet op de
    juiste wijze mee wordt omgegaan.
    ● Gebruik bij het vervangen van de ventieldopjes geen andere ventieldopjes dan

    voorgeschreven. Anders kunnen de dopjes vast komen te zitten.
    ■ Om schade aan de bandenspanningssensoren en -zenders te vermijden

    Als een band is gerepareerd met bandenreparatievloeistof, werken de bandenspanningssensor en -zender mogelijk niet goed. Neem wanneer bandenreparatievloeistof is gebruikt zo snel mogelijk contact op met een Lexus-dealer of erkende
    reparateur. Vervang bij het vervangen van de band ook de bandenspanningssensor
    en -zender. (→Blz. 488)
    ■ Rijden over onverharde wegen

    Wees extra voorzichtig bij het rijden over onverharde wegen en wegen met kuilen.
    Dergelijke omstandigheden hebben mogelijk een verlaging van de bandenspanning tot gevolg, waardoor de verende werking van de banden vermindert. Bovendien kunnen de banden zelf en de velgen en carrosserie beschadigd raken bij het
    rijden over onverharde wegen.
    ■ Als tijdens het rijden in elke band een te lage bandenspanning ontstaat

    Rijd niet verder als de bandenspanning te laag is, anders kunnen de banden en/of
    velgen ernstig beschadigd raken.

    498

    RX 450h_EE



  • Page 500

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Bandenspanning
    Zorg ervoor dat de banden de juiste spanning hebben. De bandenspanning moet ten minste eenmaal per maand gecontroleerd worden. Lexus
    beveelt u echter aan de bandenspanning eens per twee weken te controleren. (→Blz. 626)

    ■ Gevolgen van een onjuiste bandenspanning

    Het rijden met een onjuiste bandenspanning kan de volgende gevolgen hebben:
    ● Onnodig brandstofverbruik
    ● Verminderd rijcomfort en een kortere levensduur van de band
    ● Een onveilige auto
    ● Beschadiging van de aandrijflijn

    Als een band vaak moet worden opgepompt, laat deze dan controleren door een
    Lexus-dealer of erkende reparateur.
    ■ Instructies voor het controleren van de bandenspanning

    4

    Let bij het controleren van de bandenspanning op het volgende:
    Onderhoud en verzorging

    ● Controleer de bandenspanning alleen als de banden koud zijn.

    Als uw auto ten minste 3 uur heeft stilgestaan of niet meer dan 1,5 km heeft
    gereden, kunt u de bandenspanning voor koude banden correct aflezen.
    ● Gebruik altijd een bandenspanningsmeter.

    Het uiterlijk van de banden kan misleidend zijn. Bovendien kunnen banden
    waarvan de spanning enkele tienden van de voorgeschreven waarde afwijkt,
    toch al de stuur- en rijeigenschappen negatief beïnvloeden.
    ● Laat na het rijden geen lucht uit de banden lopen om de spanning te verlagen.

    Het is normaal dat de spanning van een band na een rit opgelopen is.
    ● Overschrijd nooit het maximale laadvermogen van de auto.

    Verdeel de passagiers en het gewicht van de bagage gelijkmatig over de auto.

    499

    RX 450h_EE



  • Page 501

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    WAARSCHUWING
    ■ Een goede bandenspanning zorgt voor een langere levensduur van de banden

    Houd de bandenspanning op de juiste waarde. Anders kunnen zich de volgende
    omstandigheden voordoen, die kunnen leiden tot ongevallen en letsel:
    ● Overmatige slijtage
    ● Ongelijkmatige slijtage
    ● Slecht rijgedrag
    ● Mogelijke klapband door oververhitting
    ● Slecht aansluitende velgrand
    ● Wielvervorming en/of het van de velg aflopen
    ● Een grotere kans op beschadiging van de band door voorwerpen op het wegdek

    OPMERKING
    ■ Controleren en op de juiste spanning brengen van de banden

    Plaats na controle altijd de ventieldopjes.
    Zonder de ventieldopjes kan er vuil en vocht in het inwendige van de ventielen
    doordringen. Hierdoor kan de afdichting in gevaar komen, wat kan leiden tot een
    ongeval. Vervang kwijtgeraakte dopjes daarom zo spoedig mogelijk.

    500

    RX 450h_EE



  • Page 502

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Velgen
    Vervang de velg als deze beschadigingen, zoals verbuigingen of scheuren,
    vertoont of erg gecorrodeerd is.
    Anders kan de band van de velg raken of kan de auto moeilijk beheersbaar
    worden.

    ■ Keuze van velg
    Let er bij het vervangen van velgen op dat deze hetzelfde draagvermogen, dezelfde diameter, velgbreedte en ET-waarde* hebben.
    De juiste vervangende velgen zijn verkrijgbaar bij een Lexus-dealer
    of erkende reparateur.
    *: Normaal gesproken aangeduid met “offset”.

    Lexus adviseert u geen gebruik te maken van:
    ● Velgen van verschillende maten of types
    ● Gebruikte velgen
    ● Verbogen velgen die hersteld zijn

    4

    Onderhoud en verzorging

    ■ Belangrijke aanwijzingen voor lichtmetalen velgen
    ● Gebruik uitsluitend de Lexus-wielmoeren en de Lexus-wielmoersleutel bij uw lichtmetalen velgen.
    ● Controleer de wielmoeren na de eerste 1.600 km telkens als een
    band is verwisseld, een band is gerepareerd of is vervangen.
    ● Pas op dat lichtmetalen velgen niet beschadigd raken als u
    sneeuwkettingen gebruikt.
    ● Bij het balanceren moet gebruik worden gemaakt van Lexus- of
    gelijkwaardige balanceergewichtjes, die geplaatst dienen te worden met een kunststof of rubber hamer.

    501

    RX 450h_EE



  • Page 503

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    ■ Wanneer velgen worden vervangen (auto's met waarschuwingssysteem banden-

    spanning)
    De velgen van uw auto zijn uitgerust met bandenspanningssensoren en -zenders
    voor het bandenspanningswaarschuwingssysteem, dat in een vroegtijdig stadium
    waarschuwt als de bandenspanning te laag wordt. Bij het vervangen van velgen
    moeten er bandenspanningssensoren en -zenders worden gemonteerd.
    (→Blz. 489)

    WAARSCHUWING
    ■ Vervangen van velgen
    ● Gebruik alleen de in deze handleiding aanbevolen maat velgen en banden. Een

    andere maat kan leiden tot gevaarlijke stuureigenschappen en resulteren in een
    slechtere controle over de auto.
    ● Gebruik nooit een binnenband bij een poreuze velg die ontworpen is voor een

    tubeless band. Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een ongeval waarbij ernstig
    letsel kan ontstaan.

    OPMERKING
    ■ Vervangen van bandenspanningssensoren en -zenders (met bandenspannings-

    waarschuwingssysteem)
    ● Omdat het repareren of vervangen van een band invloed kan hebben op de ban-

    denspanningssensoren en -zenders, adviseren we u deze werkzaamheden uit te
    laten voeren door een Lexus-dealer of erkende reparateur. Ga ook voor de aanschaf van bandenspanningssensoren en -zenders naar een Lexus-dealer of
    erkende reparateur.
    ● Gebruik voor uw auto alleen originele Lexus-velgen.

    Bij niet-originele velgen kan niet worden gegarandeerd dat de bandenspanningssensoren en zenders goed werken.

    502

    RX 450h_EE



  • Page 504

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Interieurfilter
    Het interieurfilter moet regelmatig worden vervangen om de optimale
    werking van de airconditioning te behouden.

    ■ Verwijderen
    STAP 1 Zet het contact UIT.
    STAP 2

    Open het dashboardkastje. Trek
    het schot omhoog en verwijder
    het.

    STAP 3

    Verwijder het afdekplaatje van
    het dashboardkastje.
    4

    Onderhoud en verzorging

    STAP 4

    Verwijder de afdekkap van het
    filter.

    503

    RX 450h_EE



  • Page 505

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    STAP 5

    Verwijder het interieurfilter en
    vervang het.
    Plaats het filter met de aanduiding UP naar boven gericht.

    ■ Controle-interval

    Controleer en vervang het interieurfilter volgens het onderhoudsschema. In gebieden met veel stof of met veel verkeer moet vervanging vaker plaatsvinden. (Zie het
    Lexus onderhoudsboekje en het Lexus-garantieboekje voor meer informatie
    betreffende het onderhoudsschema.)
    ■ Als er te weinig lucht uit de ventilatieroosters stroomt

    Het filter kan verstopt zitten. Controleer het filter en vervang het indien nodig.

    OPMERKING
    ■ Voorkomen van beschadigingen

    Zorg dat het filter altijd geplaatst is tijdens het gebruik van de airconditioning.

    504

    RX 450h_EE



  • Page 506

    4-3. Zelf onderhoud en controles uitvoeren

    Batterij elektronische sleutel
    Vervang de batterij door een nieuw exemplaar als deze ontladen raakt.

    ■ De volgende zaken zijn benodigd:
    ● Sleufkopschroevendraaier
    ● Kleine kruiskopschroevendraaier
    ● Lithiumbatterij (CR1632)
    ■ Vervangen van de batterij
    Neem de mechanische sleutel
    uit de houder.

    STAP 2

    Verwijder het klepje.

    STAP 3

    Verwijder de schroefjes en het
    afdekkapje van de batterij.

    4

    Onderhoud en verzorging

    STAP 1

    505

    RX 450h_EE